Charter Boxberch

Charter Boxberch anno 1403

DE FAMILIE

MARRES   /   MARES

De Middeleeeuwen

Gezegeld charter uit 1526

Charter Marres anno 1525


Naamgenoten en mogelijk verwanten

De eerste vermeldingen van de naam Marres dateren uit het midden van de dertiende eeuw. De eerste maal vond ik hem vermeld in een boek over geschiedenis van stad van Luik waarin Jehan Mares genoemd wordt als wijnboer in 1245.

Er zijn ruim dertig verschillende schrijfwijzen van de familienaam gevonden. Soms wordt het voorafgegaan door het voorzetsel de. De originele notering is hier in cursief genoteerd. Een uitgebreide verhandeling over de familienaam vindt U op De naam Marres.

Een Jehan de Mares is advocaat van het souvereine hof van Luik en wordt in 1269 burgemeester van Luik. Hij huwt een zuster van Bauduin en Willem van het kasteel van Slins. Tijdens het bruiloftsfeest zouden de decennialange bloedige twisten tussen de families Waroux en Awans begonnen zijn. De historieschrijver Hemricourt vermeldt dat het nageslacht van Jehan Mares in de buurt van Maret en Orpe leefde ten westen van Luik. (1).

Dit geslacht telde meerdere dochters die gehuwd waren met leden van de Luikse adel, zoals Agns die gehuwd was met Jacques de Hemricourt, stadssecretaris van Luik van 1318 tot 1338. Hij stierf kort voor 1359 want toen werd Agns weduwe genoemd.

Een zoon van Agns en Goffin de Hemricourt werd kanunnik van St. Gilles te Luik en landdeken van Rochefort. Hij nam zijn moeders naam aan en noemde zich Johan Mares. Zijn zoon heette Wilhelmus Mares. Zij voerden het wapen Hemricourt in eigen kleuren: in goud een blauwe balk. (2)

Deze mensen kunnen leden zijn van onze familie of slechts naamgenoten. Ze leefden in dezelfde streek maar een verwantschap is niet aangetoond.

Naamgenoten en waarschijnlijk verwanten

In het Cartularium, het bezittingenboek, van de Sint Lambertuskerk van Luik worden de kinderen Mares van Haccourt in het jaar 1333 genoemd als buren bij landverkoop in Vis. (3)

Kaart_Hasbaye

De Romeinse heerbaan, na het jaar 350 de Noordgrens van het Romeinse Rijk.

Haccourt ligt 6 kilometer ten zuiden van Zussen waar onze familie tegen het einde van deze eeuw land bezat. Vis ligt bij Haccourt aan de overzijde van de Maas

*

GENERATIE I

Morech  of  Morees

De oudste vermelding van een familielid is in het jaar 1388. In het cijnsboek van het Gasthuis van Tongeren staat over dat jaar de afdracht van een jaarlijkse cijnster grootte van mud rogge vermeld wegens landbezit te Zussen. Dit werd gedaan door Morees wive.Hij was toen dus al overleden en zij deed dit als weduwe. In het 1389 is nog een vermelding nu van 2 vaten rogge..

Hij wordt met slechts n naam aangeduid. We nemen aan dat dit de familienaam was; al wordt ook gedacht dat dit nog een persoonsnaam geweest kan zijn. Hij leefde in de tijd dat familienamen in deze streek ontstonden. (4)

Item ghehawen van Morees wive

iiij - hoellansche gulden en 1 - labere
van - 1 - mudde rogghe trichs den
gulden gherekent voer - XXI - vriman

morees_wive_MCCCLXXXVIII

Vriman is waarschijnlijk een andere benaming voor een stuiver. Deze munt wordt in het register slechts twee keer vermeld.

In 1399 wordt Morechs sone vermeld als landeigenaar in het Vroenendal te Zussen. Dit dal ligt tussen Zussen en Eymael. Zijn land ligt naast dat van joffer Elisabeth van Vrolingen. Johan wordt niet met zijn eigen naam maar als vaders zoon aangeduid, mogelijk is hij nog minderjarig. (6)

N.B.: De heer Arnold Nivelle uit Riemst danken wij voor het verschaffen van de gegevens uit het Stadsarchief van Tongeren in Belgi en de hulp die hij bood bij de interpretatie daarvan.

*

GENERATIE II

Johan Marres

Als Morechs sone wordt hij al in het jaar 1399 als landeigenaar in de Vroenendaal te Zussen vermeld.

In 1403 koopt hij vermeld als Hennen Morees in Zussen de voormalige ridderhof van Boxberch. Het charter van overdracht is in die tijd tweemaal gecopieerd. In het stadsarchief van Tongeren bevinden zich twee afschriften. Zie volledige scan en tekst op: Boxberch.

Charter verwerving Boxberch -aanhef

Charter van verwerving goed Boxberch te Zussen in 1403

Op de goederen van Boxberch lag de verplichting van een jaarlijkse afdracht van 5 mud rogge aan het Sint Jacobs Gasthuis te Tongeren. In het register vinden we afdrachten door Hennen Marres vermeld gedurende de jaren 1408 tot en met 1427. Na zijn overlijden komt het goed in handen van Jan Mees. Een charter daarvan is niet bekend. Wellicht is Mees een variant van de naam Marres en is dat een zoon van de oude Jan. Onze tak gaat verder met een Reiner. (7)

Nobeltien van Zusssen is in 1391 pachter van het goed Boxberch. Hij herstelt het huis en plaatst een nieuw dak en verrekent de onkosten met de toenmalige eigenaresse joffer Lisebet van Vrolingen.
Dit kan een familid geweest zijn. In 1454 wordt een Heynen Nobilite alias Morees burger van Maastricht. (7a)

Nobeltien van Zussen
Kaart Heukelom regio

Kaart van de zuidwestelijke regio van Maastricht

Zussen is nu een van de drie kernen van de Belgische gemeente Zichen, Zussen, Bolder. Deze gemeente ligt aan de taalgrens, ongeveer acht kilometer ten zuidwesten van Maastricht. Heukelom ligt iets noordelijker in het graafschap de Vroenhof, dat bij Maastricht behoort.

Burger van en strijder voor Maastricht

Johan Morees lijdt schade tijdens de Luikse burgeroorlog, 1407 - 1408. De stad Maastricht blijft zijn heer de Luikse prins-bisschop trouw en steunt hem in de strijd tegen de opstandelingen. Die worden bij Oth verpletterend verslagen. Burgers van Maastricht die als leden van de stadsweerbaarheid aan de strijd hebben deelgenomen kunnen meedelen in de herstelbetalingen die de magistraat voor haar steun aan de bisschop vraagt.

Johan Marres declareert blijkens de bewaarde schadelijst het equivalent van 10 hectoliter rogge. (8)

Eerste vermelding van het geslacht Marres in Maastricht in 1408

De schadeclaim van Johan Morees in 1408

Johan is behalve te Zussen ook in het bezit van land te Heukelom (9) Hij is enige tijd voor 11 maart 1429 overleden want op die datum is, blijkens een oorkonde van het kapittel van Sint Servaes te Maastricht, land te Zussen dat afkomstig is uit zijn nalatenschap in het bezit van Johan Pennen. (11)

In diezelfde oorkonde uit 1429 wordt Muelen Morees (bedoeld zal wel zijn Nuelen) vermeld als eigenaar van land bij het pad tussen Zussen en Eijmael. In 1430 stelt Hermen zoon van wijlen Lambrecht Morees zich borg voor Nuelen Morees. Meer dan 20 jaar later in 1453 wordt een Noelman Morees vermeld als bezitter van een huis met hof te Zussen aan de straat van Zussen naar Tricht aan de zijde naar Heukelom. Mogelijk is dit toch dezelde persoon. (13)

In Heukelom bezit de familie twee hofsteden die tegenover elkaar aan de Cromsteeg liggen. De grootste ligt tegenover de hof van de heren van Heukelom, de heren van Eynatten (14). In het midden van de 15e eeuw was dat Thobald, die de heerlijkheid gerfd had van zijn echtgenote Catharina van Mulken en daarna was dat diens zoon Herman en vervolgens, gedurende het midden van de 15e eeuw, kleinzoon Lodewijk. De tweede hof is kleiner en ligt naast de hof van Eynatten. De leden van de familie Marres worden in de 15e en 16e eeuw in de regel als Marees van Heukelom aangeduid, naar hun woonplaats dus, hun werkzaamheden lagen in de stad.

In deze tijd komen enige naamgenoten in Maastricht voor waarvan niet duidelijk is of ze verwanten zijn. De hierboven genoemde Nuelen Morees is dat zeer waar­schijn­lijk wel omdat hij eigenaar is van land gelegen naast dat van Johan. Mogelijk is hij een broer of neef.

Er is nog een zeer waarschijnlijk familielid. Hij is ook lid van hetzelfde gilde als onze familieleden en in n familie waren de verschillende familieleden meestal langdurig in een zelfde beroep en gilde werkzaam.

Paul Moraes wordt in de jaren 1416, 1421 en 1423 benoemd tot gouverneur van de lakenscheerders van Maastricht. De leden van dit gilde worden ook wel droogscheerders genoemd. Zij verwerkten schapenwol tot het fijne Maastrichtse laken.

In 1416 is hij ook gouverneur van de lakenververs. (16) Hij woonde in de Guylkemanstraat. Paul is waarschijnlijk een broer of neef van Johan.

De Droogscheerder, Uit: Jan Luijken, Het Menselijck Bedrijf. Bibliotheek Rijksmuseum Amsterdam.
Jan Luijken, de Droogscheerder,
Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Van Johan Morees zijn zeven kinderen bekend, de hierboven besproken Mees die de Boxberch erft, Gerard die land bezit bij Maastricht en Zussen, Reyner de stamhouder van ons geslacht en de dochters Aleydis, Margaretha, Gertrudis en Heylwigis.

*

GENERATIE III

Reyner Marres

Reyner zet de familielijn in Maastricht voort. Hij is landeigenaar in Zussen maar is niet meer in het bezit van Boxberch. Van hem is een zakelijk conflict bekend dat hij en twee anderen hadden met een zekere Peter Nijx. In 1445 wordt hierover een geding gehouden voor het hoofdgerecht van de Vroenhof, blijkens het volgende verslag. (17)

RHCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6692, fol. 18v, Voechgeding 22 juni 1445

Transcriptie:

                  audire veritatem
Peter Nijx op eijne siede contra Reijnken Morees Huijklen Wouter
sen van Hoekelem ende Leijnsken Mersmansen audire veritatem
inter ipsos ende die drie hebben in gedinckt honnen allegacie ofte honnen
meer were met sij hebben afgedinckt alle konde werheit et
en weren richter off scepenen off konde die hen met recht be
vruege Reij Hage ende willen blijven op honnen onscout

In modern Nederlands wordt dit:

                  waarheidsvinding
Peter Nijx enerzijds tegen Reijnken Morees, Huijklen Wouter-
sen van Heukelem en Leijnsken Mersmansen, waarheidsvinding,
en met elkaar hebben deze drie in geding gebracht hun aanspraken ofwel hun
verder verweer waarmee zij alles naar waarheid opgeeist hebben en
het is aan de rechter of schepenen of deskundige om onderzoek te doen
bij Reij Hage, en zij blijven erbij onschuldig te zijn

Aan het einde van het jaar volgt de uitspraak die negatief voor hun uitvalt. Zij moeten deze man een bedrag van drie gulden betalen. (18) Dit is nu ongeveer € 300.

Verder is van Reijner Morees een handgemeen bekend met een zeker Bart Palmartsz. In 1458 krijgen beiden op een voogdgeding van het Vroenhofs Hoofdgerecht - onder verbeuring van een mark bij niet nakomen - de verplichting opgelegd hierover onder ede en met voldoende getuigen een verklaring af te leggen voor of tijdens het eerstkomende geding. (19)

RHCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6692, fol. 23, Voechgeding december 1445

In drukletters:

Contra Re. Morees

Soe wijsen onse heren die scepenen Reijnen Morees op enen marc in 't forfeijt
omme deswille dat he Mees Palmartz mit boesen wille sijne henck
gereten sulde hebben, mer mach dairvoeren sweren want he ment den mit eijnen
getuge overtuijcht en is

Contra Barth Palmartz

Desgelijx wijsen sij Mees Palmartz op enen marc in 't forfeijt omme
deswille dat he Reijnen Moerrees mit eijnre vuijst voer sijn aensicht
geslagen sulde hebben, mer mach ouch dairvoeren sweren etc.

Item die vursz. Reijnen ende Mees hebben openen dach genomen den eijt
te doen tusschen dit ende den neesten gedenge off ten neesten gedenge na den
banck recht.

*

GENERATIE IV

Johan Marres

Johan Marees de zoon van Reyner is vernoemd naar zijn grootvader. Hij wordt in 1457 en 1467 beide malen voor de gebruikelijke termijn van twee jaar evenals zijn vermoedelijke oudoom Paul Moraes, benoemd tot gouverneur van het Lakenscheerdersgilde van Maastricht. (13) Hij is zowel producent als handelaar want blijkens een cijnsregister uit het jaar 1462 heeft hij bezittingen op de Houtmarkt later de Houtmaas genoemd, de grote kade voor handelsschepen. (23)

In 1471 is Johan hoofdman oftewel kapitein van de burgerij tussen de Hochter- en de Huigen­poort. Hij heeft volgens de ordonnantie op de schutten van 1457 de beschikking heeft over 3 boogschutters en n bus­schutter, ook wel klovenier of donder genoemd. Lid zijn van de Weerbaarheid van de stad was destijds een burgerplicht. Johan was hier dus officier van. (22)

Zijn verdiensten belegt hij in huizen. In 1485 koopt hij een huis in de Reyenstraat te Maastricht (24). Vijf jaar later koopt hij daar nog een tweede huis. Hij sterft kort voor 24 januari 1495 (26).

*

GENERATIE V

Reyner Marres

Reyner Marees zoon van Jan Marres, koopt vanaf 1498 akkerland te Heukelom. Hij erft land in naburige dorpen als Vlijtingen en Sichen maar verkoopt dit. (27) Reyner heeft vier zonen, Reyner, Jan, Matthijs en Laurens.

Jan Marres wordt als koopman in het charter van 1526 als een van de drie broers genoemd en kocht in 1535 een "goedje" in de Witmakersstraat te Maastricht. (33) Zonder nakomelingen is hij voor 1544 overleden.

Matthijs Marres is landeigenaar in de Vroenhof. Hij huwt ene Anna. In het dorp Heukelom bewoont hij een hofstede aan de Kromsteeg. Bij de verdeling van de nalatenschap van zijn ouders in 1530 neemt hij daaruit de landerijen. Later koopt hij nog meer land. Zijn huwelijk blijft kinderlloos

Na het overlijden, kort vr 1580, van Matthijs Marres gaat de hoeve naar zijn neefje Matthijs, een zoon van zijn broer Reyner.

Koopmansechtpaar in Lbeck omstreeks 1530.
Foto: Burgkloster zu Lbeck, Deutschland.

Koopmansechtpaar omstreeks 1530

Laurens Marres, woont in het dorp in de Cromsteeg. Zijn hof die grenst aan de hof van Thibalt van Eynatten, de heer van Heukelom, zal gedurende een eeuw in familiebezit blijven. (28) Ook Laurens bezit land in naburige dorpen en heeft tevens een huis in de stad in de Begardstraat. (29)

Hij is de enige van de vier broers die geen koopman is. Hij blijft kinderloos en na zijn overlijden gaat de hof naar zijn broer Matthijs.

Van de overige drie broers Jan, Matthijs en Reyner Marees van Heukelom is een charter van de Maastrichtse schepenbank de Vroenhof uit 1526 bewaard gebleven. Het is een vrijbrief waarin vermeld wordt dat de gebroeders gegoede en gerfde kooplieden zijn, die in diverse landen handel drijven en die als Maastrichtse burgers in geheel Brabant vrijgesteld zijn van belasting op goederenverkeer, en dat zij dit steeds ongevraagd dienen te verkrijgen. Dit charter zal hard nodig zijn geweest in de toenmalige onrustige tijden. Het was in de tijd van de Gelderse oorlog, waarin rondzwervende groepen, onregelmatig of niet betaalde, soldaten door roof aan hun soldij moesten komen. Tevens ging er een golf van stedelijke oproer door de Nederlanden als reactie op de centralistische politiek van Karel V. Het was een tijd waarin de autoriteiten ook zeer op hun hoede moesten zijn voor fanatieke elementen als religieuse predikers, Luthersen en Wederdopers. (31)

Het Charter Marres

Gezegeld charter uit 1526 dat vrijstelling geeft van tol en accijnsen
Transcriptie

Wier scoutet ende scepenen shoofs van lenculen geheiten vroenhoff toebehoerende onssen heer den keyser als hartoech van brabant met namen claes daems scoutet johan van eynatten claes daems voerss arnt van bunde herman van overbunde frans scaert jan clut ende arnt theus scepenen doen cont ende certificeeren allen amptluyden richteren scoutitten scepenen burgemeesteren rentmeesteren tolleneren ondersaten ende allen anderen geseten onder eynigen van den landen ons voerss genedigen heeren dien dat aengaen mach dat deese navolgen personen met namen thys marees jan marees ende reyner marees van hoekelom alle ondersaten vanden voerss vroenhoff onder onss voerss genedigen heer geseten geguet ende geerft ende syn coupluyde van veele diverse comenscapen ouch in diversen landen hanterende ende honne comenscapen doende ende om dan franck ende vry te wandelen inden landen van onss genedigen heer soe begeeren wyr scoutet ende scepenen ons voerss genedichsten heeren aen allen heeren ende vorsten ende vort aen allen iusticieeren amptluyden gerichten tolleneren dat sy die voerss persoenen als ondersaten des hartoech­doms van brabant met honnen comenscapen laten vry wandelen keeren passeeren ende verkeeren te water ende te lande by daege ende ouch by nacht los ende vry sonder eynigen tolle oft ongelt vanden selven te nemen in eyniger manieren volgende der vriheit die dat lant van brabant ende ondersaten desselven lants daer van hebben ende gebruyken ende gebruyct hebben over voel jaeren op dat den selven onssen ondersaten egeene noode en sy dat voirder te claegen ten onderhouden vander voerss vriheit daer van dat sy in vrederlyker possessien ende gebruyck syn geweest ende noch huyden by daege syn soe wyr verstaen in orconden der waerheyt soe hebben wyr scoutet ende scepenen voerss inden meesten getaele van ons ende voer die andere onsse siegelen hyr onder aen gehangen gegheven int jaer ons heeren duysent vyffhondert seesendetwintich den achden tach van augusto. (32)

*

GENERATIE VI

Reyner Marres

Reyner Marres is een van de broers uit het charter, zet de stam voort. Hij heeft zes kinderen blijkens het feit dat zijn nalatenschap in zes porties wordt verdeeld. Van vijf zijn de namen bekend. De dochters Marien en Marie, de zonen Jan, Nelis en Matthijs. Van n kind is de naam noch het erfdeel bekend. Zeer opmerkelijk is dat de naam Reyner in de rij ontbreekt terwijl die toch in elke generatie voorkomt. De oudste zoon is Jan genoemd, naar zijn grootvader van vaderszijde, de tweede zoon zal naar de grootvader van moederszijde zijn genoemd, die moet dus Cornelis geheten hebben, de daarop volgende zoon draagt de gangbare familienaam Matthijs. Opmerkelijk is dus dat de naam Reyner hier ontbreekt.

Jan Marres vestigt zich te Meer en heet sindsdien Jan Marres van Meer. Uit zijn huwelijk met Francisca Scholtete spruit een kleine tak die uitsterft met zijn kleinzoon Jan Marees, die schepen was van Meer en Bolder van 1628 tot 1667. Deze heeft slechts n kind Margaretha Marees, die Engel Smets huwde. Deze volgt zijn schoonvader na diens overlijden in 1667 op als schepen van Meer en Boler. (34)

Matthijs Marres, volgt generatie VII.

Nelys Marres, sterft ongehuwd kort voor 12 november 1556.

Marien Marres huwt in of vr 1558, landeigenaar te Zussen. Marie huwt in of vr 1561 Bolle Hans Stassen van Riemst. Nelis Merees blijft ongehuwd en overlijdt kort voor 1556.

Marie Marres huwt in of vr 1561 Bolle Hans Stassen van Riemst.

Reyner Marres. Hij ontbreekt bij de verdeling van de nalenschap van zijn vader. Deze wordt onder zes parten verdeeld, maar alleen vijf kinderen worden vermeld. De naam Reyner is de enige naam die ontbreekt terwijl die toch in elke generatie voorkomt. Hij verschijnt uit het niets in het nabije dorp Fall, enige kilometers westelijk van Heukelom,. Vr die tijd komt de klank van de naam Marres daar niet voor. Hij koopt daar in 1572 land ten behoeve van zijn zoon die ook Reyner heet, zijn tweede zoon heet Nelis, en een derde zoon draagt de gangbare familienaam Matthijs. Deze Reyner wordt geacht het ontbrekende kind uit de kinderrij te zijn. Met genetisch-genealogisch onderzoek is dit nu ook overtuigend aangetoond.
Hij is de stamvader van de tak Mares.

*

GENERATIE VII

Matthijs Marres

Matthijs Marres erft de voorvaderlijke hoeve van zijn ongehuwde oom Matthijs en wordt zeer oud. Hij overlijdt te Heukelom op ruim tachtigjarige leeftijd kort voor 28 mei 1613. (36)

Matthijs Marres krijgt twee zoons Nicolaas en Reyner Marres. Beiden verlaten op jeugdige leeftijd Heukelom en gaan weer in Maastricht wonen. Reyner koopt daar in 1587 een huis op de Kleine Gracht en Nicolaas, (gen. VIII), koopt in 1591 het huis De Valk op de Tweebergerstraat. Dit huis zal tot ver in de achtiende eeuw in familiebezit blijven.

Nicolaas Marres is de stamvader van het: Maastrichtse geslacht Marres.

*


Home
Nieuwe Tijd
Brouwerijen
Contact