|
DE GESCHIEDENISVAN DE FAMILIEMARRES / MARES
Druk na invullen op enter |
|
|
|
De Nederlandse familie Marres, waarvan een tak haar naam Mares schrijft, stamt blijkens de jongste stand van de genografie en de archeogenetica uit een volk dat gedurende een tiental millennia voor onze jaartelling in Klein Azië in de 'Vruchtbare Halvemaan' ontstond en dat zich van daaruit geleidelijk in Azië en later vooral in Europa verspreidde. Hun taalkundig, archeologisch en genetisch te volgen weg leidt eerst oostwaarts naar Perzië, dan noordwaarts naar Kazachstan en vervolgens westwaarts Europa in, naar de noordelijke Kaukasus en de Oekraïne. In het millenium voor het begin van de huidige jaartelling worden zij Sarmaten en Alanen genoemd. Hun ontwikkelingsgeschiedenis wordt beschreven vanaf de eerste geschreven bronnen. De mogelijke oorzaken van hun gang naar Europa en komst in de Lage Landen, in Nederland, wordt belicht. De kennis van onze voorgeschiedenis en het onderzoek naar verre verwanten wordt op meerdere pagina's besproken en is te bereiken via Genetica. De familie Marres / Mares wordt hier beschreven vanaf de eerste historische vermelding van stamvader Johan Moreez, burger van Maastricht, landeigenaar in het Luikerland, toen hij na de Luikse oorlog van 1407-1408 bij de Maastrichtse overheid een schadeclaim indiende. De werkzaamheden vanaf de middeleeuwen in de Lakenindustrie en handel worden besproken, mede aan de hand van een charter van de Maastrichtse schepenbank De Vroenhof van 1523, dat vrijstelling van tol voor de handel in Brabant moest garanderen voor drie gebroeders Marees, waarvan één, Reyner, de eerste gemeenschappelijke stamvader is van beide takken van dit geslacht. Deze woonde evenals zijn vader te Heukelom in de Vroenhof van Maastricht. Hij en een van zijn zonen blijft in Heukelom gevestigd, een kleinzoon keert tegen het einde van de zestiende eeuw terug naar Maastricht en gaat daar zijn naam steeds vaker als Marres schrijven en wordt de stamvader van het geslacht Marres. Een tweede zoon vestigt zich in Val-Meer (thans België). Uit hem komt de stam Mares, waarvan de huidige leden nazaten zijn van een tak die zich later vestigt in het dorp Wolder bij Maastricht. Vanaf 1641 zijn de leden van het geslacht Marres ononderbroken werkzaam in het Maastrichtse brouwersgilde in veertien verschillende Brouwerijen tot het jaar 1959 toen de laatste brouwerij ophield te bestaan. De herstart in 2008, om didactische redenen, van een brouwerij te Dordrecht, wordt getoond. In de negentiende eeuw breiden de werkzaamheden zich uit in andere industrieën zoals de Zoutziederij en later ook de steenfabricage. Vanaf de zeventiende eeuw zijn meerdere leden van de familie actief in de Rooms-katholieke kerk als priester, kloosterling, kloosterprior, pastoor-deken, moraaltheoloog, hoogleraar priesteropleiding, kanunnik en geheim kamerheer van de paus. Tegen het einde van de vorige eeuw is door de meeste familieleden de deelname aan het kerkelijk leven beëindigd. Van alle tijden zijn bestuurlijke activiteiten als schepen, schout, vroedschapslid, wethouder, burgemeester en statenlid, rechtsprekende als kantonrechter, rechter en raadsheer en functies in de diplomatieke dienst als gezant en ambassadeur. Beschreven worden de didactische bezigheden bij het middelbaar en hoger onderwijs als directeur van een stadscollege, rector van een gymnasium, en als hoogleraren in medische, juridische en vroeger ook theologische faculteiten. Enige sportieve activiteiten en culturele verrichtingen worden behandeld. De genealogie Marres, een beschrijving van de tak Mares, en genealogieën van verwante geslachten zijn te vinden met de afbeeldingen van zegels en wapens. De kwartierstaat van het echtpaar Marres-Pekelharing gaat beiderzijds legaal terug tot de brouwerspatroon Sint Arnoldus. Hierbij worden enige zijpaden betreden naar interessante feiten van direct verwante families. Aandacht is geweid aan personen die personen die meewerkten in hun fabrieken. De soms zeer bijzondere archeologische vondsten uit de Romeinse tijd gedaan bij verbouwingen van hun huizen in het historische stadsdeel van Maastricht en uit de verre prehistorie in hun steengroeve Belvédère te Caberg worden beschreven. Verantwoording wordt afgelegd in een noten-, bronnen- en litteratuurlijst. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
*
|
|
|
|||
|
Laatste bewerking: |
Webbeheerder: Eugène genaamd Boed Marres |
||