|
MARRES
|
|
|
KIES ANDERE BROUWERIJ |
|
|
|
Het Pannenhuis ligt buiten de stadsmuren in het landschap Biesland, in een gebied dat vroeger De Vroenhof werd genoemd, een half uur gaans van Maastricht. Het ligt aan een pleintje waar vier wegen op uitkomen. De weg van Maastricht komt recht op het huis af en slaat op het plein links af. Aan beide zijde van het huis vertrekken wegen, deze lopen in het begin evenwijdig aan elkaar. Aan de oostzijde begint de weg naar Sichen, aan de westzijde die naar Wolder en Heukelom. Het gebouw, dat op de Rijksmonumentenlijst staat, is U-vormig met een en oppervlak van ruim 43 aren en bevatte vroeger een brouwerij en distilleerderij, tuin en moestuin, tezamen 135 aren, waarbij 10 hectaren bouwland hoort, waarschijnlijk voor de teelt van gerst voor de brouwerij en de branderij. (19) |
|
↓ |
↓ |
|
|
→ |
Detail Tranchotkaart van Maastricht 1803. |
|
|
→ |
||
|
Op de kaart van Maastricht getekend door de Franse cartograaf Tranchot in 1803 staat het Pannenhuis duidelijk afgebeeld, de brouwerij De Fonteyne overigens ook. De grote pijlen wijzen naar het Pannenhuis, de kleine naar De Fonteyne. (20) |
Het Pannenhuis rond 1900 |
Het Pannenhuis op de maquette in 1750 |
|
Links: Een foto van Het Pannenhuis twee decennia geleden en, na klikken op het plaatje, zoals het ruim een halve eeuw geleden was. Rechts: Een foto van het huis zoals het afgebeeld is op de
Maquette van Maastricht, omstreeks 1750 opgemeten onder leiding van de Franse genieofficier Lacher d'Aubancourt en daarna gebouwd te Frankrijk. Deze maquette bevindt zich thans het Palais des Beaux Arts te Lille. Een copie van het centrale deel daarvan is te zien in de hal van het Centre Céramique te Maastricht. Het buitengebied, waarop het Pannenhuis afgebeeld is, ontbreekt hier echter.
In de achtergevel van het huis is een gevelsteen met het wapen van Jan van Geleen de bouwer van het huis, onder het wapen is een banderol met het chronogram: Ioannes Vangelen LIberIs AeDIfICabaM. Vertaald: (Ik) Johannes van Gele(e)n bouwde voor de kinderen. In vergrootte letters staat hier in Romeinse cijfers het jaartal 1710.
|
|
Johan van Geleen was brouwer in De Stenen Leeuw op de St. Pieterstraat in Maastricht en aan zijn dochter Elisabeth, die in 1703, als achttienjarig meisje, huwde met de 21 jarige jongeman Aegidius Marres, zoon van Servaes Marres, brouwer in De Wildeman op de Brusselsestraat, gaf hij dit huis met brouwerij en branderij als bruidsgift mee. Aegidius, die meestal Gilis genoemd werd, zal aanvankelijk zijn vader bijgestaan hebben in de brouwerij op de Brusselsestraat en na diens overlijden in 1705 ook zijn moeder, maar in 1707 begint Gilis voor zichzelf in de gehuurde brouwerij en mouterij De Poorte in de Raamstraat te Maastricht. (21) Wanneer Het Pannenhuis in 1710 afgebouwd is betrekken 'seigneur Gilles Marres', inmiddels 28 jaar, en zijn echtgenote Elisabeth van Geleen het nieuw gebouwde Pannenhuis, waar hij brouwer, brandewijnstoker en waard wordt. In dat eerste jaar krijgt hij in zijn uitspanning te maken met een aantal vechtpartijen. Gilis tracht te bemiddelen maar krijgt zelf dan ook enkele rake klappen. Op verzoek van enige slachtoffers worden de gebeurtenissen notarieel vastgelegd. (22) In de familie leeft sinds mensenheugenis het verhaal over een Spaanse herkomst. Een mogelijke bron van deze mythe is het feit dat in het jaar dat het huis gebouwd is een neef van schoonvader Johan van Geleen, Christiaan van Geleen, kinderloos in Toledo overleden is. Hij was arts en had een fraaie maatschappelijke carrière gemaakt. Hij was hofarts en zelfs Raad aan het Spaanse hof. In 1710 overleed hij en er is toen een forse nalatenschap onder zijn neven in Maastricht verdeeld, maar zover ik kon nagaan deelde schoonvader Jan daar niet in. Mogelijk heeft dit gebeuren destijds toch indruk gemaakt. (23) Bij het overlijden van zijn schoonvader Johan van Geleen in 1712 wordt Gilis Marres eigenaar. (24) Gilis sterft in 1722 en zijn weduwe Maria Elisabeth neemt de leiding op zich tot haar overlijden 1730. Zij wordt opgevolgd door haar zoon Jan Marres, die ook gekozen zal worden tot burgemeester van het dorp Wilre. (25) De volgende generatie die het huis bewoont is het echtpaar Jan Willem Marres en Catharina Mares. Zij is een dochter van Michiel Mares, brouwer en distillateur in de dichtbij gelegen Fonteyne. Michiel Mares behoorde tot de familietak die vanaf het midden van de 16e eeuw te Fall leefde, maar waarvan nakomelingen zich later in de Vroenhof vestigden. De broer van Catharina, Michiel Mares wordt in de Franse tijd de eerste maire (burgemeester) van dit tot gemeente bevorderde dorp. De inval van de Franse legers verstoort de rust. Jan Willem zoekt veiligheid in zijn huis in de stad en sterft daar in 1794. Zijn zoon Michel Marres huwt Maria Catharina Kruyen, dochter van de Leonard Kruyen, distillateur op de Bisschopscommel te Maastricht. Zij stamt uit een familie van dorpsmagistraten uit oostelijk Zuid-Limburg, trotse figuren die opkwamen voor de belangen van degenen die van hun afhankelijk waren. Grootvader Leonard Kruyen (ook wel Kreuen, Creuen of Creuwen) was schepen van de heerlijkheid Vaesrade en werd gevraagd om tijdelijk zitting te nemen in de schepenbank van het markizaat Hoensbroek, zodat het vereiste aantal van vier schepenen bij verhoren aanwezig was. Creuwen functioneerde als "geassumeerd" schepen van 29 juli tot en met 27 november 1743. Op 28 november bedankte hij voor de eer, omdat hij het niet meer in geweten kon verantwoorden dat hij weer een verhoorprotocol moest tekenen van een gevangene die de dag tevoren na zijn vertrek opnieuw op de pijnbank was gebracht en wiens bekentenissen hij niet had gehoord. Creuwen maakt duidelijk, in een verklaring die hij door advocaat Limpens laat vast leggen, dat schout Franssen niet eens "interrogatoriën ter rolle" indiende, dat hij een "decreet tot tortuur" gebruikte voor meerdere folteringen, die soms gedurende een paar dagen werden voortgezet; bij Matthijs Ponts zelfs zeven dagen lang. Geen der gevangenen had iets bekend tenzij "door swaere torture daertoe gebrocht sijnde". Bij het informeren naar medeplichtigen ging men uit van een gehucht of straat en duidde dan
Bij Michel Marres splitst de familie zich in drie takken. Er zijn vier zonen en twee dochters. Een zoon sterft tijdens zijn opleiding tot priester. Drie zoons zetten het geslacht voort. Jan Willem Marres huwt een dochter van Henri Prick, brouwer te Sint Pieter en begint in 1826 brouwerij in de Helstraat te Maastricht een brouwerij onder de naam Marres-Prick. Michel II koopt in 1825 tezamen met zijn bruid Anna Bemelmans, dochter van de Maastrichtse brouwer Leonardus Bemelmans, de brouwerij Het Sint Nicolaas Panhuis in de Plankstraat te Maastricht. Later komt deze brouwerij op het Onze Lieve Vrouwe Plein te liggen doordat de daartegenover liggende kerk, de Sint Nicolaas kerk, in 1838 wordt afgebroken. Michel is de stamvader van de Nederlandse tak Marres. Hubert Willem Marres, de jongste zoon, is de laatste in de rij van brouwers in het Pannenhuis. Hij brouwt nog enige tijd in het Pannenhuis maar opteert in 1843 voor de Belgische nationaliteit. Hij ontmantelt de brouwerij en vertrekt uit Nederland. Hij is de stamvader van de oude Belgische tak. Diens zoon Victor Marres, gehuwd met Philomène Thans, start in 1882 in Belgisch Vroenhoven de brouwerij Marres-Thans. In 1887 verkoopt hij het Pannenhuis aan Victor Chambille. Deze verbouwt het huis omstreeks 1893, en het zal wel door deze verbouwing zijn dat de gevelsteen in de achtergevel terecht is gekomen. Na enige andere eigenaren komt het Pannenhuis in 1952 in bezit van de familie Castermans die er een tuincentrum in vestigt. |
|
Marie Catherine Marres, de oudste dochter huwt de molenaar en graankoopman Pierre Lemaire. Zij woonden op het Maasmoleneiland te Maastricht. Dit eiland lag in de Maas tussen Maastricht en Wyk. Het Huis en de molen worden in 1895 geofferd voor de reconstructie van de bedding van de Maas.
De jongste dochter, Agnès huwt Jean Liessens een boer te Sichen-Sussen-Bolre in België.
Hier rechts het levensgroot geschilderde portret van Catharina Maria Lemaire-Marres als weduwe omstreeks 1849.
|
Catharina Maria Lemaire-Marres |