De Nederlandse Brouwersbond

Deze bond is in 1897 opgericht met het enkele doel 'Geldelijk voordeel (te verkrijgen) door inkopen te doen in 't groot'.

Het weekblad DE BIERBROUWER, weekblad voor Mouters en Brouwers, zag al twee jaar eerder het licht op 26 juli 1895 met het doel de mouter en de brouwer voor te lichten. (1)

De bond verenigde de meeste Zuid-Nederlandse brouwerijen. Eugène J.H. Marres was eind jaren twintig van de vorige eeuw voorzitter van de bond. Eugène P.E.J. Marres, zijn zoon, is lange tijd bestuurslid geweest als secretaris. In 1930 wordt te Maastricht de jaarvergadering gehouden. Er is nog een lijst met namen van degenen die zijn uitgenodigd voor de vergadering op 5 juli 1939 te Eindhoven. Deze lijst kan beschouwd worden als een ledenlijst. Er is ook nog een namenlijst van Limburgse brouwerijen van dat jaar. In 1935 telde de bond 34 leden, dit aantal groeide tot 74 in het jaar 1939.

De grote Nederlandse brouwerijen waren verenigd in een later, waarschijnlijk omstreeks 1913, opgerichte vereniging Bond van Nederlandsche Brouwerijen. Deze bond telde dertien leden. De enige Limburgse brouwerij hierin was de Gulpener brouwerij.

De twee bonden werkten samen bij de behartiging van de belangen van de Nederlandse brouwindustrie. Deze bevond zich in de crisisjaren na 1930 in een ernstige noodtoestand. Er waren grondstoftekorten, die door de dreigende oorlog alleen maar groter zouden worden. De taak van de bonden was er zorg voor te dragen dat de onderlinge verhoudingen van de brouwerijen niet zou wijzigen. Elke brouwerij die zich aansloot, machtigde zijn bond overeen­komsten aan te gaan betreffende de aankoop en distributie van grondstoffen. (2)

In 1934 was hiertoe al een Nationaal Comité voor de Brouwgerst, NACOBROUW, opgericht met als doel het bevorderen van de teelt van voor het brouwerij­bedrijf geschikte gerst en het bevorderen van gebruik daarvan. Namens de Nederlandse Brouwersbond was Eugène P.E.J. Marres, directeur van de Bierbrouwerij Eugène Marres te Maastricht, hier medeoprichter en bestuurslid van. (3)

De Nederlandse Brouwersbond en de Bond van Nederlandsche Brouwerijen zijn in 1939 gefuseerd onder de nieuwe naam Centraal Brouwerij Kantoor (CBK), thans gevestigd te 's-Gravenhage.

P.J.Th. (Pierre) Marres, directeur van de Bierbrouwerij Marres-Ceulen, heeft zitting in het bestuur van het CBK van 1945 tot 1959 en is tevens lid van het algemeen bestuur van het Productschap voor Bier in de jaren 1956 en 1957, beiden gevestigd te Amsterdam (4), ook is hij bestuurslid van het Sociaal Brouwerij Centrum (SBC) eveneens te Amsterdam. (5) Hij zal deze functies neerleggen na de sluiting van zijn brouwerij in 1957.

Voor bierhistorici kunnen de bierproductie in Maastricht in de beginjaren van de vorige eeuw, en ook een lijst van bedragen betreffende de restitutie van teveel betaalde bieraccijns door de Maastrichtse Brouwerijen in 1861 interessant zijn. Op een bewaard kladpapiertje, staan alle Maastrichtse brouwerijen uit 1861. Uit deze lijst blijkt ook hoe groot de onderlinge verschillen in bierproductie toen waren. (6)

Het is onvoorstelbaar dat van deze bond geen archiefresten zijn terug te vinden in de archieven van het CBK, noch in enig ander archief, behalve dan het haffeltje kladpapieren in het familiearchief Marres.

Bierbeurs in Roermond omstreeks 1935

Bierbeurs in Roermond omstreeks 1935

*

Archiefsprokkels

Maastrichtse Brouwerijen

Brouwaccijns

1861

Bier produktie

1907-1911

1912-1915

*

Limburgse
Brouwerijen

Namenlijst

1939

*

  Nederlandse Brouwersbond

Ledenlijst

1939

*

 

*

De Zwarte Ruiter - Rutten

Ruttens's bierbrouwerij De Zwarte Ruiter was omstreeks de vorige eeuwwisseling
verreweg de grootste brouwerij van Maastricht.


Brouwerij Eugène Marres

Brouwerij Marres-Ceulen