Gildepenning van de Maastrichtse brouwers

Brouwprocessen

Gildepenning van Servatius Marres, 1771

Manuscripten

In 1930 overleed Eugène II plotseling. Op die avond vroeg hij zijn zoon de gordijnen dicht te doen. Toen die van zijn ronde langs de ramen terugkwam vond hij zijn vader dood liggen in zijn stoel. De zoon, Eugène III, die daarna de brouwerij zou voort zetten, was toen 25 jaar oud. Hij was toevallig een week thuis van een stage op een brouwerij in Duitsland.

Eugène III Marres overleed in 1993 op acht en tachtig jarige leeftijd. Hij was de laatste brouwer van de brouwerij Marres van het Onze Lieve Vrouweplein. Aan mij, zijn enige en naar hem vernoemde zoon, Eugène IV geheten, maar door de meesten Boed genoemd, vertelde hij tijdens zijn leven nog al eens over de geschiedenis van onze familie en de brouwerij, het brouwen en het brouwwezen, in de verwachting dat er bij mij begrip zou ontstaan voor zijn werk. De bouwerij betond toen al niet meer, en als leerling van de lagere, later van de middelbare school luisterde ik wel, wellicht niet zo intens omdat ik toen teleurgesteld was dat hij gestopt was met het oude familiebedrijf. Maar nu na meer dan vijftig jaar is dat begrip inmiddels ontstaan, en dringen er zich zoveel herinneringen op, en hopenlijk zijn ze redelijk zuiver, dat ik ze wil vastleggen. Aan de hand van de papieren die na zijn dood gevonden zijn en aangevuld met de memoires van zijn achterneef Pierre Marres en met anderszins opgedane kennis, heb ik onze familiegeschiedenis gebouwd en op het web gepubliceerd.

In de papieren die aangetroffen werden in zijn bureau, nu het bureau van een van mijn zoons, en in de ijzeren ladenkast en de oude loodzware brandkast vonden we een aantal, deels met de hand geschreven boeken en schriften, die een beeld geven van de obstakels en de gevonden oplossingen, waar de leiders van kleine ondernemingen en in dit geval een brouwer vroeger mee te maken kregen.

Eugène III brak zijn opleiding, die gelukkig bijna voltooid was, in 1930 af en nam de leiding van de brouwerij op zich. In dit schrift staan op de eerste negen pagina's zijn verbouwingsplannen. Op pagina 10 en 11 de te voeren politiek bij de koelijsfabriek. De pagina's 2 t/m 15 behandelen het brouwproces. De laatste drie pagina's dateren uit de oorlogsjaren en beschijven de verslaglegging van een nog nader uit te zoeken eis van de overheid; en verder enige recepten voor het maken van likeur met in deze oorlogstijd noodzakelijke surrogaten.

We starten met de inhoud van een rood schrift met een harde rode kaft dat Eugène Marres, de laatste brouwer, als half francofone Maastrichtenaar, mij aanduidde als het rode cahier. Hierin staan aantekeningen over de bedrijfsvoering en de plannen daarvoor, die mij typerend lijken voor zijn persoon en voor die tijd.

Het Rode Cahier

De pagina opent na het plaatsen van de cursor op het betreffende plaatje

Brouwrecept 1 brouwrecept 2 brouwrecept 3
Het Rode Cahier

1

2

3

Brouwrecept 4 brouwrecept 5 brouwrecept 6

4

5

6

brouwrecept 7 brouwrecept 8 Brouwrecept 9

7

8

9

brouwrecept 10 brouwrecept 11 brouwrecept 12

10

11

12

brouwrecept 13 Brouwrecept 14 brouwrecept 16

13

14

15

brouwrecept 16 brouwrecept 17 brouwrecept 18

16

17

18

De Zwarte cahiers

Deze volgen later nog

Het is de bedoeling dat dit materiaal dient als studiemateriaal voor de algemene brouwgeschiedenis.
Hier mag niet letterlijk uit worden geciteerd.


Home

Brouwerijen

Contact