Gildepenning van de Maastrichtse brouwers

MARRES

BROUWERIJEN

Gildepenning van Servatius Marres, 1771

Brouwerij Het Sint Nicolaes Panhuijs

Plankstraat te Maastricht
De Limmelots Poort

Het oorspronkelijke huis wordt het eerst vermeld in 1570 als de Lymeletzpoerte. Daarnaast lag toen het Hoeghuys. (50)

Het huis en de brouwerij wordt in de 16e eeuw al genoemd. Door aankoop van omliggende huizen en tuinen krijgt deze brouwerij in het oude centrum van Maastricht zijn uiteindelijke groote.

In 1597 verkoopt Joffer Marie van Brecht De Poerte van Limmeler aan Laurens Grooteclaes, burgemeester van Maas­tricht. (51) Hij laat daar met aanzienlijke kosten een nieuw huis bouwen en verkoopt het in 1606 aan Elisabeth Boutens. (52)

De Boutens Poort

Ondanks deze renovatie staat van de Limmelotspoorte in 1625 alleen de poort nog overeind met alleen een kelder daaronder. Een hypotheek van 200 gulden die er op rust wordt dan afgelost door Lieve van Tits namens Paulus Bouten, pastoor te Wachtendock, die na het overlijden van Elisabeth de eigenaar werd. Het huis heet sindsdien De Boutenspoort (53)

De oude bronzen Poortklopper van brouwerij EugŤne Marres te Maastricht

De oude bronzen Poortklopper

Het huis was een van de grootste uit de buurt. Van de stenen huizen in Maastricht waren de huizen met een poort de aanzienlijkste. De poort was bedoeld voor het rijtuig dat achter werd gestald. Sommigen van deze huizen, en dit huis behoorde daartoe, lagen vrijstaand op een erf. Aan de straatzijde lagen bijgebouwen en soms ook nog een muur. Het Stokstraatgebied telde drie van deze huizen. (54)

*

De Porte met de Twee Hoven
De Familie Lenaerts

In 1662 verkoopt de heer Leonard Heijdendael, voogd van Schoonvorst bij Aken en gehuwd met Margaretha de Tits voor 5150 gulden Die Porte met de twee hoven aan seigneur Lenert Lenaerts, burger en brouwer van Maastricht in tweede huwelijk met Anna Mortels. Het huis heeft dan twee uitgangen, een aan de Plankstraat, dit is de poort aan de voorzijde die later Onze Lieve Vrouweplein wordt en een aan de Havenstraat. De nieuwe benaming betekent dat er een aangrenzend huis met ook een eigen tuin aan is toegevoegd. De poort komt nu tussen twee huizen in te liggen. Het huis richting Maas wordt het latere Panhuis, het huis richting Wolfstraat het woonhuis. De brouwerij komt in een aanbouw achter het woonhuis. Dit geheel had Leonard Heijdendaal als 'donatio inter vivos' van Paulus Bouten verkregen.

Het is bij elkaar een groot geheel geworden en dat blijkt uit de beschrijving van de ligging bij de aankoop. De buurman richting Maas is Pieter Haenen, richting Wolfstraat zijn er twee aangrenzende huizen, een is van korporaal Nicolaas Zwitser en het andere is het huis De Rode Hoed. Aan de achterkant grenst het geheel aan de tuin van de erven van Willem Nypels, aan het huis De Wolff en aan nog enige andere huizen. De tweede hof (tuin of cour) die aan de Havenstraat ligt heeft als buren richting kerk weer Pieter Haenen en richting Smedenstraat de weduwe van Geurt Nypels.
Lenaert Lenaerts (Lenards) sluit voor de aankoop een aantal hypotheken af nadat zijn schoonvader hem een voorschot op de erfenis van zijn echtgenote heeft gegeven te weten een huis in de Kapoenstraat en vijf bunder akkerland met nog een weiland te Mechelen aan de Maas. (55)

*

Opnieuw De Boutens Poort

In 1669 verbouwt Lenart Lenaerts het huis, een leent hiervoor driehonderd gulden. In deze acte wordt het huis weer de Boutens Poorte genoemd. Hierbij wordt nog vermeld dat Elisabeth Bouten vroeger in dit huis heeft gewoond en er in overleden is, dit moet dus een destijds bekende dame geweest zijn want zij was al bijna een halve eeuw daarvoor overleden. (56)

*

Het Sint Nicolaes Panhuijs

Lenaert Lenaerts heeft rond 1670 de brouwerij gebouwd waarvan we in 1681 voor het eerst de naam horen Het Sint Nicolaes Panhuijs. (57) R. Philips schrijft in 'Mestreechs Aaijt' wel dat Het Sint Nicolaes Panhuis al in de 14e eeuw bestond en vermeldt het nog eens in de jaren 1544-1557, maar ik vind geen duidelijke aanwijzingen dat Het Vergudelen Panhuijs dat in 1372 in de Havenstraat genoemd wordt een voorganger is. (58) Vůůr het jaar 1686 is Lenaerts overleden. (59)

Tegen het einde van de 17e eeuw is er ťťn gebeurtenis waar een familielid toevallig getuige van was. Michiel Marres, een verre voorvader, was op 14 mei 1696 aanwezig bij een vechtpartij waarbij Willem Caris, door Guerdt Nijst op een avond het pand werd uitgeslagen onder toevoeging van enige hier niet te herhalen, maar wel notarieel vastgelegde krachttermen. Michiel en enige anderen legden op justitieel verzoek hierover een verklaring af. (60)

De Familie Caris

Isabella Lenaerts, dochter van Lenaert Lenaerts en gehuwd met Seigneur Louis Caris erft de brouwerij en op 30 juli 1708 koopt deze voor 900 gld van de heren van de consistorie van de Waalse kerk het buurhuis erbij dat tussen het St Nicolaes Panhuijs en De Rode Hoed ligt. In dit huis had vroeger korporaal Zwitser gewoond en zijn kinderloze weduwe had het in 1686 aan de diaconie van de Waalse kerk geschonken. (61)

Het buurhuis De Rode hoed, nu Onze Lieve Vrouweplein 3, had ook een brouwerij. In 1652 werd het gehuurd door de brouwer Lambert Watelet. In 1705 is zijn inventaris een 'panhuis, brouwketel, kuipen en koelschip' en is de brouwer Jan Boimans. In 1713 is het huis aangekocht door Hubert Bovy die de brouwerij omzette in een branderij. (62). Hij en zijn zoon Jacobus Hubertus waren tot hun overlijden submatricularius oftewel onderkoster van de St Nicolaas parochie. De laatste bleef ongehuwd en stierf in het huis 1771. De erven van Hubert Bovy hebben het huis al in 1746 aan Joannes Houtappel verkocht. Deze was gehuwd met Agnes Hanssen, ook zij waren distillateurs. Hun zoon Lambert Houtappel begon hierin tezamen met de uit Frankrijk afkomstige Joseph Binvignat een orgelbouwerij. Joseph Binvignat zette later deze zaak alleen voort nadat hij het huis in 1796 had gekocht. Daarna werkte diens zoon Adam Matthijs Binvignat er tot 1850 als orgelbouwer en later pianomaker.

De Familie Paulussen

Na het overlijden van Isabella Lenaerts brengt Sieur Joannes Paulussen, gehuwd met Judith Daemen op 9 november 1730 op een veiling waar de kinderen Lenaerts het huis te koop aanbieden het hoogste bod uit op, zoals de omschrijving luidt: 'seeker Huijs, Brouwerije, Stalling, Hoff, Clotsbaen, met de geregtigheijd van den ganck uijt komende op de Haeffstraet, en verdere ap- en dependentien en geregtigheden vandien gestaen en gelegen alhier in de Planckstraat genaemt St Nicolaes Panhuijs'. Hij brouwt daar tot zijn dood in 1745. Zijn weduwe Judith Daemen zet de brouwerij daarna, en nog wel gedurende twintig jaar, zelfstandig voort. (63)

Jan Paulissen hoort in de jaren 1736-1737 tot de kleinere Maastrichtse brouwers. (64)

In 1765 laat Judith Daemen bij haar overlijden aan haar twee dochters ieder een bierbrouwerij na. Het St. Nicolaes Panhuijs gaat naar Margaretha Paulussen, die gehuwd is met Nicolaas Nypels. De andere brouwerij, Het Nieuwe Stenen Huis, op de St. Pieterstraat gaat naar Cornelia Paulussen, gehuwd met Servaes Marres. (65)

Het Sint Nicolaas Panhuis op de Maquette van 1750

Het Sint Nicolaes Panhuijs in 1750

Meer afbeeldingen, ook van het Pannenhuis in Biesland zijn te zien op de maquette van Maastricht.

De Familie Nypels

Nicolaas Nypels verkrijgt Het Sint Nicolaes Panhuijs dus in 1765 en ook hij zal daar gedurende zijn hele leven brouwen, dat is tot 1805. Hij wordt dan opgevolgd door zijn zoon Jan Pieter Nypels.

Deze begint met grootse bouwplannen en schakelt zijn oom de stadsbouwmeester Matthias Soiron hiervoor in. (66)

In het Standaardwerk dat uitvoerig de geschiedenis en renovatie van het Stokstraatgebied beschrijft die in het derde kwart van de vorige eeuw te Maastricht plaats vond, merkt de oud-directeur Rijks­monumenten­zorg hierover op:

'In de schetsboeken van Soiron bevinden zich een drietal schetsen voor een verbouwing ten behoeve van 'neef Nijpels' in de Plank­straat. Deze hebben betrekking op het Sint Nicolaas Panhuis. Van het woonhuis werd een winkel gemaakt door het wegbreken van een gangmuur. Daarbij behoorde een ontwerp een nieuwe glazen wand naar de achterkamer.

Belangrijker was het project voor neef Nijpels in 't panhuis, die voor eene societijt eenen zaal aen de straet van intentie is te willen maken.
Dit helaas niet gedateerde ontwerp
(omstreeks 1806, BM) voorziet in een zaal in het langwerpig bouwlichaam, dat thans nog in de Plankstraat 20 aanwezig is. (67)

Tekening voor neef Nypels 1
Tekening voor neef Nypels 2

M. Soiron, schetsen voor een verbouwing voor 'neef Nypels' in de Plankstraat (1806). (67a)

Het resultaat van deze tekeningen is niet bekend. Door de latere verbouwingen aan het einde van die eeuw is de situatie weer geheel veranderd. Maar het is duidelijk dat waar in de onderste tekening Groten zaal staat zich thans het huidige Klaoske bevindt. De poort met zijn overdekte doorgang staat links aangegeven en de plaats van de openbare pomp aan de straat geheel rechts.

De eerste tekening betreft het woonhuis dat aan de andere kant van de poort stond en dat in 1878 tezamen met nog een ander huis plaats moest maken voor het woonhuis dat EugŤne Marres in 1878 liet bouwen.

Jan Pieter Nypels brouwt gedurende twintig jaar in dit vergrootte pand en verkoopt huis en brouwerij in het jaar 1825 MichaŽl Marres toen nog veloofd met de Maastrichtse brouwersdochter Anna Maria Bemelmans en start de Brouwerij MichaŽl Marres


Home
Brouwerijen
Contact