|
Archeologische Vondsten
1. Titus A.S.M. Panhuijsen, Romeins Maastricht en zijn beelden, 1966, pag. 263, 264.
(Terug)
2. Titus A.S.M. Panhuijsen, Romeins Maastricht en zijn beelden, 1966, pag. 330-333, 431 433.
(Terug)
3. Wiedemann, Emperors and Gladiators, 53 noot 117 en 38-39.
(Terug)
4. Titus A.S.M. Panhuijsen, Romeins Maastricht en zijn beelden, 1966, pag. 32.
(Terug)
Biografieën
1. Deze brief hebben wij omstreeks 1980 ingezien bij M.M.E.E. Franquinet te Beek (Limb).
(Terug)
2. Dit schilderij wordt toegeschreven aan de schilder Englebert Nicolas Victor Rhenarsteine.
(Terug)
3. Maurice Thunus, président des Archives Verviétoises, Une famille notable de Verviers - Les Franquinet, in Bulletin des Archives Verviétoises Tome XVII (1986-1987), een slordige en onvolledige verzameling van bestaande papieren en foto's in zwart-wit, zonder eigen onderzoek.
(Terug)
4. Natuurhistorisch Museum Maastricht, Collectie Botanie. Tot de collectie behoren ook enkele apothekersherbaria waarvan het mossenherbarium uit 1770 van de Maastrichtse apotheker J.L. Franquinet het belangrijkst is. N.B.: Het door het museum opgegeven jaartal 1770 kan niet juist zijn. Mogelijk is zijn vader Dr. Franciscus Lambertus Franquinet 1744-1803, medisch doctor te Verviers tot 1779, daarna te Maastricht de samensteller hiervan.
(Terug)
9. E.M.A.H. Delhougne, Genealogieën I, Nijmegen 1957, FRANQUINET - VERVIERS (Blg.).
(Terug)
10. Schilderij, marouflé doek op hout 22,8x27,8cm, in familiebezit, volgens zeggen van Yvonne Marres-Franquinet 1912-1993, lid van de Maastrichtse tak, is dit een schilderij door Hendrik Willem Franquinet in zijn jeugd geschilderd.
(Terug)
11. J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche Buntschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van het begin der vijftiende eeuw tot heden, I, Amsterdam 1842.
(Terug)
12. Kon. Acad.v. Schone Kunsten Antw., Archief Academie, inv. nr. 303/304, p. 281.
(Terug)
13. J. Blonden, De Latijnse Stadsschool van Maastricht tot aan hare inrichting als Atheneum (1804-1817). PSHAL, 68, 1932.
(Terug)
14. Ingrid M.H. Evers, Drie vergeten Maastrichtse schilders, François Hermans (1745-1804), Louis Hermans (1750-1834), Guillaume Henri Franquinet (1784-1854), PSHAL, 129, 1993.
(Terug)
15. G.K. Nagler, Neues allgemeines Künstlerlexicon oder Nachrichten von den Leben und den Werken der Maler, Bildhauer, Baumeister.. IV, München 1837.
(Terug)
16. H. Weisäcker und A. Dessoff (eds.) Kunst und Künstler in Frankfort am Main in neunzehnten Jahrhundert, Frankfurt/M 1907/1909, II, 40.
(Terug)
17. Hier studeerde toen zijn achterneef Philip van Gulpen de geneeskunde. Deze zal later arts worden in Maastricht, maar zijn grootse bekendheid verwierf hij achteraf als tekenaar van het toenmalige Maastricht, niet zozeer door de kwaliteit van de tekeningen, maar als picturaal documentalist van de, als gevolg van de verwoestende vooruitgang, snel verdwijnende middeleeuwse stad.
(Terug)
18. J. Immerzeel, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters, van het begin der vijftiende eeuw tot heden, I, Amsterdam 1842.
(Terug)
19. Thieme/Becker, Allgemeines Lexikon der bildenden Künstler von der Antike bis zur Gegenwart, Leipzig, XII, 386.
(Terug)
20. G.C. Groce and D.H. Wallace, The New-York Historical Society's Dictionary of Artists in America, 1564-1860, New Haven/Oxford, Yale University Press/Oxford University Press, 1957.
(Terug)
21. Algernon Graves, The British Institution 1806-1867, a complete dictionary of contributors and their work from the foundation of the institution, Bath 1969 (reprint, oorspr. uitg. London 1875): voorwoord.
(Terug)
21a. The Adams Papers, L.H. Butterfield, editor in chief. Portraits of John Quincy Adams and his wife, by Andrew Oliver, The Belknap Press of Harvard University Press, 1970 Massachusetts Historical Library of Congress Catalog, pagina 221-222, Diary, 12 june 1841, same 14, 15, 16 june 1841, same 23 april 1842.
(Terug)
21b. Craig's Daguerreian Registry, The Acknowledged Resource on American Photographers 1839-1860.
(Terug)
22. A. Siret, Dictionaire historique des peintres du toutes écoles ... Bruxelles 1848; E. Bénézit, Dictionnaire critique et documentaire des Peintres, 1911-2006, IV 504.
(Terug)
23. Volgens aantekeningen van G.L.D. Franquinet zou hij in Maastricht en Parijs ook gebouwen hebben vereeuwigd. HCL te Maastricht Archief GLD Franquinet, inv nr. 1 (genealogie).
(Terug)
24. www.kikirpa.be.
(Terug)
25. Galerie des Peintres ou Collection de Portraits des peintres les plus célèbres de toutes les écoles, par M. Chabert hommes des Lettres, Paris 1822-1834, vier delen. Dit werk bevindt zich in de bibliotheek van het Rijksmuseum te Amsterdam.
(Terug)
26. Monuments des Arts du dessin chez les peuples tant anciens que modernes, recueillis par le Baron Vivant Denon, décrits et expliqués par Amaury Duval, Paris 1829. Dit werk verscheen als tijdschrift en bevatte uiteindelijk vier delen. Daarvan bevinden twee delen in de bibliotheek van het Rijksmuseum te Amsterdam.
(Terug)
27. www.culture.gouv.fr/public.
(Terug)
28. www.ram.ac.uk/emuweb.
(Terug)
29. www.wilnitsky.com.
(Terug)
31. The Letters of Henry Wadsworth Longfellow 1814-1843, part VI, p. 499, to Stephan Longfellow, his father, Cambridge, November 10 1839.
(Terug)
32. Longfellow National Historic Site grants permission for one-time use on your website of the six images by Franquinet and asks that you use the following credit line: Courtesy National Park Service, Longfellow National Historic Site. ... Sincerely, Anita Israel Archives Specialist, Longfellow National Historic Site
105 Brattle St. Cambridge, MA, USA.
(Terug)
Brouwerijen
1. Verklaring in een waarschijnlijk langlopende procedure over de verdeling van de nalatenschap van Lenardt van Walsden den Ouden. Mr Willem Hermans gehuwd met Ida Hoppels verklaart op verzoek van Caspar Cuijpers gehuwd met Catharina van Walsden onder meer dat Willem van Walsden en Eva de Marres echtgenote van Jan Hagemans slechts vruchtgebruikers waren van de erfgoederen na het overlijden van Lenardt van Walsden den ouden.
Eveneens verklaart hij te weten dat Willem van Walsden en Eva de Marres aan hun schoonmoeder Anna Hoppels volmacht gegeven hebben om na het overlijden van haar man Lenart te beschikken over de goederen van de kinderen tot voordeel van de kinderen uit het eerste huwelijk en tot nadeel van hun dochter Catharina van Walsden uit het huidige tweede huwelijk van haar met Lenart van Walsden.
Eveneens verklaart hij dat de goederen die door Lenardt van Walsden in zijn huwelijk met Anna Hoppels zijn verkregen zowel op hun als op hun echte dochter zijn gegicht. En dat Catharina enig kind is uit het laatste huwelijk van Lenart en Anna.
Eveneens dat de goederen van Paulus Hoppels den Ouden naar Anna Hoppels zijn gegaan en in het huwelijk gedeeld zijn met Lenart van Walsden de schoonvader en schoonmoeder van de requirant.
Eveneens verklaart hij dat Eva de Marres gehuwd met Jan Hagemans en haar kinderen het sterfhuis van Anna Hoppels hebben gezien buiten aanwezigheid van zijn vrouw die haar rechtmatige erfgoedern die in dat huis waren niet heeft verkregen bestaande uit huijsraad zoals linnen, wol, koper, tin, gouden ringen, zilveren bekers, enzovoorts waarvan Catharina in het geheel niet heeft genoten.
(Notaris Pau de Marres, 12 juli 1662, inv. nr. 1318)
(Terug)
2. Op 20 juni 1641 draagt Lenardt van Walsen aan zijn schoondochter Eva Marrez, weduwe van Leonardt van Walsen den Jongen, het huis "den Verdgaland" over dat gelegen is op de Kleine Gracht naast zijn eigen huis. Hij was Eva nog een geldbedrag schuldig uit de erfenis van Pouwel Hoppels. Lenardt van Walsden den Ouden en zijn vrouw Anna Hoppels mogen in dit huis tot aan hun dood twee kamers mogen bewonen. De heer Paulus de Marrez (B.M.: haar broer) regelt voor Eva deze zaak. (HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Hooggerecht van den Vroenhof, 1641)
(Terug)
3. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris à Cruce 9 mei 1675.
(Terug)
9. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris Pau de Marres, 23 oktober 1675. Verdeling van de nalatenschap van Lambricht Houberechts tussen Anna Pater, zijn weduwe en Servaes Marres, weduwnaar van Maria Houberechts, zijn enige dochter uit zijn eerste huwelijk met Catharina Cleven. Zij verdelen onderling een complex huizen te Maastricht, drie op de Brusselsestraat en twee op de Commel en verder enige landerijen aan de Heserweg.
(Terug)
10. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris Nic. Bruysterbos, inv. nr. 1517, 26 april 1673.
(Terug)
11. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris Pau de Marres 4 juni 1684. Scheiding en deling voor de erfgenamen Servaes Marres.
(Terug)
12. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris Schaepen, inv. nr. 1544, 5 jan 1695. Op deze datum vond ik de naam voor de eerste maal vermeld.
(Terug)
13. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1742, 31 maart 1713.
(Terug)
14. Rudolph Philips, Mestreechs Aajt, Bijlage IV: Indeling van de brouwers naar grootte van hun produktie in de jaren 1736-1737: D. kleinere brouwers.
(Terug)
15. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. P.Strouven, inv. nr. 1759, 18 april 1719, real. Hooggerecht van den Vroenhof inv. nr. 6847, 2 juli 1719 en Brabants Hooggerecht 6 juni 1722.
(Terug)
16. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris F.D. Janssen, inv. nr. 1958, 1 jan. 1724.
(Terug)
17. Rudolph Philips, Mestreechs Aajt, Bijlage IV: Indeling van de brouwers naar grootte van hun produktie in de jaren 1736-1737: C. middelgrote brouwers.
(Terug)
18. Deze afbeeldingen zijn afkomstig van de deelnemers aan dit forum en door hen deels ontleend aan de website: Wat Was Waar.
(Terug)
19. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris L.H. Wouters, inv. nr. 2540, 31 oktober 1794, verdeling van de nalatenschap van Joannes Wilhelmus Marres gehuwd geweest met Catharina Marres.
(Terug)
20. De afbeelding is verkregen van de heer E. Stevenhagen te Zoetermeer.
(Terug)
21. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris J.C. à Cruce, inv. nr. 1648, 7 oktober 1707.
(Terug)
22. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 27 augustus, 28 augustus en 24 oktober 1710.
(Terug)
23. Jacq. Geelen, Dr. Christiaan van Geleen, Een beroemd nog onbekend Maastrichtenaar, geneesheer van Koning Karel II van Spanje, De Maasgouw, jg. 29, 1907, pag. 1-5.
(Terug)
24. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. J. Delahaye, inv. nr. 1694, 18 mei 1712, realisatie voor het Hooggerecht van den Vroenhof inv. nr. 7001, 16 augustus 1712, real. Brabant Hooggerecht, eodem die.
(Terug)
25. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notaris Morren, 1 mei 1735, Jan Marres vermeld als "modern burgemeester" van Wilre. Hij tekent "joannees Marrees".
(Terug)
26. L. Augustus, Vervolgingsbeleid en procesvoering tegen de Bokkerijders, Het ontstaan van een waandenkbeeld, PSHAL 127 (1991), 69-153, met name pag. 115-116.
(Terug)
28. HCL te Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 27 augustus 1710.
(Terug)
29. HCL te Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 28 augustus 1710.
(Terug)
30. HCL te Maastricht, notaris G. Schaepen, inv. nr. 1739, 24 oktober 1710.
(Terug)
31. Servaes Marres huurt van Barth. Essers een huis gelegen buiten de stad aan de Jeker naast de oliemolen. (notaris P. Strouven, 17 juni 1710, inv. nr. 1756).
N.B.: Aan de Jeker stonden van oudsher een aantal watermolens, waaronder een oliemolen. Aan de overzijde 'de Hertogskommel' stonden ook molens. In één daarvan werden in de 19e eeuw de geweerlopen gemaakt voor de
Koninklijke wapenfabrieken P. Stevens. Na de acties in Lombok in 1894 werd deze 'De molen van Lombok' genoemd.
(Terug)
32. Servaes Marres sluit op 14 oktober 1717 met B. Essers een verlengingscontact van een half jaar voor zijn woonhuis aan de Jeker buiten de Tongerse poort. (notaris P. Strouven, inv. nr.: 1758).
Op 30 juli 1718 is er een bevestiging van een huurovereenkomst vanaf den tweede dinsdag in oktober 1717 van een huis in bezit van Abraham Le Soin buiten de Tongerse poort door Servaes Marres voor een bedrag van 80 rijksdaalders en drie amen goed bier. Gilis Marres staat borg. (not. Vanderwood, inv. nr. 1813).
Op 6 augustus 1720 wordt dit contract weer verlengd (notaris P. Strouven, inv. nr. 1759).
(Terug)
33. HCL te Maastricht, notaris P. Strouven, inv. nr. 1757, 13 maart 1714.
(Terug)
34. A.R.M. Mommers, Brabant van Generaliteitsland tot Gewest (Nijmegen 1953).
(Terug)
35. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Raadsnotulen Maastricht, Verslag Raadsvergaderingen van 3, 17 en 31 augustus 1750.
(Terug)
36. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Lijsten van magistraten, meesters en keurmeesters van de Maastrichtse Ambachten.
(Terug)
37. Gebeiteld en Verguld, Gevelstenen in Maastricht, Stichting Historische Reeks Maastricht, 1991, cat. nr. 82.
(Terug).
40. Notaris Vaassen, 11 juli 1761, real. Brabants Hooggerecht 14 augustus 1761. Servatius Marres weduwnaar van Maria Catharina Jaspers sluit een lening van 1800 en geeft als onderpand waardepapieren, landerijen rond Maastricht en zijn huis op de Houtmaas te Maastricht. Zeer waarschijnlijk brouwde hij in dit huis al is het mogelijk dat hij hier woonde en elders brouwde.
(Terug)
41. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Lijsten van magistraten, meesters en keurmeesters van de Maastrichtse Ambachten.
(Terug)
42. Notaris Hupkens 5 jan. 1771, real. Hooggerechten Vroenhof en Brabant, 8 jan 1771.
(Terug)
43. Haar nageslacht is te vinden in het Belgisch Adelsboek. Opmerkelijk is dat dit slechts voor een deel is opgenomen. De bloeiende Nederlandse tak ontbreekt.
(Terug)
50. R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag.152. Deze huizen waren De Anker en De Verkeerde Wereld in de Stokstraat en De Limmelotspoort in de Plankstraat.
(Terug)
51. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Luiks Hooggerecht, Gichten, 23 jan 1570.
(Terug)
51a. R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, in Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag. 140.
N.B.: Voor de Havestraat is door de gemeentelijke overheid in later tijd abusievelijk tot de spelling Havenstraat besloten. Maar deze straat ontleent zijn naam aan een vroegere Hof of Have die hier lag. De tamelijke dichtbij gelegen rivier de Maas zal de autoriteiten wel op het verkeerde been hebben gezet.
(Terug)
51b. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, notarieel archief. not Bodson 18 juli 1698.
Zie ook: H. Banens, Maastrichtse huisnamen Brouwerijen, Limb. Leeuw, 8e jg, 1959-1960, pag. 88.
(Terug)
52. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, minuten gichten 30 dec. 1597, volmacht dd. 28 november 1597.
(Terug)
53. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, minuten gichten 3 juli 1606.
(Terug)
54. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brabants Hooggerecht, minuten gichten 30 juni 1625.
(Terug)
55. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, not. Lambert de Visch, real. Brab. Hooggerecht 14-19 juli 1662.
(Terug)
56. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, not. R. Reiers 23 nov. 1669, real. Brab. 29 april 1671.
(Terug)
57. HCL te Maastricht, Oud Archief Maastricht, Brab. Hooggerecht 8 juli 1681, Het Sint Nicolaas Panhuis genoemd als buur van "De Rode Hoed" in de Plankstraat.
(Terug)
58. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 69. Hij doelt hier op de vermelding bij H. Banens, Maastrichtse huisnamen Brouwerijen, Limb. Leeuw, 8e jg, 1959-1960, pag. 82-91, met name p. 82 en 88.
(Terug)
59. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. Jois Corstius 20 juni 1686, real. Brabants Hooggerecht, 26 juni 1686.
(Terug)
60. Op 14 mei 1696 verklaren "Machiel Marres, Hendrick Reijners, Catharina Lambrichts echtgenote van Simen Brahea en Anthoen Matthei .... op verzoek van Willem Caris, borger en beenhouwer, dat gisteravond Guerdt Nijst zoon van Sophie Nypels weduwe van Guerdt Nijst voornoemde requirant om negen uur in het huis genaamd int Niclaes Panhuis opgelopen heeft denselven met slagen gegroet en hem uit het huis sloeg verklarende dat hij maar een schelm was, dat hij zijn tong in zijn ******* had waaronder hij enige schoepen enz..... (not. Guil. Bodson, inv. nr. 1450).
(Terug)
61. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. B. Huberti, real. Brab. en Luiks Hoogger. 31 juli 1708.
N.B.: Op 18 dec. 1626 verkocht Pieter Jekermans van Kan aan Coen Verliers, gehuwd met Heijlke een klein huis gelegen achter de Sint Nicolaaskerk, reijgenoot naar de paters Jesuiten 'Den Rooden Hoet' en ter andere zijde de erven van Lijsbeth Bouten. voor tweehonderd vijf en twintig gulden brab. en twee rijksdaalders voor de vrouw van de verkoper. (HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Brab. Hooggerecht, 18 dec. 1626)
Dit huis is later in bezit van de korporaal in Staatse Dienst Nicolas Switser. Zijn kinderloze weduwe Marie Nancy schenkt dit huis, dat zowel grensde aan het Sint Nicolaas Panhuis als de Rode Hoed in 1686 aan de diaconie van de Waalse kerk. Lenaert Lenaerts is dan al overleden.
(Terug)
62. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht,Brabants Hooggerecht, 19 febr. 1705 en 26 april 1713. Op de eerste datum is er sprake van de aanwezigheid van een brouwerij, op de tweede datum wordt Jan Boimans, burger en brouwer van Maastricht, vermeld als eerdere eigenaar. Zie ook R. Meiske, De Bouwgeschiedenis van een stadswijk, pag. 179 en 189 in Stokstraatgebied Maastricht, Een renovatieproces in historisch perspectief, Maastricht MCMLXXIII.
(Terug)
63. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Brab. Hooggerecht, 5 jan 1732
(Terug)
64. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 73, bijlage IV: Indeling van de brouwers naar de grootte van hun productie in de jaren 1736-137: Categorie A. brouwers die vier keer per maand brouwen en per brouwsel voor meer dan dertig gulden mout kopen (>300 hl) 6 brouwers; B. brouwers die drie à vier keer per maand brouwen, maar die per brouwsel gemiddeld niet meer dan dertig gulden mout kopen (250 hl) 12 brouwers; C. middelgrote brouwers, die per maand gemiddeld twee à drie keer brouwen en per brouwsel tussen twintig en dertig gulden mout kopen (100 hl) 24 brouwers; D. kleinere bouwers, die minstens één keer per maand brouwen en per jaar minstens vijftig gulden mout kopen (> 50 hl) 26 brouwers en E. kleinere brouwerijen, die het gehele jaar in bedrijf zijn, maar niet elke maand brouwen en gezien hun moutaankopen waarschijnlijk slechts een geringe productiecapaciteit bezitten (< 50 hl) 29 brouwers. - Jan Paulissen hoorde tot categorie D.
(Terug)
65. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, not. P. Frederix, 1764.
(Terug)
66. Matthias Soiron, 1748-1834, gehuwd met Sophie Elisabeth L'Herminotte, was de stadsarchitect van Maastricht. De genealogie Soiron is gepubliceerd in De Limburgse Leeuw, 11, 1963.
(Terug)
67. R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, in Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag. 198.
(Terug)
67a. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, collectie handschriften, tekeningen Soiron. Hierin werden overigens maar twee tekeningen aangetroffen.
(Terug)
68. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, notarieel archief not. Jesse, 31 mei 1825.
(Terug)
69. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 22.
(Terug)
70. Zie voor hem het artikel over de Maastrichtse orgelbouwers Lambert Houtappel en Joseph Binvignat.
(Terug)
71. R. Philips, Mastreechs Aajt, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 55.
(Terug)
72. P.H. Marres, De Iustitia secundum doctrinam Theologicam et principia iuris recentioris, speciatim vero Neerlandici, Ruremundae 1888. (Boek over moraaltheologie, maar praktisch gezien een latijns commentaar op het toenmalig Burgerlijk wetboek in Nederland !)
(Terug)
73. Zie hiervoor ook: R. Meischke, De Bouwgeschiedenis van een Stadswijk, in Stokstraatgebied Maastricht, Maastricht 1973, pag. 246, 250.
(Terug)
74 Drs. J.H.F. Bloemers, Meer dan 130 jaren oudheidkundig onderzoek in het Stokstraatgebied te Maastricht, in Stokstraatgebied te Maastricht (dubbel klopt sic!) Een renovatieproces in Historisch perspectief, uitgave Gemeente Maastricht, 1973.
(Terug)
75. C.P.F. Andreas, Pro Infantibus en Crèche Juliana, pioniers in de strijd tegen kindersterfte in Bonne et Servante, Uit de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw, Gem. Archiefdienst Maastricht 1986.
(Terug)
76. Dr. E. Jaspar, Kint geer eur eige stad, De historie van Mestreech, Goffin 1936.
(Terug)
77. Zoals herinnerd door Eugène III op vijf en tachtigjarige leeftijd. Hij was destijds 12 à 13 jaar oud.
(Terug)
77a. Foto RHCL te Maastricht nr. 24753.
(Terug)
78. Foto's verkregen van zijn dochter mevrouw Suzy Hochstenbach.
(Terug)
79. De Nederlandse Brouwersbond, niet te verwarren met de Bond van Nederlandse Brouwers, is kort voor 1930 opgericht en verenigde de kleinere Nederlandse brouwerijen. Eugène II is tijdens een jaarvergadering in Maastricht voorzitter. Eugène III bestuurslid, er resteren stukken in het familiearchief van Eugène III. Er is een ongedateerde ledenlijst met 45 namen van leden, met een notitie dat er in het Zuiden vier en negentig brouwerijen zijn, waaronder 8 kloosterbrouwerijen en 6 bottelarijen. Er is een lijst met namen van degenen die door hem als secretaris van de Bond zijn uitgenodigd voor de vergadering op 5 juli 1939 te Eindhoven en een Namenlijst van Limburgse brouwerijen uit dat jaar. De Brouwersbond werkte steeds meer samen met de Bond van Nederlandse Brouwers en zij fuseerden in 1939 tot het Centraal Brouwerij Kantoor (C.B.K.) thans gevestigd te 's-Gravenhage.
(Terug)
80. Het Nationaal Comité voor de Brouwgerst (NACOBROUW) werd opgericht te Amsterdam op 12 januari 1934 met als doel het bevorderen van de teelt van voor het brouwerijbedrijf geschikte gerst en het bevorderen van gebruik daarvan.
Voorzitter wordt Prof. C. Broekema en tot bestuursleden worden benoemd Ir. Const.G.P. Stevens (als Rijkslandbouwconsulent), A.W. Hoette en Dr. A.C. van Rossum (namens de Nederlandsche Bond van Brouwerijen), Eugène P.E.J. Marres (dir. brouwerij Eugène Marres mede namens de Nederlandschen Brouwersbond) en Jhr. J. Six van Hillegom (dir. Amstelbrouwerij), R.J.H. Beltjens (namens den Bond van Nederlandsche Moutfabrieken), P. Kooiman, G.A. van der Waai en W.G. de Waard (namens de Landbouworganisaties). De vereniging wordt gevestigd in de Landbouwhogeschool te Wageningen.
(Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 16, 17, 26, 94.
(Terug)
81. De Brouwgerst Import Commissie (B.I.C.) is een in 1934 opgericht subcommité van het NACOBROUW, dat zorgt voor de verdeling van de restitutie van teveel betaalde monopoliegelden.
De commissie bestaat uit Prof. C. Broekema, voorzitter, Mr. CH.J.F. Karsten, secretaris en de heren A.W. Hoette, M. van Marwijk Kooy, R.J.H. Beltjens en Eug. Marres, leden.
In 1934 is deze restitutie een feit geworden, en wel praktisch voor het volle bedrag der monopolie-heffingen en vanaf de datum, waarop die heffingen zijn ingegaan.
In de verlening dezer restitutie zag de commissie een erkenning door de regering van den noodtoestand in het Nederlandse Brouwerijbedrijf. Men constateert dat de restitutie geregeld maandelijks plaats heeft en circa f. 30.000.- in totaal per maand bedraagt en maandelijks wordt uitgekeerd aan alle erkende Nederlandsche brouwers ten getale van 96.
Behalve de bemoeïng ter zake der restitutie, controleert de B.I.C. de import van alle voor de brouwerijen bestemde gerst en mout, alles in nauwe samen werking met de Nederlandsche Akkerbouw Centrale (N.A.C.) en de Nederlandsche Meel Centrale N.M.C.).
Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 93. (Terug)
82. R. Philips, Mastreechs Aajt, geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, Maastricht 1982, p. 79. De latijnse tekst staat onvertaald in dit boek. Deze vertaling is van mijn hand (B.M.).
(Terug)
84. De foto van de bierpul werd verkregen van Bas Billet.
(Terug)
85. Dr. Rudolf Philips, Mestreechs Aajt, Maastricht 1982, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers, 53-54. Hij geeft in een noot de volgende verwijzing: R.A.L. (thans H.C.L. te Maastricht, B.M.), handschriftencollectie, aantekeningen K.H. van der Noorda, 1874 e.v., fol. 14-17, inv. 278 II.
(Terug)
88. Dit geschilderde portret is zeer waarschijnlijk aan de hand van een foto drie jaar na zijn overlijden gemaakt.
(Terug)
90. Dr. Rudolf Philips, Mestreechs Aajt, Maastricht 1982, Geschiedenis van de Maastrichtse brouwers en hun bier, pag. 60-61. N.B.: In geschreven notities van Eugène (III) Marres is nog te vinden dat Nicolaas Gilissen zijn brouwerij De Leeuw noemde.
(Terug).
91. Gebeiteld en Verguld, Gevelstenen in Maastricht, Stichting Historische Reeks Maastricht, 1991, cat. nr. 38.
(Terug).
94. Cher Coenen, brouwersknecht bij de brouwerij Marres-Ceulen werd geboren op 22 sept. 1925 en overleed in 2003. Mondelinge mededeling van mevrouw Tiny Coenen-Pricken, weduwe sinds 2003 van de heer Cher Coenen.
(Terug)
95. C.P.F. Andreas, Pro Infantibus en Crèche Juliana, pioniers in de strijd tegen kindersterfte in Bonne et Servante, Uit de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw, Gem. Archiefdienst Maastricht 1986.
(Terug)
98. De heer Herman Maes, hoofdrestaurator van het Nederlands Fotomuseum, is van mening dat deze daguerreotype gemaakt is tussen 1843 en 1848. Een meer exacte datering en toeschrijven van de plaat wordt extra bemoeilijkt omdat de behuizing, als er al informatie over de fotograaf was toegevoegd, meestal op de cassette is terug te vinden, maar deze is niet meer aanwezig. Eugène P.E.J. Marres kreeg de daguerreotype midden vorige eeuw van zijn tante Elisabeth Hollman-Marres, 1881-1952, kort voor haar overlijden. Het was volgens haar een verre oudoom Marres, met de kenmerkende trekken van de familie, hoewel wat mager, wiens naam zij vergeten was. Extrapolerend kan gesteld worden dat het hier Hubert Marres betreft.
(Terug)
99. Het Belang van Limburg, dagblad in Belgisch Limburg, .. maart 1970, Vrijheidsbaken uit 1914-18 gaat verdwijnen te Vroenhoven, slopershamer staat klaar voor schoorsteen van brouwerij Marres.
(Terug)
Brouwersbond
1. IISG te Amsterdam, hier bevinden zich een zestal bewaard gebleven losse afleveringen van het weekblad De Bierbrouwer, Weekblad voor Mouters en Brouwers, waaronder het eerste nummer van 26 juli 1895. Het tweede bewaarde nummer is nr. 39 van de 2e jaargang, vrijdag 16 april 1897. Hierin meldt de redactie dat de concept-statuten voor de NEDERLANDSCHEN BROUWERSBOND ter inzage zijn gezonden aan een voorlopig comité van zes brouwers. In dit nummer zijn ook de statuten van de Duitse en Belgische brouwersbonden gepubliceerd. Het voorlopige comité zal het concept-reglement aanvullen met hetgeen hieruit nuttig, nodig en wenselijk geacht wordt, en zal na Pasen het reglementvoorstel aan de Nederlandse brouwers voorleggen. Het derde bewaarde exemplaar, 3 december 1987, nr 20, 3e jaargang, heeft als ondertitel Officieel orgaan van den Nederlandsche Brouwersbond. Het laatste exemplaar is van 8 september 1900, nr. 8, 6e jaargang.
(Terug)
2. Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 93. (Terug)
3. Het Nationaal Comité voor de Brouwgerst (NACOBROUW) werd opgericht te Amsterdam op 12 januari 1934 met als doel het bevorderen van de teelt van voor het brouwerijbedrijf geschikte gerst en het bevorderen van gebruik daarvan. Voorzitter wordt Prof. C. Broekema, bestuursleden worden Ir. Const. G.P. Stevens (als Rijkslandbouwconsulent), A.W. Hoette en Dr. A.C. van Rossum (namens de Nederlandsche Bond van Brouwerijen), Eugène P.E.J. Marres (dir. brouwerij Eugène Marres mede namens de Nederlandschen Brouwersbond) en Jhr. J. Six van Hillegom (dir. Amstelbrouwerij), R.J.H. Beltjens (namens den Bond van Nederlandsche Moutfabrieken), P. Kooiman, G.A. van der Waai en W.G. de Waard (namens de Landbouworganisaties). De vereniging wordt gevestigd in de Landbouwhogeschool te Wageningen.
(Stadsarchief Amsterdam, Archief Bond van Nederlandsche Brouwers, toegangsnummer 204, inv. nrs. 16, 17, 26, 94.
(Terug)
4 E. (Erik) Kluver, e-mail 27 febr. 2008, archivaris CBK te Amsterdam.
(Terug)
5. Brief van mr. W.C. van Heuven, secretaris Sociaal Brouwerij Centrum (S.B.C) aan P. Marres, 11 sept. 1959. Collectie Herman Marres te Dordrecht.
(Brouwgeschiedenis)
(Brouwerij Marres-Ceulen)
6. Familiearchief Marres, map nederlandse brouwersbond.
(Terug)
Charter
1. HCL te Maastricht, archief van de familie Marees te Maastricht, toegangscode 160124, inv. nr. 100.
(Terug)
Conflict
1. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, proefschrift Tilburg 1959, p. 106.
(Terug)
2. Jos. Russel, De Limburgsche Coterie, 1866, (schotschrift op W.H. Pijls).
(Terug)
3. Archief Petrus Regout: inv.nr. 28, p. 396. Zie ook: Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschrift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 304 e.v..
(Terug)
4. Jacques Giele, De arbeidsenqête van 1887, Een kwaad leven, deel 2, Maastricht.
(Terug)
5. Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschrift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 302-305.
(Terug)
6. Dig. Bibl. Ned. Letteren, Joseph Russel.
(Terug)
Docenten
1. Het gewigt der Godsdienst met betrekking tot de Maatschappij, in: Catholijke Nederlandsche Stemmen over Godsdienst, Staat-, Geschied- en Letterkunde 15 (1849), 413-416.
(Terug)
2. Jan G.C. Simonis e.a., Zielzorgers in het bisdom Roermond, 1840-2000, Sittard 2001, pag. 500 foto P.H. Marres; F.S.(F.L.R. Sassen) Rolduc, Klein-Seminarie van Roermond 1843-1946 in Roda Sacra 1104-1954, pag. 78 foto P.H. Marres.
(Terug)
3. Kees Schutgens, Vaderlandse geschiedenis op Rolduc in de tweede helft van de negentiende eeuw, Publications 140, 267- 322. Uit dit artikel is samenvattend en willekeurig geciteerd.
(Terug)
Geneeskunde
1. A.R.M. Mommers, Brabant van Generaliteitsland tot Gewest, Nijmegen 1953).
(Terug)
2. HCL te Maastricht, Archief Burgerlijk Armbestuur, Handelingen van het kollegie van regenten, voorl. inv. nr. 5539 en 5535. - Zie ook: Dr. R. Philips, Gezondheidszorg in Limburg, Maaslands Monografieën, 32, 1980.
(Terug)
3. Ingrid M.H. Evers, Op- en neergang van een geleerd genootschap te Maastricht, PSHAL, deel 127, 1991.
(Terug)
4. Jurjen Vis, Onder uw Bescherming, De katholieken en hun ziekenzorg in Amsterdam, Gedenkboek verschenen bij het honderdjarig bestaan van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis te Amsterdam, 1898-1998.
(Terug)
Genetica
1. Genoemd naar het klassiek Griekse woord voor enkelvoudig: 'απλουσ omdat het een mutatie in het enige niet dubbele chromosoom betreft.
(Terug)
2. Cruciani et al., A Revised Root for the Human Y Chromosomal Phylogenetic Tree: The Origin of Patrilineal Diversity in Africa, American Jounal of Human Genetics, mei 2011.
(Terug)
3. Jinchuan Xing, W Scott Watkins, Ya Hu, Chad D Huff, Aniko Sabo, Donna M Muzny, Michael J Bamshad, Richard A Gibbs, Lynn B Jorde and Fuli Yu, Genetic diversity in India and the inference of Eurasian population expansion, Genome Biology 2010, 11:R113 doi:10.1186/gb-2010-11-11-r113, Published: 24 November 2010 .
(Terug)
4. Haak W, Balanovsky O, Sanchez JJ, Koshel S, Zaporozhchenko V, et al. (2010) Ancient DNA from European Early Neolithic Farmers Reveals Their Near Eastern Affinities. doi:10.1371/journal.pbio.1000536.
(Terug)
5. Kaart overgenomen van Eupedia, en naar laaste kennis bijgewerkt.
(Terug)
6. Kalevi Wiik, Where did European Men came from, Journal of Genetic Genealogy, 4:35-85, 2008. Zie pag. 50 tabel 2.
(Terug)
7. Haplogroup G (Y-DNA) Country by Country, Wikipedia.
(Terug)
8. Voor Brabant is er het DNA Project Oud Hertogdom Brabant. Dit betreft de resultaten van de 964 deelnemers uit de Belgische provincies Brabant en Antwerpen en de Nederlandse provincie Noord Brabant. Hier is het voor Europa gemiddelde percentage van 3,75 % gevonden. Er is ook getest op subgroepen. Bij 29 man werd G2a, bij 1 man G2a3a, bij 3 man G2a3b en bij 4 mannen G2a* gevonden.
Barjesteh, Zonen van Adam I, vermeldt voor Nederland een percentage G van 4,1 %. Bij de firma FtDNA kan men zich aanmelden voor het 'Netherlands Y Project'. Van hun 80 aanmeldingen zijn er 10 G. Dit is 12%. Waarschijnlijk is hier een oververtegenwoordiging van G aanmeldingen wegens de zeldzaamheid van deze haplogroep. Daarentegen toont het 'Benelux Geographical yDNA Project' op 250 personen 15 G man en dat komt dichterbij met 6 %. Merkwaardig is het bestaan van deze overlapping.
(Terug)
9. Haplogroup G project. Zie
Haplogroup G Categories en ook
Nonstandard markers G2a*.
(Terug)
10. [HaploGNewsGrp] Haplogroup G Newsletter for 19 December 2011.
(Terug)
11. https://sites.google.com/site/haplogroupgproject.
(Terug)
12. Rekonstruktion des Mannes aus dem Eis © Südtiroler Archäologiemuseum, Bozen; Foto Ochsenreiter.
(Terug)
13. Interview Dr. Eduard Egarter-Vigl, Head of Conservation and Assistant to research projects of the Archaeological Museum in Bozen.
(Terug)
14. Oetzi © ORF Tirol.
(Terug)
15. Haak W, Balanovsky O, Sanchez JJ, Koshel S, Zaporozhchenko V, et al. (2010) Ancient DNA from European Early Neolithic Farmers Reveals Their Near Eastern Affinities. doi:10.1371/journal.pbio.1000536.
(Terug)
16. Markers bepaald door Forensic DNA Service, Prague, Czech Republic.
(Terug)
18. Kinship and Y-Chromosome Analysis of 7th Century Human Remains: Novel DNA Extraction and Typing Procedure for Ancient Material, Daniel Vanek, Lenka Saskova, Forensic DNA Service, Prague, Czech Republic and Hubert Koch, Bavarian State Department of Monuments and Sights, Regensburg, Germany. Croat Med J. 2009 June; 50 (3): 286-295.
(Terug)
19. Volledige tekst onderzijde: Maximilien Bourdalouë le 21 de Januier de cette année imbiba son mouchoir dans le sang de Louis XVI après sa decollation. - Tout caissé le mit dans cette courge et me la céda contre deux assignats de dix francs. T. Les c.f. L. et F. Aegnalud. - Je me chargea des l'ouvrager ainsi pour en faire cadeau à L'Aigle qui viendra m'apporter ses cing cent Francs. (Centraal) TERMINEE - AUJOURD'HUI - 18 DE 7ME 1793 - JEAN ROUX CITOYEN PARISIEN - AUTEUR (in drie cartouches) LE ROY N'EST PLUS - LA LOY - LA NATION.
Foto: Paolo Garagnani/Davide Pettener/Elsevier.
(Terug)
20. Deze kalebas is een half jaar na de terechtstelling vervaardigd. toen is de zakdoek erin gedaan Het bloed aan de zakdoek was toen al volledig gestold en verhard. Hoe kunnen daarvan dan bloedresten plakken aan de wand ? De zakdoek is nu verdwenen.
In de recente publicaties is steeds sprake van een handschoen, maar er staat duidelijk mouchoir. Voorts spreekt men van een aanbieding aan Napoleon. Er staat geschenk aan L'Aigle, de Adelaar, wat op Napoleon zou slaan. Maar het Adelaarsembleem werd eerst in 1804 vastgesteld na langdurige overwegingen in dat jaar tussen een Leeuw, Lelie, Olifant, Bij en Adelaar. Overigens was Napoleon in begin 1793 nog een onbekende officier die pas in december 1793 bevorderd is tot generaal. Dus L'Aigle kan niet op Napoleon slaan.
(Terug)
21. Forensic Sci Int Genet. 2010 Oct 10, Genetic analysis of the presumptive blood from Louis XVI, king of France.
(Terug)
22. [HaploGNewsGrp] Haplogroup G Newsletter for 14 November 2010.
(Terug)
23. DNA België, DNA-Project 2010 België, exclusief oud-Hertogdom Brabant, Marc Van den Cloot (red.), Lier 2011.
(Terug)
24. Christopher R. Gignoux et al., Harvard University, Cambridge, USA, Rapid, global demographic expansions after the origins of agriculture. "Comparisons of rates of population growth through time reveal that the invention of agriculture facilitated a fivefold increase in population growth relative to more ancient expansions of hunter-gatherers." in Proceedings of the National Academy of Sciences, 2011.
(Terug)
25. Voor deze alinea zijn onder meer ook de volgende werken bestudeerd:
- Marcel Mazoyer and Laurence Roudart, A History of world agriculture from the neolithic to the current crisis, New York 2006, english translation by James H. Membrez of Histoire des agricultures du monde.
- Edith Ennen, Walter Janssen, Deutsche Agrargeschichte, Vom Neolithikum bis zur Schwelle des Industriezeitalters, 1979.
- Jens Lüning, Albrecht Jockenhhövel, Helmut Bender, Tortsen Capelle, Deutsche Agrargeschichte Vor- und Frühgeschichte, 1996.
(Terug)
26. DNA Project Oud-Hertogdom Brabant, hier vond men over geheel België 3¾% G, in de vorm van G2a. Dit ligt in het West Europees gemiddelde, maar het was wel voornamelijk afkomstig uit het oostelijk gedeelte van Brabant, te weten Belgisch Limburg. In het project Zonen van Adam is in de tweede fase ook een hoger dan gemiddeld percentage G gevonden op de Limburgse Lössgronden. Ook de familie Capet, die uit dit gebied stamt, heeft haplogroep G, blijkens de bepaling uit het bloed van de Franse koning Lodewijk XVI.
(Terug)
27. [HaploGNewsGrp] Haplogroup G Newsletter for 6 mar 2011. Hierin stelt Ray Banks: So in summary ..... it possible that all three G subgroups originated in Europe, but the distribution suggests they were brought to Europe by the Romans or as Roman allies possibly from the western Caucasus area. Whatever theory pursued, there are some flaws to the argument that can be made.
(Terug)
28. Jona Lendering & Arjen Bosman, De rand van het Rijk, De Romeinen en de Lage Landen, Amsterdam 2010.
(Terug)
29. Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Amazones et Lanciers cuirassés entre Oural et Danube, VIIe siècle av. J-C - VIe siècle apr. J-C, Editions Errance, Paris 2002, blz. 57 e.9..
(Terug)
30. Origins, age, spread and ethnic association of European haplogroups and subclades, in internettijdschrift: eupedia.com/europe/origins_haplogroups_europe.shtml#G, maart 2010.
(Terug)
31. In Frankrijk vinden we deze namen in de Elsas, in Lotharingen, Franche-Comté, het Ile de France, Bretagne, Picardië en de Ardennen als Allain, Allaines, Allaineville, Allaincourt (Ardennen), Alland'huy (Ardennen), en aan de Sarmaten herinneren namen als Sermaine, Sampigny (Alaanse = Sambida), Sermoise , Sermier en Soissons.
(Terug)
32. Ze worden gecodeerd naar hun plaats op het Y chromosoom, DYS gevolgd een getal, een = teken en weer een getal, bij voorbeeld DYS 19=15. Dit betekent dat op het DNA van het Y chromosoom op plaats 19 er 15 duplicaties geteld worden van de daar aanwezige eiwitconfiguratie.
(Terug)
Familie DNA
1. De testen van de vier familie leden werden begonnen bij het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO) Centrum voor Humane en Klinische Genetica Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Drie van hen zijn verder getest bij Ft-DNA: Department of Anthropology and the Department of Ecology and Evolutionary Biology, University of Arizona, USA en B. Marres tevens bij Genebase, Genetrack Biolabs. Department of Zoology, University of British Columbia, Vancouver, BC Canada. Diens gehele genoom is daarna getest bij 23andMe Labs, USA. Uit zijn chromosomale, autosomale en mitochondriale DNA zijn 555.117 SNP's bepaald waarvan 1.922 op het Y-chromosoom.
(Terug)
1a. Ray banks, Administrator, Haplogroup G Project, e-mail 19-1-2012: .... It's true you are not tested for all subgroups, but your marker values rule you out for the subgroups for which you are not tested. ... . So in listing you as G2a2* I am certain you are negative for the 3 known categories. You will note that the * means negativity for the subgroup categories..
(Terug)
2. Test gedaan bij 23&Me. Vermeld op: haplogroup G project New SNP's-2.
(Terug)
3. FtDNA Haplogroup G (Y-DNA) Project.
(Terug)
4. E.C.W.L. Marres, 'Marres', De Nederlandsche Leeuw 107 (1990) kolom 125.
(Artikel Leeuw) -
(Terug)
5. Op:www.mymcgee.com/tools/yutility51.html.
(Terug)
6. De databank van GENEBASE is wetenschappelijk goed onderbouwd en is zeer overzichtelijk. FtDNA en YHRD hebben mogelijk grotere verzamelingen maar zijn moeilijker te doorzoeken en zijn daarom minder bruikbaar. Genebase heeft alleen al voor haplogroep G een steeds vernieuwde dataset van meer dan 100 publicaties in 11 verschillende wetenschappelijke tijdschriften betreffende meer dan 124 populaties. Hier kan men het eigen haplotype vergelijken met dat van personen uit andere bevolkingsgroepen.
(Terug)
7. Zie: Haplogroup G Project, Xtra Samples G2a, Pakistani results.
(Terug)
8. Interview Dr. Eduard Egarter-Vigl, Head of Conservation and Assistant to research projects of the Archaeological Museum in Bozen.
(Terug)
9. Zie de laatste alinea van Eupedia Genetics, Haplogroup G (Y-DNA) Main article : Haplogroup G2a Scythian G1: Romans were known to recruit Scythian or Sarmatian horsemen in their legions. According to C. Scott Littleton in his book From Scythia to Camelot, several Knights of the Round Table were of Scythian origin, and the the legend of Holy Grail itself originated in ancient Scythia. This hypothesis was also taken up in the 2004 movie King Arthur, which opens with the arrival of Scytho-Roman cavalry in Britain. However, Scythians were steppe people more likely to belong to haplogroup R1a. If any of them did belong to G, they presumably were G1, not G2a. This would explain the scattered cases of G1 in north-western Europe though G2a2, which also been found in Britain and Anatolia, is another potential candidate. op:
Eupedia haplogroep G .
(Terug)
10. DIY Dodecad v 1.0 - Markers 166.462, Ancestral Populations 12, Genotype rate= .99920. Final Admixture Proportions: Iterations 11905, Log Likelihood= -1.5874719551E+05, East_European 10.15%, West_European 48.71%, Mediterranean 26.26%, Neo_African 0.08%, West_Asian 11.73%, South_Asian 0.00%, Northeast_Asian 0.00%, Southeast_Asian 0.17%, East_African 0.00%, Southwest_Asian 2.08%, Northwest_African 0.81%, Palaeo_African 0.00%.
The Dodecad ancestry project, named for the Greek word for "group of twelve", aims to provide detailed autosomal ancestry analysis, primarily for Eurasian individuals. Dienekes.blogspot.com/2011/07/diy-dodecad.html.
(Terug)
Heraldiek
5. Miroir des Nobles de Hasbaye, par Jacques de Hemricourt, mis du vieux en nouveau Langage, enrichy d'un grand nombres des Figures en Taille-douce, par le Sr. de Salbray, Bruxelles, chez E. Henry Fricx, 1673. Dit prachtige in leer gebonden exemplaar bevindt zich in het Familiearchief.
(Terug)
6. J.Ph. Gramme, Recueil Héraldique des bourguemestres de la noble cité de Liège, Luik, 1720.
(Terug)
7. Deze volgende zeven baanderheren die afstammen van Dammartin of naaste verwanten zijn dragen allen verschillende kleuren. De heer van Seraing: blauw bezaaid met lelies, strijdkreet: Dammartin (Thierry Tabareau tweede zoon van Eustache de Haneffe en eerste heer van Seraing, leefde in 1312 ); de heer van Haneffe droeg hetzelfde wapen, met kwartier van Fagneule, strijdkreet: Dammartin (hij stierf in 1357); de heer van Oupeye: zilver bezaaid met lelies, strijdkreet: Dammartin (hij was een Dammartin de Warfusée maar noemde zich d'Oupeye); de heren van Antin droegen de wapens van Oupeye met een blauw kwartier; de heren van Thilice: droegen de wapens van Oupeye met een rood kwartier; de heer van Duras droeg: zwart bezaaid met gouden lelies, strijdkreet: Dammartin (Jean de Dammartin de Warfusée, leefde in 1316, huwde Alix, erfgename van Duras en stichtte zo een tweede geslacht Duras; de heer van Momalle voerde: rood bezaaid met zilveren lelies, strijdkreet: Dammartin.
(Terug)
8. Dit zijn Barveau, Bombaye, Bruninck, des Champs, le Chantemerle, le Cornut, Edelbampt, Fontaine, Harduemont, Haultepenne, Halendas, Hermalle (sous-Clermont), Jemeppe, Kerckem, Liers, Mombeeck, Marteau, Neufchateau heer van Abée (of Neufchastel), Neu(f)ville, Ordingen, Persant de Haneffe, Pepingen, Sefawe, Wouteringen, Waroux, en Wihogne. - Bron van dit geheel: Bert Barée, Het Oude land van Luik, enkele kenmerken van Luikse heraldiek op 'www.hetoudelandvanluik.be'. Zie ook bij: Bronnen en Litteratuur.
(Terug)
9. Le baron Léon de Herckenrode, Collection de Tombes, Epithaphes et Blasons de la Hesbaye, Gand, 1845.
(Terug)
10. Algemeen Rijksarchief België, Brussel, Oorkonden van Brabant, nr. 2923, zegelnummers 22.416.
(Terug)
11. Algemeen Rijksarchief België, Brussel, Oorkonden van Brabant, nr. 4012 en 4013, zegelnummers 25.663 en 25.720.
(Terug)
11a. Sceaux armoriés de Hesbaye, Emile Boulet et René Wattiez, 1986, A.É.H., Abbaye de Neufmoustier, ch. 241.
(Terug)
11b. Sceaux armoriés de Hesbaye, Emile Boulet et René Wattiez, 1986, A.É.H., Abbaye de Neufmoustier, ch. 66.
(Terug)
12. Armorial Général, J.B. Rietstap, Gouda, 1887.
(Terug)
13. Nobiliaire des Pays-Bas, Leuven 1760, p. 427. Armoriaux Liégeois, chevalier de Limbourg, 1934, p. 13.
(Terug)
14. Vierset-Godin, Les Bourgemesters de Huy, p. 30; le Fort, Epithaphes, 2e partie, nr. 911; Armoriaux Liégeois, chevalier de Limbourg, 1934, p. 13.
(Terug)
15. Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL), tôme XXXVI, 1900, pag. 72.
(Terug)
16. PSHAL, tôme LXII, 1927, pag. 102, P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van O.L.Vrouw te Maastricht, nr. 460, 2 mei 1463, origineel op perkament, aangehecht het zegel van Wynant Moers, schepen van Veltweselt. Zie ook: J. Belonje, Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg, Maastricht 1961, Grafsteen van Hendrik Moers, schout van Veltweselt en Kesselt, gestorven 8 nov. 1667: Gedeeld: a. een klimmende leeuw; b. een dwarsbalk en in het schildhoofd twee rozen.
(Terug)
17. Nederland's Patriciaat, 1961, jg. 47, pag.205-241.
(Terug)
18. H.J. Koenen, Het Geslacht de Marez, 's-Gravenhage 1898.
(Terug)
19. Ned. Patriciaat, 44, 1958, artikel Tak - de Maret Tak.
(Terug)
20. Repertorio Blasones, berustend in de Biblioteca Nacional te Madrid. Wapenbeschrijving Mares. Er is geen wapen Marres aangetroffen, terwijl de naam Marres wel spaarzaam voorkomt op het Iberische schiereiland. Wel is nog aangetroffen: Marré: en azur un castillo de oro.
(Terug)
25. Bibliotheca Augustana, Fachhochschule Augsburg, Deutschland, handschrift, circa 430, Notitia dignitatum omnium tam civilium quam militarium utriusque imperii occidentis orientisque, De kennis van alle onderscheidingstekens zowel burgerlijke als militaire van zowel het Westelijke als het Oostelijke rijk. De tekst in de overgeleverde handschriften zijn transcripties van het verloren gegane originele manuscript, dat rijk van illustraties was voorzien met onder meer de Insignia viri illustris magistri equitum, de onderscheidingstekens van de leiders van de verschillende onder de keizer dienende ruitereenheden.
(Terug)
31. Breur Henket was zo vriendelijk mij de afbeeldingen van het paneel te doen toekomen.
(Terug)
32. Commentaar heraldische afdeling CBG, 's-Gravenhage.
(Terug)
33. De transcriptie en de afsluitende bespreking zijn van Ingrid M.H. Evers.
(Terug)
40. Het Maastrichtse geslacht van Aken voerde het volgende wapen: Doorsneden: I in goud een zwarte adelaar; II in blauw drie gouden sterren. Helmteken: een zwarte adelaar. Dekkleden: zwart gevoerd van goud.
(Terug)
51. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris P. de Marres, inv. nr. 1336, Testament Emerentia Stas geboren van Buel, 31 juli 1669, geopend 2 juli 1697. Het zegel bevindt zich op een testament dat hij in zijn functie van notaris opmaakte. Lakzegel 12 mm. in doorsnede.
(Terug)
52. HCL te Maastricht, archief L.v.O., schepenbank van Geleen, inv. nr. 1240, brief van Pau de Marres aan de schepenbank, 2 febr. 1701. Lakzegel 12 mm. in doorsnede.
(Terug)
53. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris Schaepen, inv. nr. 1738, Gezegelde volmacht van Elisabeth van Leeuwen-Marres, 19 nov. 1709.
(Terug)
54. HCL te Maastricht, Oud archief M'tricht, notaris Guichard, inv. nr. 2078, opening 29 mei 1765, Testament Elisabeth Busco d.d. 13 juni 1760. geboren Marres d.d. 13 juni 1760. Hierop een viertal zegelafdrukken met wapen Busco.
(Terug)
55. Zie de wapenbeschrijvingen van dit geslacht in de genealogie van den Bosch.
(Terug)
56. Le baron Léon de Herckenrode, Collection de Tombes, Épitaphes et Blasons, recueillis dans les Églises et Couvents de la Hesbaye, Gand, 1845.
(Terug)
57. Armorial Général, J.B. Rietstap, Gouda, 1887.
(Terug)
58. Th. de Renesse, Dictionnaire des figures héraldiques, zeven delen, Brussel 1894-1903.
(Terug)
59. Miroir des Nobles de Hasbaye, par Jacques de Hemricourt, mis du vieux en nouveau Langage, enrichy d'un grand nombres des Figures en Taille-douce, par le Sr. de Salbray, Bruxelles, chez E. Henry Fricx, 1673. Dit prachtige in leer gebonden exemplaar bevindt zich in het Familiearchief.
(Terug)
60. Nationaal Archief te Den Haag, portef.nr. 5864, missiven uit Maastricht aan de Staten Generaal; gezegelde brief van Michael Mares aan de staten Generaal d.d. 5 februari 1762: "De ondergeschreven belove, mij verbindende bij deese, dat indien Haer Hoogmoogende mij gelieven te beneficeeren met de prebende van St Servaes vaceerende door de dood van wijlen E.D. de Mean, ick daervoor sal betaelen de somme van drie duisent Pattacons ofte seven duijsent vijff hondert gulden Hollands, doende de somme van twaelf duijsent gulden Maestrichter Cours en sulx met een geaccepteerde wisselbrief in de Hage te voldoen. M. Mares, priester uijt den Vroenhove. Aangehecht een lakzegel met afdruk van een volledig wapen. Het schild beladen met een kam, vergezeld van drie klaverbladeren. Helm en dekkleden. Helmteken: een klaverblad van het schild."
(Terug)
61. Jef Leunissen, Van Wilre tot Wolder, Uit het verleden van het hoofddorp van de voormalige Vroenhof, pag. 108: Michaël Marres legde op 9 februari 1798 te Maastricht toch de eed van haat aan het koningschap af. Hij stichtte te Wilre twee jaargetijden en schonk aan de kerk een zilveren kelk. Hij overleed op 14 juni 1818 te Wilre en werd in de kerk aldaar begraven. Hij werd ruim 90 jaar oud.
N.B.: In de liassen van de Staten Generaal is te lezen dat hij 12.000 gulden bood. Van der Vreecken bood 13.920 gulden.
(Terug)
65. Wapenbeschrijving door Cyril Marès, eigenaar van Mas des Bressades. Hij vermeldt dat zijn familie zijn oorsprong heeft aan de oever van het 'Etang de Tau' tussen Agde en Sète en de naam Mares daar al vanaf 1240 wordt genoemd. Hun bewezen genealogie vangt aan in de XVIde eeuw. Verwantschap tussen beide geslachten is niet waarschijnlijk. (Brief Cyril Marès d.d. 30 dec. 1997)
(Terug)
Kwartierstaat
1. Hans Szymanski, Brandenburg-Preussen zur See 1605-1815. Ein beitrag zur Frügeschichte der Deutsche Marine, Leipzig, 1939.
(Terug)
2. L. van Bree, Gedenkboek van de Javasche Bank 1828 - 1928, 2 delen, Weltevreden 1930. Hierin staat dat J.F.H. de Vignon Vandevelde op 11 februari 1899 werd benoemd tot directeur en J. Reijsenbach op 25 maart van datzelfde jaar tot president van de Javasche Bank. Deze bank gaf de bankbiljetten uit voor Nederland's Indië. Een serie is in de beginjaren van de vorige eeuw door J.F.H. de Vignon Vandevelde als president ondertekend.
(Terug)
Lakenindustrie
1. Gesta Abbatum Trudonensium, vertaald door Dr. E. Lavigne onder de titel Kroniek van de Abdij van Sint Tuiden, Assen/Maastricht 1986 deel 1 pag. 159. Lavigne vermeld hier overigens het jaartal 1135. Het jaar 1133 is ook vermeld in A.A.J. Flament Chroniek van Maastricht, Maastricht 1915. Als bron wordt hier gegeven Calendrier belge par Baron de Reinsberg-Duringsfeld 2e livraison 1860.
(Terug)
2. H. Ammann, Maastricht in der mittelalteriche Wirtshaft, in: Mélanges F. Rousseau, Bruxelles, 1958, p. 21-46; J.G.J. Koreman, Aspecten van de lakennijverheid en- handel, in hoofdzaak gedurende de late middeleeuwen, in Miscellania Tjaiectensiana, Maastricht, 1962, p. 195-115;
Erwin Steegen, Kleinhandel en stedelijke ontwikkeling, Maaslandse Monografieën, p. 69, 2006.
(Terug)
3. HCL te Maastricht, Archief indiviese raad, Raadsverdragen, inv. 44, fol. 133v, en 155v en 163v.
(Terug)
4. P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van St. Servaes te Maastricht, nr. 1922, 11 maart 1429, Oorkonde van schout en schepenen van het kapittel van St. Servaas in hun hof te Susschen, gepubliceerd in: P.S.H.A.L., tôme XXXXI, 1905, p. 124.
(Terug)
5. HCL te Maastricht, Oud Archief der Stad Maastricht, nr. 982, Schadelijsten van burgers in het jaar 1408.
(Terug)
6. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht, nr. 6693, fol. 112.
(Terug)
7. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht, nr. 6691, fol. 7.
(Terug)
8. P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van St. Servaes te Maastricht, nr. 1922, 11 maart 1429, Oorkonde van schout en schepenen van het kapittel van St. Servaas in hun hof te Susschen, gepubliceerd in: P.S.H.A.L., tôme XXXXI, 1905, p. 130.
(Terug)
9. Annuaire Généalogique des Pays-Bas, 1874, A.A. Vorsterman van Oijen et G.D. Franquinet, Eynatten, pag. 18-162.
(Terug)
10. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6692, fol. 18v, Voechgeding 22 juni 1445.
(Terug)
11. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6692, fol. 23, Voechgeding december 1445.
(Terug)
12. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Hooggerecht van den Vroenhof te Maastricht. nr. 6693, fol. 95, Voechgeding 13 april 1458. Deze en de vorige tekst is mede gelezen door H.J. Ernst, Gemeente Archief Amsterdam.
(Terug)
13. HCL te Maastricht, Archief indiviese raad, Raadsverdragen, inv. 46, fol. 18v en 80.
(Terug)
14. HCL te Maastricht, Archief indiviese raad, Raadsverdragen, inv. 46, fol. 15r-16v en 109v. Meer over de stadsverdediging bij de Schutterijen van Maastricht .
(Terug)
15. HCL te Maastricht, Archief Kapittel van St. Servaes te Maastricht, Bezittingen Broederschap, 499a, rentregister anno 1462.
(Terug)
16. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6954, 232v, 5 mei 1485.
(Terug)
17. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6695, 420v, 24 januari 1495.
(Terug)
18. Rijksarchief Hasselt (België), Archief Schepenbank Vlijtingen, 31, 29, 13 oktober 1523.
(Terug)
19. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6957, 211v, 4 augustus 1539 (o.a.).
(Terug)
20. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6957, 56v., 12 februari 1530.
(Terug)
21. Prof. Dr. W. Jappe Alberts, Geschiedenis van de beide Limburgen, I, Assen 1972.
(Terug)
22. HCL te Maastricht, archief van de familie Marees te Maastricht, toegangscode 160124, inv. nr. 100.
(Terug)
23. HCL te Maastricht, Schepenbank van de Vroenhof te Maastricht, 6957, 156, 10 mei 1535. Hij wordt hier Jan Moers van Wilre genoemd.
(Terug)
24. Stadsarchief Tongeren (België), Fonds der Schaetzen, inv. nr. 2535. Tot in het jaar 1720, dit is vijftig jaar na zijn overlijden zullen zijn nakomelingen procederen over zijn nalatenschap.
(Terug)
25. Rijksarchief Hasselt (België), Archief Schepenbank Sichen, 14, 93v, 28 mei 1613.
(Terug)
Litteratuur
1. Philosoof, afbeelding ontleend aan Dieneke's Anthropology Blog, Anthropologie - Ethnografie - Genetica.
(Terug)
Maquette
53. J.H.F. Bloemers, Meer dan 130 jaren oudheidkundig onderzoek in het Stokstraatgebied te Maastricht, in Stokstraatgebied te Maastricht Een renovatieproces in Historisch perspectief, uitgave Gemeente Maastricht, 1973, pagina 152.
(Terug)
Mares
1. Rijksarchief te Hasselt (België), archief schepenbank Millen, inv. nr. 47, folionr. 87, 2 dec. 1572.
(Terug)
2. Rijksarchief te Hasselt (België), archief schepenbank Fall, inv. nr. 22, folionr. 56v, 27 juli 1630. "Reyner Marres van Fall wenst te ontvangen de erfenis van Gerard Claessen van Fall gewoond hebbende te Eysden in het land van Overmase en Margriet zijn huysvrouw, dochter van alde Reyner Marres van Fall oft Hoekelom zaliger, als naeste bloedverwand van Margaret te weten 5 grootroeden land tussen Fall en Sichen, reijgenoten naar Maastricht de erfgen. Jan de Smet van Fall, naar de Jeker: het voetpad van Nieuwenhof naar Sichen, naar Fall: de erven Melot Alexanders en 6 grootroeden aan de Haesensprong, reijgenoten naar Fall: Paulus Stas, naar weg van Fall naar Meer: Willem Raedts de alden, naar de tombe: Jaques Stas."
(Terug)
3. Rijksarchief te Hasselt (België), archief schepenbank Fall, inv. nr. 18, folionr. 9v, 27 april 1580.
(Terug)
4. Rijksarchief te Hasselt (België), archief schepenbank Fall, inv. nr. 18, folionr. 21, 12 december 1581. Op deze dag verzoekt Henric Kusters alias Omalia van Sichen, als man en momber van zijn echtgenote, weduwe van Reyner merres den jonge zijn aandeel te ontvangen van het huis en de hof van wijlen Reyner Marres de ouden.
(Terug)
5. Rijksarchief te Hasselt (België), archief schepenbank Fall, inv. nr. 18, f. 58v, 30 dec. 1584 (sic) en inv. nr. 21, f. 60, 29 okt. 1611. Tekst:
Le document d'acquist de 8 fls a la iustice de Falle
transporte le 30 decembre 1585 pour Jean Mar(esse)
en fauveur du sr. Gille Witten de Tongre
Item le document de sept fls bbt rente transport
par Rener Maresse et son epouse le 29 8bre
1611 en fauveur dudit sr Gille Witten,
on en demands copie parvin les droits quoy at affect
(Terug)
6. HCL te Maastricht, Oud archief van Maastricht, notarieel archief, not. Morren, 1 mei 1735, Jan Marres vermeld als 'modern burgemeester' van Wilre. Hij tekent 'joannees Marrees'. Het onzeker of dit de landmeter Jan Mares van het Vroenhofse geslacht Mares is, het kan evengoed de brouwer en distillateur Jan Marres zijn van het Maastrichtse geslacht Marres. Deze woonde toen in 'Het Pannenhuis' te Biesland in de Vroenhof.
(Terug)
7. Nationaal Archief te Den Haag, portef.nr. 5864, missiven uit Maastricht aan de Staten Generaal; gezegelde brief van Michael Mares aan de staten Generaal d.d. 5 februari 1762: "De ondergeschreven belove, mij verbindende bij deese, dat indien Haer Hoogmoogende mij gelieven te beneficeeren met de prebende van St Servaes vaceerende door de dood van wijlen E.D. de Mean, ick daervoor sal betaelen de somme van drie duisent Pattacons ofte seven duijsent vijff hondert gulden Hollands, doende de somme van twaelf duijsent gulden Maestrichter Cours en sulx met een geaccepteerde wisselbrief in de Hage te voldoen. M. Mares, priester uijt den Vroenhove. Aangehecht een lakzegel met afdruk van een volledig wapen. Het schild beladen met een kam, vergezeld van drie klaverbladeren. Helm en dekkleden. Helmteken: een klaverblad van het schild."
(Terug)
8. Jef Leunissen, Van Wilre tot Wolder, Uit het verleden van het hoofddorp van de voormalige Vroenhof, pag. 108: Michaël Marres legde op 9 februari 1798 te Maastricht toch de eed van haat aan het koningschap af. Michaël Marres was een kanunnik uit de omgeving van Bonn. Hij schijnt zeer gefortuneerd te zijn geweest. Hij stichtte te Wilre twee jaargetijden en schonk aan de kerk een zilveren kelk. Hij overleed op 14 juni 1818 te Wilre en werd in de kerk aldaar begraven. Hij werd ruim 90 jaar oud.
(Terug)
9. Nationaal Archief te 's-Gravenhage, Archief Staten Generaal, Missieven uit Maastricht 1761-1764, inv. nr. 5864, gezegelde brief van Michael Mares, 5 februari 1762; foto: Reproductie afdeling Nationaal Archief".
(Terug)
10. Deze, iets bijgeknipte, foto komt van de fraai verzorgde website van Breur Henket waar ook een pagina is over de 'Grafmonumenten in de doopkapel van de kerk (de voormalige uitvaartkapel)' van Sint Pieter. Hier vindt U meer over de kerk van Sint Pieter bij Maastricht en ook over deze grafsteen.
Zie: Doopkapel van de kerk .
(Terug)
11. De Franciscanen of Minderbroeders te Maastricht 1234-1934, Uitgegeven voor rekening van het feestcomité 1934, Leiter-Nypels, Maastricht.
(Terug)
12. Theses Theologica, verdedigd te Roermond, Maastricht en Sittard enz., medegedeeld door L. van Miert S.J. in De Maasgouw, 32 jg, jamuari 1910, nr. 1.
(Terug)
13. Boed Marres en André Mares, Mares, een oud Wolders geslacht in Wolderse Mo(nu)menten, nummer 6, voorjaar 2008.
(Terug)
Nomen
1. J.Ph. Gramme, Recueil Héraldique des bourguemestres de la noble cité de Liège, Luik, 1720.
(Terug)
2. Miroir des Nobles de Hasbaye, par Jacques de Hemricourt, mis du vieux en nouveau Langage, enrichy d'un grand nombres des Figures en Taille-douce, par le Sr. de Salbray, Bruxelles, chez E. Henry Fricx, 1673. Dit prachtige in leer gebonden exemplaar bevindt zich in het Familiearchief.
(Terug)
3. C. van Bree, Historische Grammatica van het Nederlands, Dordrecht 1987, p. 115.: "En vergelijk uit de Antwerpse taal van de Spaanse Brabander in het gelijknamige stuk van Bredero: moor 'maar' woor 'waar' stooltje 'stoeltje'.
(Terug)
4. Algemeen Rijksarchief te Brussel België, archief Rekenkamer 45102, Lijst van cijnsplichtigen aan de domeinen in het kwartier Maastricht en het graafschap Vroenhoven, 1614.
(Terug)
5. HCL te Maastricht, Schepenbank van het Brabants Hooggerecht te Maastricht, 6418, fol. 216v, 20 juni 1641. Het is hier voor de eerste maal gedaan door Paulus en Eva de Marres. Paulus schrijft zijn naam consequent als de Marres. Een andere Paulus de Marres 1629-1707, zoon van hun neef Paulus Matthias, wordt notaris en ondertekent al zijn stukken met Pau de Marres. Diens dochter Eva, gehuwd met Johan baron van Leeuwen doet dit ook, maar na haar overlijden omstreeks 1710 wordt dit gebruik door haar broers niet gecontinueerd.
(Terug)
6. Een van de eerste maatregelen die de Franse bezetter in 1795 trof was het invoeren van een persoonsadministratie in de vorm van een burgelijke stand en een bevolkingsregister. Alle bestaande achternamen werden vastgelegd en alle personen die er geen hadden kregen een toegekend. Dat dit de eerste decennia niet consequent werd gedaan doet aan dit principe niets af.
(Terug)
6a. Weekblad voor de Administratie der Directe Belastingen, Invoerechten en Accijnzen, 27 jan. 1906, no. 1752.
(Terug)
7. Notities gedaan in kerkelijke registers, notariële acten, minuten van Maastrichtse en Loonse schepenbanken en die van de banken uit de landen van Overmaas en uit de aantekeningen in de protocollen van de overheden in Brussel en 's-Gravenhage.
(Terug)
8. Frans Debrabandere, Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk, Brussel 1993, Marres, ès. - Camiel Hamans, taalcolumn in NRC-Handelsblad 22 oktober 1984.
(Terug)
9. Frans Debrabandere, Idem. Maret (14e eeuw: Maret de Haccourt, Morel (naam van het zwarte paard van Robert d'Artois in de Guldensporenslag), Moreel (1382 Moreele van Hadewighe) en Mauritius (1444 Maurus dictus Mauricius).
(Terug)
10. Armoriaux Liégeois, chevalier de Limbourg, 1934, p.14.
(Terug)
10a. Hérodote, Histoires, établi et traduit par Ph.-E Legrand, Paris 1949. III 94, VII 79, Griekse tekst. 'Μαρεσ'. In de tweede naamval werd dit 'Μαρων' en in de derde 'Μαρσι'. N.B.: Onno Damsté, Herodotos, Historiën, Haarlem 1978, vertaalt deze naam eenmaal met Maren en een tweede maal met Marden. Het verhaal over de Amazones staat in Herodotus, IV 110-117.
(Terug)
11. Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg (PSHAL), tôme II p.20; tôme VI, p.161 en 195; tôme XXXVI, p.47 en 72 en 125; tôme XXXVIII, p.130; tôme XXXXIII, p. 340; tôme LXVIII, p.366.
(Terug)
12. P. Doppler, Schepenbrieven van het Kapittel van O.L. Vrouwe te Maastricht, nr. 237, origineel op perkament (PSHAL, tôme LXI, 1925, p. 154)
(Terug)
13. E.C.W.L. Marres, 'Marres', De Nederlandsche Leeuw 107 (1990) kolom 125.
(Artikel Leeuw) -
(Terug)
14. HCL te Maastricht, LvO 5316, Archief schepenbank van Eijsden 1411-1463, 25 sept. 1454.
(Terug)
15. H.J. Koenen, Het Geslacht de Marez, 's-Gravenhage 1898.
(Terug)
16. Er zijn twee gedocumenteerde vermeldingen: HCL te Maastricht, Hooggerecht van den Vroenhof, inv. nr. 6964, 4 juni 1598, "Claes Merees alias Vulgraeff" koopt 4 groot roeden land op de Haenakker tussen Heukelom en Montenaken; en Brabants Hooggerecht inv. nr. 6264, 27 maart 1618, "Claes Meres, alias Vulgraeff, borger ende becker deser stadt Maestricht,.....".
De betekenis van Vulgraeff is onbekend. Wellicht is er verband met het oorspronkelijke uitgeoefende beroep van lakenscheerder. Een onderdeel van lakenfabricage is het vollen, het compact maken van het laken. Mogelijk is het begrip graaf hier in dezelfde betekenis gebruikt als in dijkgraaf. De overgrootvader van Nicolaas was immers gouverneur van de Maastrichtse droogscheerders. In Nederland bestaan de geslachten Volgraaf en Volgraff. Het laatste geslacht komt oorspronkelijk uit Duitsland. Het Meertens instituut heeft geen verklaring. Het Gesellschaft für deutsche Sprache te Berlijn, dat ook een afdeling voor naamkunde heeft, kent de combinatie voll en grab niet.
(Terug)
Orgelbouwers
1. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 186/87, L. Houtappel & assistent (dit is J.Binvignat) verplaatsten na restauratie in 1778 het orgel van de Jesuitenkerk te Maastricht naar de Hervormde kerk te Koudekerke.
(Terug)
2. Genealogie Houtappel, niet uitgegeven.
(Terug)
3. Encycopedie Het Historische Orgel in Nederland, 8, 35-36, Omstreeks 1773 begon Joseph Binvignat samen met de houthandelaar Houtrappel een Maastrichtse orgelmakerij ....... Vanaf 1777 kreeg de firma nieuwe orgels te maken., maar in 2, 24-25, In 1778 voegt Joseph Binvignat zich als compagnon bij Lambert Houtappel (dit is wel een notering in een ouder deel); A.M.A. Maassen, Een orgel 'tot loff van de Allerhoogsten God' in Geulle, in het Jaarboek Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal, 4, 1994, 124-134. Hier wordt vermeld dat bij de volkstelling van het jaar 1803 (an XI) vermeld dat hij vanaf 1769 in de stad woonde, bij de tellingen van 1820 en 1825 wordt opgegeven dat hij respectievelijk vijfenveertig en vijftig jaar in de stad verbleef, dus vanaf 1775. Quadvlieg, Maasgouw 1970, vermeldt rond 1775.
(Terug)
4. HCL te Maastricht, Oud archief Maastricht, Burgerboeken van het Brabants Hooggerecht, 295, 16 nov. 1787. Als burgers werden ingeschreven in het ambacht van de Cremers: Joseph Binvignat 33 jaar, Guiliëlmus Joannes Josephus Binvignat, geboren 8 maart van dit jaar, Maria Anna Antoinette Binvignat, 2 jaar, Marie Elisabet Jos. Binvignat, 4 jaar, Marie Agnes Lamberti Jos. Binvignat, 6 jaar, allen afkomstig van Attigny te Frankrijk.
Nota Bene: In het cremersambacht werden te Maastricht behalve kooplieden ook een grote diversiteit aan beroepen ondergebracht zoals brandewijnstokers, geelgieters, hoedenmakers, ketellappers, koperslagers, kousenmakers, loodgieters, pijpenbakkers, poedermakers, pruikenmakers, touwslagers, tinnegieters, viltmakers, zeepzieders, zoutzieders etc. etc. en dus mogelijk ook in dit geval orgelbouwers. (Dr.P.J.H. Ubachs, Nieuwe Burgers van Maastricht 14e eeuw - 1795, Geleen 1993)
(Terug)
5. Dictionnaire des facteurs d'instruments de musique en Wallonie et à Bruxelles du 9e siècle à nos jours, par Malou Haine et Nicolas Meeùs, Pierre Madaga éditeur 2009. Auteur: Jean-Pierre Felix.
(Terug)
6. Tableau de la Population de Maestricht 1803 en het bevolkingsregister van Maastricht in 1816.
G.M.I. Quadvlieg De Orgelbouwers Binvignat te Maastricht, Maasgouw, 86, 1967; 89, 1970.
(Terug)
7. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 3, 197-199.
(Terug)
8. A.M.A. Maassen, Een orgel 'tot loff van de Allerhoogsten God'.
(Terug)
9. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 24-25. Hier staat dat Joseph Binvignat zich in 1778 als compagnon bij Lambert Houtappel voegt.
(Terug)
10 De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 8, 35-36.
(Terug)
11. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 3, 267-270; G.M.I.Quaedvlieg - Orgels in Limburg (Zutphen 1982). Foto: Stichting Databank Kerkgebouwen in Limburg, november 2005.
(Terug)
12. De encyclopedie Geneawiki (België)
(Terug)
13. G.M.I.Quaedvlieg - Orgels in Limburg (Zutphen 1982) en De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 94-96.
(Terug)
14. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 2, 99-103.
(Terug)
15. Foto: www.zichtopmaastricht.nl - Maastrichts Orgelpracht, Een wandeling langs Maastrichts monumentaal orgelbezit; G.M.I. Quaedvlieg, Maastricht's orgelpracht, Maastricht 2007.
(Terug)
16. Ed van Aken, Homepage op 'www.edvanaken.nl'.
(Terug)
17. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 1, 150-153.
(Terug)
18. G.M.I. Quadvlieg, De Orgelbouwers Binvignat te Maastricht, Maasgouw 89, 1970.
(Terug)
19. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 18; G.M.I.Quaedvlieg, Orgels in Limburg (1982).
(Terug)
20. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 222/227.
(Terug)
21. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland 4, 342-344.
(Terug)
22. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 209/11.
(Terug)
23. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 313/15.
(Terug)
24. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 5, 360/61.
(Terug)
25. Stichting Heemkunde van Wilre tot Wolder, Petrus en Pauluskerk Wolder.
(Terug)
26. Publicatie van de Afdeling Monumenten en Landschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap onder de titel 'Beschermingen 2003. Monumenten, stads- en dorpsgezichten, landschappen'
(Terug)
27. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 1, 337/38<.
(Terug)
28. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 1, 192-193.
(Terug)
29. De encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland, 3, 168/69.
(Terug)
Pekelharing
1. Coll. en foto SA Amsterdam; Archief Burger Weeshuis Amsterdam, kaartenboek B, kaart 27.
(Terug)
2. Karl-Heinz Wiechers, Und fuhren weit übers Meer. Zur Geschichte der Ostfriesischen Segelschiffart, II, Häfen der Ems (1988).
(Terug)
3. Hans Szymanski, Brandenburg-Preussen zur See 1605-1815. Ein Beitrag zur Frühgeschichte der deutschen Marine (Leipzig 1939). Szymansky citeert uit dit edict en moet het dus onder ogen gehad hebben. In het 'Geheimes Staatsarchiv Peussischer Kulturbesitz' te Berlijn trof ik het niet (meer) aan. Het zou zich moeten bevinden in 'I HA Geheimer Rat, Rep. 9 Allg. Verwal-tung, NN Lit. Edikte und verordnungen, Paket 1 (1571-1689)'.
(Terug)
4. Lieve Verschuur, Die kurbrandenburgische flotte 1686, olieverf op Doek, 146 x 244 cm, Coll. Schloß Oranienburg, Berlin. Foto Stiftung Preußischer Schlösser und Garten.
(Terug)
5. Hans Szymanski, Brandenburg-Preussen zur See 1605-1815. Ein beitrag zur Frügeschichte der Deutsche Marine, Leipzig, 1939.
(Terug)
6. Historische Schiffsmodelle Claus Lange, www.historische-schiffmodelle.de.
(Terug)
7. Cezary Grodzicki Schiffsmodelle, www.architektura-cg.de.
(Terug)
8. J. Rogge, Het geslacht Rogge te Zaandam. Drie eeuwen familiegeschiedenis tegen den achtergrond van nering en bedrijf (Koog aan den Zaan 1948).
(Terug)
9. Reinier Nooms, Bickerseiland, 1650/1656, prent 137x250 mm., coll. Rijksmuseum Amsterdam, inv. nr. RP-P-OB-20.527; Foto neg.nr.: 37115, 2000.
(Terug)
10. E.C.W.L. Marres, De oorsprong van het geslacht Pekelharing, De Nederlandsche Leeuw, 107 (2003) kolom 1-26.
(Terug)
11. G.J. Honig, Het geslacht Pekelharing, Uit den Gulden Bijkorf, Genealogisch-historisch-economische studiën over Zaanse families. Koog aan de Zaan 1952, 269-348; en Pekelharing, Nederland's Patriciaat, 2000/'01, jg.83, pag.226-253.
(Terug)
Personeel
1. De namen zoals herinnerd door Eugène P.E.J. Marres op vijf en tachtigjarige leeftijd. Hij was destijds 12 à 13 jaar oud.
(Terug)
2. Foto's verkregen van zijn dochter mevrouw Suzy Hochstenbach.
(Terug)
3. Cher Coenen, brouwersknecht bij de brouwerij Marres-Ceulen werd geboren op 22 sept. 1925 en overleed in 2003. Mondelinge medeling van mevrouw Tiny Coenen-Pricken, weduwe sinds 2003 van de heer Cher Coenen.
(Terug)
4. Foto verstrekt door de heer H. Hardy, kleinzoon van de brouwmeester Hugo Mares.
(Terug)
5. Foto verstrekt door de heer H. Hardy, kleinzoon van de brouwmeester Hugo Mares.
(Terug)
Politiek
1. HCL te Maastricht, Archief v.h. Kapittel van St. Servaes te Maastricht, Proostdij Tweebergen, inv. nr. 48.
(Terug)
2. Rijksarchief Hasselt (België), schepenbank Sichen, 19, f11v.
(Terug)
3. A.R.M. Mommers, Brabant van generaliteisland tot gewest, Utrecht 1953.
(Terug)
4. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, proefschrift Tilburg 1959, p. 106.
(Terug)
5. Jos. Russel, De Limburgsche Coterie, 1866, (schotschrift op W.H. Pijls).
(Terug)
6. Dig. Bibl. Ned. Letteren, Joseph Russel.
(Terug)
Portretten
1. Dit geschilderde portret is zeer waarschijnlijk aan de hand van een foto drie jaar na zijn overlijden gemaakt.
(Terug)
2. De heer Herman Maes, hoofdrestaurator van het Nederlands Fotomuseum, is van mening dat deze daguerreotype gemaakte is tussen 1843 en 1848. Een meer exacte datering en toeschrijven van de plaat wordt extra bemoeilijkt omdat de behuizing, als er al informatie over de fotograaf was toegevoegd, meestal op de cassette is terug te vinden, maar deze is niet meer aanwezig. Eugène P.E.J. Marres kreeg de daguerreotype midden vorige eeuw van zijn tante Elisabeth Hollman-Marres, 1881-1952, kort voor haar overlijden. Het was volgens haar een verre oudoom Marres, met de kenmerkende trekken van de familie, hoewel wat mager, wiens naam zij vergeten was. Extrapolerend kan gesteld worden dat het hier Hubert Marres betreft.
(Terug)
3. M.Th.L.W. (Wim) Boersma, was behulpzaam bij de identificatie.
(Terug)
4. Wim Boersma en Peter Lambriex (kleinzoons van het echtpaar Houtappel-Lemmens waren behulpzaam bij de identificatie.
(Terug)
5. De identificatie is gedaan aan de hand van familiepapieren en gezichtsgelijking met andere foto's. Aanvulligen en verbeteringen zijn welkom.
(Terug)
Querelle
1. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, proefschrift Tilburg 1959, p. 106.
(Terug)
2. Jos. Russel, De Limburgsche Coterie, 1866, (schotschrift op W.H. Pijls).
(Terug)
3. Toenmalig minister van Financiën.
(Terug)
4. Russel droeg een Tunesische ridderorde.
(Terug)
5. Archief Petrus Regout: inv.nr. 28, p. 396. Zie ook: Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959, p. 304 e.v..
(Terug)
6. Jacq Giele, De Arbeidsenquete van 1887, Een kwaad leven, deel 2, Maastricht, uitg. Link Nijmegen 1981.
(Terug)
7. Dr. A.J.Fr. Maenen, Petrus Regout 1801-1878, een bijdrage tot de sociaal-economische geschiedenis van Maastricht, proefschift Econ. Hogeschool Tilburg, publ. uitg. Nijmegen 1959.
(Terug)
8. Dig. Bibl. Ned. Letteren, Joseph Russel.
(Terug)
Religie
1. Dick Swaab, Wij zijn ons brein, van baarmoeder tot Alzheimer, Amsterdam-Antwerpen, 2010.
(Terug)
2. Herman Philipse, Atheïstisch Manifest en De Onredelijkheid van de Religie, Amsterdam 2004; en Richard Dawkins, The God Delusion, 2006, (Ned. vert.) Hans E. Van Riemsdijk, God als Misvatting.
(Terug)
3. K. Cools o.s.r., Vier broers Kruisheren Marres van Maastricht in de 18e eeuw, Clairlieu, tijdschrift gewijd aan de geschiedenis van de kruisheren, jg. 42, 1984, p. 125-127.
(Terug)
4. P.H. Marres, Het gewigt der Godsdienst met betrekking tot de Maatschappij, in: Catholijke Nederlandsche Stemmen over Godsdienst, Staat-, Geschied- en Letterkunde 15 (1849), 413-416.
(Terug)
5 P.H. Marres, canonico ecclesiae cathedralis, in seminario Ruraemundensi s. theologiae professore, De Iustitia secundum doctrinam theologicam et principia iuris recentioris, speciatim vero neerlandici, Ruremundae 1879.
(Terug)
6. Foto uit: Jan G.C. Simonis e.a., Zielzorgers in het bisdom Roermond, 1840-2000, Sittard 2001.
(Terug)
7. Menukaart in bezit van de heer P.H.M.J. Lambriex te Maastricht.
(Terug)
8. Kaartjes in bezit van het familiearchief te Amsterdam.
(Terug)
9. Kaart uit de collectie van de heer W.F.T. Lem te Maastricht.
(Terug)
10. Broederschap der Heilige Maagd en Martelares Barbara uitgegeven bij gelegenheid van de Herdenking in 1987 van de Heroprichting op 12 november 1837, drukkerij Pleumeekers.
(Terug)
Sarmaten
1. Dolfijnfibula, goud, brons en rotskristal, lang 7.8 cm, gewicht 29,7 gr. opgegraven in Nohaichynks'kyi kurhan bij Chervone, Nyzhnehirs'kyi Rayon, Krim, Oekraïne, in 1974, Sarmatisch, laat 1e of vroeg 2e eeuw;
(Terug)
2. Spiraalarmband met dierenfries, goud met inlegwerk uit turkoois en koraal, breed 7,5 cm, gewicht 420 gram, toevalsvondst in Chochlač kurhan bij Novočerkask, Rostov, Rusland, in 1864, Sarmatische dierenstijl, 1e eeuw;
(Terug)
3. Zie hiervoor de pagina Genetica.
(Terug)
4. Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Amazones et Lanciers cuirassés entre Oural et Danube, VIIe siècle av. J-C - VIe siècle apr. J-C, Editions Errance, Paris 2002.
Hun genetische sporen worden onder meer besproken in Dienekes Anthropology Blog, may 02 2011.
(Terug)
5. Diodorus Siculus (1e eeuw v.c.) Bibliotheca Historica Lib. II, 43, p 29. Hij verhaalt als eerste dat de Sarmaten uit Medië kwamen toen ze zich in het land van de Scythen aan de Don vestigden.
(Terug)
6. Christopher R. Gignoux et al., Harvard University, Cambridge, USA, Rapid, global demographic expansions after the origins of agriculture. "Comparisons of rates of population growth through time reveal that the invention of agriculture facilitated a fivefold increase in population growth relative to more ancient expansions of hunter-gatherers." in Proceedings of the National Academy of Sciences, 2011.
(Terug)
7. Herodotus, Historiën IV 110.
(Terug)
8. Lexikon früher Kulturen, Joachim Herrmann, Bibliografisch Institut Leipzig 1984, band 1, p. 33, Alanen.
(Terug)
9. Halsband met dierenfries, goud met inlegwerk uit turkoois, kraal en glas, doorsnede 17,8 cm hoog 6,3 cm. gewicht 1.009 gram (net iets meer dan 1 kgr.), toevalsvondst in Chochlač kurhan (grafheuvel) bij Novočerkask, Rostov, Rusland, in 1864, Sarmatische dierenstijl, 1e eeuw.
Litt: Het Goud der Scythen, Schatten uit de Hermitage van Leningrad, Brussel 1991, inv. 155, 156 en 169.
(Terug)
10. Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Paris 2002.
(Terug)
11. Fragment van een mozaïekvloer met een Amazone, Turkije 4e eeuw, marmer en kalksteen, Louvremuseum te Parijs. Antiquité Tardive.
(Terug)
12. Herodotus, Historiën IV 110-117; en Gaius Plinius Secundus maior, Naturalis historia, IV, 80, Rome 77.
(Terug)
13. Hérodote, Histoires III 94, VII 79, texte établi et traduit par Ph.-E Legrand, Paris 1949. Griekse tekst. 'Μαρεσ'. In de tweede naamval werd dit 'Μαρων' en in de derde 'Μαρσι'. N.B.: Onno Damsté, Herodotos, Historiën, Haarlem 1978, vertaalt deze naam eenmaal met Maren en een tweede maal met Marden. Het verhaal over de Amazones staat in Herodotus, IV 110-117.
(Terug)
14. P. Cornelius Tacitus (54/55 - 117), Annales VI 33-35.
(Terug)
15 Tentoonstellingscatalogus van het Limesmuseum Aalen, Zweigmuseum des Landesmuseum Stuttgart, Von Augustus bis Attilla, Leben am Ungarische Donaulimes, Theisss, 2000.
(Terug)
16. P. Cornelius Tacitus, Annales XII 29-30, C. Antistio M. Suillio consulibus (B.M.: 50 n.c.).
(Terug)
17. Gaius Suetonius Tranquillus, De vita caesarum, Domitianus 6,1.
(Terug)
18. Flavius Josephus (Josef ben Matthitjahoe), De bello iudaico en Antiquitates Judaicae, Rome 1e eeuw.
(Terug)
19. Grosvenor Museum, Chester, England.
(Terug)
20. Reconstructie van een Sarmato-Alaans vaandel zoals afgebeeld op de zuil van de Romeinse keizer Trajanus (53-117) op het Forum van Trajanus te Rome.
(Terug)
21. Marcellinus Ammianus, Res Gestae XVII 12-13.
(Terug)
22. Lellia Cracco Ruggini, Römer und Barbaren in der Spätantike, in Rom und die Barbaren: Europa zur Zeit der Völkerwanderung, wissenschaftliche Red.: Umberto Roberto, Yann Rivière, für die deutsche Ausgabe: Jan Bemmann, Dieter Quast, Bonn, 2008.
(Terug)
23. Excerpta Valesiana, Origo Constantini Imperatoris (I,32), Sic cum his pace firmata, in Sarmatas versus est, qui dubiae fidei probabantur. Sed servi Sarmatarum adversum omnes dominos rebellarunt, quos pulsos Constantinus libenter accepit et amplius trecenta milia hominum mixtae aetatis et sexus per Thraciam, Scythiam, Macedoniam, Italiamque divisit.
(Terug)
24. E. Stein, Histoire du Bas-Empire, pag.204-205.
(Terug)
25. Frans Glazer, Die Goten und der Arianismus im Alpen-Adria-Raum in: Rom und die Barbaren: Europa zur Zeit der Völkerwanderung, Bonn, 2008; Globasnitz (Karinthië, Oostenrijk), Gräberfeld Ost.
(Terug)
26. Margrit Németh, Pannonien und die römischen Kaiser in: Von Augustus bis Attilla, Leben am Ungarische Donaulimes, Tentoonstellingscatalogus van het Limesmuseum Aalen, Zweigmuseum des Landesmuseum Stuttgart, Theisss, 2000.
(Terug)
27. Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Amazones et Lanciers cuirassés entre Oural et Danube, pag. 71.
27a. E. Stein, Histoire du Bas-Empire, Carte Géografique IV (deels).
(Terug)
28. Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, Paris 2005.
(Terug)
29. De geharde altijd vechtende Alanen Marcus Annaeus Lucanus (39-65), Bellum Civile sive Pharsalia X, 223. In de beschrijving van de burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar vermeldt hij de geharde altijd vechtende Alanen.
(Terug)
30. Hans Wilhelm Haussig, Die Geschichte Zentralasiens und der Seidenstrasse in vorislamischer Zeit, Darmstadt 1983.
(Terug)
30aa. Frances Wood, The silk road, two thousand years in the heart of Asia, The British Library, London 2002, p. 29, 42-43, 50.
(Terug)
30a. Mei Jianjun, hoogleraar University of Science and Technology, Beijing, in persoonlijk schrijven via e-mail 14 juni 2011; zie ook: Jianjun Mei, Early metallurgy in China: some Challenging issues in current studies in: Metallurgy and Civilisation, Eurasia and Beyond, London 2009. Op pag. 11, figure 5 staan gelijksoortige objecten.
(Terug)
30b. Frances Wood, The silk road, two thousand years in the heart of Asia, The British Library, London 2002, p. 61.
Zie ook: Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, pag. 20, 43, 47 en 50.
(Terug)
31. .
(Terug)
32. Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, Editions Errance, Paris 2005, pag. 46/47.
(Terug)
33. Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, Editions Errance, Paris 2005, pag. 46/47.
(Terug)
34. Strabo, Γεογραφια (Geografia), 1e eeuw v.c. II 5, 7, hij noemt hen hier οι βασιλειοι, De koninklijken. Herodotus, IV, 20 e.v. meent echter dat deze Koninklijken tot de Scythen behoorden.
(Terug)
35. Leri Tavadze, Frontier System of Georgia: Problems of the Northern Borders in Antiquity in Spekali #2 Georgian Studies. Spekali, Electronic bilingual scholarly peer-reviewed journal of the faculty of Humanities at Ivane Javakhisvali Tblisi State University.
(Terug)
36. Lucius Annaeus Seneca (ca. 4 v.c.- 65), Tragoediae, Thyestes, 369 koor: Reges conveniant licet ...... qui Caspia fortibus recludunt iuga Sarmatis ... In regel 128 krijgt de noordewind Boreas het epitheton Sarmaticus.
(Terug)
37. Harald Haarmann, Lexikon der untergegangenen Völker. Müchen 2005, p. 36 en 37, Alanen.
(Terug)
38. Marcellinus Ammianus, Res Gestae XXXI 2-21: Proceri autem Halani paene sunt omnes et pulchri, crinibus mediocriter flavis, oculorum temperata torvitate terribiles et armorum levitate veloces. Met Halanen worden hier de Alanen bedoeld.
(Terug)
38a. Marcellinus Ammianus, Res Gestae XXXI 2-21:.
(Terug)
39. Irina Zasetskaya, Bosporus (Kerč) in der Zeit der Völkerwanderung, Grab 22, Necropole von Kerč Krim, um 400 n.chr., Staatliche Eremitage, St Petersburg, in Rom und die Barbaren: Europa zur Zeit der Völkerwanderung, Bonn, 2008.
(Terug)
40. Procopius van Caesarea (voor 550 - na 662), Υπερ των πολεμων λογοι Geschiedenis van de Oorlogen, II 11-12, 29 en VIII 3,8,34, geciteerd in: Vladimir Kouznetsov en Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, Paris 2005.
(Terug)
41. Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle.
(Terug)
41a. E. Stein, Histoire du Bas-Empire, p. 482 n.201 vermeldt dat deze naam alleen in Chronicon van Hieronymus gevonden wordt. Hieronymus van Stridon, priester en pauselijk secretaris, leefde van 347 tot 420.
(Terug)
42. Yves Modéran, Die kontrollierte Einwanderung von Barbarengruppen in das Römische Reich (Deciticii, Tributarii, Laeti, Gentiles und Foederati), in Rom und die Barbaren: Europa zur Zeit der Völkerwanderung, wissenschaftliche Red.: Umberto Roberto, Yann Rivière, für die deutsche Ausgabe: Jan Bemmann, Dieter Quast, Bonn, 2008.
(Terug)
42a. Bernard S. Bachrach, A history of the Alans, p.40. Map 2, Northern Italy. (B.M.: Kaart verkleind en ingekleurd)
(Terug)
43. Marcellinus Ammianus, Res Gestae XIX, 11. in de vertaling van Aart Blom. Zie ook: Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Amazones et Lanciers cuirassés entre Oural et Danube, 2002, pag. 25.
(Terug)
44. Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Amazones et Lanciers cuirassés entre Oural et Danube, VIIe siècle av. J-C - VIe siècle apr. J-C, Editions Errance, Paris 2002. pag. 242-244.
De afbeelding is afkomstig van: LoveToKnow Corp, 2020site.org/kingarthur/calibur.
(Terug)
45. Hans Rombaut, Oorsprong Merovingische grondbezit Merowingische structuren geënt op de Romeinse militaire organisatie toegepast op het Scheldebekken en Antwerpen. Antwerpse Vereniging Voor Bodem - en Grotonderzoek 1988/2. Een studie over de vermelding van Antwerpen in de Annales Fuldenses, 836 001.
(Terug)
46. - Forschungen zur Thidreksaga, Untersuchingen zur Völkerwanderungszeit im nördlichen Mitteleuropa, Band 3, DIE WILKINENSAGE, Schlüssel zur unbekannten Frühgeschichte der Niederlande und Belgiëns? F. Die 'Franken' zwischen Troja und Tournai 3. Die geheimnisvolle Verwandlung der Sarmaten in 'Franken' und ihrer Fürsten in 'Heilige Könige', Bonn 2006.
— Reinhard Schmoeckel: König Chlodwig war kein Franke: Frankreichs und Deutschlands sarmatische Wurzeln, Bonn 2009. (Cave !)
(Terug)
47. Genetisch is dit recent aannemelijk gemaakt zoals in: I. Nasidze et al, Genetic Evidence Concerning The Origins of North and South Ossetians, Annals Human Genetics 68 (Pt6): 588/89. Ossetians are a unique group in the Caucasus, in that they are the only ethnic group found on both the north and south slopes of the Caucasus, and moreover they speak an Indo-European language in contrast to their Caucasian-speaking neighbours. We analyzed mtDNA HV1 sequences, Y chromosome binary genetic markers, and Y chromosome short tandem repeat (Y-STR) variability in three North Ossetian groups and compared these data to published data for two additional North Ossetian groups and for South Ossetians. The mtDNA data suggest a common origin for North and South Ossetians, whereas the Y-haplogroup data indicate that North Ossetians are more similar to other North Caucasian groups, and South Ossetians are more similar to other South Caucasian groups, than to each other. Also, with respect to mtDNA, Ossetians are significantly more similar to Iranian groups than to Caucasian groups. We suggest that a common origin of Ossetians from Iran, followed by subsequent male-mediated migrations from their Caucasian neighbours, is the most likely explanation for these results. Thus, genetic studies of such complex and multiple migrations as the Ossetians can provide additional insights into the circumstances surrounding such migrations
(Terug)
48. Robert Nouwen, Tongeren en het land van de Tungri (31 v.chr.-284 n.chr., De titel is wat bescheiden, paragraaf 9.7 beschijft in het kort de late keizertijd (284-476 n.chr.)
(Terug)
49. Procopius van Caesarea, De Oorlogen, Υπερ των πολεμων, III 3, 2, noemt Geiseric Γωδιγισκλου, Godigisklou, waar de Romeinen dan weer Godigisclus van maken. En zo verbastert een naam.
(Terug)
49a. Ernest Stein, Histoire des Bas-Empire, pag. 550 .
(Terug)
50. Procopius van Caesarea, De Oorlogen, Υπερ των πολεμων, III 5, 18-25.
(Terug)
50a. Olympiadorus van Thebe, 380-425, fragment 17. Als plaats wordt vermeld Μουνδιακω, τησ ετερασ Γερμανιας, in het latijn wordt dit: Mundiacum in Germania secunda. Ernest Stein, Histoire des Bas-Empire, pag. 558 noemt dit Muntzen bij Tongeren. (Waarschijnlijk bedoelt hij Montenaken een vroeger dorp in de Vroenhof van Maastricht). Bernard S. Bachrach, A history of the Alans, pag. 60, noemt Monzen 30 mijl ten oosten van het Bourgondische hoofdkwartier in Waremme. Hier ligt ook een Montenaken vlak onder Sint Truiden. Daarentegen denken vooral Duitse, maar ook Franse auteurs dat Olympiadorus zich vergiste en Μογουντιακω in het Latijn Moguntiacum bedoelde, en denken daarom aan Mainz waar de Bourgondiers later gevestigd waren. Deze plaats ligt echter in het vroegere Germania Prima.
(Terug)
50c. De naam Limburg zou afgeleid zijn van 'lint' (draak) en 'burg' (burcht). Dit qua grootte en welvaart onbelangrijke land is altijd een gewild bezit geweest van de hoge adel en was vanaf het begin een hertogdom ondanks de minieme grootte. In de dertiende eeuw deden de graven van Leuven veel moeite het te verwerven en hierdoor werden zij als graven van Brabant ook hertog. De Nederlandse koning Willem I gaf een provincie deze naam, hoewel ze niet op het vroere grondgebied van het hertogdom lag. Limburg is zo goed als zeker het oorspronkelijke Karolingische stamland. Gezien de naam waren de Karolingers mogelijk van Sarmatische oorsprong. Hun veldvaandel was de Slangendraak, in het Duits Lintdrache.
(Terug)
50b. Nibelungenlied Een middeleeuws epos over liefde en wraak, uit het Middelduits vertaald, geannoteerd en ingeleid door Jaap van Vredendaal, uitg. Boom, Groningen/Amsterdam 2011.
(Terug)
51. Bernard S. Bachrach, A history of the Alans, p.41. Map 3, Northeasteren Gaul. (B.M.: Vestigingen ingekleurd) In Frankrijk vinden we deze namen in de Elsas, in Lotharingen, Franche-Comté, het Ile de France, Bretagne, Picardië en de Ardennen als Allain, Allaines, Allaineville, Allaincourt (Ardennen), Alland'huy (Ardennen), en aan de Sarmaten herinneren namen als Sermaine, Sampigny (van het Alaanse Sambida), Sermoise, Sermier en Soissons.
(Terug)
52. Bibliotheca Augustana, Fachhochschule Augsburg, Deutschland, handschrift, circa 430, Notitia dignitatum omnium tam civilium quam militarium utriusque imperii occidentis orientisque, Dota betreffende alle dignitarissen zowel burgerlijke als militaire van zowel het Westelijke als het Oostelijke rijk. De tekst in de overgeleverde handschriften zijn transcripties van het verloren gegane originele manuscript, dat rijk van illustraties was voorzien met onder meer de Insignia viri illustris magistri equitum, de onderscheidingstekens van de leiders van de verschillende onder de keizer dienende ruitereenheden.
(Terug)
53. Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle, Editions Errance, Paris 2005, pag. 113 en 139.
(Terug)
54. Fibula paar met zilveren handgrepen bedekt met goudplaat, gedecoreerd met polychroom glas en granaten in gladomzetting (Fr.: pierres en bâtes où boîtiers individuels; Eng.: bezel setting). Vondst in
Moult (Calvados), grafvondst "Trésor d'Airan" circa 400-450, berustend in het Dépôt de la Société des Antiquaires de Normandie te Caen.
(Terug)
55. Tilmann Bechert en Willem J.H.Willems, Die römische Reichsgrenze zwischen der Mosel bis zur Nordseeküste, Stuttgart 1995. De illustratie is afkomstig van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig bodemonderzoek. Deze dienst is kort geleden opgegaan in De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.
N.B.: Notitia Dignitatum Occidentis XLII Item praepositurae magistri militum praesentalis a parte peditum: - - -
Praefectus Laetorum Lagensium, prope Tungros Germaniae secundae; - - -.
De locatie voor dit lagentium is niet bekend, mogelijk waren het castella bij Traiectum ad Mosam (Maastricht). Volgens de tekst van de Notitia waren Sarmaten alleen bij Amiens gelegerd. De icoontekst is mijns inziens onnauwkeurig.
N.B.: De vondst door Guus Mares van dit boek, in het bijzonder van de pagina's 102 e.v., bracht vaste grond onder de hypothese van een mogelijke afstamming uit de Sarmaten c.q. Alanen.
(Terug)
56. Alois Seidle, Deutsche Agrageschichte, Frankfurt am Main, 2006. Zie pag. 34: Die Agrarwirtschaft im besetzten Germanien (Germania Romana) Mit den römischen Eroberern kamen auch deren landwirtschaftlichen Techniken und Wirtschaftssysteme in den Raum nördlich der Alpen. Eine rege Kolonisationstätigheit setzte ein. Gründe hierfür waren in Wesentlichen militärische Notwendigkeiten. Zum Schutze der bedrängten Grenzen mussten starke Militäreinheiten stationiert werden. Veteranen, aber auch zu befriedende germanische Bevölkerungsteile mussten angesiedelt werden. Außer militärischen Stützpunkten, aus denen vielfach Städte erwuchsen (z. B. Castra Regina, das heutige Regensburg), wurden nach altrömischer Tradition auch Kolonien angelegt (z. B. Colonia Agrippinensis, das heutige Köln). Bereits zu Beginn des 2e nachchristlichen Jahrhunderts treten uns die römischen Provinzen an Rhein und Donau als landwirtschaftlich sehr gut erschlossene Gebiete entgegen, teils von der einheimischen germanisch-keltischen Bevölkerung, teils von römischen Siedlern besetzt. Das römische Militär und das in seine Gefolge zivile Personal, die notwendigen Erschließungs- und Baumaßnahmen brachten Arbeit und Brot für die ansässige Bevölkerung.
(Terug)
57. Lellia Cracco Ruggini, Römer und Barbaren in der Spätantike, in Rom und die Barbaren: Europa zur Zeit der Völkerwanderung, wissenschaftliche Red.: Umberto Roberto, Yann Rivière, für die deutsche Ausgabe: Jan Bemmann, Dieter Quast, Bonn, 2008.
(Terug)
58. De volgende werken dienden als basis voor het artikel Alanen-Sarmaten
in de volgorde van recent naar oud:
- Iaroslav Lebedynsky, Sarmates et Alains face à Rome, Ie - Ve siècles, Illustoria, Clermont-Ferrand, 2010.
- Kinship and Y-Chromosome Analysis of 7th Century Human Remains: Novel DNA Extraction and Typing Procedure
for Ancient Material, Daniel Vanek, Lenka Saskova, Forensic DNA Service, Prague (Cz.) and Hubert Koch,
Bavarian State Department of Monuments and Sights, Regensburg (Germ.). Croat Med J. 2009 June; 50 (3).
- Umberto Roberto, Yann Rivière, für die deutsche Ausgabe: Jan Bemmann, Dieter Quast, wissenschaftliche
Redaction, Rom und die Barbaren: Europa zur Zeit der Völkerwanderung, Bonn, 2008.
- Guy Halsall, Barbarian Migrations and the Roman West, Cambridge University Press NY 2007.
- Walter Goffart, Barbarian Tides, The Migation Age and the later Roman Empire, University of Pensylvania
Press,
Philadelphia 2006.
- Alois Seidle, Deutsche Agrageschichte, Frankfurt am Main, 2006
- Vladimir Kouznetsov, Iaroslav Lebedynsky, Les Alains, Cavaliers des steppes, seigneurs du Caucase Ie-XVe siècle,
Editions Errance, Paris 2005.
- Iaroslav Lebedynsky, Les Sarmates, Amazones et Lanciers cuirassés entre Oural et Danube, VIIe siècle av. J-C - VIe
siècle apr. J-C, Editions Errance, Paris 2002.
- Frances Wood, The silk road, two thousand years in the heart of Asia, The British Library, London 2002.
- Dr. Oric Basirov, The origin of the pre-imperial Iranian peoples, CAIS series of lectures SOAS, 26/4/2001.
- Agustí Alemany, Sources on the Alans, A Critical Compilation, Handbook of Oriental Studies, section eight, Central
Asia, Brill, Leiden-Boston-Köln 2000.
- Robert Nouwen, Tongeren en het land van de Tungri (31 v.chr.-284 n.chr.. N.B.: De titel is wat bescheiden,
paragraaf 9.7 beschrijft in het kort ook de late keizertijd (284-476 n.chr.).
- Jens Lüning, Albrecht Jockenhhövel, Helmut Bender, Tortsen Capelle, Deutsche Agrargeschichte Vor- und Früh-
geschichte, 1996.
- Tilmann Bechert, Die römische Reichsgrenze zwischen der Mosel bis zur Nordseeküste, Stuttgart 1995.
- Hans Riehl, Die Völkerwanderung, Phaffenhofen/Ilm 1976 (Nederlandse vertaling van drs. Margaretha Blok, De
Grote Volksverhuizing).
- Hans Wilhelm Haussig, Die Geschichte Zentralasiens und der Seidenstrasse in vorislamischer Zeit, Darmstadt 1983.
- Edith Ennen, Walter Janssen, Deutsche Agrargeschichte, Vom Neolithikum bis zur Schwelle des Industriezeitalters,
1979.
- Bernard S. Bachrach, A History of the Alans in the West, Minneapolis 1973.
- E. Stein, Histoire du Bas-Empire, de l'état Romain à l'Etat Byzantin (284-476), Amsterdam 1968
(Franse bewerking door Jean-Remy Palanque van Geschichte des Spätrömischen Reiches, vom römischen zum
byzantinischen Staate (284-476), 1928.
- Anonymus, Notitia dignitatum omnium tam civilium quam militarium utriusque imperii occidentis orientisque,
circa 430, Bibliotheca Augustana, Fachhochschule Augsburg, Deutschland.
- Procopius van Caesarea, Υπερ των πολεμων, De Oorlogen, 5e eeuw.
- Anonymi Valesiani. I, 4e eeuw.
- Marcellinus Ammianus, (± 330 - 400), Res Gestae
- P. Cornelius Tacitus (± 55 - 117), Annales, Rome 1e eeuw.
- Flavius Josephus (Josef ben Matthitjahoe), De bello iudaico en Antiquitates Judaicae, Rome 1e eeuw.
- Herodotus (± 485 v.c. - 420/425 v.c.), Historiën.
- Lucius Annaeus Seneca, Tragoediae, Thyestes, 1e eeuw.
- Strabo, Γεογραφια (Geographia), 1e eeuw v.c.
- Diodorus Siculus, Διοδοροσ Ζικολοσ, Bibliotheca Historica. 1e eeuw v.c.
(Terug)
|