De familie Marres en Religie

Actieve deelname

Godsdienst is altijd een onderdeel van het dagelijks leven geweest. en in veel landen buiten Europa is dit nog steeds het geval. Men ging minstens een maal per week naar een gezamenlijke bijeenkomst in een kerk die gemiddeld een uur duurde. Iedere dag waren er in een kerkbouw meerdere vaak wat korter durende bijeenkomsten. De familie Marres behoorde tot het Rooms katholieke geloof. Ze namen ook deel aan de kerkelijke organisatie.

Paulus Marres is voor zover bekend de eerste kloosterling in de familie. Hij is een zoon van Reynier Marres en Anna Hoppels. Hij is als pater van het 'Godshuis' van Sint Anthonis te Maastricht geprofest in het jaar 1639 en wordt als zodanig nog genoemd in 1647.

Guilelmus Marres, 1668-1722, krijgt te Hoei (B.) zijn kruinschering, doorloopt te Hohenbusch (D.) zijn noviciaat en wordt in 1691 geprofest als pater in het klooster van de Kruisheren te Maastricht. Hij is procurator van 1711 tot 1721 en prior vanaf 19 mei 1721 tot zijn overlijden in april 1721. Op 28 januari 1697 schenkt zijn vader Pau (de) Marres die in Maastricht notaris en procureur is aan het klooster een halve hectare akkerland. Uit de opbrengst zal Guillelmus gedurende zijn leven 2/3 deel en het klooster 1/3 deel krijgen. Voorwaarde is dat zij iedere twee weken een mis ter intentie van vaders zielerust zullen opdragen. Na het overlijden van Guilelmus zullen de inkomsten overgaan op de prior en de procurator van het klooster. Na het overlijden van vader krijgt het klooster 50 rijksdaalders en zal daarvoor een eeuwigdurend jaargetijde houden. In 1710, drie jaar na het overlijden van vader, schenkt het klooster het land aan de familie terug omdat de lasten de inkomsten overschrijden.

Het meest religieuse gezin is dat van Pieter Mares, 1685-1752. Hij is landbouwer en brouwer en woont in het dorp Wolder tegenover de kerk. Hij huwt in 1713 met Helena Jorissen, Vijf van hun zeven kinderen gaan, zoals dat heette, in de geestelijke stand.

Johannes Mares, 1712- na 1748, is de oudste. Hij wordt pater in het klooster van de Franciscanen (Minderbroeders). In het klooster te Reckem is hij in 1748 vicaris.

Maria Elisabeth Mares, 1718-1796 wordt zuster in het klooster "De Nieuwenhof" te Maastricht. Zij sterft daar op 78 jarige leeftijd in 1796.

Helena Mares,1720-1808, wordt zuster in het St. Servaes Gasthuis te Maastricht. Zij is hier moeder-overste (1780). Zij overlijdt op 87 jarige leeftijd in 1808.

Petrus Mares, 1727- ?, wordt frater in het klooster van de Cellebroeders in Maastricht. In 1765 wordt nog als zodanig vermeld.

Michaël Mares, 1727-1818, is priester in de Vroenhof van Maastricht. Hij zend in 1762 aan de Staten-Generaal in Den Haag een schrijven met het verzoek begunstigd te worden met de prebende van het kapittel van St. Servaas te Maastricht die door het overlijden van E.D. baron de Mean vrij is gekomen. Hij verkrijgt de functie van kanunnik niet omdat zijn bod van 12.000 gulden wordt overboden. (1) Later wordt hij vicaris en kanunnik van de adellijke Stiften Vylig en Dietkirchen te Bonn (Dld.).
Aan de kerk van Wolder schenkt hij een zilveren kelk. Hij is in 1818 in de kerk van Wolder begraven. Hun broer Georgius Mares zet als enige deze tak voort. (2)

Een tweede zeer religieus gezin is dat van Everardus Mares, 1716-1790, die eerst huwde met Maria Margaretha Vrints en daarna met Agatha Caenen. Zij wonen in Biesland "aan de Fonteyne".

Maria Catharina Mares, 1742-1807, de oudste dochter, is koorzuster in het klooster van den Nieuwenhof. Haar nichtje Maria Mares, 1734-1818, was hier geprofeste zuster bij de opheffing in 1796.

Michael Mares, 1748-1814, uit het tweede huwelijk is gardiaan (overste) van de Franciscanen te Maastricht. In die functie maakte hij mee dat het klooster door de Franse bezetting in 1795 wordt opgeheven en onttakeld. Hij sterft te Maastricht in 1814.

Everardus Mares, 1752-?, wordt Franciscaan (Minderbroeder) in het klooster te Roermond waar hij aan de theologische Hogeschool in 1778 zijn doctorstitel in de theologie behaalt. (3)

Willem Marres, 1668-1722, is de oudste zoon van Palmachius Marres, die begrijpelijkerwijze zijn voornaam verkort tot Pau maar zich wel de Marres noemt, en te Maastricht notaris is en meyer en schepen van enkele landelijke rechtbanken. Willem wordt pater in het Kruisherenklooster te Maastricht, hij is daar procurator vanaf 1711 en prior van 1721 tot zijn overlijden in 1722. Vader Pau laat zich in zijn klooster begraven. De grafsteen ligt nu in de St Janskerk te Maastricht.

Het derde gezin dat de kerk van een aantal dienaren voorzag is dat van Matthias Marres, 1670-1732, die gehuwd was met Margaretha Lenaerts. Matthias Marres was koopman in een handelssociëteit met A. Nobelen, A. Hamers en J. Cruts voor leveranties aan legergarnizoenen met name te Aken, hij was schepen van de laathoven van Montenaken en Tweebergen en tevens schout van de heerlijkheden Genk en Zoetendael. Zes van de kinderen van dit echtpaar werden geestelijke.

Paulus Marres, 1692-1741, wordt als pater in het Kruisherenklooster te Maastricht geprofest in 1713 nadat hij daar als neomist in 1712 zijn eerste mis had opgedragen.

Margaretha Marres, 1699-1751, wordt als begijn geprofest te Tongeren (nu België) 21 april 1720. Ze overleed te Maastricht in 1751.

Guilelmus Marres, 1707 - na-1764, pater kruisheer in het klooster Hohenbush bij Erkelenz (Dld.)

Matthias Marres, 1708 - na-1764, pater kruisheer en procurator van het klooster Wickrath bij Mönchen-Gladbach (Dld.)

Leonardus Marres, 1710 - na-1764, pater kruisheer in het klooster te Schwarzenbroich bij Korneli­munster (Dld.) (3a)

In de 19e eeuw waren er de volgende beroepsreligiezen.

Prof. Dr. P.H. (Pierre) Marres, 1829-1900, is te Maastricht geboren op 16 november 1829 als zoon van Michaël Marres, brouwer aan het Onze Lieve Vrouweplein en Anna Maria Bemelmans. Hij doorloopt zoals de meeste van zijn broers en neven, het gymnasium op de kostschool te Rolduc, die geleid wordt door Rooms katholieke geestelijken. Op deze school is ook een priesteropleiding en hij volgt deze. In 1852, kort na zijn afstuderen, wordt hij op de school benoemd tot leraar philosophie. Op 15 Maart 1868 wordt hij hoogleraar moraal-theologie bij het Groot-Seminarie, de hogere priesteropleiding te Roermond.

Bij het einde van het schooljaar 1849 mocht hij als beste leerling van de eindexamenklas een redevoering houden, waarbij ook een aantal notabelen uit Nederland en Duitsland aanwezig waren. Een uitgebreid verslag van deze gebeurtenis en nadere bijzonderheden over zijn docentschap is te lezen bij Professoren.

Zijn rede verscheen in de Nederlandse taal onder de titel 'Het gewicht der godsdienst met betrekking tot de Maatschappij' in Catholijke Nederlandsche Stemmen. (4) en in het Frans als 'Importance de la religion par rapport à la Société' in le Journal du Limbourg van 1 september 1849.

In 'le Journal du Limbourg' staat verder te lezen: 'Le succès de M. Marres est d'autant plus honorable, que le séminaire de Rolduc est un établissement de premier mérite où la concurrence ne fait pas défaut alors qu'il s'agit de mériter les distinctions. Environ trois cents élèves sont là travaillant avec ardeur. Il faut donc pour parvenir à gagner le premier prix de la classe supérieur, être un élève d'un vrai mérite et avoir travaillé avec zèle toujours soutenu .... le petit séminaire de Rolduc que nous considérons comme le plus bel et le meilleur établissement d'instruction moyenne de tout le pays.

Prof. Dr. P.H. Marres

Prof. dr. P.H. Marres, 1829-1900
hoogleraar Philosofie. (6)

Zijn bekendste werken zijn:

De Justitia secundum Doctrinam Theologicam et principia Juris Recentioris, speciatim vero Neerlandici, Liber I. De Iure in re; Liber II De iure et Restitutione, Roermond 1879.
en
Compendium, Roermond, 1891.

Beide boeken zijn geschreven in het latijn. Het eerste is een commentaar op het Nederlands Burgerlijk Wetboek beoordeeld vanuit een moraaltheologische visie. (5)

In 1886 krijgt hij de erefunctie van kanunnik van het Kathedraal Kapittel te Roermond.
Wegens ziekte neemt hij op 1 Oktober 1897 zijn ontslag en vertrekt voor herstel naar het buitenland.

Hij vestigt zich daarna te Maastricht en krijgt de erebaan van geheim kamerheer van de Paus. Hij overlijdt op 3 Januari 1900.

P.H. Marres, De Iustitia, 1879

  P.H. Marres,
De Iustitia

Mgr. Charles Marres is een broer van Pierre Marres. Hij is geen intellectueel maar een kerkelijke bestuursfunctionaris en wordt na eerst leraar wiskunde op het gymnasium van Rolduc te zijn geweest pastoor-deken van Venlo. Voor zijn sociale activiteiten wordt hij benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau.

Zowel Pierre als Charles Marres worden beiden kanunnik van het kapittel van Roermond en geheim kamerheer van de paus. Deze functies zijn kerkelijke erebanen.

Monseigneur Charles Marres

Mgr. C. Ph. Marres, 1838-1906.

Pater P.F.A.Marres

P.F.A.Marres
1862 - 1899

Petrus Felix Adauctus Marres 1862 - 1899, is een zoon van August Marres, brouwer op de Capucijnenstraat en Hélène Ceulen. Hij is eveneeens priester en leraar te Rolduc van 1887 tot kort voor zijn overlijden. Hij sterft jong na een lang ziekbed op 37 jarige leeftijd. (6a)


De Eerste Communie

De Eerste Communie, het voor de eerste maal eten van het heilig brood als metafoor van God, was de dag dat een kind volwaardig lid werd van de kerk. Het gebeurde in de katholieke kerkgemeenschap in de negentiende eeuw op twaalfjarige leeftijd, in de volgende eeuw daalde deze leeftijd naar het zesde jaar. Het was een grote feestdag waarbij veel cadeaus gegeven werden, bijvoorbeeld de eerste fiets. Een feestelijk diner waarbij grootouders, ooms en tantes uitgenodigd waren hoorde er ook bij.

menukaart van het communiediner van de elfjarige Fernand Marres in 1902

Het communiediner van de elfjarige Fernand Marres in 1902
op de menukaart voor tante Hyacinthe de Beaumont.
Cursor op beeld toont achterzijden (7)

Tijdens de tweede wereldoorlog waren de feestdiners een stuk eenvoudiger. Hieronder de herinneringskaartjes van Ingeborg en Boed Marres en het menukaartje van Ingeborg. (8)

Communieprentje Menu communiediner Communieprentje

Cursor op beeld toont achterzijden

Wegens de oorlog kon Oom Willy, die toen met tante Mücke in Aken woonde, niet bij het feest aanwezig zijn en hij stuurde daarom deze door hem zelf getekende kaart.

Felicitatie vanuit Aken van oom Willy, tante Mücke en Rolf(je) bij de eerte communie van Ingeborg

Cursor op beeld toont achterzijde


De Naamdag

Vroeger werd niet de verjaardag maar de naamdag gevierd. Alle R.K. kinderen hadden een voornaam die ontleend was aan een katholieke heilige. Alle heiligen hadden een jaarlijkse feestdag en die dag werd gevierd door hun naamdragers.

Hieronder is de felicitatiekaart uit 1900 van de negenjarige Fernand Marres gestuurd naar zijn 12 jarige broer Michel, die toen op een kostschool zat. Uitzonderlijk is dat hij op het Canisius College te Nijmegen zat, en niet op het gymnasium in Rolduc waar de meeste zonen Marres naar toe gingen.

felicitatiekaart uit 1900 van de negenjarige Fernand gestuurd naar zijn 12 jarige broer Michel ter gelegenheid van zijn naamdag.
Kaart in bezit van de heer W.F.T. Lem te Maastricht

Cursor op beeld toont achterzijde (9)


Kerstmis

Kerstmis is voor christenen de belangrijkste feestdag. Het is de dag waarop geboorte van Jesus Christus wordt herdacht. Jesus was een joodse profeet die later door zijn volgelingen tot god is verklaard en op basis van wiens filosophieën de Christelijke kerk is gesticht. Met zijn geboorte begint de huidige jaartelling. Op deze feestdag verstuurde men wenskaarten. De hieronder getoonde kaart is weliswaar afkomstig van God, maar in dit geval is het de naam van een caféhouder, die de familie van zijn patroon met de komst van het nieuwe jaar gelukwenste.

Kerstkaart van de familie God

Kerstkaart van God, Prentbriefkaart in bezit van het familiearchief te Amsterdam

Cursor op beeld toont achterzijde


Overlijden

Bij het overlijden werd in de parochiekerk de begrafenismis gehouden een plechtigheid waarbij de overledene door de pastoor werd herdacht. Door familie en bekenden werden toespraken bij het graf gehouden, al werd dit tegen het einde van de 20e eeuw ook in de kerk gedaan.
Na afloop kreeg iedere aanwezige een gedenkeniskaartje een zogenaamd bidprentje met de gegevens van de overledene en met religieuze teksten en afbeeldingen, in later tijd werd het religieuze plaatje vaak vervangen door een foto van de overledene.

Hier volgen enige bidprentjes uit de verzameling die later wellicht eens in zijn geheel gepubliceerd wordt.

Bidprentjes

Het oudste bidprentje van een familielid

Willem Willems is te Sint Pieter geboren op 17 april 1757 en stierf te Maastricht op 15 mei 1832. Hij was gehuwd met Maria Marres, geboren op 12 sept. 1765 in Het Pannenhuis te Biesland en gestorven te Maastricht op 13 oktober 1840.

Er zijn wat opmerkelijke zaken rond dit prentje. Vermeld is dat Willem stierf op tachtigjarige leeftijd maar hij was bij overlijden vijf en zeventig jaar oud.

Dit verschijnsel is iets wat genealogen niet onbekend voorkomt. In vroeger tijd gebruikten de mensen geen identiteitspapieren. Men wist slechts bij benadering hoe oud men was. Men vierde ook geen verjaardagen, maar de feestdag van de heilige naar wie men vernoemd was.

Bejaarden, en dat was iedereen boven de vijftig, werden bijna altijd ouder geschat dan ze waren, hoe ouder des te groter het verschil. Vooral eerbiedwaardige mensen kregen leeftijden toegedicht die mythologische vormen aannamen. Zie de leeftijden van de aartsvaders in de bijbel.

Opmerkelijk is ook de datum in potloodschrift. Die klopt ook niet. Duidelijk van een familielid met belangstelling voor genealogie uit een tijdperk waar exactheid nog niet de hoogste norm was.

Bidprentje van het echtpaar Willems-Marres

Plaats cursor op het plaatje voor de keerzijde

De bidprentjes van het echtpaar Michaël Marres en Anna Maria Bemelmans

Kerstkaart van God, Prentbriefkaart in bezit van het familiearchief te Amsterdam

Anna Maria Bemelmans 1803 - 1881

Bidprentje Michaël Marres

Michael Marres 1797 - 1865


Broederschappen

De actiefste kerkleden verenigden zich in broederschappen. Zij hadden een taak bij het organiseren van kerkelijke feesten binnen en buiten het kerkgebouw. Binnen het gebouw met godsdienstoefeningen en daarbuiten met het houden van feestelijke periodieke openbare rondgangen door de parochiewijk, processies genaamd. Deze verenigingen hebben in Maastricht een lange geschiedenis en dateren veelal uit de middeleeuwen. Zij recruteerden hun leden meestal uit personen van eenzelfde maatschappelijke stand. Men was lid voor het leven, al traden nogal eens wat leden voortijdig uit. In de regel werd men opgevolgd door een familielid van een volgende generatie. Iedere broederschap vereerde een eigen heilige.

Er zijn twee broederschappen waarin leden van de familie Marres actief zijn geweest.

*

Broederschap van Onze Lieve Vrouwe

Hier een video genomen in 1908 genomen tijdens een eredienst bij de viering van de vijf en zeventig jaar geleden toegekende status van basiliek aan de O.L. Vrouwekerk van Maastricht. De opname begint met processie voorafgegaan door een kerkelijkde soldaat, een SUISSE, geleid door de pastoor die op een afstand gevolgd wordt door de broederschap met aan het hoofd hun deken Maarten Marres. Hij is het laatste in Maastricht geboren en daar ook gebleven familielid.

Broederschap van Onze Lieve Vrouwe te Maastricht onder leiding van Maarten Marres als deken van de broederschap tijdens processie in 2008

Broederschap van Onze Lieve Vrouwe te Maastricht, geleid door Maarten Marres als deken van de broederschap tijdens een processie

*

Broederschap Sinte Barbara

Langer dan een eeuw is er steeds één lid van de familie Marres confrater geweest van de Broederschap van de Maagd en Martelares Sinte Barbara.

De Broederschap van Sinte Barbara, ook wel Sinte Berb genoemd, is zo oud dat de datum van haar oprichting in de nevelen van de historie verborgen is. De oudste vermelding is een citaat uit een boekje van de Franciscaner pater Henricus Sedelius uit 1609, waarin hij schrijft dat hij een gezegeld charter anno 1470 heeft gezien, dat vermeldt dat de broederschap haar regelmatige bijeenkomsten toen in hun kerk had, de Minderbroederskerk. Deze kerk is thans de leeszaal van het Historisch Centrum Limburg.
Er is een ledenlijst bewaard gebleven vanaf 1740. Mogelijk is dit dan gebeurd bij de viering van het mogelijk toenmalige driehonderdjarige bestaan. Alle oude Maastrichtse namen passeren hier de revue.

Tezamen met alle andere religieuse verenigingen is deze broederschap opgeheven toen Maastricht in 1795 bij Frankrijk werd gevoegd. Na de Napoleontische tijd, die in 1813 eindigde, kwam Maastricht bij Nederland en werden de kerkelijke instellingen heropgericht. Bij deze broederschap gebeurde dit eerst in 1837.

In 1987 is feestelijk herdacht dat de heroprichting van de broederschap honderdvijftig jaar daarvoor plaats vond en ter gelegenheid daarvan zag een boekwerkje het licht waarin de broederschappelijke ritus, de statuten en het reglement werden beschreven. Hierin is ook een uitgebreid geschiedkundig overzicht, waarvan ik hier slechts één feit noem en wel dat de 18 confraters in 1792, door de Franse emigranten uit hun gebruikelijke eethuis verdreven, ten huize van één hunner bij hun plechtige avondmaal 1000 oesters consumeerden. Voorts is er een gedicht geschreven in 1763 ter gelegenheid van de overgang van de broederschap van de parochiale kerk Sint Baptist naar die van Sint Jacob binnen Maastricht, en beide kerken bestaan niet meer.

Buiten het gedicht uit 1763 dat in de Nederlandse taal geschreven is vinden we een tafelrede in dichtvorm van Confrater Edmond Jaspar uit 1916 geschreven en gesproken in de Maastrichtse taal. En eveneens een tafelrede in het Maastrichts ook in dichtvorm die Confrater Eugène Marres uitsprak in 1963 ter gelegenheid van zijn 25 jarig lidmaatschap. Deze laatste rede laat ik hieronder volgen, tezamen met enige foto's van het festijn. Ze komen uit het hierboven genoemde boekwerkje. (10)

Uit het Herdenkingsboekje

Ga met cursor over de plaatjes links om de vergrootte tekst rechts te lezen

De Confraters

De Broederschap Sinte Berb te Maastricht

Tafelrede Eugène Marres 1963

Naamlijst broederschap 1740


HOME