|
DE GESCHIEDENISVAN DE FAMILIEMARRES / MARES |
|
|
Zoekbalk voor de belangrijkste pagina's |
|
|
Het Nederlandse geslacht Marres, waarvan een tak haar naam Mares schrijft, stamt blijkens genetisch onderzoek uit de Sarmaten, een conglomeraat van verwante Indo-Europese, strijdbare, oorspronkelijk Kazachstaanse nomadenvolkeren, waarvan er twee rond het begin van onze jaartelling Europa binnentrokken, de Alanen die in de 1e eeuw een koninkrijk hadden aan de benedenloop van de Don, later in de Kaukasus en waarvan een groep bij de Volksverhuizingen begin 5e eeuw Europa binnentrok en deels in Romeinse dienst trad, en de Iazygen die gedurende de eerste drie eeuwen in Hongarije gevestigd waren, daar een verbond sloten met de Romeinen waarvoor zij als hulptroepen in hun legers meevochten en waarvan een vendel tegen het einde van het Romeinse Rijk gelegerd was bij Maastricht, waar het zich na afdanken van de troepen waarschijnlijk vestigde. De familie Marres / Mares wordt hier beschreven vanaf de eerste historische vermelding van stamvader Johan Moreez, burger van Maastricht en landeigenaar in het Luikerland, toen deze bij de stedelijke overheid een claim indiende voor schade geleden in de Luikse oorlog van 1407-1408. De werkzaamheden vanaf de middeleeuwen in de lakenproductie en handel worden besproken, mede aan de hand van een charter van de Maastrichtse schepenbank De Vroenhof van 1523, dat vrijstelling van tol voor de handel in Brabant moet garanderen voor drie gebroeders Marees, waarvan één, Reyner, de eerste gemeenschappelijke stamvader is van beide takken van dit geslacht. Deze woonde evenals zijn vader in Heukelom in de Vroenhof van Maastricht. Hij en een van zijn zonen blijft in Heukelom gevestigd, een kleinzoon keert tegen het einde van de zestiende eeuw terug naar Maastricht en gaat daar zijn naam steeds vaker als Marres schrijven en wordt de stamvader van het geslacht Marres. Een tweede zoon vestigt zich in Val-Meer (thans België). Uit hem stamt de tak Mares die zich later vestigt in het dorp Wolder bij Maastricht. Vanaf 1641 zijn de leden van het geslacht Marres ononderbroken werkzaam in het Maastrichtse brouwersgilde in veertien verschillende brouwerijen tot het jaar 1959 toen de laatste brouwerij ophield te bestaan. De geschiedenis van al deze brouwerijen is een blijvend doel van onderzoek, waarvan de resultaten op de verschillende pagina's te vinden zijn. Ook de herstart in 2008, om didactische redenen, van een brouwerij te Dordrecht, wordt getoond. In de negentiende eeuw breiden de werkzaamheden zich uit in andere industrieën zoals de zoutraffinaderij en later ook de steenfabricage. Vanaf de zeventiende eeuw zijn meerderen leden van de familie actief in de Rooms-katholieke kerk als priester, kloosterling, kloosterprior, pastoor-deken, moraaltheoloog, hoogleraar priesteropleiding, kanunnik en geheim kamerheer van de paus. Tegen het einde van de vorige eeuw is de deelname aan het kerkelijk leven beëindigd. Van alle tijden zijn bestuurlijke activiteiten als schepen, schout, vroedschapslid, wethouder, burgemeester en statenlid, voorts wetenschappelijke activiteiten op academisch niveau, in de kunsten, vrije beroepen en in de diplomatieke dienst. Beschreven worden de didactische bezigheden bij het middelbaar en hoger onderwijs als directeur van een stadscollege, rector van een gymnasium, als docenten en hoogleraren in meerdere academische disciplines. De beschrijving van de sportieve activiteiten is begonnen, die van de culturele verrichtingen moet nog volgen. De genealogie Marres, een beschrijving van de tak Mares, en genealogieën van verwante geslachten zijn te vinden met de afbeeldingen van zegels en wapens. De kwartierstaat van het echtpaar Marres-Pekelharing gaat beiderzijds legaal terug tot de brouwerspatroon Sint Arnoldus. Hierbij worden enige zijpaden betreden naar interessante feiten van direct verwante families. Aandacht is geweid aan personen die meewerkten in hun fabrieken. De soms zeer bijzondere archeologische vondsten gedaan bij verbouwingen van hun huizen in het historische stadsdeel van Maastricht worden beschreven. Verantwoording wordt afgelegd in een noten-, bronnen- en litteratuurlijst. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Laatste bewerking: |
Webbeheerder: Boed (Eugène) Marres Sr |