Detail schiderij kanunnik Quatperts
Nota

Noten

Behorende bij Familiegeschiedenis Marres

De plaats van de verwijzing vindt U via  (Terug)

Detail schiderij kanunnik Quatperts
Nota

Alanen

1. Dolfijnfibula, goud, brons en rotskristal, lang 7.8 cm, gewicht 29,7 gr. opgegraven in Nohaichynks'kyi kurhan bij Chervone, Nyzhnehirs'kyi Rayon, Krim, Oekraïne, in 1974, Sarmatisch, laat 1e of vroeg 2e eeuw; (Terug)
2.Spiraalarmband met dierenfries, goud met inlegwerk uit turkoois en koraal, breed 7,5 cm, gewicht 420 gram, toevalsvondst in Chochlač kurhan bij Novočerkask, Rostov, Rusland, in 1864, Sarmatische dierenstijl, 1e eeuw; (Terug)
3. Marcus Aenaeus Lucanus (39-65), dichter, neef van Seneca, schreef een niet voltooid episch gedicht in tien delen Bellum Civile over de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar en vermeldt hierin de Alanen. Dit is zijn beschrijving: de geharde, altijd vechtende, Alanen. (Terug)
4. Harald Haarman, Lexikon der untergegangenen Völker. Müchen 2005, p. 36 en 37, Alanen. (Terug)
5. In Frankrijk vinden we deze namen in de Elsas, in Lotharingen, Franche-Comté, het Ile de France, Bretagne, Picardië en de Ardennen als Allain, Allaines, Allaineville, Allaincourt (Ardennen), Alland'huy (Ardennen), en aan de Sarmaten herinneren namen als Sermaine, Sampigny (van het Alaanse Sambida), Sermoise, Sermier en Soissons. (Terug)
6. Lexikon früher Kulturen, Bibliografisch Institut Leipzig 1984, band 1, p. 33, Alanen. (Terug)
7. Halsband met dierenfries, goud met inlegwerk uit turkoois, kraal en glas, doorsnede 17,8 cm hoog 6,3 cm. gewicht 1.009 gram (net iets meer dan 1 kgr.), toevalsvondst in Chochlač kurhan (grafheuvel) bij Novočerkask, Rostov, Rusland, in 1864, Sarmatische dierenstijl, 1e eeuw.
Litt: Het Goud der Scythen, Schatten uit de Hermitage van Leningrad, Brussel 1991, inv. 155, 156 en 169. (Terug)

8.-

Guy Halsall, Barbarian Migrations and the Roman West, Cambridge University Press NY 2007;

Walter Goffart, Barbarian Tides, The Migation Age and the later Roman Empire, University of Pensylvania Press, Philadelphia 2006;

Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, Editions Errance, Paris 2005;

Steve Olson, Mapping Human History - Discovering the Past Through Our Genes, Boston & New York 2002 (Duitse vertaling van Ulricke Bischoff, Herkunft und Geschichte des Menschen - Was die Gene über unsere Vergangenheit verraten);

Dr. Oric Basirov, The origin of the pre-imperial Iranian peoples, CAIS series of lectures SOAS, 26/4/2001;

Agustí Alemany, Sources on the Alans, A Critical Compilation, Handbook of Oriental Studies, section eight, Central Asia, Brill, Leiden-Boston-Kóln 2000;

Hans Riehl, Die Völkerwanderung, Phaffenhofen/Ilm 1976 (Nederlandse vertaling van drs. Margaretha Blok, De Grote Volksverhuizing);

Bernard S. Bachrach, A History of the Alans in the West, Minneapolis 1973. (Terug)

Archeologische Vondsten

1. Titus A.S.M. Panhuijsen, Romeins Maastricht en zijn beelden, 1966, pag. 263, 264. (Terug)
2. Titus A.S.M. Panhuijsen, Romeins Maastricht en zijn beelden, 1966, pag. 330-333, 431 433. (Terug)
3. Wiedemann, Emperors and Gladiators, 53 noot 117 en 38-39. (Terug)
4. Titus A.S.M. Panhuijsen, Romeins Maastricht en zijn beelden, 1966, pag. 32. (Terug)

Biografieën

1. Deze brief hebben wij omstreeks 1980 ingezien bij M.M.E.E. Franquinet te Beek (Limb). (Terug)
2. Maurice Thunus, président des Archives Verviétoises, Une famille notable de Verviers - Les Franquinet, in Bulletin des Archives Verviétoises Tome XVII (1986-1987), een slordige en onvolledige verzameling van bestaande papieren en foto's in zwart-wit, zonder eigen onderzoek. (Terug)
3. Natuurhistorisch Museum Maastricht, Collectie Botanie. Tot de collectie behoren ook enkele apothekersherbaria waarvan het mossenherbarium uit 1770 van de Maastrichtse apotheker J.L. Franquinet het belangrijkst is. N.B.: Het door het museum opgegeven jaartal 1770 kan niet juist zijn. Mogelijk is zijn vader Dr. Franciscus Lambertus Franquinet 1744-1803, medisch doctor te Verviers tot 1779, daarna te Maastricht de samensteller hiervan. (Terug)
9. E.M.A.H. Delhougne, Genealogieën I, Nijmegen1957, FRANQUINET - VERVIERS (Blg.). (Terug)
10. Schilderij, marouflé doek op hout 22,8x27,8cm, in familiebezit, volgens zeggen van Yvonne Marres-Franquinet 1912-1993, lid van de Maastrichtse tak, is dit een schilderij door Hendrik Willem Franquinet in zijn jeugd geschilderd. (Terug)
11. J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche Buntschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van het begin der vijftiende eeuw tot heden, I, Amsterdam 1842. (Terug)
12. Kon. Acad.v. Schone Kunsten Antw., Archief Academie, inv. nr. 303/304, p. 281. (Terug)
13. J. Blonden, De Latijnse Stadsschool van Maastricht tot aan hare inrichting als Atheneum (1804-1817). PSHAL, 68, 1932. (Terug)
14. Ingrid M.H. Evers, Drie vergeten Maastrichtse schilders, François Hermans (1745-1804), Louis Hermans (1750-1834), Guillaume Henri Franquinet (1784-1854), PSHAL, 129, 1993. (Terug)
15. G.K. Nagler, Neues allgemeines Künstlerlexicon oder Nachrichten von den Leben und den Werken der Maler, Bildhauer, Baumeister.. IV, München 1837. (Terug)
16. H. Weisäcker und A. Dessoff (eds.) Kunst und Künstler in Frankfort am Main in neunzehnten Jahrhundert; Frankfurt/M 1907/1909, II, 40. (Terug)
17. Hier studeerde toen zijn achterneef Philip van Gulpen de geneeskunde. Deze zal later arts worden in Maastricht, maar zijn grootse bekendheid verwierf hij achteraf als tekenaar van het toenmalige Maastricht, niet zozeer door de kwaliteit van de tekeningen, maar als picturaal documentalist van de, als gevolg van de verwoestende vooruitgang, snel verdwijnende middeleeuwse stad. (Terug)
18. J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van het begin der vijftiende eeuw tot heden, I, Amsterdam 1842. (Terug)
19. Thieme/Becker, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart, Leipzig, XII, 386. (Terug)
20. G.C. Groce and D.H. Wallace, The New-York Historical Society's Dictionary of Artists in Americ, 1564-1860, New Haven/Oxford, Yale University Press/Oxford University Press, 1957. (Terug)
21. Algernon Graves, The British Institution 1806-1867, a complete dictionary of contributors and their work from the foundation of the institution, Bath 1969 (reprint; oorspr. uitg. London 1875): voorwoord. (Terug)
21a. The Adams Papers, L.H. Butterfield, editor in chief. Portraits of John Quincy Adams and his wife, by Andrew Oliver, The Belknap Press of Harvard University Press, 1970 Massachusetts Historical Library of Congress Catalog, pagina 221-222, Diary, 12 june 1841, same 14, 15, 16 june 1841, same 23 april 1842. (Terug)
21b. Craig's Daguerreian Registry, The Acknowledged Resource on American Photographers 1839-1860. (Terug)
22. A. Siret, Dictionaire historique des peintres du toutes écoles ... Bruxelles 1848; E. Bénézit, Dictionnaire critique et documentaire des Peintres, 1911-2006, IV 504. (Terug)
23. Volgens aantekeningen van G.L.D. Franquinet zou hij in Maastricht en Parijs ook gebouwen hebben vereeuwigd. HCL te Maastricht Archief GLD Franquinet, inv nr. 1 (genealogie). (Terug)
24. www.kikirpa.be. (Terug)
25. Galerie des Peintres ou Collection de Portraits des peintres les plus célébres de toutes les écoles, par M. Chabert hommes des Lettres, Paris 1822-1834, vier delen. Dit werk bevindt zich in de bibliotheek van het Rijksmuseum te Amsterdam. (Terug)
26. Monuments des Arts du dessin chez les peuples tant anciens que modernes, recueillis par le Baron Vivant Denon, décrits et expliqués par Amaury Duval, Paris 1829. Dit werk verscheen als tijdschrift en bevatte uiteindelijk vier delen. Daarvan bevinden twee delen in de bibliotheek van het Rijksmuseum te Amsterdam. (Terug)
27. www.culture.gouv.fr/public. (Terug)
28. www.ram.ac.uk/emuweb. (Terug)
29. www.wilnitsky.com. (Terug)
31. The Letters of Henry Wadsworth Longfellow 1814-1843, part VI, p. 499, to Stephan Longfellow, his father, Cambridge, November 10 1839. (Terug)
32. Longfellow National Historic Site grants permission for one-time use on your website of the six images by Franquinet and asks that you use the following credit line: Courtesy National Park Service, Longfellow National Historic Site. ... Sincerely, Anita Israel Archives Specialist, Longfellow National Historic Site 105 Brattle St. Cambridge, MA, USA. (Terug)

Brouwerijen

1. Verklaring in een waarschijnlijk langlopende procedure over de verdeling van de nalatenschap van Lenardt van Walsden den Ouden. Mr Willem Hermans gehuwd met Ida Hoppels verklaart op verzoek van Caspar Cuijpers gehuwd met Catharina van Walsden onder meer dat Willem van Walsden en Eva de Marres echtgenote van Jan Hagemans slechts vruchtgebruikers waren van de erfgoederen na het overlijden van Lenardt van Walsden den ouden. Eveneens verclaart hij te weten dat Willem van Walsden en Eva de Marres aan hun schoonmoeder Anna Hoppels volmacht gegeven hebben om na het overlijden van haar man Lenart te beschikken over de goederen van de kinderen tot voordeel van de kinderen uit het eerste huwelijk en tot nadeel van hun dochter Catharina van Walsden uit het huidige tweede huwelijk van haar met Lenart van Walsden. Eveneens verklaart hij dat de goederen die door Lenardt van Walsden in zijn huwelijk met Anna Hoppels zijn verkregen zowel op hun als op hun echte dochter zijn gegicht. En dat Catharina enig kind is uit het laatste huwelijk van Lenart en Anna. Eveneeens dat de goederen van Paulus Hoppels den Ouden naar Anna Hoppels zijn gegaan en in het huwelijk gedeeld zijn met Lenart van Walsden de schoonvader en schoonmoeder van de requirant. Eveneens verklaart hij dat Eva de Marres gehuwd met Jan Hagemans en haar kinderen het sterfhuis van Anna Hoppels hebben gezien buiten aanwezigheid van zijn vrouw die haar rechtmatige erfgoedern die in dat huis waren niet heeft verkregen bestaande uit huijsraad zoals linnen, wol, koper, tin, goude ringen, zilveren bekers, enzovoorts waarvan Catharina in het geheel niet heeft genoten. (Notaris Pau de Marres, 12 juli 1662, inv. nr. 1318) (Terug)
2. Op 20 juni 1641 draagt Lenardt van Walsen aan zijn schoondochter Eva Marrez, weduwe van Leonardt van Walsen den Jongen, het huis "den Verdgaland" over dat gelegen is op de Kleine Gracht naast zijn eigen huis. Hij was Eva nog een geldbedrag schuldig uit de erfenis van Pouwel Hoppels. Lenardt van Walsden den Ouden en zijn vrouw Anna Hoppels mogen in dit huis tot aan hun dood twee kamers mogen bewonen. De heer Paulus de Marrez (B.M.: haar broer) regelt voor Eva deze zaak. (HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Hooggerecht van den Vroenhof, 1641) (Terug)
3. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris à Cruce 9 mei 1675. (Terug) (Terug)
15. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,notaris F.D. Janssen, 1 januari 1724. (Terug)
16. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Hooggerecht van den Vroenhof inv. nr. 6847, 2 juli 1719. (Terug)
17. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris F.D. Janssen, inv. nr. 1958, 1 jan. 1724. (Terug)
19. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris L.H. Wouters, inv. nr. 2540, 31 oktober 1794; verdeling van de nalatenschap van Joannes Wilhelmus Marres gehuwd geweest met Catharina Marres. (Terug)
20. De afbeelding is verkregen van de heer E. Stevenhagen te Zoetermeer. (Terug)
21. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris J.C. à Cruce, inv. nr. 1648, 7 oktober 1707. (Terug)
22. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 27 augustus, 28 augustus en 24 oktober 1710. (Terug)
23. Jacq. Geelen, Dr. Christiaan van Geleen, Een beroemd nog onbekend Maastrichtenaar, geneesheer van Koning Karel II van Spanje, De Maasgouw, jg. 29, 1907, pag. 1-5. (Terug)
24. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. J. Delahaye, inv. nr. 1694, 18 mei 1712, realisatie voor het Hooggerecht van den Vroenhof inv. nr. 7001, 16 augustus 1712, real. Brabant Hooggerecht, eodem die. (Terug)
25. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris Morren, 1 mei 1735, Jan Marres vermeld als "modern burgemeester" van Wilre. Hij tekent "joannees Marrees". (Terug)
26. L. Augustus, Vervolgingsbeleid en procesvoering tegen de Bokkerijders, Het ontstaan van een waandenkbeeld, PSHAL 127 (1991), 69-153, met name pag. 115-116. (Terug)
28. HCL te Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 27 augustus 1710. (Terug)
29. HCL te Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 28 augustus 1710. (Terug)
30. HCL te Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 24 oktober 1710. (Terug)
31. Servaes Marres huurt van Barth. Essers een huis gelegen buiten de stad aan de Jeker naast de oliemolen. (notaris P. Strouven, 17 juni 1710, inv. nr. 1756).
N.B.: Aan de Jeker stonden van oudsher een aantal watermolens, waaronder een oliemolen. Aan de overzijde 'de Hertogskommel' stonden ook molens. In één daarvan werden in de 19e eeuw de geweerlopen gemaakt voor de Koninklijke wapenfabrieken P. Stevens. Na de acties in Lombok in 1894 werd deze 'De molen van Lombok' genoemd. (Terug)
32. Servaes heeft op 14 oktober 1717 met B. Essers voor het huis waarin hij nu nog woont aan de jeker buiten de Tongerse poort een verlengingscontact gesloten voor een half jaar. (notaris P. Strouven, inv. nr.: 1758). Op 30 juli 1718 is er een bevestiging van een huurovereenkomst vanaf den tweede dinsdag in oktober 1717 van een huis in bezit van Abraham Le Soin buiten de Tongerse poort door Servaes Marres voor een bedrag van 80 rijksdaalders en drie amen goed bier. Gilis Marres staat borg. (not. Vanderwood, inv. nr. 1813). Op 6 augustus 1720 wordt dit contract weer verlengd (notaris P. Strouven, inv. nr. 1759). (Terug)
33. HCL te Maastricht, notaris P. Strouven, inv. nr. 1757, 13 maart 1714. (Terug)
34. A.R.M. Mommers, Brabant van Generaliteitsland tot Gewest (Nijmegen 1953). (Terug)
35. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Raadsnotulen Maastricht, Verslag Raadsvergaderingen van 3, 17 en 31 augustus 1750. (Terug)
36. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Lijsten van magistraten, meesters en keurmeesters van de Maastrichtse Ambachten. (Terug)
37. Gebeiteld en Verguld, Gevelstenen in Maastricht, Stichting Historische Reeks Maastricht, 1991, cat. nr. 82. (Terug).
40. Notaris Vaassen, 11 juli 1761, real. Brabants Hooggerecht 14 augustus 1761. Servatius Marres weduwnaar van Maria Catharina Jaspers sluit een lening van 1800 en geeft als onderpand waardepapieren, landerijen rond Maastricht en zijn huis op de Houtmaas te Maastricht. Zeer waarschijnlijk brouwde hij in dit huis al is het mogelijk dat hij hier woonde en elders brouwde. (Terug)
41. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Lijsten van magistraten, meesters en keurmeesters van de Maastrichtse Ambachten. (Terug)
42. Notaris Hupkens 5 jan. 1771, real. Hooggerechten Vroenhof en Brabant, 8 jan 1771. (Terug)
43. Haar nageslacht is te vinden in het Belgisch Adelsboek. Opmerkelijk is dat dit slechts voor een deel is opgenomen. De bloeiende Nederlandse tak ontbreekt. (Terug)
50. R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag.152. Deze huizen waren De Anker en De Verkeerde Wereld in de Stokstraat en De Limmelotspoort in de Plankstraat. (Terug)
51. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Luiks Hooggerecht, Gichten, 23 jan 1570. (Terug)
51a. R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, in Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag. 140.
N.B.: Voor de Havestraat is door de gemeentelijke overheid in later tijd abusievelijk tot de spelling Havenstraat besloten. Maar deze straat ontleent zijn naam aan een vroegere Hof of Have die hier lag. De tamelijke dichtbij gelegen rivier de Maas zal de autoriteiten wel op het verkeerde been hebben gezet. (Terug)
51b. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, notarieel archief. not Bodson 18 juli 1698. Zie ook: H. Banens, Maastrichtse huisnnamen Brouwerijen, Limb. Leeuw, 8e jg, 1959-1960, pag. 88. (Terug)
52. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, minuten gichten 30 dec. 1597, volmacht dd. 28 november 1597. (Terug)
53. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, minuten gichten 3 juli 1606. (Terug)
54. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, minuten gichten 30 juni 1625. (Terug)
55. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, not. Lambert de Visch, real. Brab. Hooggerecht 14-19 juli 1662. (Terug)
56. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, not. R. Reiers 23 nov. 1669, real. Brab. 29 april 1671. (Terug)
57. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brab. Hooggerecht 8 juli 1681, Het Sint Nicolaas Panhuis genoemd als buur van "De Rode Hoed" in de Plankstraat. (Terug)
58. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 69. Hij doelt hier op de vermelding bij H. Banens, Maastrichtse huisnnamen Brouwerijen, Limb. Leeuw, 8e jg, 1959-1960, pag. 82-91, met name p. 82 en 88. (Terug)
59. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. Jois Corstius 20 juni 1686, real. Brabants Hooggerecht, 26 juni 1686. (Terug)
60. Op 14 mei 1696 verklaren "Machiel Marres, Hendrick Reijners, Catharina Lambrichts echtgenote van Simen Brahea en Anthoen Matthei .... op verzoek van Willem Caris, borger en beenhouwer, dat gisteravond Guerdt Nijst zoon van Sophie Nypels weduwe van Guerdt Nijst voornoemde requirant om negen uur in het huis genaamd int Niclaes Panhuis opgelopen heeft denselven met slagen gegroet en hem uit het huis sloeg verklarende dat hij maar een schelm was, dat hij zijn tong in zijn ******* had waaronder hij enige schoepen enz..... (not. Guil. Bodson, inv. nr. 1450). (Terug)
61. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. B. Huberti, real. Brab. en Luiks Hoogger. 31 juli 1708.
N.B.: Op 18 dec. 1626 verkocht Pieter Jekermans van Kan aan Coen Verliers, gehuwd met Heijlke een klein huis gelegen achter de Sint Nicolaaskerk, reijgenoot naar de paters Jesuiten 'Den Rooden Hoet' en ter andere zijde de erven van Lijsbeth Bouten. voor tweehonderd vijf en twintig gulden brab. en twee rijksdaalders voor de vrouw van de verkoper. (HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Brab. Hooggerecht, 18 dec. 1626)
Dit huis is later in bezit van de korporaal in Staatse Dienst Nicolas Switser. Zijn kinderloze weduwe Marie Nancy schenkt dit huis, dat zowel grensde aan het Sint Nicolaas Panhuis als de Rode Hoed in 1686 aan de diaconie van de Waalse kerk. Lenaert Lenaerts is dan al overleden. (Terug)
62. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,Brabants Hooggerecht, 19 febr. 1705 en 26 april 1713. Op de eerste datum is er sprake van de aanwezigheid van een brouwerij, op de tweede datum wordt Jan Boimans, burger en brouwer van Maastricht, vermeld als eerdere eigenaar. Zie ook R. Meiske, pag. 179 en 189. (Terug)
63. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,Brab. Hooggerecht, 5 jan 1732 (Terug)
64. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 73, bijlage IV: Indeling van de brouwers naar de grootte van hun productie in de jaren 1736-137: Categorie A. brouwers die vier keer per maand brouwen en per brouwsel voor meer dan dertig gulden mout kopen (>300 hl) 6 brouwers; B. brouwers die drie à vier keer per maand brouwen, maar die per brouwsel gemiddeld niet meer dan dertig gulden mout kopen (250 hl) 12 brouwers; C. middelgrote brouwers, die per maand gemiddeld twee à drie keer brouwen en per brouwsel tussen tussen twintig en dertig gulden mout kopen (100 hl) 24 brouwers; D. kleinere bouwers, die minstens één keer per maand brouwen en per jaar minstens vijftig gulden mout kopen (> 50 hl) 26 brouwers en E. kleinere brouwerijen, die het gehele jaar in bedrijf zijn, maar niet elke maand brouwen en gezien hun moutaankopen waarschijnlijk slechts een geringe productiecapaciteit bezitten (< 50 hl) 29 brouwers. - Jan Paulissen hoorde tot categorie D. (Terug)
65. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. P. Frederix, 1764. (Terug)
66. Matthias Soiron, 1748-1834, gehuwd met Sophie Elisabeth L'Herminotte, was de stadsarchitect van Maastricht. De genealogie Soiron is gepubliceerd in De Limburse Leeuw, 11, 1963. (Terug)
67. R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, in Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag.198. (Terug)
67a. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, collectie handschriften, tekeningen Soiron. Hierin werden overigens maar twee tekeningen aangetroffen. (Terug)
68. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notarieel archief not. Jesse, 31 mei 1825. (Terug)
69. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 22. (Terug)
70. Zie voor hem het artikel over de Maastrichtse orgelbouwers Lambert Houtappel en Joseph Binvignat. (Terug)
71. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 55. (Terug)
72. P.H. Marres, De Iustitia secundum doctrinam Theologicam et principia iuris recentioris, speciatim vero Neerlandici, Ruremundae 1888. (Boek over moraaltheologie, maar praktisch gezien een latijns commentaar op het toenmalig Burgerlijk wetboek in Nederland !) (Terug)
73. Zie hiervoor ook: R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, in Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag.246, 250. (Terug)
74 Drs. J.H.F. Bloemers, Meer dan 130 jaren oudheidkundig onderzoek in het Stokstraatgebied te Maastricht, in Stokstraatgebied te Maastricht (dubbel klopt sic!) Een renovatieproces in Historisch perspectief, uitgave Gemeente Maastricht, 1973. (Terug)
75. C.P.F. Andreas, Pro Infantibus en Crèche Juliana, pioniers in de strijd tegen kindersterfte in Bonne et Servante, Uit de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw, Gem. Archiefdienst Maastricht 1986. (Terug)
76. Dr. E. Jaspar, Kint geer eur eige stad, De historie van Mestreech, Goffin 1936. (Terug)
77. Zoals herinnerd door Eugène III op vijf en tachtigjarige leeftijd. Hij was destijds 12 à 13 jaar oud. (Terug)
78. Foto's verkregen van zijn dochter mevrouw Suzy Hochstenbach. (Terug)
79. De Nederlandse Brouwersbond, niet te verwarren met de Bond van Nederlandse Brouwers, is kort voor 1930 opgericht en verenigde de kleinere Nederlandse brouwerijen. Eugène II is tijdens een jaarvergadering in Maastricht voorzitter. Eugène III bestuurslid, er resteren stukken in het familiearchief van Eugène III. Er is een ongedateerde ledenlijst met 45 namen van leden, met een notitie dat er in het Zuiden vier en negentig brouwerijen zijn, waaronder 8 kloosterbrouwerijen en 6 bottelarijen. Er is een lijst met namen van degenen die door hem als secretaris van de Bond zijn uitgenodigd voor de vergadering op 5 juli 1939 te Eindhoven en een Namenlijst van Limburgse brouwerijen uit dat jaar. De Brouwersbond werkte steeds meer samen met de Bond van Nederlandse Brouwers en zij fuseerden in 1939 tot het Centraal Brouwerij Kantoor (C.B.K.) thans gevestigd te 's-Gravenhage. (Terug)
80. Het Nationaal Comité voor de Brouwgerst (NACOBROUW) werd opgericht te Amsterdam op 12 januari 1934 met als doel het bevorderen van de teelt van voor het brouwerijbedrijf geschikte gerst en het bevorderen van gebruik daarvan. Voorzitter wordt Prof. C. Broekema en en tot bestuursleden worden benoemd Ir. Const.G.P. Stevens (als Rijkslandbouwconsulent), A.W. Hoette en Dr. A.C. van Rossum (namens de Nederlandsche Bond van Brouwerijen), Eugène P.E.J. Marres (dir. brouwerij Eugène Marres mede namens de Nederlandschen Brouwersbond) en Jhr. J. Six van Hillegom (dir. Amstelbrouwerij), R.J.H. Beltjens (namens den Bond van Nederlandsche Moutfabrieken) , P. Kooiman, G.A. van der Waai en W.G. de Waard (namens de Landbouworganisaties). De vereniging wordt gevestigd in de Landbouwhogeschool te Wageningen.
(Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 16, 17, 26, 94. (Terug)
81. De Brouwgerst Import Commissie (B.I.C.) is een in 1934 opgericht subcommité van het NACOBROUW, dat zorgt voor de verdeling van de restitutie van teveel betaalde monopoliegelden. De commissie bestaat uit Prof. C. Broekema, voorzitter, Mr. CH.J.F. Karsten, secretaris en de heren A.W. Hoette, M. van Marwijk Kooy, R.J.H. Beltjens en Eug. Marres, leden. In 1934 is deze restitutie een feit geworden, en wel praktisch voor het volle bedrag der monopolie-heffeningen en vanaf de datum, waarop die heffingen zijn ingegaan. In de verlening dezer restitutie zag de commissie een erkenning door de regering van den noodtoestand in het Nederlandse Brouwerijbedrijf. Men constateert dat de restitutie geregeld maandelijks plaats heeft en circa f. 30.000.- in totaal per maand bedraagt en maandelijks wordt uitgekeerd aan alle erkende Nederlandsche brouwers ten getale van 96.
Behalve de bemoeiïng ter zake der restitutie, controleert de B.I.C. de import van alle voor de brouwerijen bestemde gerst en mout, alles in nauwe samen werking met de Nederlandsche Akkerbouw Centrale (N.A.C.) en de Nederlandsche Meel Centrale N.M.C.).
Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 93. (Terug)
82. R. Philips, Mastreechs Aajt, geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 79. (De latijnse tekst is daar niet vertaald, mijn vertaling hier is een poging, B.M.). (Terug)
85. Dr. Rudolf Philips, Mestreechs Aajt, Maastricht 1982, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, 53-54. Hij geeft in een noot de volgende verwijzing: R.A.L. (thans H.C.L. te Maastricht, B.M.), handschriftencollectie, aantekeningen K.H. van der Noorda, 1874 e.v., fol. 14-17, inv. 278 II. (Terug)
88. Dit geschilderde portret is zeer waarschijnlijk aan de hand van een foto drie jaar na zijn overlijden gemaakt. (Terug)
90. Dr. Rudolf Philips, Mestreechs Aajt, Maastricht 1982, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, 60-61. N.B.: In geschreven notities van Eugène (III) Marres is nog te vinden dat Nicolaas Gilissen zijn brouwerij De Leeuw noemde. (Terug).
91. Gebeiteld en Verguld, Gevelstenen in Maastricht, Stichting Historische Reeks Maastricht, 1991, cat. nr. 38. (Terug).
94. Cher Coenen, brouwersknecht bij de brouwerij Marres-Ceulen werd geboren op 22 sept. 1925 en overleed in 2003. Mondelinge medeling van mevrouw Tiny Coenen-Pricken, weduwe sinds 2003 van de heer Cher Coenen. (Terug)
95. C.P.F. Andreas, Pro Infantibus en Crèche Juliana, pioniers in de strijd tegen kindersterfte in Bonne et Servante, Uit de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw, Gem. Archiefdienst Maastricht 1986. (Terug)
98. De heer Herman Maes, hoofdrestaurator van het Nederlands Fotomuseum, is van mening dat deze daguerreotype gemaakt is tussen 1843 en 1848. Een meer exacte datering en toeschrijven van de plaat wordt extra bemoeilijkt omdat de behuizing, als er al informatie over de fotograaf was toegevoegd, meestal op de cassette is terug te vinden, maar deze is niet meer aanwezig. Eugène P.E.J. Marres kreeg de daguerreotype midden vorige eeuw van zijn tante Elisabeth Hollman-Marres, 1881-1952, kort voor haar overlijden. Het was volgens haar een verre oudoom Marres, met de kenmerkende trekken van de familie, hoewel wat mager, wiens naam zij vergeten was. Extrapolerend kan gesteld worden dat het hier Hubert Marres betreft. (Terug)
99. Het Belang van Limburg, dagblad in Belgisch Limburg, .. maart 1970, Vrijheidsbaken uit 1914-18 gaat verdwijnen te Vroenhoven, slopershamer staat klaar voor schoorsteen van brouwerij Marres. (Terug)

Brouwersbond

1. IISG te Amsterdam, hier is een zestal losse nummers te vinden van het weekblad De Bierbrouwer. Weekblad voor Mouters en Brouwers, waaronder het eerste nummer van 26 juli 1895. Het tweede nummer dat bewaard is gebleven is van vrijdag 16 april 1897, nr. 39, 2e jg. Hierin meldt de redactie dat concept-statuten voor de NEDERLANDSCHEN BROUWERSBOND aan een voolopig comité van zes brouwers zijn rond gezonden en ook weer bij de redactie inkwamen. In dit nummer zijn de statuten van de Duitse en Belgische brouwersbonden gepubliceerd. Het voorlopige comité zal het concept-reglement aanvullen met hetgeen nuttig, nodig en wenselijk geacht wordt hieruit over te nemen en na Pasen een vergadering beleggen om het reglement aan de Nederlandse brouwers voor te leggen. In het derde bewaarde exemplaar, dat dateert van 3 december 1987, nr 20, 3e jg, staat in de kop van het artikel vermeld Officieel orgaan van den Nederlandsche Brouwersbond. Het laatste exemplaar is van 8 september 1900, nr. 8, 6e jg. (Terug)
2. Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 93. (Terug)
3. Het Nationaal Comité voor de Brouwgerst (NACOBROUW) werd opgericht te Amsterdam op 12 januari 1934 met als doel het bevorderen van de teelt van voor het brouwerijbedrijf geschikte gerst en het bevorderen van gebruik daarvan. Voorzitter wordt Prof. C. Broekema en en tot bestuursleden worden benoemd Ir. Const.G.P. Stevens (als Rijkslandbouwconsulent), A.W. Hoette en Dr. A.C. van Rossum (namens de Nederlandsche Bond van Brouwerijen), Eugène P.E.J. Marres (dir. brouwerij Eugène Marres mede namens de Nederlandschen Brouwersbond) en Jhr. J. Six van Hillegom (dir. Amstelbrouwerij), R.J.H. Beltjens (namens den Bond van Nederlandsche Moutfabrieken) , P. Kooiman, G.A. van der Waai en W.G. de Waard (namens de Landbouworganisaties). De vereniging wordt gevestigd in de Landbouwhogeschool te Wageningen.
(Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers (Sic! meestel ...Brouwerijen), toegangsnummer 204, inv. nrs. 16, 17, 26, 94. (Terug)
4 E. (Erik) Kluver, e-mail 27 febr. 2008, archivaris CBK te Amsterdam. (Terug)
5. Brief mr. W.C. van Heuven, secretaris Sociaal Brouwerij Centrum (S.B.C) aan P. Marres, 11 sept. 1959. Collectie Herman Marres te Dordrecht. (Brouwgeschiedenis) (Brouwerij Marres-Ceulen)
6. Familiearchief Marres, map nederlandse brouwersbond. (Terug)

Charter

1. HCL te Maastricht, archief van de familie Marees te Maastricht, toegangscode 160124, inv. nr. 100. (Terug)

Conflict

1. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, proefschrift Tilburg 1959, p. 106. (Terug)
2. Jos. Russel, De Limburgsche Coterie, 1866, (schotschrift op W.H. Pijls). (Terug)
3. Archief Petrus Regout: inv.nr. 28, p. 396. Zie ook: Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 304 e.v.. (Terug)
4. Jacques Giele, De arbeidsenqête van 1887, Een kwaad leven, deel 2, Maastricht. (Terug)
5. Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 302-305. (Terug)
6. Dig. Bibl. Ned. Letteren, Joseph Russel. (Terug)

Docenten

1. Het gewigt der Godsdienst met betrekking tot de Maatschappij, in: Catholijke Nederlandsche Stemmen over Godsdienst, Staat-, Geschied- en Letterkunde 15 (1849), 413-416. (Terug)
2. Jan G.C. Simonis e.a., Zielzorgers in het bisdom Roermond, 1840-2000, Sittard 2001, pag. 500 foto P.H. Marres; F.S.(F.L.R. Sassen) Rolduc, Klein-Seminarie van Roermond 1843-1946 in Roda Sacra 1104-1954, pag. 78 foto P.H. Marres. (Terug)
3. Kees Schutgens, Vaderlandse geschiedenis op Rolduc in de tweede helft van de negentiende eeuw, Publications 140, 267- 322. Uit dit artikel is samenvattend en willekeurig geciteerd. (Terug)

Geneeskunde

1. A.R.M. Mommers, Brabant van Generaliteitsland tot Gewest, Nijmegen 1953). (Terug)
2. HCL te Maastricht, Archief Burgelijk Armbestuur, handelingen van het kollegie van regenten, voorl. inv.5539 en 5535.  -  Zie ook: Dr. R. Philips Gezondheidszorg in Limburg, Maaslands Monografieën, 32, 1980. (Terug)
3. Ingrid M.H. Evers, Op- en neergang van een geleerd genootschap te Maastricht, PSHAL, deel 127, 1991. (Terug)
4. Jurjen Vis, Onder uw Bescherming, De katholieken en hun ziekenzorg in Amsterdam, Gedenkboek verschenen bij het honderdjarig bestaan van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam, 1898-1998. (Terug)

Genetica

1. Wendy Tymchuk, Department of Zoology, University of British Columbia, Vancouver, BC Canada. GENEBASE, The DNA Ancestry project. Van haar teksten is dankbaar gebruik gemaakt met gebruik van haar referenties. (Terug)
2. Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO) Centrum voor Humane en Klinische Genetica Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). (Terug)
3. Dit voorlopige percentage van Limburg is mondeling meegedeeld door de heer L. Barjesteh van Waalwijk van Doorn, lid projectgroep genetische genealogie van het KNGGW te 's-Gravenhage en uitgever van Zonen van Adam. (Terug)
5. Jean-Jacques Cassiman, Peter Raeymaekers, Missie DNA, Over Verwantschap en Vreemdgaan, Mysteries en Misdaad, Evolutie en Gezondheid, Leuven, 2009.
N.B.: Prof. Dr. Jean Jacques Cassiman, emeritus hoogleraar Universiteit van Leuven, voormalig hoofd van de Laboratoria voor Celbiologie en Somatische Cel Genetica, Centrum voor Menselijke erfelijkheid. (Terug)
6. Kinship and Y-Chromosome Analysis of 7th Century Human Remains: Novel DNA Extraction and Typing Procedure for Ancient Material, Daniel Vanek, Lenka Saskova, Forensic DNA Service, Prague, Czech Republic and Hubert Koch, Bavarian State Department of Monuments and Sights, Regensburg, Germany. Croat Med J. 2009 June; 50(3): 286-295. (Terug)
7. Zonen van Adam in Nederland, Sahar Barjesteh van Waalwijk van Doorn-Khosrovani, Leo Barjesteh van Waalwijk van Doorn, Toon van Gestel, Frans Plooij, 2008. Bij 3.5.2 Haplogroep G (M201) wordt verwezen naar:

noot 60: Am. J. Hum. Genet. 1996, 59, 964-968, Letters to the Editor, A View of the Neolitic Diffusion in Europe through Two Y Chromosome-Specific Markers.

noot 61: Mol. Biol. Evol.1998, 15(4), 1155-1159 (dit is onjuist en moet zijn: 427- 441) H.F. Hammer e.a., Out of Africa and Back again: Nested Cladistic Analysis of Human Y Chromosome Variation. (Terug)

8. In Frankrijk vinden we deze namen in de Elsas, in Lotharingen, Franche-Comté, het Ile de France, Bretagne, Picardië en de Ardennen als Allain, Allaines, Allaineville, Allaincourt (Ardennen), Alland'huy (Ardennen), en aan de Sarmaten herinneren namen als Sermaine, Sampigny (van het Alaanse Sambida), Sermoise , Sermier en Soissons. (Terug)

Haplogroep G subcladen

1. Improved Resolution Haplogroup G Phylogeny in the Y Chromosome, Revealed by a Set of Newly Characterized SNPs, Lynn M. Sims (1) Dennis Garvey (4) and Jack Ballantyne1 (2,3).
(1) Biomedical Sciences, Graduate Program in Chemistry, University of Central Florida, Orlando, Florida, United States of America; (2) Department of Chemistry, University of Central Florida, Orlando, Florida, United States of America; (3) National Center for Forensic Science, Orlando, Florida, United States of America; (4) Y Line Genetics, Spokane, Washington, United States of America.
Mark A. Batzer, Editor, Louisiana State University, United States of America.
Bron Plos One: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2686153. (Terug)
2. WWW.eupedia.com/europe/origins_haplogroups_europe.shtml#G (Terug)

Genetische Genealogie

1. Rijksarchief te Hassselt, België, Archief Schepenbank van Millen, Gichten 1511-1796. De oudste boeken zijn in vergaande staat van ontbinding en slecht tot nagenoeg onleesbaar. Van de 70 boeken werden er tien gelezen. De inv. nrs. 42 t/m 50. Deze betreffen de jaren 1511-1615. Door de slechte qualiteit zijn zeker veel vermeldingen gemist. (Terug)

Heraldiek

1. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris P. de Marres, inv. nr. 1336, Testament Emerentia Stas geboren van Buel, 31 juli 1669, geopend 2 juli 1697. (Terug)
2. HCL te Maastricht, archief L.v.O., schepenbank van Geleen, inv. nr. 1240, brief van Pau de Marres aan de schepenbank, 2 febr. 1701. (Terug) 5. Miroir des Nobles de Hasbaye, par Jacques de Hemricourt, mis du vieux en nouveau Langage, enrichy d'un grand nombres des Figures en Taille-douce, par le Sr. de Salbray, Bruxelles, chez E. Henry Fricx, 1673. Dit prachtige in leer gebonden exemplaar bevindt zich in het Familiearchief. (Terug)
6. J.Ph. Gramme, Recueil Héraldique des bourguemestres de la noble cité de Liège, Luik, 1720. (Terug)
7. Deze volgende zeven baanderheren die afstammen van Dammartin of naaste verwanten zijn dragen allen verschillende kleuren. De heer van Seraing: blauw bezaaid met lelies, strijdkreet: Dammartin (Thierry Tabareau tweede zoon van Eustache de Haneffe en eerste heer van Seraing, leefde in 1312 ); de heer van Haneffe droeg hetzelfde wapen, met kwartier van Fagneule, strijdkreet: Dammartin (hij stierf in 1357); de heer van Oupeye: zilver bezaaid met lelies, strijdkreet: Dammartin (hij was een Dammartin de Warfusée maar noemde zich d'Oupeye); de heren van Antin droegen de wapens van Oupeye met een blauw kwartier; de heren van Thilice: droegen de wapens van Oupeye met een rood kwartier; de heer van Duras droeg: zwart bezaaid met gouden lelies, strijdkreet: Dammartin (Jean de Dammartin de Warfusée, leefde in 1316, huwde Alix, erfgename van Duras en stichtte zo een tweede geslacht Duras; de heer van Momalle voerde: rood bezaaid met zilveren lelies, strijdkreet: Dammartin. (Terug)
8. Dit zijn Barveau, Bombaye, Bruninck, des Champs, le Chantemerle, le Cornut, Edelbampt, Fontaine, Harduemont, Haultepenne, Halendas, Hermalle (sous-Clermont), Jemeppe, Kerckem, Liers, Mombeeck, Marteau, Neufchateau heer van Abée (of Neufchastel), Neu(f)ville, Ordingen, Persant de Haneffe, Pepingen, Sefawe, Wouteringen, Waroux, en Wihogne. - Bron van dit geheel: Bert Barée, Het Oude land van Luik, enkele kenmerken van Luikse heraldiek op 'www.hetoudelandvanluik.be'. Zie ook bij: Bronnen en Litteratuur. (Terug)
9. Le baron Léon de Herckenrode, Collection de Tombes, Epithaphes et Blasons de la Hesbaye, Gand, 1845. (Terug)
10. Algemeen Rijksarchief België, Brussel, Oorkonden van Brabant, nr. 2923, zegelnummers 22.416. (Terug)
11. Algemeen Rijksarchief België, Brussel, Oorkonden van Brabant, nr. 4012 en 4013, zegelnummers 25.663 en 25.720. (Terug)
11a. Sceaux armoriés de Hesbaye, Emile Boulet et René Wattiez, 1986, A.É.H., Abbaye de Neufmoustier, ch. 241. (Terug)
11b. Sceaux armoriés de Hesbaye, Emile Boulet et René Wattiez, 1986, A.É.H., Abbaye de Neufmoustier, ch. 66. (Terug)
12. Armorial Général, J.B. Rietstap, Gouda, 1887. (Terug)
13. Nobiliaire des Pays-Bas, Leuven 1760, p. 427. Armoriaux Liégeois, chevalier de Limbourg, 1934, p. 13. (Terug)
14. Vierset-Godin, Les Bourgemesters de Huy, p. 30; le Fort, Epithaphes, 2e partie, nr. 911; Armoriaux Liégeois, chevalier de Limbourg, 1934, p. 13. (Terug)
15. Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL), tôme XXXVI, 1900, pag. 72. (Terug)
16. PSHAL, tôme LXII, 1927, pag. 102, P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van O.L.Vrouw te Maastricht, nr. 460, 2 mei 1463, origineel op perkament, aangehecht het zegel van Wynant Moers, schepen van Veltweselt. Zie ook: J. Belonje, Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg, Maastricht 1961, Grafsteen van Hendrik Moers, schout van Veltweselt en Kesselt, gestorven 8 nov. 1667: Gedeeld: a. een klimmende leeuw; b. een dwarsbalk en in het schildhoofd twee rozen. (Terug)
17. Nederland's Patriciaat, 1961, jg.47, pag.205-241. (Terug)
18. H.J. Koenen, Het Geslacht de Marez, 's-Gravenhage 1898. (Terug)
19. Ned. Patriciaat, 44, 1958, artikel Tak - de Maret Tak. (Terug)
20. Repertorio Blasones, berustend in de Biblioteca Nacional te Madrid. Wapenbeschrijving Mares. Er is geen wapen Marres aangetroffen, terwijl de naam Marres wel spaarzaam voorkomt op het Iberische schiereiland. Wel is nog aangetroffen: Marré: en azur un castillo de oro. (Terug)
40. Het Maastrichtse geslacht van Aken voerde het volgende wapen: Doorsneden: I in goud een zwarte adelaar; II in blauw drie gouden sterren. Helmteken: een zwarte adelaar. Dekkleden: zwart gevoerd van goud. (Terug)
51. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris P. de Marres, inv. nr. 1336, Testament Emerentia Stas geboren van Buel, 31 juli 1669, geopend 2 juli 1697. (Terug)
52. HCL te Maastricht, archief L.v.O., schepenbank van Geleen, inv. nr. 1240, brief van Pau de Marres aan de schepenbank, 2 febr. 1701. (Terug)
53. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris Schaepen, inv. nr. 1738, Gezegelde volmacht van Elisabeth van Leeuwen-Marres, 19 nov. 1709. (Terug)
54. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris Guichard, inv. nr. 2078, opening 29 mei 1765, Testament Elisabeth Busco d.d. 13 juni 1760. geboren Marres d.d. 13 juni 1760. Hierop een viertal zegelafdrukken met wapen Busco. (Terug)
55. Zie de wapenbeschrijvingen van dit geslacht in de genealogie van den Bosch. (Terug)
56. Le baron Léon de Herckenrode, Collection de Tombes, Épitaphes et Blasons, recueillis dans les Églises et Couvents de la Hesbaye, Gand, 1845. (Terug)
57. Armorial Général, J.B. Rietstap, Gouda, 1887. (Terug)
58. Th. de Renesse, Dictionnaire des figures héraldiques, zeven delen, Brussel 1894-1903. (Terug)
59. Miroir des Nobles de Hasbaye, par Jacques de Hemricourt, mis du vieux en nouveau Langage, enrichy d'un grand nombres des Figures en Taille-douce, par le Sr. de Salbray, Bruxelles, chez E. Henry Fricx, 1673. Dit prachtige in leer gebonden exemplaar bevindt zich in het Familiearchief. (Terug)
60. Nationaal Archief te Den Haag, portef.nr. 5864, missiven uit Maastricht aan de Staten Generaal; gezegelde brief van Michael Mares aan de staten Generaal d.d. 5 februari 1762: "De ondergeschreven belove, mij verbindende bij deese, dat indien Haer Hoogmoogende mij gelieven te beneficeeren met de prebende van St Servaes vaceerende door de dood van wijlen E.D. de Mean, ick daervoor sal betaelen de somme van drie duisent Pattacons ofte seven duijsent vijff hondert gulden Hollands, doende de somme van twaelf duijsent gulden Maestrichter Cours en sulx met een geaccepteerde wisselbrief in de Hage te voldoen. M. Mares, priester uijt den Vroenhove. Aangehecht een lakzegel met afdruk van een volledig wapen. Het schild beladen met een kam, vergezeld van drie klaverbladeren. Helm en dekkleden. Helmteken: een klaverblad van het schild." (Terug)
61. Jef Leunissen, Van Wilre tot Wolder, Uit het verleden van het hoofddorp van de voormalige Vroenhof, pag. 108: Michaël Marres legde op 9 februari 1798 te Maastricht toch de eed van haat aan het koningschap af. Michaël Marres was een kanunnik uit de omgeving van Bonn. Hij schijnt zeer gefortuneerd te zijn geweest. Hij stichtte te Wilre twee jaargetijden en schonk aan de kerk een zilveren kelk. Hij overleed op 14 juni 1818 te Wilre en werd in de kerk aldaar begraven. Hij werd ruim 90 jaar oud. (Terug)
65. Wapenbeschrijving door Cyril Marès, eigenaar van Mas des Bressades. Hij vermeldt dat zijn familie zijn oorsprong heeft aan de oever van het 'Etang de Tau' tussen Agde en Sète en de naam Mares daar al vanaf 1240 wordt genoemd. Hun bewezen genealogie vangt aan in de XVIde eeuw. Verwantschap tussen beide geslachten is niet waarschijnlijk. (Brief Cyril Marès d.d. 30 dec. 1997) (Terug)

Kwartierstaat

1. Hans Szymanski, Brandenburg-Preussen zur See 1605-1815. Ein beitrag zur Frügeschichte der Deutsche Marine, Leipzig, 1939. (Terug)
2. L. van Bree, Gedenkboek van de Javasche Bank 1828 - 1928, 2 delen, Weltevreden 1930. Hierin staat dat J.F.H. de Vignon Vandevelde op 11 februari 1899 werd benoemd tot directeur en J. Reijsenbach op 25 maart van datzelfde jaar tot president van de Javasche Bank. Deze bank gaf de bankbiljetten uit voor Nederland's Indië. Een serie is in de beginjaren van de vorige eeuw door J.F.H. de Vignon Vandevelde als president is ondertekend. (Terug)

Lakenindustrie

1. Gesta Abbatum Trudonensium, vertaald door Dr. E. Lavigne onder de titel Kroniek van de Abdij van Sint Tuiden, Assen/Maastricht 1986 deel 1 pag. 159. Lavigne vermeld hier overigens het jaartal 1135. Het jaar 1133 is ook vermeld in A.A.J. Flament Chroniek van Maastricht, Maastricht 1915. Als bron wordt hier gegeven Calendrier belge par Baron de Reinsberg-Duringsfeld 2e livraison 1860. (Terug)
2. H. Ammann, Maastricht in der mittelalteriche Wirtshaft, in: Mélanges F. Rousseau, Bruxelles, 1958, p. 21-46; J.G.J. Koreman, Aspecten van de lakennijverheid en- handel, in hoofdzaak gedurende de late middeleeuwen, in Miscellania Tjaiectensiana, Maastricht, 1962, p. 195-115;
Erwin Steegen, Kleinhandel en stedelijke ontwikkeling, Maaslandse Monografieën, p. 69, 2006. (Terug)
3. HCL te Maastricht, Archief indiviese raad, Raadsverdragen, inv. 44, fol. 133v, en 155v en 163v. (Terug)
4. P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van St. Servaes te Maastricht, nr. 1922, 11 maart 1429, Oorkonde van schout en schepenen van het kapittel van St. Servaas in hun hof te Susschen, gepubliceerd in: P.S.H.A.L., tôme XXXXI, 1905, p. 124. (Terug)
5. HCL te Maastricht, Oud Archief der Stad Maastricht, nr. 982, Schadelijsten van burgers in het jaar 1408. (Terug)
6. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht, nr. 6693, fol. 112. (Terug)
7. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht, nr. 6691, fol. 7. (Terug)
8. P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van St. Servaes te Maastricht, nr. 1922, 11 maart 1429, Oorkonde van schout en schepenen van het kapittel van St. Servaas in hun hof te Susschen, gepubliceerd in: P.S.H.A.L., tôme XXXXI, 1905, p. 130. (Terug)
9. Annuaire Généalogique des Pays-Bas, 1874, A.A. Vorsterman van Oijen et G.D. Franquinet, Eynatten, pag. 18-162. (Terug)
10. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6692, fol. 18v, Voechgeding 22 juni 1445. (Terug)
11. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6692, fol. 23, Voechgeding december 1445. (Terug)
12. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6693, fol. 95, Voechgeding 13 april 1458.
Deze en de vorige tekst is mede gelezen door H.J. Ernst, Gemeente Archief Amsterdam. (Terug)
13 HCL te Maastricht, Archief indiviese raad, Raadsverdragen, inv. 46, fol. 18v en 80. (Terug)
14. HCL te Maastricht, Archief indiviese raad, Raadsverdragen, inv. 46, fol. 15r-16v en 109v. Meer over de stadsverdediging bij de Schutterijen van Maastricht . (Terug)
15. HCL te Maastricht, Archief Kapittel van St. Servaes te Maastricht, Bezittingen Broederschap, 499a, rentregister anno 1462. (Terug)
16. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6954, 232v, 5 mei 1485. (Terug)
17. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6695, 420v, 24 januari 1495. (Terug)
18. Rijksarchief Hasselt (België), Archief Schepenbank Vlijtingen, 31, 29, 13 oktober 1523. (Terug)
19. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6957, 211v, 4 augustus 1539 (o.a.). (Terug)
20. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6957, 56v., 12 februari 1530. (Terug)
21. Prof. Dr. W. Jappe Alberts, Geschiedenis van de beide Limburgen, I, Assen 1972. (Terug)
22. HCL te Maastricht, archief van de familie Marees te Maastricht, toegangscode 160124, inv. nr. 100. (Terug)
23. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6957, 156., 10 mei 1535. (Terug)
24. Stadsarchief Tongeren (België), Fonds der Schaetzen, inv. nr. 2535. Tot in het jaar 1720, dit is vijftig jaar na zijn overlijden zullen zijn nakomelingen procederen over zijn nalatenschap. (Terug)
25. Rijksarchief Hasselt (België), Archief Schepenbank Sichen, 14, 93v, 28 mei 1613. (Terug)

Litteratuur

1. Foto Vereniging Vrienden van Amsterdamse Gevelstenen. (Terug)

Maquette

53. Drs. J.H.F. Bloemers, Meer dan 130 jaren oudheidkundig onderzoek in het Stokstraatgebied te Maastricht, in Stokstraatgebied te Maastricht Een renovatieproces in Historisch perspectief, uitgave Gemeente Maastricht, 1973, pagina 152. (Terug)

Mares

1.Rijksarchief te Hasselt België, archief schepenbank Millen, inv. nr. 47, folionr. 87, 2 dec. 1572. (Terug)
2. Rijksarchief te Hasselt België, archief schepenbank Fall, inv. nr. 22, folionr. 56v, 27 juli 1630. "Reyner Marres van Fall wenst te ontvangen de erfenis van Gerard Claessen van Fall gewoond hebbende te Eysden in het land van Overmase en Margriet zijn huysvrouw, dochter van alde Reyner Marres van Fall oft Hoekelom zaliger, als naeste bloedverwand van Margaret te weten 5 grootroeden land tussen Fall en Sichen, reijgenoten naar Maastricht de erfgen. Jan de Smet van Fall, naar de Jeker: het voetpad van Nieuwenhof naar Sichen, naar Fall: de erven Melot Alexanders en 6 grootroeden aan de Haesensprong, reijgenoten naar Fall: Paulus Stas, naar weg van Fall naar Meer: Willem Raedts de alden, naar de tombe: Jaques Stas." (Terug)
3.Rijksarchief te Hasselt België, archief schepenbank Fall, inv. nr. 18, folionr. 9v, 27 april 1580. (Terug)
4.Rijksarchief te Hasselt België, archief schepenbank Fall, inv. nr. 18, folionr. 21, 12 december 1581. Op deze dag verzoekt Henric Kusters alias Omalia van Sichen, als man en momber van zijn echtgenote, weduwe van Reyner merres den jonge zijn aandeel te ontvangen van het huis en de hof van wijlen Reyner Marres de ouden. (Terug)
5. Rijksarchief te Hasselt België, archief schepenbank Fall, inv. nr. 18, f. 58v, 30 dec. 1584 (sic) en inv. nr. 21, f. 60, 29 okt. 1611. Tekst:
Le document d'acquist de 8 fls a la iustice de Falle
transporte le 30 decembre 1585 pour Jean Mar(esse)
en fauveur du sr. Gille Witten de Tongre
Item le document de sept fls bbt rente transport
par Rener Maresse et son epouse le 29 8bre
1611 en fauveur dudit sr Gille Witten,
on en demands copie parvin les droits quoy at affect (Terug)
6. Nationaal Archief te Den Haag, portef.nr. 5864, missiven uit Maastricht aan de Staten Generaal; gezegelde brief van Michael Mares aan de staten Generaal d.d. 5 februari 1762: "De ondergeschreven belove, mij verbindende bij deese, dat indien Haer Hoogmoogende mij gelieven te beneficeeren met de prebende van St Servaes vaceerende door de dood van wijlen E.D. de Mean, ick daervoor sal betaelen de somme van drie duisent Pattacons ofte seven duijsent vijff hondert gulden Hollands, doende de somme van twaelf duijsent gulden Maestrichter Cours en sulx met een geaccepteerde wisselbrief in de Hage te voldoen. M. Mares, priester uijt den Vroenhove. Aangehecht een lakzegel met afdruk van een volledig wapen. Het schild beladen met een kam, vergezeld van drie klaverbladeren. Helm en dekkleden. Helmteken: een klaverblad van het schild." (Terug)
7. Jef Leunissen, Van Wilre tot Wolder, Uit het verleden van het hoofddorp van de voormalige Vroenhof, pag. 108: Michaël Marres legde op 9 februari 1798 te Maastricht toch de eed van haat aan het koningschap af. Michaël Marres was een kanunnik uit de omgeving van Bonn. Hij schijnt zeer gefortuneerd te zijn geweest. Hij stichtte te Wilre twee jaargetijden en schonk aan de kerk een zilveren kelk. Hij overleed op 14 juni 1818 te Wilre en werd in de kerk aldaar begraven. Hij werd ruim 90 jaar oud. (Terug)
8. HCL te Maastricht, Oud archief van Maastricht, notarieel archief, not. Morren, 1 mei 1735, Jan Marres vermeld als 'modern burgemeester' van Wilre. Hij tekent 'joannees Marrees'. Het onzeker of dit de landmeter Jan Mares van het Vroenhofse geslacht Mares is, het kan evengoed de brouwer en distillateur Jan Marres zijn van het Maastrichtse geslacht Marres. Deze woonde toen in 'Het Pannenhuis' te Biesland in de Vroenhof. (Terug)
9. Boed Marres en André Mares, Mares, een oud Wolders geslacht in Wolderse Mo(nu)menten, nummer 6, voorjaar 2008. (Terug)
10. Nationaal Archief te 's-Gravenhage, Archief Staten Generaal, Missieven uit Maastricht 1761-1764, inv. nr. 5864, gezegelde brief van Michael Mares, 5 februari 1762; foto: Reproductie afdeling Nationaal Archief". (Terug)

Nomen

1. Miroir des Nobles de Hasbaye, par Jacques de Hemricourt, mis du vieux en nouveau Langage, enrichy d'un grand nombres des Figures en Taille-douce, par le Sr. de Salbray, Bruxelles, chez E. Henry Fricx, 1673. Dit prachtige in leer gebonden exemplaar bevindt zich in het Familiearchief. (Terug)
2. J.Ph. Gramme, Recueil Héraldique des bourguemestres de la noble cité de Liège, Luik, 1720. (Terug)
3. C. van Bree, Historische Grammatica van het Nederlands, Dordrecht 1987, p. 115.: "En vergelijk uit de Antwerpse taal van de Spaanse Brabander in het gelijknamige stuk van Bredero: moor 'maar' woor 'waar' stooltje 'stoeltje'. (Terug)
4. Algemeen Rijksarchief te Brussel België, archief Rekenkamer 45102, Lijst van cijnsplichtigen aan de domeinen in het kwartier Maastricht en het graafschap Vroenhoven, 1614. (Terug)
5. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Brabants Hooggerecht te Maastricht, 6418, fol. 216v, 20 juni 1641. Het is hier voor de eerste maal gedaan door Paulus en Eva de Marres. Paulus schrijft zijn naam verder consequent als de Marres. Een andere Paulus de Marres 1629-1707, zoon van hun neef Paulus Matthias, wordt notaris en ondertekent al zijn stukken met Pau de Marres. Diens dochter Eva, gehuwd met Johan baron van Leeuwen doet dit ook, maar na haar overlijden omstreeks 1710 wordt dit gebruik door haar broers niet gecontinueerd. (Terug)
6. Een van de eerste maatregelen die de Franse bezetter in 1795 trof was het invoeren van een persoonsadministratie in de vorm van een burgelijke stand en een bevolkingsregister. Alle bestaande achternamen werden vastgelegd en alle personen die er geen hadden kregen een toegekend. Dat dit de eerste decennia niet consequent werd gedaan doet aan dit principe niets af. (Terug)
6a. Weekblad voor de Administratie der Directe Belastingen, Invoerechten en Accijnzen, 27 jan. 1906, no. 1752. (Terug)
7. Notities gedaan in kerkelijke registers, notariële acten, minuten van Maastrichtse en Loonse schepenbanken en die van de banken uit de landen van Overmaas en uit de aantekeningen in de protocollen van de overheden in Brussel en 's-Gravenhage. (Terug)
8. Frans Debrabandere, Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, Brussel 1993, Marres, ès. - Camiel Hamans, taalcolumn in NRC-Handelsblad 22 oktober 1984. (Terug)
9. Frans Debrabandere, Idem. Maret (14e eeuw: Maret de Haccourt, Morel (naam van het zwarte paard van Robert d'Artois in de Guldensporenslag), Moreel (1382 Moreele van Hadewighe) en Mauritius (1444 Maurus dictus Mauricius). (Terug)
10. Armoriaux Liégeois, chevalier de Limbourg, 1934, p.14. (Terug)
11. Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL), tôme II p.20; tôme VI, p.161 en 195; tôme XXXVI, p.47 en 72 en 125; tôme XXXVIII, p.130; tôme XXXXIII, p. 340; tôme LXVIII, p.366. (Terug)
12. P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van O.L. Vrouwe te Maastricht, nr. 237, origineel op perkament (PSHAL, tôme LXI, 1925, p. 154) (Terug)
13. E.C.W.L. Marres, 'Marres', De Nederlandsche Leeuw 107 (1990) kolom 125. (Artikel Leeuw) - (Terug)
14. HCL te Maastricht, LvO 5316, Archief schepenbank van Eijsden 1411-1463, 25 sept. 1454. (Terug)
15. H.J. Koenen, Het Geslacht de Marez, 's-Gravenhage 1898. (Terug)
16. Er zijn twee gedocumenteerde vermeldingen: HCL te Maastricht, Hooggerecht van den Vroenhof, inv. nr. 6964, 4 juni 1598, "Claes Merees alias Vulgraeff" koopt 4 groot roeden land op de Haenakker tussen Heukelom en Montenaken; en Brabants Hooggerecht inv. nr. 6264, 27 maart 1618, "Claes Meres, alias Vulgraeff, borger ende becker deser stadt Maestricht,.....".
De betekenis van Vulgraeff is onbekend. Wellicht is er verband met het oorspronkelijke uitgeoefende beroep van lakenscheerder. Een onderdeel van lakenfabricage is het vollen, het compact maken van het laken. Mogelijk is het begrip graaf hier in dezelfde betekenis gebruikt als in dijkgraaf. De overgrootvader van Nicolaas was immers gouverneur van de Maastrichtse droogscheerders. In Nederland bestaan de geslachten Volgraaf en Volgraff. Het laatste geslacht komt oorspronkelijk uit Duitsland. Het Meertens instituut heeft geen verklaring. Het Gesellschaft für deutsche Sprache te Berlijn, dat ook een afdeling voor naamkunde heeft, kent de combinatie voll en grab niet. (Terug)

Orgelbouwers

1. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 186/87, L. Houtappel & assistent (dit is J.Binvignat) verplaatsten na restauratie in 1778 het orgel van de Jesuitenkerk te Maastricht naar de Hervormde kerk te Koudekerke. (Terug)
2. Genealogie Houtappel, niet uitgegeven. (Terug)
3. Encycopedie Het Historische Orgel in Nederland, 8, 35-36, Omstreeks 1773 begon Joseph Binvignat samen met de houthandelaar Houtrappel een Maastrichtse orgelmakerij ....... Vanaf 1777 kreeg de firma nieuwe orgels te maken., maar in 2, 24-25, In 1778 voegt Joseph Binvignat zich als compagnon bij Lambert Houtappel (dit is wel een notering in een ouder deel); A.M.A. Maassen, Een orgel 'tot loff van de Allerhoogsten God' in Geulle, in het Jaarboek Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal, 4, 1994, 124-134. Hier wordt vermeld dat bij de volkstelling van het jaar 1803 (an XI) vermeld dat hij vanaf 1769 in de stad woonde, bij de tellingen van 1820 en 1825 wordt opgegeven dat hij respectievelijk vijfenveertig en vijftig jaar in de stad verbleef, dus vanaf 1775. Quadvlieg, Maasgouw 1970, vermeldt rond 1775. (Terug)
4. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Burgerboeken van het Brabants Hooggerecht, 295, 16 nov. 1787. Als burgers werden ingeschreven in het ambacht van de Cremers: Joseph Binvignat 33 jaar, Guiliëlmus Joannes Josephus Binvignat, geboren 8 maart van dit jaar, Maria Anna Antoinette Binvignat, 2 jaar, Marie Elisabet Jos. Binvignat, 4 jaar, Marie Agnes Lamberti Jos. Binvignat, 6 jaar, allen afkomstig van Attigny te Frankrijk.
Nota Bene: In het cremersambacht werden te Maastricht behalve kooplieden ook een grote diversiteit aan beroepen ondergebracht zoals brandewijnstokers, geelgieters, hoedenmakers, ketellappers, koperslagers, kousenmakers, loodgieters, pijpenbakkers, poedermakers, pruikenmakers, touwslagers, tinnegieters, viltmakers, zeepzieders, zoutzieders etc. etc. en dus mogelijk ook in dit geval orgelbouwers. (Dr.P.J.H. Ubachs, Nieuwe Burgers van Maastricht 14e eeuw - 1795, Geleen 1993) (Terug)
5. Dictionnaire des facteurs d'instruments de musique en Wallonie et à Bruxelles du 9e siècle à nos jours, par Malou Haine et Nicolas Meeùs, Pierre Madaga éditeur 2009. Auteur: Jean-Pierre Felix. (Terug)
6. Tableau de la Population de Maestricht 1803 en het bevolkingsregister van Maastricht in 1816.
G.M.I. Quadvlieg De Orgelbouwers Binvignat te Maastricht, Maasgouw, 86, 1967; 89, 1970. (Terug)
7. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 3, 197-199. (Terug)
8. A.M.A. Maassen, Een orgel 'tot loff van de Allerhoogsten God'. (Terug)
9. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 24-25. Hier staat dat Joseph Binvignat zich in 1778 als compagnon bij Lambert Houtappel voegt. (Terug)
10 De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 8, 35-36. (Terug)
11. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 3, 267-270; G.M.I.Quaedvlieg - Orgels in Limburg (Zutphen 1982). Foto: Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg, november 2005. (Terug)
12. De encyclopedie Geneawiki (België) (Terug)
13. G.M.I.Quaedvlieg - Orgels in Limburg (Zutphen 1982) en De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 94-96. (Terug)
14. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 99-103. (Terug)
15. Foto: www.zichtopmaastricht.nl - Maastrichts Orgelpracht, Een wandeling langs Maastrichts monumentaal orgelbezit; G.M.I. Quaedvlieg, Maastricht's orgelpracht, Maastricht 2007. (Terug)
16. Ed van Aken, Homepage op 'www.edvanaken.nl'. (Terug)
17. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 1, 150-153. (Terug)
18. G.M.I. Quadvlieg, De Orgelbouwers Binvignat te Maastricht, Maasgouw 89, 1970. (Terug)
19. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 18; G.M.I.Quaedvlieg, Orgels in Limburg (1982). (Terug)
20. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 222/227. (Terug)
21. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 342-344. (Terug)
22. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 209/11. (Terug)
23. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 313/15. (Terug)
24. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 360/61. (Terug)
25. Stichting Heemkunde van Wilre tot Wolder, Petrus en Pauluskerk Wolder. (Terug)
26. Publicatie van de Afdeling Monumenten en Landschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap onder de titel 'Beschermingen 2003. Monumenten, stads- en dorpsgezichten, landschappen' (Terug)
27. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 1, 337/38<. (Terug)
28. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 1, 192-193. (Terug)
29. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 3, 168/69. (Terug)

Pekelharing

1. Coll. en foto SA Amsterdam; Archief Burger Weeshuis Amsterdam, kaartenboek B, kaart 27. (Terug)
2. Karl-Heinz Wiechers, Und fuhren weit übers Meer. Zur Geschichte der Ostfriesischen Segelschiffart, II, Häfen der Ems (1988). (Terug)
3. Hans Szymanski, Brandenburg-Preussen zur See 1605-1815. Ein Beitrag zur Frühgeschichte der deutschen Marine (Leipzig 1939). Szymansky citeert uit dit edict en moet het dus onder ogen gehad hebben. In het 'Geheimes Staatsarchiv Peussischer Kulturbesitz' te Berlijn trof ik het niet (meer) aan. Het zou zich moeten bevinden in 'I HA Geheimer Rat, Rep. 9 Allg. Verwal-tung, NN Lit. Edikte und verordnungen, Paket 1 (1571-1689)'. (Terug)
4. Lieve Verschuur, Die kurbrandenburgische flotte 1686, olieverf op Doek, 146 x 244 cm, Coll. Schloß Oranienburg, Berlin. Foto Stiftung Preußischer Schlösser und Garten. (Terug)
5. Hans Szymanski, Brandenburg-Preussen zur See 1605-1815. Ein beitrag zur Frügeschichte der Deutsche Marine, Leipzig, 1939. (Terug)
6. Historische Schiffsmodelle Claus Lange, www.historische-schiffmodelle.de. (Terug)
7. Cezary Grodzicki Schiffsmodelle, www.architektura-cg.de. (Terug)
8. J. Rogge, Het geslacht Rogge te Zaandam. Drie eeuwen familiegeschiedenis tegen den achtergrond van nering en bedrijf (Koog aan den Zaan 1948). (Terug)
9. Reinier Nooms, Bickerseiland, 1650/1656, prent 137x250 mm., coll. Rijksmuseum Amsterdam, inv. nr. RP-P-OB-20.527; Foto neg.nr.: 37115, 2000. (Terug)
10. E.C.W.L. Marres, 'Marres', De Nederlandsche Leeuw 107 (2003) kolom 1-26. (Terug)
11. G.J. Honig, Uit den Gulden Bijkorf. Genealogisch-historisch-economische studiën over Zaanse families. Koog aan de Zaan 1952 en in Nederland's Patriciaat, 2000/'01, jg.83, pag.226-253. (Terug)

Personeel

1. De namen zoals herinnerd door Eugène P.E.J. Marres op vijf en tachtigjarige leeftijd. Hij was destijds 12 à 13 jaar oud. (Terug)
2. Foto's verkregen van zijn dochter mevrouw Suzy Hochstenbach. (Terug)
3. Foto verstrekt door de heer H. Hardy, kleinzoon van de brouwmeester Hugo Mares (Terug)
4. Cher Coenen, brouwersknecht bij de brouwerij Marres-Ceulen werd geboren op 22 sept. 1925 en overleed in 2003. Mondelinge medeling van mevrouw Tiny Coenen-Pricken, weduwe sinds 2003 van de heer Cher Coenen. (Terug)
5 Foto verstrekt door de heer H. Hardy, kleinzoon van de brouwmeester Hugo Mares (Terug)

Politiek

1. HCL te Maastricht, Archief v.h. Kapittel van St. Servaes te Maastricht, Proostdij Tweebergen, inv. nr. 48. (Terug)
2. Rijksarchief Hasselt (België), schepenbank Sichen, 19, f11v. (Terug)
3. A.R.M. Mommers, Brabant van generaliteisland tot gewest, Utrecht 1953. (Terug)
4. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, proefschrift Tilburg 1959, p. 106. (Terug)
5. Jos. Russel, De Limburgsche Coterie, 1866, (schotschrift op W.H. Pijls). (Terug)
6. Dig. Bibl. Ned. Letteren, Joseph Russel. (Terug)

Portretten

1. Dit geschilderde portret is zeer waarschijnlijk aan de hand van een foto drie jaar na zijn overlijden gemaakt. (Terug)
2. De heer Herman Maes, hoofdrestaurator van het Nederlands Fotomuseum, is van mening dat deze daguerreotype gemaakte is tussen 1843 en 1848. Een meer exacte datering en toeschrijven van de plaat wordt extra bemoeilijkt omdat de behuizing, als er al informatie over de fotograaf was toegevoegd, meestal op de cassette is terug te vinden, maar deze is niet meer aanwezig. Eugène P.E.J. Marres kreeg de daguerreotype midden vorige eeuw van zijn tante Elisabeth Hollman-Marres, 1881-1952, kort voor haar overlijden. Het was volgens haar een verre oudoom Marres, met de kenmerkende trekken van de familie, hoewel wat mager, wiens naam zij vergeten was. Extrapolerend kan gesteld worden dat het hier Hubert Marres betreft. (Terug)
3. M.Th.L.W. (Wim) Boersma, was behulpzaam bij de identificatie. (Terug)
4. Wim Boersma en Peter Lambriex (kleinzoons van het echtpaar Houtappel-Lemmens waren behulpzaam bij de identificatie. (Terug)

Querelle

1. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, proefschrift Tilburg 1959, p. 106. (Terug)
2. Jos. Russel, De Limburgsche Coterie, 1866, (schotschrift op W.H. Pijls). (Terug)
3. Toenmalig minister van Financiën. (Terug)
4. Russel droeg een Tunesische ridderorde. (Terug)
5. Archief Petrus Regout: inv.nr. 28, p. 396. Zie ook: Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 304 e.v.. (Terug)
6. Jacq Giele, De Arbeidsenquete van 1887, Een kwaad leven, deel 2, Maastricht, uitg. Link Nijmegen 1981. (Terug)
7. Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959. (Terug)
8. Dig. Bibl. Ned. Letteren, Joseph Russel. (Terug)

Religie

1.-

Herman Philipse, Atheïstisch Manifest en De Onredelijkheid van de Religie, met een voorwoord van Ayaan Hirsi Ali, Amsterdam 2004;

Richard Dawkins, The God Delusion, 2006, (Ned. vert.) Hans E. Van Riemsdijk, God als Misvatting. (Terug)

2. K. Cools o.s.r., Vier broers Kruisheren Marres van Maastricht in de 18e eeuw, Clairlieu, tijdschrift gewijd aan de geschiedenis van de kruisheren, jg. 42, 1984, p. 125-127. (Terug)
3. P.H. Marres, Het gewigt der Godsdienst met betrekking tot de Maatschappij, in: Catholijke Nederlandsche Stemmen over Godsdienst, Staat-, Geschied- en Letterkunde 15 (1849), 413-416. (Terug)
4 P.H. Marres, canonico ecclesiae cathedralis, in seminario Ruraemundensi s. theologiae professore, De Iustitia secundum doctrinam theologicam et principia iuris recentioris, speciatim vero neerlandici, Ruremundae 1879. (Terug)
5. Foto uit: Jan G.C. Simonis e.a., Zielzorgers in het bisdom Roermond, 1840-2000, Sittard 2001. (Terug)
6. Menukaart in bezit van de heer P.H.M.J. Lambriex te Maastricht. (Terug)
7. Kaartjes in bezit van het familiearchief te Amsterdam. (Terug)
8. Kaart uit de collectie van de heer W.F.T. Lem te Maastricht. (Terug)
9. Broederschap der Heilige Maagd en Martelares Barbara uitgegeven bij gelegenheid van de Herdenking in 1987 van de Heroprichting op 12 november 1837, drukkerij Pleumeekers. (Terug)

Schadelijst

1. HCL te Maastricht, Oud Archief der Stad Maastricht, nr. 982, Schadelijsten van burgers in het jaar 1408. (Terug)
2. De klerk vergat in de betreffende regel het woord vaten te noteren. De administratiekosten van 1 boddereger zijn ongeveer een halve euro. (Terug)
3. Jean Pireyns en Wigbolt Tijms, De graanprijzen van Luik (1400-1940) De effracties van de schepenen, Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg, XXXVIII-1993, 67-154. Een Luikse mud was toen ongeveer 250 liter en een Maastrichts vat 25 liter. (Terug)

Schutterij

1. In de St Joriscarte van 1374 staat dat het schut jaarlijks een aam wijn, 180 liter, kreeg en de afzonderlijke schutters ieder jaarlijk een kleine mottoen. Een mottoen is een gouden munt met de afbeelding van een schaap. Hij werd geslagen in Brabant en Vlaanderen tussen 1356 en 1370. In de aanvang woog hij 4,70 gram en had nagenoeg 24 karaat, dus zuiver goud. Later had hij nog slechts 19 1/2 karaat met een gewicht van 4,57 gram en had dus aanvankelijk de aanmaakkosten van een kleine honderd gulden. De eigenlijke waarde lag dus fors hoger (K. Lemmens, Rekenmunt en courant geld, in Jaarboek van het Europees Genootschap voor Munt- en Penningkunde 1998).
N.B.: Voor dit artikel werd dankbaar gebruik gemaakt van: Dr. Henk Thewissen, De gezworen schutterijen van Maastricht 1374-1579, Maastricht 2008; (Terug)
2. J.H.J. Geurts, Onsser stadt in sulcken gedranghe, Maastricht tussen Brabant en het Rijk 1500-1550, Nijmegen 1993.; Jac. H.J. Geurts, Vergeefse Vervalsingen: Een Bureaucratie in de Fout. Maastricht tussen Brussel en Spiers 1495-1548, in Bureaucraten Betrapt, serie Cultuurhistorische Beschouwingen 2, Amersfoort 2001. (Terug)
3. Dr. Henk Thewissen, De gezworen schutterijen van Maastricht 1374-1579, Maastricht 2008; Prof. Dr. W. Jappe Alberts, Geschiedenis van de beide Limburgen, I, Assen 1972; e.a. genoemd bij Litteratuur. (Terug)
4. De Hoofdwacht was het commandocentrum van de legers te Maastricht. In 1867 werd de vestingstatus van Maastricht opgeheven. De Dienstdoende schutterij van Maastricht werd terzelfder tijd heropgericht. Het schilderij van de officieren van de schutterij, gemaakt bij de opheffing begin vorige eeuw, is hier geplaatst. Of dit destijds inderdaad het vergaderlokaal was is toch een hypothese. (gaarne uw reactie hierop via contact) (Terug)
5. HCL te Maastricht, archief van de Dienstdoende Schutterij, Stamboek van officieren, met klapper op naam, 1868 - 1906, klein portretje (no. 19671) - aangeduid als M. Marres, zijnde no 21 van een grotere foto (nr. 26898) waarop naast burgemeester Raat alle officieren van de in 1868 heropgerichtte Dienstdoende Schutterij, als een geschenk aan de commandant.
Gezien het jaartal en de gezichtsfysionomie betreft het hier waarschijnlijk Jacques Marres en niet Michael Marres. Jacques was in 1868 acht en twintig jaar en Michael nog maar twintig. N.B.: Deze gegevens werden ons toegezonden door de heer P.H.M.J. (Peter) Lambriex. (Terug)
6. HCL te Maastricht, Archief Dienstdoende Schutterij van Maastricht. De foto is afkomstig van een groot gedemonteerd collage. Op de achterzijde van de foto staat in handschrift het jaartal 1868 en de naam M. Marres geschreven. Jacques Marres was in 1868 luitenant. De letter M duidt op Michel Marres die eerst in 1869 luitenant werd. (Terug)
7. De opdracht voor het laten vervaardigen van dit schilderij is gegeven wegens de komende opheffing van de schutterij wegens reorganisatie van de landsverdediging. Het uiteindelijke besluit van opheffing gebeurde bij wet op 2 augustus 1907. Het maken van dit schilderij is gezien de lange tijdsduur van vervaardiging en de vele deelnemende kunstenaars vol problemen geweest. (Terug)

Sport

1. Jurjen Vis, Onder uw Bescherming, De katholieken en hun ziekenzorg in Amsterdam, Gedenkboek verschenen bij het honderdjarig bestaan van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam, 1898 - 1998. (Terug)
2. Veel gegevens komen uit: Nereus 1885-1985, een eeuw toproeien, Amsterdam 1985, met name pag. 48-56, 62, 110, 117-123, 131, 266, 268. (Terug)
3. Herinnering aan een training, A.A.J.H. Marres in Roeien, officieel orgaan van de Nederlandsche Roeibond, in drie successievelijke afleveringen in 1958.
De Olympische penningen op deze pagina waren van Thuur Marres die deze naliet aan zijn meest sportieve neef Rudy Marres en deze zijn nu in bezit van zijn zoon Arthuur Marres. (Terug)
4. Foto Stadsarchief, Collectie foto-afdrukken, vervaardiger: Vereenigde Fotobureaux N.V., afbeeldingsbestand: 010003017737. (Terug)

Steenfabriek

1. HCL te Maastricht, Belvédère Steenfabrieken en Kiezelexploitatie N.V., toegangsnr: 21.2, archieftitel: 'Belvédère' Steenfabrieken en Kiezelexploitatie N.V. (sinds 1973 B.V.) Maastricht, datering: (1894-1907) 1908-1981. Titelinventaris: toegang gedeeltelijk via plaatsingslijst van directie-archief, 1897-1967 in: ordner P. 1, omvang: 10,50 m.
Opmerking: sinds 1969 werkmaatschappij van de Delta Baksteen Unie; bevat ook stukken van de stoomsteenfabriek Baeten, Lalieu & Co., 1894-1907. (Terug)
2. IISG te Amsterdam, call: ZK 57423, Belvédère Steenfabriek. (Terug)
3. C.M. Duijnstee, A.E. Duynstee en F.W. Sevenstern, persoonlijke herinneringen, febr. 2008. (Terug)
4. Financ. Dagblad 29 aug. en 14 sept. 1962, en 23 juni 1963. (Terug)
5. C.M. Duijnstee, A.E. Duynstee, persoonlijke herinneringen, febr. 2008. (Terug)
6. Nl.Wikipedia.org. (Terug)

Stevens

1. W.A. Dreschler, De Koloniale pistolen M 1842 en M 1850 , in Armamentaria 33, Jaarboek Legermuseum 1998-1999, pag 99-109. (Terug)
2. Nederlandse Molendatabase, Maastricht, Limburg, database nr. 438, inv. nr. LB054, Molen van Lombok. (Terug)
3. Jan Blokker, Jan Blokker jr. en Bas Blokker, Nederland in twaalf moorden, Niets zo veranderlijk als onze identiteit, Amsterdam/Antwerpen 2008, pag. 195-213: Onaangenaam werk, 1894, Hendrik Colijn & de verovering van Tjakra Negara.
Het betreft hier een van de zwarte bladzijdes uit de Nederlandse geschiedenis. De Nederlanders vielen Lombok binnen omdat er onlusten waren tussen de Radja, een hindoe, en een groep van zijn mohammedaanse onderdanen. Geruchten dat de Radja op eigen houtje handel dreef met de Engelsen in Singapore zal wel de hoofdreden geweest zijn. De Radja aarzelde met het aanbieden van excuses en erkenning van onderhorigheid aan het Nederlandse gezag. Hij deed dat in ieder geval niet binnen drie dagen. Hierop viel een Nederlandse troepenmacht Lombok binnen die op heftig verzet van de bevolking stuitte. Onder de Nederlandse soldaten vielen 419 doden en nog meer gewonden. De doden onder de inheemse bevolking werden niet geteld, die werden niet bijgehouden. De zeer christelijke luitenant Hendrik Colijn, die later vijfmaal minister president van Nederland zou worden, gaf onder meer persoonlijk de opdracht negen vrouwen en drie kinderen, die huilend om genade smeekten, dood te laten schieten omdat ze verzet pleegden. Voor zijn aldaar verrichtte heldendaden is hij beloond met de Militaire Willemsorde en ook met het hiervoor ingestelde Lombokkruis. De Nederlanders maakten de hoofdstad en het paleis met de grond gelijk en roofden de kunstschatten. Een deel is bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 teruggeven. De rest kan nog steeds in Nederlandse musea bewonderd worden. De zoon van de laatste Radja, die nog op Lombok woont, heeft vergeefs om teruggave gevraagd. Hier is nog een passage uit de brief die Hendrik Colijn na afloop van de acties aan zijn vrouw hierover stuurde:
'Zelfs vrouwen vochten mee, sommigen met kinderen aan de borst. Ik heb er een gezien, die, met een kind van ongeveer ½ jaar op de linker arm en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb negen vrouwen en drie kinderen, die genade vroegen op één hoop moeten zetten en zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar het kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten.. . . . Danken we, mijn lieveling, den Heere onze God voor zijne weldaden ende zegeningen. . . . . Zij Hij ons verder nu nabij. (w.g.) Hendrik Colijn.' (Terug)
4. Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 294. (Terug)
5. W.A. Dreschler, De Koloniale pistolen M 1842 en M 1850 , in Armamentaria 33, Jaarboek Legermuseum 1998-1999, pag 99-109. (Terug)
6. Maenen, p. 139. (Terug)
7. Dat niet Edouard de Beaumont (1842-1895), maar J.J. Cloes uit Luik de uitvinder van het geweer was, werd reeds langer vermoed, o.a. B.J. Martens / G. de Vries 2001. Het was echter de heer W.A. Dreschler die dit vermoeden bevestigde, toen hij op 24 maart 2006 tijdens een symposium van de Vereniging Edouard de Beaumont de wereld verraste met een Amerikaans patent, waaruit blijkt dat deze Cloes in de USA patent aanvroeg. Hij deed dit als uitvinder, maar namens Edouard de Beaumont. Op zijn beurt had Cloes weer inspiratie opgedaan bij het Franse Chassepot-geweer. (Terug)
8. Percussiepistool, op de loop gesigneerd 'P. Stevens te Maastricht', caliber 12 mm., octogonale getrokken damastloop met ingeschoven korrel. Op de staartschroef genummerd '2', floraal gegraveerde en gebruineerde ijzeren slotplaat, gestoken notenhouten lade met gecanneleerde kolf, en suite gegraveerde messing trekkerbeugel met vingerhaak en scharnierend pistonvlakje, lengte 41 cm. Afbeeldingen ter beschikking gesteld door veilinghuis Hessink. (Terug)
9. Literatuur: H.E. Harder / W.A. Dreschler Die Militärrevolver der Niederlande, De Bataafse Leeuw Amsterdam 1998. Drs. B.J. Martens / drs. G. de Vries Nederlandse Vuurwapens Landmacht, Marine en koloniale troepen 1866-1895, S.I. Publicaties Arnhem 2001. Correspondentie en mededelingen mr. E.A.H.M.J. (Eddy) de Beaumont, MM. (Deze laatste is een nakomeling van beide fabrikanten.) (Terug)
10. E.C.W.L. Marres, Genealogie Stevens, Limburgse Leeuw, 7e jg. 1958, p. 17-22. (Terug)

Terugkeer

1 Dr. Henk Thewissen, De (goede) ambachten van Maastricht 1135 - 1795, organisatie regulering economische en charitatieve ambities, Maastricht 2007. (Terug)
2. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, Gichten inv. nr. 6954, folionr. 199, 10 juli 1588. Vorig jaar heeft Reyner Marres een huis gekocht op de Kleine Gracht, waarvan hij nu de betaling verricht. (Terug)
3. Dit blijkt uit de verdeling van zijn nalatenschap in 1621 (HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht,notaris Nic. Bruysterbosch, 20 dec. 1621) (Terug)
4. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, Gichten inv. nr.6224, 27 maart 1618, Claes Meres, alias Vulgraeff, borger ende becker deser stadt Maestricht, gehuwd met Lijsbeth, is aan Anthonis Clooth, brouwer, 392 gld schuldig wegens geleverde bieren, als pand voor betaling steldt hij zijn woonhuis op de tweembergerstraat genaamd "Den Valck", reijgenoot naar de tweemberger poort Dries Froers, schoenmeker en naar de grote gracht Peter Fruers, belast met acht daalders aan het klooster. Er hoeft geen rente betaalt te worden.
Deze openstaande rekening van omgerekend naar de huidige tijd bijna 400 Euro, is wel erg fors voor eigen gebruik. Hij zal wel een tapperij of herberg gehad hebben.
Een ton bier van gemiddelde kwaliteit bedroeg in die tijd (Philips, Maastrichtse brouwers, 1982, p. 32) gemiddeld 5 gulden, het betreft hier dus de levering van een kleine 200 vaten bier. (Terug)
5. HCL te Maastricht, not. Nic. Bruysterbosch, 20 dec. 1621, verdeling nalatenschap Reijner Marres; RAH (België), Schepenbank Sichen en Sussen 14 quatuor, 161v, 1 maart 1627 (Terug)
6. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Brabants Hooggerecht te Maastricht, 15 nov. 1591, Op 14 nov. 1591 kopen Nicolaes Merees en zijn echtgenote Lysbeth van het klooster "Het dal van Josaphat in de Beijart" een huys op de Tweembergenstraat tussen het erf van het Klooster in het westen en noorden en de erven van Willem Weerts oostwaarts naar de stad. Dit huis had het klooster op 2 sep 1530 verkregen van zijn dienaar Lenart van den Hoeven. Nicolaes betaalt 300 gulden contant. 160 philippus daalders blijven staan, met als rente 8 philippus daelders. Deze rente behoeft eerst betaalt te worden wanneer de huurder, Gerard van Peer, het huis heeft verlaten. (HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, Gichten inv. nr. 6954, folionr. 266) (Terug)
7. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, notaris Nic. Bruysterbosch, 11 april 1631. (Terug)
8. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, notaris L. Natalis, 1076,9 april 1646. (Terug)
9. K. Cools o.s.r., Vier broers Kruisheren Marres van Maastricht in de 18e eeuw, Clairlieu, tijdschrift gewijd aan de geschiedenis van de kruisheren, jg. 42, 1984, p. 125-127. (Terug)
10. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris H. Munix, 30 januari 1652, inv. nr. 1264. (Terug)
11. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Hooggerecht van den Vroenhof inv. nr. 6981, 23 maart 1655. (Terug)
12. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,notaris Pau de Marres, 19 december 1669. (Terug)
13. Verdeling nalatenschap van wijlen Lambricht Houbrechts (HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,notaris Pau de Marres, 23 oktober 1675). (Terug)
14. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,notaris Schaepen, inv. nr. 1544, 7 jan 1695, op deze datum vond ik de naam voor de eerste maal vermeld (Terug)

Zoutziederij

1. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris J.W.H. Haenen, 6 januari 1873. Op deze datum is Joseph Philippe Marres, zoutzieder te Maastricht, getuige bij de schenking gedaan door zijn moeder vrouwe Anna Maria Bemelmans, weduwe van de heer Michael aan zijn broer Hubertus Eugenius Marres ter gelegenheid van diens huwelijk van het huis met de brouwerij en jeneverstokerij aan de Plankstraat te Maastricht. (Terug)
2. Encyclopedie van Maastricht. (Terug)
3. Op het IISG (Internationaal Instituut voor Sociale geschiedenis) te Amsterdam bevindt zich het archief van de Nederlandse Vereniging van Fabriekarbeiders/-sters. Op de plaatsingslijst "Afdeling Maastricht" staat onder inv.nr. 66, Correspondentie met Jos Marres Zoutraffinaderijen 1924 -1940. Het is een verslag van de loononderhandelingen. In een brief vond ik van het oude Fabrieksreglement de toevoeging van een nieuw artikel (9b). Dit is de enige vondst. (Terug)
4. W. Muusse, Het verdwijnen van de Maastrichtse Zoutziederij, Maasgouw, 77-1958 pag. 23-25. (Terug)


HOME