|
POLITIEK en de familie MARRESin vorige eeuwen te Maastricht |
|
Generaliteitsperiode 1648 - 1795 |
|
Na de tachtigjarige oorlog is het gebied dat thans de huidige provincies Limburg en Brabant omvat als een soort kolonie aan de Verenigde Nederlandse Republiek toegewezen. Degenen die de variant van het christelijk geloof aanhingen, die in Noordelijke Nederlanden deel uitmaakte van de staatsinrichting, konden in bestuursfuncties worden benoemd. De bevolking in dit gebied was echter aanhanger van de Rooms Katholieke variant, en omdat men vroeger placht vast te houden aan het bestaande geloof betekende dat voor Limburgers en Brabanders dat zij geen bestuurlijke functies konden aanvaarden. Gedurende zes jaar van 1672 tot 1678 heeft Limburg na een Franse oorlog deel uitgemaakt van het koninkrijk Frankrijk en zo kon Pau de Marres, die notaris was in Maastricht, in 1675 benoemd worden tot schepen van Valkenburg. Na de teruggave van dit land in 1678 aan de Hollandse Republiek verloor hij die functie weer. Dat hij later schepen was van Tweebergen (1695) (1) en meijer van de laathof Sint Pieter te Montenaken (1706) (2) komt doordat dit gebied Luiks was en dus niet onder de Republiek viel. Zijn zoon Matthias Marres (Matthias en zijn zoon Jan bezigden het voorzetsel 'de' niet langer) kon wel schout worden van de heerlijkheden Genk en Zoetendaal 1722-1732 en zijn zoon Jan Marres van 1733-1739, omdat dit gebied Luiks was. Jan Marres was in 1746-1747 ook burgemeester van de stad Tongeren in het Luikse Graafschap Loon. Met hem stierf deze tak van de familie uit. |
|
|
Franse tijd 1795 - 1801 |
|
Lambert Marres, zoon van Servatius Marres, brouwer op de Bisschopskommel te Maastricht, vestigt zich in 1738 te Breda. Hij is daar koopman in onder meer graan, zout, bier en gedistilleerd. Zijn zoon Nicolaas Marres is de eerste van de familie die een medisch vak kiest. Hij woont in Het Vergulde Spoor in de Eindspoorstraat te Breda en wordt chirurgijn en vroedmeester. Na de komst van de Fransen in 1795, wanneer Brabant deel van Frankrijk wordt, krijgt hij de mogelijkheid om als katholiek openbare functies te bekleden. In 1796 wordt hij benoemd tot stadschirurgijn en stadsvroedmeester van Breda en in datzelfde jaar wordt hij lid van de Municipaliteit, de vroegere Vroedschap. Het jaar daarop in 1796 wordt hij president van dit college, en in 1798 krijgt hij de functie van commissaris criminele en civiele justitie. In 1800 wordt hij benoemd tot Thesaurier van Breda, dit is een soort wethouder van financiën. Hij overlijdt plotseling in 1801. (3) |
|
|
Het conflict Marres - Regout 1864 - 1865Personages:Michaël Marres 1826-1898, brouwer in De Valk op de Boschstraat te Maastricht is in 1862 gekozen tot gemeenteraadslid van Maastricht, waar zijn oom de brouwer Petrus Bemelmans toen nog zitting in had.
Petrus Regout, 1808 - 1878, grootindustrieel en oprichter van een aantal zeer succesrijke fabrieken, is oud gemeenteraads- en tweede kamerlid. Een zeer belangrijk man in zijn tijd. Hij is confessioneel, conservatief, clericaal-katholiek, en weet zijn belangen zeer doeltreffend te behartigen. In de hoop op een adellijke titel is hij zeer koningsgezind. Zijn stem klinkt via de L'Ami de Limbourg, die in Luik wordt gedrukt. W.H. Pijls, 1819 - 1903, zeepzieder en groothandelaar, is sinds 1861 burgemeester van Maastricht en lid van de provinciale Staten van Limburg. Hij heeft als wethouder en later als burgemeester zeer doeltreffend de stadsfinanciën gesaneerd en is een voortreffelijk bestuurder. Hij is liberaal en als rationalist voorstander van openbaar godsdienstvrij onderwijs. Hij heeft zoals veel Maastrichtenaars affiniteit met België. Hij krijgt grote steun bij de enige Limburgse krant Le Courrier de la Meuse. Jos. Russel, 1829-1888, afkomstig van Sittard, publiceert historische artikelen, is eerst redacteur bij de Courrier, wordt daar weggewerkt en start dan, gesteund door Petrus Regout, de in Luik uitgegeven krant L'Ami des Intérêts Limbourgeois die vanaf 1866 L'Ami de Limbourg heette. Hij wordt eens door Regout "mon secretaire intime" genoemd (4). Schandaaljournalist, schreef een schotschrift tegen zijn vroegere broodheer Pijls (5). AchtergrondIn 1865 werden in Nederland de stedelijke belastingen opgeheven en vervangen door een landelijk belastingsysteem. In de Gemeenteraad van Maastricht wordt over de uitwerking hiervan gedebatteerd. Michaël Marres houdt hierover een verhandeling in de raadsvergadering van 5 december 1864. Hiervan verschijnt in de krant een samenvatting, waarop Michaël Marres nog een correctie inzendt. Petrus Regout is het volstrekt niet met hem eens en valt hem aan, niet alleen met argumenten maar ook met persoonlijke aantijgingen. Het jonge raadslid Marres verdedigt zich fel, waarop Regout hem beschuldigt van domheid. Petrus Regout doet de aanval niet zelf maar laat die door Russel in zijn zogenaamd onafhankelijk dagblad L'Ami de Limbourg doen. Marres geeft aan Russel honend de raad om met de hoed in de hand bij Regout salarisverhoging te vragen.
Afloop De klacht wordt afgewezen. Regout zal na aanneming van de kinderwet van Houten een einde maken aan de kinderarbeid.
De vrede schijnt snel hersteld te zijn want twee jaar later vormen burgemeester W. Pijls, wethouder G. Franquinet tezamen met de industieëlen P. Regout en M. Marres een gemeentelijke commissie die in deze zo bruisende tijd van snelle industrialisatie in korte tijd een plan opstelt om op de plaats van de oude vestingwallen, die op het punt staan afgebroken te worden, brede boulevards, nieuwe woonwijken en industrieën te bouwen die de het oude Maastricht met de wereld gaan verbinden. Degenen die belangstelling hebben voor de politiek in het midden van de 19e eeuw van een bruisende provincie-hoofdstad vinden hier van dit politieke conflict een Volledig Verslag met de oorspronkelijke Franse teksten in het Frans, wat toen in Maastricht een gebruikelijke schrijftaal was. Er is ook een Samenvatting in het Nederlands. * |
Commissie Stadsuitbreiding 1867 |
|
De vestingwet van 1874 voorzag beëindiging van de vestingstatus voor een aantal steden in het land, waaronder Maastricht. Het Koninklijk Besluit is nog niet gepubliceerd maar wel in het vooruitzicht gesteld. De vestingwerken zullen binnenkort gesloopt en de gronden aan de gemeente ter beschikking gesteld worden. Zodra bekend werd dat de vestingstatus opgeheven zou worden benoemde de gemeenteraad een commissie die plannen moest maken voor stadsuitbreiding op en buiten de vestinggronden. Zitting hadden burgemeester W. Pijls, wethouder G. Franquinet en de industriëlen P. Regout en M. Marres. (De ruzie was dus bijgelegd) In juli 1867 presenteerde de commissie al haar rapport en conceptplan. De commissie wist toen nog niet dat van de 255 ha geslechte vesting maar 176 ha in de verkoop zou komen. De rest reserveerde de Dienst Domeinen voor militaire en facilitaire voorzieningen (kazerne, spoorwegen, kanalen/havens/kades). De commissie maakte meteen duidelijk waar de stedelijke bouwvolumes voor industrie en woningbouw, ook de sociale woningbouw, zouden moeten komen. De industrie was geinteresseerd in de noordelijke gebieden waar ook de arbeidershuisvesting in de buurt moest komen. Het inundatiegebied tussen Jeker en St.Pietersberg, waar het stadspark al aangelegd was en de bodem door de aard van vroeger gebruik al min of meer klaar voor gebruik was (vlak, minder verdedigingswerken), zou snel bouwrijp kunnen zijn voor een villapark. * |
Verkiezingsstrijd mei 1888De families Marres en Regout beide intern verdeeld |
|
|
|
* Burgemeester, Wethouders, gemeenteraadsleden
|
* |
Verkiezingsstrijd rond 1912 |
|
|
Klik op de plaatjes voor leesbare vergrotingen |
|
Pamflet tegen Hermans tegen Hermans |
Verkiezingspamflet in café
|
Zondagsbulletin |
|
|
* Clément Marres contra de heer Hermans rond 1912 |
|
Klik op de tekst voor een leesbare vergroting |
Het Bieralcoholisme volgens de heer Hermans |
|
|