genografie.nl logo

MENSELIJKE

HAPLOGROEPEN

÷tzi
We beschrijven achtereenvolgens de (Y-DNA) en de (Mt-DNA) haplogroepen.

DNA bevindt zich in iedere levende cel en kan daar gemakkelijk uit worden gewonnen. Het is de drager van de erfelijke eigenschappen. De genealoog gebruikt daarvan drie verschillende mogelijkheden:
1. Het Y-DNA. Dit is alleen bij mannen aanwezig en bevindt zich op ťťn helft van ťťn paar van de drieŽntwintig chromosomen. Dit wordt van vader op zoon overgedragen op dezelfde wijze als familienamen dat in het algemeen doen.
2. Het mitochondriale DNA, mt-DNA. dat zich buiten de kern in de cel bevindt. Het is van de moeder afkomstig, al haar kinderen krijgen het maar alleen de dochters geven het door.
3. Het autosomale DNA, Au-DNA. Dit is al het DNA van alle chromosomen. Hiervan worden de veranderlijke delen gebruikt om deze te vergelijken met mogelijke verwante personen. Hoe meer gelijkenis des te nauwer is men verwant, Medici gebruiken alle gedeelten om ziekten op te sporen.

*

De oudste gemeenschappelijke voorvader is man aan wie de code A is gegeven. Directe afstammelingen van hem leven in Kameroen in Afrika Men acht de tijd tot de meest recente gemeenschappelijke voorvader (TMRCA) 250.000 jaar. Dit is dus ouder dan de leeftijd van de archeologisch gevonden menselijke fossielen, die zijn ongeveer 200.000 jaar oud, en ook veel ouder dan de leeftijd die tot voor kort werd gesteld op 140.000 jaar.

Alle mensen in de wereld stammen af van een vrouw waarvan we denken dat zij rond de 200.000 jaar geleden in Afrika leefde. Dat dit veel jonger is komt doordat de nakomelingen van eerdere vrouwen uitgestorven zijn.

adam_and_eve_newsweek_cover
adam-eva-michelangelo

Adam and Eve by Michelangelo Buonarroti (1475-1564) in the Sistine Chapell in the Vatican.

*

Y-DNA haplogroepen

Alle Y-DNA haplogroepen zijn ontsproten uit de gemeenschappelijke stamvader van alle mensen. Hij leefde in Afrika en hij had haplogroep A00-AF4.

Y-DNA boom -14GG San Diego, Thomas Krahn et alii

Y-DNA boom - 14GG San Diego 2016. (17)

Y-DNA Haplogroep A00-AF6/L1284.
A00-AF6/L1284* is nog aanwezig bij zes mannen in Kameroen. Men acht de tijd tot hun meest recente gemeenschappelijke voorvader (TMRCA) 250.000 jaar.
A0-CTS2809/L991 splitste zich 140.000 jaar geleden af.
A1-P305 deze splitste zich 140.000 jaar geleden af, is nu in Noordwest Afrika.
A1a-M31
A1b-P108
A1b1-L419/PF712
A1b1a1-M14 bestaat in de Kliktaal sprekende Khoisan populaties.
A1b1b-M32 is vooral verspreid onder de Khoisan en in Oost Afrika. Enkele leven nu op het Arabisch schiereiland. Mogelijk zijn zij daar als slaven terechtgekomen.
A1b1a-L602, V50
A1b1b-M32 is vooral verspreid onder de Khoisan en in Oost Afrika. Enkele leven nu op het Arabisch schiereiland. Mogelijk zijn zij daar als slaven terechtgekomen.

Y-DNA Haplogroep B-M60 ontstond in Afrika ongeveer 50.000 jaar geleden. Hij is van onbekende herkomst. Deze man en zijn nakomelingen bleven in Afrika. Deze leven daar nu nog in geringe concentraties verspreid onder de jager-verzamelaars van EthiopiŽ en Soedan en bij de kliktaal sprekers.
B2a-M150 in Kameroen, Oost Afrika en de Bantoes in Zuid Afrika.
B2a1a-M109 hiertoe behoren ongeveer 2.3% van de Afro-Amerikanen.
B2b-M112 is aanwezig onder PygmeŽn en bij de Koisan in Zuid Afrika.

Y-DNA Haplogroep C-M130 is kort nadat de moderne mens in AziŽ aangekomen was ontstaan, ongeveer 90.000 jaar geleden. Nakomelingen volgden een route over het Zuid-Arabische schiereiland, door Pakistan en India tot Sri Lanka, naar Zuidoost AziŽ en Japan, naar PolynesiŽ en AustraliŽ.
C-M130* is gevonden in een 37.000 jaar oud skelet in Kostenki in Rusland, tegenwoordig is het nog aanwezig in India, Sri Lanka en Zuidoost AziŽ.
C1a1-M8, Japans.
C1a1a , P121.
C1a1a1-CTS6678 or CTS11058 Japans.
C1a1a1a-CTS490.
C1a1a2-Z1356, Japans.
C1a2-V20, in een Noord-West Afrikaan en sporadisch in Zuid-Europa, Nepal en Japan. Het is ook aangetroffen in een jager-verzamelaar die 7000 jaar geleden in La Braña, Spain, stierf. Deze had een donkere huidskleur en blauwe ogen.
C1a2a-V222
C1a2a1-Z28010, Brits.
C1a2b-Z29329, Spaans, Pools.
C1a2c-L38886, North Africa.
C1b-F1370.
C1b1-M356 Saoedi ArabiŽ en de Verenigde Arabische Emeritaten, plaatselijk in India, vooral in Gujarat 9%, en in de Brahui van Pakistan.
C1b2-Z5900.
C1c-M38 Oost IndonesiŽ, vooral Papoea-Nieuw Guinea, op Soemba en op de Noordelijke eilanden.
C1c2-M208 MelanesiŽ, Vanuatu, Samoa en Papoea Nieuw Guinea.
C1c1a-P33 in Rapa Nui (Easter Island), 90% in Samoa en Tahiti 2/3 en op Tonga 1/3 van de mannelijke bevolking.
C1d-M347 wordt exclusief en dominant onder de autochtone bevolking van AustraliŽ.
C2-M217/P44/Z1453 ontstond 6.000 jaar geleden waarschijnlijk in Zuidoost of Centraal AziŽ; het is in 27% van de Chinese Han populatie en in Korea. Ook in kleine percentages bij Tibetanen. Het verspreidde zich naar Noord-SiberiŽ en verder via de Beringstraat naar Amerika waar het nu wordt gevonden bij Amerikaanse indianenstammen langs de Venezuelaans-Colombiaanse grens en in de regenwouden van Ecuador. In Europa komt het incidenteel voor, het is hier waarschijnlijk met de Hunnen gekomen aan het einde van het Romeinse Rijk.
C2a-M93 een private SNP van een Japanner.
C2b-F1396/L1373 bij een Japanner.
C2b1-F1699.
C2b1a-F3918 een Amerikaanse indiaan.
C2b1a1a-P39 Noord-Amerikaanse Indianen.
C2b1a1b-F1756 or F3985, DYS448=0 in Centraal AziŽ.
C2b1b-M48 Cerntraal Aziaten sommigen met dubbele DYS19.
C2b1c-F4002 or M504 meestal DYS388=14, Mongolen "Genghis Khan" groep.
C2b1d-Z22424 Europeanen.
C2b2-P48 in kleine aantallen bij Yakut-sprekende Evenken en Yukaghiren in SiberiŽ.
C2b2a-M86/M77 in 70% van de westelijke Evenken, 15% van de Yukaghers, 12% van de Yakut-sprekende Evenken, 9% van de Tuvans en enkele Yakuten. Is er ook bij in Altaische Kazakken, Todjinen, Tuvinians, Yakuten, Buryaten, Kalmukken en Evenkens.
C2b2a1 heeft een aantal mannen met een dubbele DYS19 waarde en wordt gevonden bij Altaische Kazakken, Kalmukken, Altaiers, Tuviniers, Mongolen en Todjinen.
C2b2a1/DYS448=0 in Kazachstan.
C2c-P53.1
C2d-P62.
C2e-M546/Z1338 in Centraal en Oost AziŽ.
C2f-IMS-JST002613-27.
C3.
C3b2b1*-M401, Het Huis van Aisin Gioro is de keizerlijke familie van de laatste dynastie in de Chinese geschiedenis, de Qing-dynastie (1644-1911). Zij stammen uit de Jurchen stammen in Noord-oost China waar ook de Jin dynasty (1115 -1234) uit stamt.

Y-DNA Haplogroep D-M174 ontstond omstreeks 50.000 jaar geleden en komt hoofdzakelijk voor in Centraal en Zuidoost AziŽ en op Japan.
D1-CTS11577 is in MongoliŽ en Tibet bij de helft van de bevolking aanwezig, en in mindere mate ook in Centraal en Zuidoost AziŽ, als ook in 10 % van de Amerikanen.
D1a-M15 is in Tibet, MongoliŽ, Centraal en Zuidoost AziŽ.
D1b-M55 wordt bijna alleen in Japan gezien en is gezien zijn diversiteit tussen de 12.000 en 20.000 jaar oud, het haalt hier 35%.
D1C1-P47 in Centraal AziŽ.
D2-L1366 is alleen op de Philippijnen.

Y-DNA Haplogroep E-M96 komt voort uit haplogroep B. Ontstond in Noordoost Afrika ongeveer 40,000 jaar geleden, en verspreidde zich over dit hele continent met de Bantoe landbouwcultuur. E is ook de meest voorkomende afstamming onder Afro-Amerikanen. Het is een oude, diverse haplogroep met vele takken en is nu over geheel Afrika verspreid. Het is in kleine aantallen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten Het behoorde bij de eerste emigraties van moderne mensen naar buiten Afrika. Zijn subgroep E1b1 heeft later in Afrika, maar ook daarbuiten de verste vertakkingen en de grootste verspreiding gekregen.

Verspreiding haplogroep E

E1a1-M44, is in meer dan de helft van de Fulbe bevolking in Kameroen, maar slechts in 2-5% in Mali en Soedan, ontstond 19.000 jaar geleden. In Elzas-Lotharingen.
E1a1a-Z17699,
E1a1a1- Z17697, 3.0 KY
E1a1a1a1-Z17696, Ashkenazi Jews of n.e. Europe
E1a1a2-Z36092, Lebanese Druze 3.0 KY
E1a1b-Z17467, heeft later in Afrika, maar ook daarbuiten de verste vertakkingen en de grootste verspreiding gekregen, in England, 5.0 KY
E1a1b1-Z20650, in Engeland with TMRCA 550 years. formed 3100 ybp
E1a1b2-M4507, Mandenkas
E1a1b3-Z31503, formed in England, TMRCA 550 ybp
E1a1c-Z31497, Germans 5.0KY
E1b1-P2 heeft later in Afrika, maar ook daarbuiten de verste vertakkingen en de grootste verspreiding gekregen maar is ook nog grotendeels verspreid door geheel Afrika.
E1b1a-L222 is eveneens nog wijd verspreid over Afrika.
E1b1a2-M329 is acheologisch DNA uit de hoogebergten van EthiopiŽ 4524-4418 vc.
E1b1b-M212 ontwikkelde zich in Noordoost Afrika en verspreidde zich via Voor-AziŽ langs de Middellandse Zee over Zuid-Europa.
E1b1b1-M35.1 clusters zijn tegenwoordig verspreid in West en Zuidoost Europa, in VooraziŽ, Noordoost en Noordwest Afrika.
E1b1b1a1b2-V22 rond de Middellandse Zee en in West Europa.
E1b1b1b2a1-M34.

Y-DNA Haplogroep F-M89 stamt via CDEF-M168 en CF-P143 en is de stamvader van alle Y-DNA haplogroepen van G tot T. Zijn nakomelingen omvatten nu 90% van de wereldbevolking. Hij kan 60.000 tot 80.000 jaar geleden geleefd hebben.
F-M89* bij enkele IraniŽrs. In 1/3 van de archeologische vondsten circa 8000 jaar oud in de de Hongaarse laagvlakte (1/3 was G2a2b en 10% G2a), en in 7,000 jaar oud archeologisch DNA in Derenburg, Duitsland.
F1-P91, F2-M427 en F3-M481 komen incidenteel in India voor.

Y-DNA Haplogroep G-M201 stamt via M427 en F1329 uit F, en is omstreeks 45.000 jaar geleden ontstaan in het Midden-Oosten. Haplogroep G komt in Europa bij 3 tot 7% van de mannen voor. Komt wat meer voor in de Alpen, en oplopend tot 10% op de eilanden SardiniŽ en Corsica. Deze haplogroep is in het begin van het Neolithicum Europa binnengekomen. Sommige subgroepen kwamen mogelijk later en tezamen met J1 en/of J2. G wordt relatief vaak gevonden in archeologisch DNA, daarna veel minder.
G1-L833/M285. Dit is de oudste tak. Hij komt bijna alleen voor in Iran en daar bij 5% van de bevolking en dat is bij de helft van hun G. Is elders zeer zeldzaam. Er zijn wel twee kleine Ashkenasisch groepen.
G1a-P20. Een kleine groep in Kazachstan. Bijna allen bevinden zich in subgroepen.
G2a1a-L293 en zijn subgroepen zien we bij 50 tot 70% van de mannen in de Midden-Kaukasus, bij Oost-Europeanen vooral Askhenasim en bij Libanese Maronitische Christenen.
G2a2-L1259-CTS4367 is de voorloper van 90% van het Europese G. Deze groep splitst zich in tweeŽn A. G2a2a en B. G2a2b, goed voor 90% van het Europese G.
G2a2a-PF3147+ is goed voor 5% van het Europese G en komt voor langs Donau, Rijn, Maas en Thames, in Griekenland en op Corsica en SardiniŽ. Verder in Zuid- en Zuidwest AziŽ in Turkije bij Koerden en ArmeniŽrs, in Iran bij ArmeniŽrs en in India.
G2a2a1-PF3177+ is de vadergroep van G2a2a1b1-L166/L167, het wordt gevonden op Corsica en SardiniŽ, in de Alpen waaronder 5000 jaar oude ijsmummie ÷tzi, en ook rond de Noordzee. Wordt ook gevonden in Zuid en Zuidwest AziŽ.
G2a2b-L30/U8/S126 de hoofdstam voor 80% van het Europese G.
G2a2b1-M406/PF3285. ontstond in Turkije en kwam ongeveer 8000 jaar geleden ItaliŽ binnen. Dit is de overheersende G clade van Zuid-Europa. Het komt ook voor bij in 50% van het G van Irakese en Turkse mannen.
G2a2b2-L141 is mogelijk in de Kaukasus of in Iran ontstaan. De meeste Noord Europese G mannen zijn van deze clade. In Zuid Europa zien we een klein aantal in Spanje en op de Balearen, verder is het in Noord Afrika, en bij de Indische Brahmanen .
G2a2b2a-P303/S135. is in hoge aantallen in de Kaukasus bij Karbadiniers, Adyghiers, Avaren en Ingusheten, en in the meeste G mannen van Rusland en Europa en op de westelijke Middellandse zee eilanden. Het wordt in kleinere hoeveelheden gevonden ten zuiden van de kaukasus, in Iran en het Midden Oosten en ook bij Brahmanen in India en in enkele Ashkenasische Joden.
G2a2b2a1-L140/S316 is de belangrijkste subgroep in Noord en Centraal Europa, hij telt bijna 80% van het Europese G.
G2b-M377. wordt in Afganistan gevonden. Is er ook bij Maronieten en in Turkije, incidenteel in Iran, en onder Askenasische Joden.

*

De eerste Europese landbouwers hadden G2a enG2a2b

De mannen van de eerste menselijke nederzettingen in Europa hadden G2a-P15 en G2a2b-L30. Het is gevonden in een neolithische begraafplaats bij Derenburg in Saxen-Anhalt (Duitsland). Het wordt gedateerd tussen 7.000 en 7.500 jaar geleden.
Van drie mannen konden Y-DNA SNP's worden bepaald en de haplogroep vastgesteld: twee hadden Haplogroep F en ťťn G2a2b2. Uit dezelfde periode zijn de archeologische vondsten in Starvečo in Noord-West Hongarije en die van de Bandkeramiekers (LBK) in de Hongaarse laagvlakte.
Dit zijn de eerste nederzettingen van de neolithische cultuur in Europa. Van negen mannen in Starvečo kon de haplogroep ook worden bepaald. Haplogroep F is aanwezig bij 23,5%, G2a bij 8% waaronder bijna zeker G2a2a-PF3147, inclusief G-L91 gezien hun haplotypen, en G2a2b-S126 bij 41%. De meerderheid, bijna 60% had G. De anderen hadden I1a1-P37,2, dat waren autochtone jager-verzamelaars. (18)

Rond 7000 jaar geleden arriveren deze eersten in onze contreien. Ze vestigden zich op de berghellingen van het Zuid-Limburgse Maasdal, zoals op Caberg een wijk aan de rand van het plateau ten westen van Maastricht. Hier bevindt zich de vruchtbare lŲssgrond. Bouwstenen vinden ze in de ondergrondse mergel met vuursteen voor de fabrikage van werktuigen. Hun aardewerkpotten hebben de Bandkeramische stijl. De cultuur bloeit gedurende 500 jaar om dan spoorloos te verdwijnen. In hoeverre met deze cultuur de residente bevolking verdween dan wel bij de nieuwkomers is opgenomen verschillen de opvattingen.

LBKdorp

Impressie van een Bandkeramisch dorp te Caberg bij Maastricht. (19)

*

Y-DNA Haplogroep H-M69 Ontstond bij een F-man waarschijnlijk in India 30.000 tot 40.000 jaar geleden. Bijna alle dragers leven in India. In Europa komt het voor bij Zigeuners, ook wel Roma of Sinti genoemd. Zij komen dus oorspronkelijk uit India.

Y-DNA Haplogroep I-M170 is een Europese groep. Het is de enige Y-DNA haplogroep die gevonden wordt in archeologisch Europees Y-DNA. In een recente studie werd van 5 mannen het Y-DNA bepaald uit het mesolyticum allen hadden I, I-P38+ (2x),en I2a1b-CTS176 (3x). Dit suggereert een ontstaan in Europa waar hij waarschijnlijk voor het laatste glaciale maximum is ontstaan. Hij komt hier bij ongeveer een vijfde deel van de bevolking voor. Buiten Europa nauwelijks.
Ongeveer 28,000 jaar geleden ontstonden de twee subgroepen I1 en I2.
I1-M253 heeft zijn hoogste frequenties in ScandinaviŽ en IJsland en ook in Groot BrittanniŽ waar het gezien wordt als Viking-DNA.
I1a-DF29/S438.
I1a1-M227 is geconcentreerd in Oost Europa en de Balkan en is drie tot vijf duizend jaar oud. Het wordt ook gezien in Duitsland, TsjechiŽ, Polen, Estland, OekraÔne, Zwitserland, SloveniŽ, BosniŽ, MacedoniŽ, KroatiŽ, en de Libanon.

Y-DNA Haplogroep I11

Y-DNA Haplogroep I1a

Y-DNA Haplogroep Ib1

Y-DNA Haplogroep I1b

Y-DNA Haplogroep I1c

Y-DNA Haplogroep I1c

I2-M438 zien we in ArmeniŽ, GeorgiŽ en Turkije.
I2a-L460 ontstond waarschijnlijk gedurende de ijstijd in Zuid Europa.
I2a1-P37,2 In Europese Jager-verzamelaars en ook nu nog de meest voorkomende clade op de Balkan en SardiniŽ.
I2a1a-M26 komt veel voor op SardiniŽ.
I2a1b-L178/CYS176 is gevonden is mesolytisch Zweden.
I2a2-M436 is er veel aan de kusten van Noordwest Europa.
I2a2a-M223 is er in Groot BrittanniŽ en Noordwest Europa.
I2a2a1-M284 bijna alleen in Groot BrittanniŽ, waar het waarschijnlijk duizend jaar geleden ontstond.

Haplogroep J ontstond in Voor-AziŽ en ging vandaar naar Noord Afrika Europa, Centraal AziŽ, Pakistan en India. Het meeste komt J voor in het Midden-Oosten. De aanwezigheid daalt geleidelijk in de richting naar Noordwest Europa, waar de kustbewoners 3% hebben. De verspreiding vond zowel in het Neolithicum plaats als ook door periodieke latere immigratiegolven.

Y-DNA Haplogroep J1

Y-DNA Haplogroep J1

Y-DNA Haplogroep J2

Y-DNA Haplogroep J2

J1-L255/M267/PF4646 subgroepen kunnen een meer zuidelijke oorsprong hebben omdat zij vaker in de Levant en andere delen van klein AziŽ en Noord Afrika gezien worden. Er is een geringe verspreiding in de zuidelijke Mťditerranťe en in EthiopiŽ.

J2-L228/M172/S321 lijnen ontsprongen in de regio van de Vruchtbare Halve Maan. De belangrijkste verspreiding vond plaats naar de Mediterrane regio, waarschijnlijk in het Neolithicum. Het is onbekend wanneer J2 Centraal AziŽ, Pakistan en India bereikte.
Een significant deel van de Joden behoort tot J, maar Joden maken in Europa maar een klein deel van het J uit. Het Cohen Modale Haplotype bestaat uit een specifieke set van zes markerwaarden, die zowel in J1 als in J2 voorkomen, maar vooral in J1.
J2a1 is aangetroffen in een archeologische rest in Hongarije uit de Bronstijd.

Y-DNA Haplogroep K-M9 is een oude lijn die ongeveer 50.000 jaar geleden waarschijnlijk in Voor-AziŽ ontstond. Er zijn twee takken. De eerste tak splitst zich in K1 tot 4. Zij worden in lage frequenties gevonden in Afrika, EuraziŽ, AustraliŽ en in de Stille Oceaan. Uit de tweede tak ontstonden de haplogroepen L tot T.
K2-M526 is gevonden in een 45,000 jaar oude man in West SiberiŽ.

Y-DNA Haplogroep L-M20 verdeelt zich in:
L1a in India, Zuid-Pakistan en Sri Lanka.
L1b L1b1 en L1b1a in lage frequenties in Het Midden Oosten en Europa.
L1c in Noord Pakistan, Noord India en West-Centraal AziŽ.

Y-DNA Haplogroep M-P256 komt alleen in Papoea Nieuw Guinea voor en daar bij twee derde van de bevolking.

Y-DNA Haplogroep N-M231 vinden we in het noorden van Europa en AziŽ. Mogelijk ontstond hij in Zuidwest China vanwaar hij zich na het laatste glaciaal 10.000 jaar geleden naar de Noordelijke toendra's verspreidde.
In het Chinese Yi volk heeft 25% N. Het is een officieel erkende minderheid van 6 millioen mensen. Ze leven in de landelijke gebieden en daar vooral in de bergstreken. Het is waarschijnlijk een oud autochtoon volk dat door nieuwkomers werd weggedrukt. Het is ook gevonden in een 3000 jaar oude archeologische rest van een Han Chinees. (B.M.)
N1* is in lage frequenties verspreid in Zuid-China en Cambodja, maar wordt ook in lage concentraties aangetroffen in Oost-Europa en AnatoliŽ.
N1c1-M46 is verspreid over SiberiŽ en Noord-Europa. De hoogste frequentie wordt gevonden onder de Finnen. en de bevolking van de Baltische staten.
N1c1a1-L708 is de enige tak die ten westen van de Oeral gevonden is.
N1c1a1a1a-L550 is typisch voor de zuidelijke Baltische staten, Polen en Wit-Rusland. Is er ook in ScandinaviŽ en in minder dan 1% onder de Britten.
N1c1a1a2b-L1034 is typisch voor Hongarije en afkomstig uit de Oeral.
N1c2a-M128 is dun verdeeld over AziŽ met kleine concentraties in Kazachstan, Korea en China.
N1c2b-P43 heeft twee takken. Een in de Oeral en het Wolga dal en een tweede meer naar het Oosten.

Y-DNA Haplogroep O-M175 is waarschijnlijk in Zuid-China ontstaan en verspreidde zich van daar over China, Taiwan, IndonesiŽ en de eilanden van de Stille Oceaan.
O* is aangetroffen in een 3000 jaar oude archeologische rest van een Han Chinees.
O1 komt vooral voor in MaleisiŽ, Vietnam, IndonesiŽ en Zuid China.
O2a komt in dezelfde gebieden voor. en is ook aangetroffen in een 3000 jaar oude archeologische rest van een Han Chinees.
O2b is er in hoge frequenties in de bevolking van Japan en Korea.
O3 is de dominante clade in China.
O3a is aangetroffen in een 3000 jaar oude archeologische rest van een Han Chinees.

Y-DNA Haplogroep P-M45 komt voort uit K. Hij ontsprong 35.000 jaar geleden in Centraal AziŽ. We vinden hem in Oezbekistan, Kazachstan en Zuid-SiberiŽ
Hieruit ontstonden de haploepen Q en R, de dominante haplogroep van Europa, nu ook Amerika.

Y-DNA Haplogroep Q-M242 ontstond in Centraal AziŽ en verspreidde zich via de Altai/Baikal regio in Noord EuraziŽ naar China en via de Beringstraat naar Amerika. Het wordt in zijn ontstaansregio nog gevonden en bij enkelen in Europa.
Q1a1-F1096, F1215 wordt in bijna Chinese Han populaties gevonden, hoewel in lage frequenties, het is ook in een 3000 jaar oud archeologisch staal van een Han Chinese aangetroffen in Noordwest China.
Q1a2a1a1-L341.2 is gevonden in de Xiongnu in Noord China die in Europa bekend zijn als de Hunnen. (21)
In archeologische vondsten op het LŲss plateau van de Hengbey zijn 3000 jaar oud. De helft van de mannen had haplogroep Q, met name de sociale boven- en middenlaag. De meebegraven slaven hadden allen haplogroep O2 en O3. (22)
Q1a3a1-M3 is exclusief voor de oude indianen volkeren van Amerika.
Q1a3a1-M3 is exclusief for the old autochtones volkeren van Amerika.
Q1b-L275 heeft veel subgroepen waaronder.:
Q-Y1150/L68 in Tajikistan, Afghanistan, Pakistan, en India, is hier niet later dan in het derde millennium voor heden ontstaan.
Q-Y2250 in Iran, Afghanistan, Pakistan, in het derde millennium voor heden.
Q-YP745 in Noord-Afrika, Europa en West-AziŽ, dateert uit de tweede helft van de 3e millennium BCE en eerder.
Q-Y2200 in Europa en Centraal Asia en breide zich daar 2000 jaar geleden uit. (23)

Y-DNA Haplogroep R-M207 ontstond rond 27.000 jaar geleden in Centraal AziŽ uit F.
R-M207* is gevonden in Zuid SiberiŽ in botfragmenten van een 4 jarig jongetje in een graf in Mal'ta bij de Angara rivier die uitstroomt in het Baikalmeer, gedateerd op 24.000 jaar en in de resten van een man niet ver daar vandaan in Afontova Gora, die 17.000 jaar oud zijn.
Het splitste zich in R1-M173 and R2-M479.

Ontstond waarschijnlijk tijdens het hoogtepunt van de laatste ijstijd ongeveer 18.500 jaar geleden. Er zijn twee belangrijke subgroepen: R1a-L146/M420 en R1b-M343/PF6242.

Y-DNA Haplogroep R1a-L146/M420 de wieg ligt zeer waarschijnlijk in de Eurazische steppe of in de Indusvallei. Het komt nu het meest voor in Oost-Europa en in West en Centraal AziŽ.
R1a1a1-M417 ontstond in de Euraziatische steppe. Splitsingen vonden ongeveer 5.800 jaar geleden plaats De verspreiding van R1a vond plaats in de koper-, brons en ijzertijd. Door hun werden, zoals RIb dat ook heeft gedaan, bestaande Y-DNA haplogroepen weggedrukt.
R1a1a1a-Z282 in Noord en West Rusland.
R1a1a1a1-Z284 in Zuid Noorwegen.
R1a1a1b-M458 tot rond de 30% in Oost-Europa.
R1a1a1c-M558 in Rusland.
R1a1a2-Z93 in Oost Kazachstan en West MongoliŽ.
R1a1b2a-Z2125 Oezbekistan.
R1a1b2a2-M780 in Noord India.

Y-DNA Haplogroep R1b-M343/PF6242 is waarschijnlijk in het Midden-Oosten ontstaan en zijn subcladen zien we in EuraziŽ en Afrika.
R1b1* in het Midden-Oosten en Afrika
R1b1a-P297 wordt in geheel EuraziŽ gevonden.
R1b1a1-M73 in AziŽ, en in geringe mate in Europa.
R1b1a2-M269/S13 in Europa, vooral West Europa, maar ook in Zuidwest AziŽ. Het is 4.000 tot 8.000 jaar geleden in Zuid-West AziŽ ontstaan en verspreidde zich daarna in Europa. In Nederland behoort meer dan de helft van de bevolking tot deze subgroep. Het groeide in enkele duizenden jaren explosief van ongeveer nul tot de absolute meerderheid in grote delen van West Europe. Dit wordt een van de opmerkelijkste gebeurtenissen gezien in de recente geschiedenis van Europa.
R1b1a2a1a-L151/PF6542, L11 De oorsprong van het Europese R.
R1b1a2a1a1-M405/S21/U106 hiertoe behoren de meeste Europeanen, evenals in de volgende clade.
R1b1a2a1a1c-Z381 is de clade van de Frankische Robertingen waaruit het huis Capet en later het Franse Koningshuis Bourbon.
R1b1a2a1a2-P312/PF6547/S116 hiertoe behoren eveneens veel Europeanen.
R1b1c-V88 is in het Midden-Oosten en in Afrika bij sprekers van de Tjadische talen.

Y-DNA Haplogroep R2-M479 bevindt zich Centraal AziŽ en India.

Y-DNA Haplogroep R1a

Y-DNA Haplogroep R1a

Y-DNA Haplogroep R1b

Y-DNA Haplogroep R1b

Y-DNA Haplogroep S is de haplogroep van de hooglanden van Papoea Nieuw Guinea. Het komt daar bij de helft van de bevolking voor. In lage aantallen ook op naburige eilanden.

Y-DNA haplogroep T-M184 In Europa in geringe hoeveelheden, als ook in delen van midden-, noord- en oost-Afrika.
T-M184, in ArmeniŽ en Noordwest-Europa.
T1-M193, in SyriŽ.
T1a-M70, in Iran, en in een vroeg neolithische skelet gevonden in Karsdorf, Duitsland, 7,200-7,000 jaar oud. .
T1a1-L162, in Noord-AnatoliŽ en Duitsland.
T1a1a-L208, in West-Europa, Oost-AnatoliŽ, Iran, de Arabische Peninusla, Opper-Egypte en de Hoorn van Afrika. Sommige plekken in het westen van Marokko, Sahrawi en de Canarishe eilanden.
T1a1a1-P77, in het Midden-Oosten, West-Europa en Asjkenazische Joden.
T1a1a2-P321, in SyriŽ en Asjkenazische Joden.
T1a1a2a-P317, in SyriŽ en Italiaanse Joden.
T1a2-L131, in Noord-Europa, Oost-Europa, Zuidoost-Europa en AnatoliŽ. Ook gevonden in Xinjiang, Lemba, TunesiŽ, zuiden en oosten Iberisch schiereiland.
T1a2a-P322 in ScandinaviŽ, Denemarken, Duitsland en Nederland. Sommige plekken in de Jemenitische joden en Palestina (P327).
T1a2b-L446, in Noordwest-Europa en Oost-Alpen.
T1a3-L1255, in Koeweit.

*

Homines-tree

Homines tree (24)

Mayukh Mondal, HumanTree

Stamboom van de hominiden. (24a)

*

Hypothetische Y-DNA verspreiding in Europa in de Pre-Romeinse Tijd
Y-DNA verspreiding Voor-Romeinse Tijd
R-S21 is R1b1a2a1a1 R-S28 is R1b1a2a1a2b
R-L21 is R1b1a2a1a1a R-M167 is R1b1a2a1a2a1b1a

*

Wereldkaart van Y-DNA Haplogroepen
World_Map_of_Y-DNA_Haplogroups

Beweeg de muis over de kaart voor een vergroting van West-Europa. (25)

Deze kaart toont duidelijk aan hoe inheemse bevolkingen in de korte tijd van een paar eeuwen van de kaart worden geveegd.

Een voorbeeld is de verspreiding van haplogroep G die vroeger domineerde in Europa maar daar nu niet meer getekend staat en enkel een haard heeft in de Kaukasus.

In Noord Amerika is haplogroep Q verdrongen door het Europese R1.

*

MtDNA  Haplogroepen

De verspreiding van de mitochondriale haplogroepen vanuit Afrika (Jean Manco)

The spread of mtDNA haplogroups - Jean Manco

Door de sequentie van de volledige Y-chromosomen en de mitochondriale genomen van 69 mannen uit negen populaties is de tijd bepaald waarop de gemeenschappelijke voorouder van het mitochondriale genoom leefde. Deze MT-TMRCA wordt nu gesteld op 100.000 tot 150.000 jaar. (26)

Een groot voordeel van mtDNA is dat het in vergelijking tot Y-DNA aanzienlijk beter bewaard blijft in archeologische resten. Vaak kan dan op andere wijze zoals door de radiocarbon methode de ouderdom goed vastgesteld worden.

Mt-Haplogroep L0 noemen we de configuratie van een vrouw die ongeveer 125.000 jaar geleden in Zuid- of Oost-Afrika leefde. Alle mitochondriale DNA lijnen van de huidige mensheid stammen van haar af
L0d wordt vertegenwoordigd door klik-sprekende jagersvolkeren in Zuid-Afrika, de Khoisan, die wonen op de woestijnachtige gebieden van NamibiŽ en Botswana.
L0d2c is aangetroffen in een 2.300 jaar oud skelet van een Zuidafrikaanse zeeduikende vissende jager. Deze clade is nu uitgestorven maar leeft voort in zustercladen.
L1, haar eerste subgroep, verspreidde zich over geheel Afrika.
L2 en L3 vrouwen verschijnen, ongeveer 70.000 jaar geleden. Er was toen, na een geleidelijke en langdurige bevolkingsdaling, een snelle bevolkingsgroei opgetreden. Ze hebben grotendeels de plaats ingenomen van de L0 en L1 vrouwen die tot op heden alleen zijn blijven bestaan bij de Khoisan (Bosjesmannen) en Biaka (West PygmeeŽn).
L3 onstond zestig tot tachtig duizend jaar geleden in Afrika.Hieruit spruiten de mt-Haplogroepen M en N die zich verspreid hebben over EuraziŽ.

De vrouwen in de groepen die zestig tot tachtig duizend jaar geleden vanuit Afrika EuraziŽ binnenkwamen hadden de haplogroepen M en N.

mt-Haplogroep M ontstond ongeveer 60 tot 80.000 jaar geleden, waarschijnlijk al in Noordoost Afrika maar mogelijk ook in ArabiŽ en verspreidde zich over AziŽ en Europa. In Europa verdween deze groep tijdens het laatste glaciale maximum. Hierna bleek het vervangen door subcladen van N.

Uit M ontstonden in EuraziŽ de haplogroepen C, Z, D, E, G en Q.

Mt-Haplogroep N, ontstond evenals M rond 70.000 jaar geleden. Het is de mtDNA haplogroep waaruit alle huidige Europeanen stammen. Deze groep is nog in Afrika ontstaan en komt nog steeds in uiterst lage frequenties verspreid over Europa en AziŽ voor. Zijn subgroepen ontstonden gedurende de laatste ijstijd toen wij nog jager-verzamelaars waren.
N1a In de vroege neolithische landbouwers, 5800 VC, van de Hongaarse laagvlakte de meest voorkomende HG tussen 12 anderen.
N1a1 is the stamgroep van mt-Haplogroep I.
N1b2 is mogelijk de stammoeder van de Ashkenazi.
N9a is gevonden in oost, zuidoost en centraal AziŽ, en in twee Sarmatische graftomben. .

Uit N ontstonden de subgroepen O, A, S, R, I, W, X, Y, B, F, J, P, U, H, V, J, T en K.

*

Mt-Haplogroep C is waarschijnlijk tijdens het Mesolithicum verspreid vanuit een IJstijd refuge ‑ bij het Baikalmeer, en het dal Jenisej rivier, en de Altai en Sayan bergen en ‑. Deze haplogroep bestond onder pottenbakkers van het Baikalmeer ongeveer 7500 jaar geleden.
C4a2 wordt vandaag gevonden in 40% van de Tubalaren, een etnische groep in de Altai Republiek in Rusland. (29)

mt-Haplogroep pre-HV is geŽxtraheerd uit een Cro-Magnon die 28.000 jaar geleden in Zuid-ItaliŽ stierf. Het is de voorloper van de groepen H en V.

mt-Haplogroep H ontstond voor 35.000 jaar geleden in het Klein AziŽ. Hij is in Europa met 40% aanwezigheid de grootste groep. Opvallend is dat in archeologisch Europees DNA van 7.500 jaar geleden slechts de helft van dit percentage gevonden wordt en het in Mesolotisch materiaal nauwelijks aanwezig is. (27)
De huidige diversiteit blijkt grotendeels ontstaan te zijn in het Mesolithicum circa 6000 jaar geleden.
H1 Is het hoogst bij de Noren, 30% en vanaf daar dalende percentages.
H2 in geringe mate op SardiniŽ en in de Kaukasus. het lijkt samen te gaan met Y-DNA: G2a.
H3 In Portugal en Noord-Spanje en SardiniŽ 10-12% en in Ierland, Noorwegen en Hongarije 6%.
H5 en H7 in de Kaukasus en in lage concentraties in de Mťditerranťe, in AnatoliŽ en langs de Donau tot de Alpen. mogelijk samengegaan net Neolitisch Y-DNA: E1b1b, R1b1b2, J2 en T,
H13 verspreiding als H2.

Mt-haplogroep I ontstond ongeveer 20.000 jaar geleden in het Nabije Oosten of in de Kaukasus en verspreidde zich in golven. Een golf ging naar Noord-Europa, voornamelijk Noorwegen en Finland; een andere naar Pakistan en Noordwest India. Het is nog steeds aanwezig in de OekraÔne rond de Kaspische Zee, en in AnatoliŽ en Griekenland. Het lijkt samen te hangen met het Proto-Indo-Europese cultuur, er lijkt verband te zijn met Y-DNA-R, vooral R1a. Sommigen denken dat het een van de oorspronkelijke Mt-haplogroepen van Europa is en later verdreven is naar het noorden en andere afgelegen plaatsen. Er zijn nog geen archeologische vondsten gedaan, maar wel in grotere hoeveelheden in meer recente historische begraafplaatsen in ScandinaviŽ. Zijn latere verspreiding kan plaats gevonden hebben door de Vikingen. De Kroatische eiland Krk is een hotspot.

mt-Haplogroep J is weer een oude haplogroep die 45.000 jaar geleden in Klein AziŽ ontstond. We nemen aan dat hij met de neolithische landbouwcultuur naar Europa kwam. Hij is algemeen in Centraal AziŽ en boven de Kaukasus. Hij is verbonden met de Indo-Europese cultuur en gaat samen met de Y-DNA haplogroep R1b.
J1 komt veel voor in het Midden-Oosten, Centraal AziŽ en de OekraÔne en in de Duitssprekende landen van Europa. Hij is gelieerd aan de Y-DNA haplogroep I1.
J1a ontstond 27.000 jaar geleden in Klein AziŽ.
J2 is klein en zien we in Zuidoost Europa en AnatoliŽ.

mt-Haplogroep K stamt uit U8. Hij wordt door heel Europa en in West AziŽ tot in India gevonden. De hoogste concentratie ligt echter in Noordwest en Centraal Europa, in AnatoliŽ en Zuid Saoedie-ArabiŽ. Men denkt dat hij 16.000 jaar geleden in Egypte of AnatoliŽ is ontstaan. Hij heeft ondanks zijn geringe ouderdom de meeste subgroepen. K1a is de grootste subgroep. Het feit dat hij in Klein AziŽ zo veel voorkomt doet vermoeden dat hij er al voor de Neolithische expansie naar Europa was, temeer omdat hij in Europa voor de Neolithische intocht ontbrak en daarna plotseling in een percentage van 17% voorkomt, overigens ligt dat bij de huidige Europeanen weer lager, maar het is gelijk aan dat in de huidige Levant.
K1a1b1a wordt voornamelijk gevonden bij Ashkenasche Europese Joden. K1a4 wordt behalve in Europa ook in AnatoliŽ gevonden tezamen met de mt-Haplogroepen J en T en heeft zich waarschijnlijk verspreid tezamen met de Y-DNA haplogroepen E1b1b, J2 en T.
K1a9 vooral bij Ashkenasche Europese Joden.
K1a10 is Europees.
K1a12a Archaeologisch gevonden in west AnatoliŽ, tegenwoordig in ArmeniŽ, Iran, Koeweit, ItaliŽ en bij Druzen.
K1b is Europees.
K1c is Europees.
K2 is Europees.
K2a2a1 vooral bij Askenasche Europese Joden.

Mt-Haplogroep R ontstond uit N en hieruit kwamen deze 6 Europese mt-Haplogroepen pre-HV, T, U en K en de oosterse haplogroepen R1 tot R31 in AziŽ, AustraliŽ en in de Amerika's.

mt-Haplogroep T is rond 15.000 jaar geleden in MesopotamiŽ of Noordoost Afrika ontstaan. We zien het in Noord Europa, Noord Afrika, Centraal AziŽ en SiberiŽ met haarden in India en Noordwest China.
T1 komt voor in Noordoost Afrika, AnatoliŽ en Bulgarije. Dit doet een Neolithische verspreiding vermoeden.
T2 Ontstond waarschijnlijk in Noordoost Afrika en verspreidde zich naar Griekenland en Oost Europa. Mogelijk ging het met Y-DNA R1a naar Europa en Zuid-AziŽ.

Mt-Haplogroep U ontstond 60.000 jaar geleden uit R. Dit is het enige archeologische Europese DNA dat tot 5.600 jaar geleden gevonden is. Rond 5000 jaar terug is het abrupt vervangen door de zeer grote diversiteit van de neolithische boeren. (28)
U* is het oudst en werd gevonden in iemand die 15,500 jaar geleden leefde in Hohle Fels, een grot in Baden-WŁrtenberg, Duitsland.
U1 gevonden in het Midden-Oosten.
U2 is duidelijk van de oude Europese jager-verzamelaars, het is gevonden in 37.000 jaar oud skelet n Kostenki in Rusland en in een ander 30.000 jaar oud aan de Don in Rusland.
U2 dit is aanwezig in een 30.000 jaar oud skelet van een Cro-Magnon aan de Don in Rusland.
U3 en U4 zijn aan de noordkust van de Zwarte zee gevonden, in Centraal AziŽ bij Tajikistan en in Oost Europa..
U4 bij Duitse jager-verzamelaars.
U5 ontstond 40.000 jaar geleden en is ook een verheersende clade bij de Palaeolithische Europese jager-verzamelaars.
U5a is in een 9000 jaar oud skelet in Cheddar Gorge in Somerset England has. Tegenwoordig is het nog aanwezig bij de Lappen, in een percentage van 30 tot 50%.
U5a1 Overwegend bij late jager-verzamelaars Duitsland, Litouwen, Polen, Zweden en Rusland. In SiberiŽ nog 4.000 jaar geleden in een begraafplaats waar het lag tussen het Oost Aziatische mtDNA C.
U5b komt veel voor bij mesolitische jager verzamelars.
U5b1 In Spanje.
U5b1b ontstond 6.500 jaar geleden en is nog bij 48% van de Saami (Noordoost ScandinaviŽ), Yakuten (Noordoost-SiberiŽ), Berbers, (Algerije) en Fulbe (Senegal). Opvallend is dat deze populaties ver van elkaar vandaan zijn. Ze behoren tot de oude jagen-verzamelaars van Europa en werden door nieuwkomers verdreven naar de randen van het continent.
U5b2a5 De clade van de mesolithische skeletten, 6000 VC, van KroatiŽ en Korčula.
U5b2c1 werd gevonden in oud mtDNA van een berggrot in La BraŮa-Arintero in het noorden van Spanje, daterend van 7.000 jaar geleden.
U5b3 seems to have spread along the Mediterranean coast from a refuge on the Italian peninsula.
U6 wordt vooral gevonden in Noord-Afrika en Centraal-AziŽ, maar ook in Noord-Europa. Expansies en contracties in Afrika geven een beeld van de klimatologische schommelingen in dit continent. Kwam na het Neolithicum naar Europa. Via de Europese kolonisatie kwam het op het Amerikaanse continent.
U7 ontstond waarschijnlijk 18.000 jaar geleden in AziŽ. Hij komt vooral voor in West- en Zuid-AziŽ. en incidenteel in Europa. Is gevonden bij Sarmaten op de Russische Steppe gedateerd op 500 voor Christus. Lage niveaus zijn er in het huidige Zweden en archeologisch in twee aanzienlijke Viking vrouwen die begraven zijn in Noorwegen, waaronder mogelijk koningin Åsa, de grootmoeder van koning Harald.
U8 is een Europese clade waaruit mt-Haplogroep K ontstond.
U9 is gevonden in EthiopiŽ, op het Arabisch schiereiland en in Pakistan.

mt-Haplogroep V ontstond waarschijnlijk op het Iberische schiereiland 15.000 jaar geleden onder de jager-verzamelaars die zich daar tezamen met H1, H3 en U5 mannen tijdens het laatste glaciaal hadden teruggetrokken. Bij de klimaatverbetering hebben ze Europa van daar uit weer herbevolkt. Nu is het weer een grote groep in Europa met zijn hoogste concentratie in Noord ScandinaviŽ bij de Lappen 40% en van daaruit dalend in West Europa. In Nederland 8%.

mt-Haplogroep W is 18.000 jaar geleden ontstaan. Zijn verspreiding is ongeveer gelijk aan die van mt-Haplogroep I. Zijn hoogste aanwezigheid is in de OekraÔne, Europees Rusland, de Baltische staten en Finland, maar overal ongeveer 3 tot 5%. In Noord-Pakistan 15%, Noord India 10%. Daar vooral in de hogere kasten en bij de Indo-Europese sprekers. Ook hier weer vaak samen met Y-DNA R1a en R1b.

mt-Haplogroep X is ouder dan 30.000 jaar. In lage concentraties wordt het overal en in iedere bevolkingsgroep gezien. Hij komt voor in Europa, Noord Afrika en in Amerika bij de Indianen. De aanwezigheid is meestal 1 tot 2 % en komt zelden boven de 5%.
X1 zien we alleen in Noord Afrika.
X2b is alleen te vinden bij de Amerikaanse Indianen. De Ojibwa, de derde grootste Indiase natie in Amerika, gelegen op de grens van de VS en Canada in het gebied van de grote meren telt een percentage van 25%, de andere indianen hebben ongeveer 4%. (31)
X2a, X2c, X2d en X2e in Europa, SiberiŽ en Centraal AziŽ.
X2 heeft hoge concentraties rond de Kaukasus, dalend naar Voor-AziŽ en de Middellandse Zee.

*

Distribution_haplogroups_in_Eurasia_around_8000_BCE

Verdeling van de Y-DNA en Mt-DNA haplogroepen in Eurasia circa 9000 to 7000 voor heden.

*

Wat zijn wij in de Nederlanden

Onderstaande cirkeldiagrammen tonen de verdeling van de tien grootste Y-DNA haplogroepen die in Nederland bij 410 mannen in het jaar 2008, en in Vlaanderen in het Oud Hertogdom Brabant Project bij 1057 man in het jaar 2013 man zijn waargenomen.

Dit is niet echt het verschil tussen BelgiŽ en Nederland maar het verschil tussen Nederland en het Nederlands sprekende deel van BelgiŽ: dus Vlaanderen, Antwerpen en beider provincies Brabant en Limburg. Er zijn verhoudingsgewijs weinig Walen in de Belgische groep. (32)

ZvA Haplogroepen percentages

Nederland

ZvA Haplogroepen percentages

BelgiŽ

De Verschillen

Zeer duidelijk is het verschil in beide landen in R1b en I. Haplogroep R1b zien we vooral in Groot BrittanniŽ en Frankrijk. BelgiŽ gaat hierin mee. Haplogroep I heeft een hoogtepunt in ScandinaviŽ waar Nederland dichterbij ligt.

Haplogroep E is in Nederland bijna de helft van die in BelgiŽ. Dit lijkt een oude Keltische groep te zijn. De meeste Afrikanen horen hier ook toe. Haplogroep J heeft zijn hoogtepunt in ItaliŽ en Griekenland. Deze mensen kunnen afstammelingen zijn van de Romeinen.

In Zuid-Nederland heeft Haplogroep G ongeveer 10 % hogere concentraties dan in Noord-Nederland. In het Zuiden is dat: 4,1%, in het Noorden: 3,7%.

*

Nieuwe Cultuur ‑ Nieuwe Genen
Mesolitisch DNA

Het oudste archeologisch gevonden Y-DNA is C-M130*. Het is gevonden in een 37,000 jaar oud sklelet in Kostenki aan de oevers van de Don in Rusland.

Van een Europese jager-verzamelaar die ongeveer 7000 jaar geleden in La Braña, Spanje, stierf kon ook mtDNA, autosomaal DNA en Y-DNA bepaald worden. Uit het Au-DNA bleek dat hij een donkere huidskleur en blauwe ogen had. Zijn Y-DNA haplogroep is C1a2-V20. Deze clade is nu in Europa zeer zeldzaam.

Reconstruction

Dit is een aanwijzing dat Europa ten tijde van de jager-verzamelaars bewoond werd door bruine mensen die later door vermenging en selectie hun donkere kleur hebben verloren. Dit heeft in Europa volledig plaats gevonden en in India bij mensen van dezelfde clade slechts deels. (33)

Neolitisch DNA

Een abrupte omslag is er 7200 jaar geleden bij de binnenkomst van de eerste neolithische boeren golf. Dit is gevonden in Duitsland en Hongarije, Bij hun domineert haplogroep G2a en zijn subgroepen G2a2b en G2a2b. De oudste Europese mummie, die gevonden werd in een gletscher in Tirol in het ÷tzenthal en 5300 jaar geleden leefde had G2a2a1b1a1-FGC5672 en zijn mtDNA haplogroep is K1. Een familie uit ThŁringen in Unterfranken, Beieren, heeft nog dezelfde Y-DNA clade.

Bronstijd DNA

Rond 6.800 jaar terug zien we bij het begin van de Bronstijd opnieuw een omslag. Haplogroep G wordt in korte tijd grotendeels verdrongen door een volk van zeer succesvolle metaalbewerkers en paarden­fokkers. Zij hebben de Y-DNA haplogroep R. De noordelijke tak R1a, de zuidelijke tak R1b.

Het zijn de dragers van de Touwbeker of strijdhamer cultuur van 5000 tot 4300 voor heden. Zij spreken proto-Germaans. De vraag is of hier sprake was van Genocide of Verdringing. Wel blijkt dat de helft van de huidige Europese bevolking bestaat uit afstammelingen van een enkele man, een koning met Y-DNA aan het begin van haplogroep R.

IJzertijd DNA

Ongeveer 4.000 jaar geleden, aan het begin van de IJzertijd, doet zich weer een dramatische verandering voor in het Y en mt-DNA van Europa. Dit was waarschijnlijk gerelateerd aan het begin van de droge tijd in het Midden-Oosten, na de lange natte periode op het Arabische schiereiland, die van 8500 tot 4500 jaar geleden duurde.

Romeinse Tijd

Een veelheid aan Y-DNA clades ontstaat. In Europa is er toenemende welvaart en daarbij een grote mobititeit in alle delen van de bevolking.

*

De dramatische verandering in het Y-DNA in het Neolithicum

In tegenstelling tot de demografische reconstructies op basis van mtDNA, zien we een sterke tweede bottleneck (flessehals) in de Y-chromosoom lijnen in de laatste 10.000 jaar. De veronderstelling is dat dit knelpunt veroorzaakt is door culturele veranderingen waarbij een slechts kleine groep mannen deel nam aan de voortplanting. We denken dan aan opgetreden sociale stratificatie met veelwijverij. De eerste flessehals in de Y-lijnen was na het vertrek uit Afrika gevolgd door de snelle kolonisering van EuraziŽ in het korte tijdsinterval van 47-52.000 jaar geleden.

Deze tweede dramatische afname is gevolgd door een spectaculaire groei van nieuwe Y-DNA subgroepen tussen 8000 en 4000 jaar terug. Het vrouwelijk DNA bleef daarentegen tot 17 maal hoger in diversiteit. (34)

Variation of Y chromosome effective population size

De dramatische gebeurtenissen voor ons mannen in het Neolicum, de Brons- en IJzertijd. Age.
From: Monika Karmin, e.a., A recent bottleneck ..., Gen. Res. March 13, 2015.

*

Vervanging van het Mt-DNA in het Neolithicum
bij golf nieuwe immigranten

Tot op heden is er nieuw DNA bij vier op elkaar volgende golven van nieuwe culturen in Europa vastgesteld:
De Cardiaal-Impressocultuur bloeide van 8500 tot 7500 jaar geleden in Zuidwest Frankrijk en Spanje.
De Starčevo cultuur bloeide van 8200 tot 7200 jaar geleden rond huidig Hongarije en op de Balkan. (35)
De Lineaire Bandkeramiek (LBK), bloeide van 7500 tot 6500 jaar geleden in de Benelux en Duitsland.
De RŲssen Cultuur (RSC) bloeide van 6400 tot 6250 jaar terug. Hier zien we de mt-Haplogroepen H5, HV0, U5 en K. (36).
De Klokbeker cultuur van 4850 tot 4140 jaar terug in Europe en Engeland.
De Strijdhamer cultuur (Schnurkeramik; Corded Ware culture) begon 4500 BP terug, en bevolkte Noord EuraziŽ. (37)

Elke immigratiegolf bracht nieuwe mensen, nieuwe cultuur en nieuwe genen. De immigranten integreerden niet, maar verdrongen de autochtone bevolking. Overigens kwam na vooral de eerste golf het oude jager-verzamelaar mtDNA deels terug en bleef op een lager niveau aanwezig..

timeline mtDNA

MtDNA Tijdlijnen
Cave: De tijdschaal is aangegeven in radiocarbon gecalibreerde jaren voor het begin van de huidige jaartelling.
BC kan men lezen als: Before Current era of Before birth Christ.
Voeg 2000 jaar toe voor de tijd tot heden. (38)

*

Samenvatting

Wij zien in de bevolkingsgeschiedenis van Europa de volgende elkaar opvolgende populaties:

.

Populatie

1. Neanderthalers.
2. Cro-Magnon Jager-verzamelaars
3. Postgaciale Jager-verzamelaars
4. Landbouwers.
5. Metaalbewerkers.

Begintijd

circa 200.000 jaar geleden
circa 50.000 jaar geleden
circa 14.000 jaar geleden
circa 8.000 jaar geleden
ctca 4.800 jaar geleden

Eindtijd

circa 44.000 jaar geleden
circa 14.000 jaar geleden
een groot deel tot heden
een klein deel heden
vormt nu de meerderheid

*

Autosomaal DNA (AuDNA) in een Maastrichtenaar

Bij deze Maastrichtenaar zijn de genen van alle volken van de Europese prehistorie aan te tonen.
Merkwaardig is de grote hoeveelheid van, genoemd wordt, Kaukasisch DNA.

Jager-verzamelaars
vroegste agrariŽrs
Kaukasiers
Centraal AziŽ
de rest

32%
29%
25%
10%
5%

Etnische herkomst B. Marres, Bron: GedMatch

*

Recente vervanging van het Y-DNA op Cuba

Een goed voorbeeld van de verdringing van de autochtone genen door een geheel nieuw genenpakket toont de genografische samenstelling van het Caribische eiland Cuba. Het eiland is al gedurende 7000 jaar bewoond. In 1513 werd het een Spaanse kolonie. Er woonden toen ongeveer 110.000 mensen. Nu zijn het er ruim elf millioen. De nieuwkomers waren Spanjaarden maar ook veel Afrikanen kwamen als slaven het land binnen.

In 2012 is een admixture analyse gemaakt uit een groep van 1.019 aselectief gekozen inwoners. Hiervoor werd een mengsel van autosomale, Y-DNA en mtDNA diagnostische haplogroep markers gebruikt. Zij vonden dat de oorspronkelijke Y-DNA haplogroepen bijna geheel verdwenen zijn. en wel voor 99Ĺ. Van de mtDNA haplogroepen verdween twee derde.

Bij de geÔmporteerde bevolking van de zwarte slaven heeft dit proces zich ook, maar in veel geringere mate voorgedaan Hun Y-DNA in nog steeds de helft van hun mtDNA. (39)

De conclusie die we hieruit kunnen trekken is dat bij een betrekkelijk vreedzame overheersing het mannelijk DNA nagenoeg geheel verdwijnt, maar het vrouwelijk DNA voor een groot deel behouden blijft. Wanneer dat laatste ook verdwijnt zal sprake zijn van uitroeÔng.

Cuba DNA


Europees
Afrikaans
Indiaans

Mt-DNA
26 %
39 %
35 %

Autosomaal DNA
72 %
20 %
8 %.

Y-DNA
81,8 %
17,7 %
0,5 %

Voorbeeld: Dit onderzoek heeft een betekenis die veel verder gaat dan dit eiland alleen. Dominante nieuwe bevolkingsgroepen zullen zich overal in de wereld en in alle tijden met vrouwen van onderworpen volkeren hebben voortgeplant. Van de onderworpen mannen zal zich slechts een klein deel hebben weten te handhaven. Oude kleine Y-DNA haplogroepen, zouden zo resten kunnen zijn van een oorspronkelijke bevolking. Haplogroep G is mogelijk een rest van zo'n oude onder de voet gelopen autochtone bevolkingsgroep.

*

Nederlandse DNA projecten
Zonen van Adam

Dit was een initiatief van het Nederlands Genootschap voor Geslacht en Wapenkunde (NGGW) en de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV). Opgezet in 2007

Vierhonderdzeventig mannen deden mee aan dit onderzoek, er werden 18 STR-markers onderzocht. De haplotypen en haplogroepen van de eerste groep deelnemers, ongeveer de helft, zijn gepubliceerd in Zonen van Adam in Nederland, Sahar Barjesteh van Waalwijk van Doorn-Khosrovani, Leo Barjesteh van Waalwijk van Doorn, Toon van Gestel en Frans Plooij, 2008.

Van de tweede groep zijn de uitslagen nooit gepubliceerd. Van zowel de deelnemers van de eerste reeks testen van 2007 en tevens van degenen die zich later lieten testen, maar wier resultaten nog op publicatie wachten staan in deze volledige deelnemerslijst.

Oud Hertogdom Brabant Project

Dit is een Belgisch project waar ook Nederlanders aan mee kunnen doen. Er worden standaard 37 markers getest. Een Spreadsheet met een lijst van personen die hun Y-DNA gemeten hebben via Oud Hertogdom Brabant en met ook degenen die vermeld staan in Zonen van Adam in Nederland, en waarbij tevens verwijzingen naar FTDNA websites staan vermeld, geeft een goede mogelijkheid om een Y-DNA verwant in de Benelux te vinden. Het is te vinden op: Lijst . De tweede groep van Zonen van Adam is hier nog niet vermeld. De niet gepubliceerde uitslagen bevinden zich bij Leo Barjesteh.

Het Project Oud Hertogdom Brabant loopt verder onder de naam: DNA-Projecten - Familiekunde Vlaanderen vzw Brabant - BelgiŽ - Open Project - Benelux

FTDNA

De meesten beginnen hun DNA onderzoek bij de grote Amerikaanse firma FTDNA. Mannen starten met een reeks Y-DNA STR-markers. Een snelle screening kan al gedaan worden met 12 STR-markers. Hiermee wordt ook de haplogroep ongeveer aangeduid. Een test met 37 markers geeft een duidelijk beeld. Voor een precieze plaatsing in de Y-DNA stamboom zijn SNP testen nodig. Hierbij wordt de haplogroep exact vastgesteld. Wanneer de hoofdgroep bekend is wordt met de groepscoŲrdinator overlegd welke SNP's bepaald kunnen, of moeten, worden om de preciese subgroep te bepalen en daardoor de juiste plaats in de Y-DNA stamboom te krijgen.

De resultaten van FTDNA zijn helder en overzichtelijk op afzonderlijke haplogroeplijsten gepubliceerd. Er zijn ook landelijke en ethnische lijsten. Voor ons zijn interessant buiten de haplogroeplijsten:

Benelux lijst

Nederlandse lijst

*

Op zoek naar onze antropologische achtergrond met DNA projecten

Met behulp van data in grote databases, kan men de landen ontdekken waarin een bepaalde haplogroep (of beter een subgroep) het meest voorkomt. Naarmate van meer mensen, en groepen van mensen, de DNA-kenmerken bekend worden, zal men een beter beeld krijgen van de wereldgeschiedenis. Nu dagen de contouren al op hoe sommige subgroepen, claden, gehecht kunnen worden aan bepaalde oude volkeren, zoals Kelten, Friezen, Franken, BourgondiŽrs, Saksen, Vikingen, Vandalen, Alanen, Sarmaten Hunnen, Lombarden, etc.

GENO 2.0

Het Genographic 2.0 Project gebruikt een chip die bij iedere deelnemer meer dan 12.000 SNP's van het Y-chromosoom test. Door de verkregen uitslagen werd de menselijke stamboom fors uitgebreid en hij werd ook veel precieser.

FTDNA ‑ the Big Y project

The Big Y test van het Y chromosoom ruim 60% van de SNP's. Hij test rond de 15 millioen plaatsen. De eerste resultaten zijn nu bekend.

Full Genomes Sequencing

De Full Genomes Sequencing is een test van zogenaamde hoge dekking. Ruim 90 % van het Y-chromosoom wordt afgelezen. Dit is op zo'n 25 millioen plaatsen.
Deze test vindt een SNP op ieder 3 ŗ 5 generaties, 100 tot 150 jaar. Dit biedt grote mogelijkheden om familieverwantschappen, zowel op gedurende laatste eeuwen, alsook verwantschappen over tijdsbestekken van duizenden jaren te ontdekken.

*

De op deze site behandelde G - claden

HOME
Genetica
Contact

Auteur: E.C.W.L. (Boed) Marres

Laatste bewerking: