De familie Marres en Religie

Actieve deelname in vroegere tijden

Iedereen was vroeger gelovig, zo ook de leden van de familie Marres. Zij beleden het christendom in de oorspronkelijke, Rooms katholieke, variant. Dat iedere religie in diepste grond een systeem van hypocrisie, wreedheden en de verontschuldiging, ja zelfs de bron, voor grote kwaadaardigheid is, drong eerst in de loop van de vorige eeuw tot hun bewustzijn door. Zo begon ook bij hun, zoals bij de meeste denkende mensen, het geloof te vervagen om uiteindelijk plaats te maken voor het seculiere verstand.

Dit neemt niet weg dat godsdienst in het pre-wetenschappelijke tijdperk voldeed aan de behoefte van de bevolking aan morele idealen zonder dat de individuele leden daar eigen verantwoordelijkheid voor hoefden te nemen, aan de behoefte aan rituelen, sociale organisatie en esthetische waarden. Een gemeenschappelijke godsdienst bood grote voordelen aan de staat, in een tijd waarin religie en staat nog samengingen, door over een volgzame bevolking te kunnen beschikken.

Het zijn de religies met één enkele god, Jodendom, Christendom en Islam die de ontwikkeling van het denkproces van hun aanhangers het meest hebben belemmerd en nog steeds belemmeren en die hun gelovigen tot de onzinnigste daden van huichelarij en aggressie hebben gebracht en nog steeds brengen. (1)

In vroeger eeuwen waren de leden van onze familie ook gelovig en namen zij deel aan de kerkelijke organisatie. Bij geboorte, huwelijk en dood waren er kerkelijke plechtigheden. Sommigen waren actief in de kerkelijke hiërarchie, enigen van hen leefden zelfs in kloosters, kerkelijke leefgemeenschappen van personen van dezelfde sexe, waarvan de leden, bij mannen paters genoemd en bij vrouwen zusters (alhoewel in het Frans moeders: mères), zich hoofdzakelijk met religieuze zaken bezig hielden, vaak op hoog intellectueel niveau. Zo waren er in de achttiende eeuw in één gezin Marres zelfs vier broers die kloosterling werden, en zo de voortzetting van hun familietak afbraken. (2)

Prof. Dr. P.H. Marres

Prof. dr. P.H. Marres
1829 - 1900. (5)

Prof. Dr. P. H. (Pierre) Marres is de zoon van Michaël Marres en Anna Maria Bemelmans, die brouwden in hun brouwerij aan het Onze Lieve Vrouweplein te Maastricht. Hij volgde zoals de meeste van zijn broers en neven als middelbare schoolopleiding het gymnasium op de kostschool te Rolduc, die geleid werd door katholieke geestelijken. Het was tevens een opleidingsinstituut voor katholieke priesters

Als negentienjarige eind­examen­candidaat mocht hij als beste leerling in de filosofie bij het uitreiken van de diploma's van het schooljaar 1849 een redevoering houden, welke plechtigheid ook werd bijgewoond door een groot aantal notabelen uit Nederland en het aangrenzende Duitsland.

Zijn rede verscheen in de Nederlandse taal onder de titel 'Het gewicht der godsdienst met betrekking tot de Maatschappij' in Catholijke Nederlandsche Stemmen. (3)

In het Frans verscheen deze rede met de titel 'Importance de la religion par rapport à la Société' in le Journal du Limbourg van 1 september 1849.

Hiernaast het boekwerk 'De Iustitia' dat hij schreef over de verhouding wereldlijk en kerkelijk recht. (4)

P.H. Marres, De Iustitia, 1879

P.H. Marres,
De Iustitia

In 'le Journal du Limbourg' staat verder te lezen: 'Le succès de M. Marres est d'autant plus honorable, que le séminaire de Rolduc est un établissement de premier mérite où la concurrence ne fait pas défaut alors qu'il s'agit de mériter les distinctions. Environ trois cents élèves sont là travaillant avec ardeur. Il faut donc pour parvenir à gagner le premier prix de la classe supérieur, être un élève d'un vrai mérite et avoir travaillé avec zèle toujours soutenu .... le petit séminaire de Rolduc que nous considérons comme le plus bel et le meilleur établissement d'instruction moyenne de tout le pays.

Een uitgebreid verslag van deze gebeurtenis en nadere bijzonderheden over zijn docentschap is te lezen bij  Docenten.

Pierre Marres wordt hoogleraar Philosophie aan de priesteropleiding in Rolduc, later bij de voortgezette priesteropleiding te Roermond.

Mgr. Charles Marres is een broer van Pierre Marres. Hij is geen intellectueel maar een kerkelijke bestuursfunctionaris en wordt na eerst leraar op Rolduc te zijn geweest pastoor-deken van Venlo. Voor zijn sociale activiteiten wordt hij benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau.

Zowel Pierre als Charles Marres worden beiden kanunnik van het kapittel van Roermond en geheim kamerheer van de paus. Deze functies zijn kerkelijke erebanen.

Er is nog een tweede Pierre Marres priester en leraar te Rolduc.
Deze tweede Pierre is van een latere generatie en is daar leraar van 1887-1895. Hij stierf zeer jong op 37 jarige leeftijd.

Monseigneur Charles Marres

Mgr. C. Ph. Marres,
1838-1906.


De Eerste Communie

De Eerste Communie, het voor de eerste maal eten van het heilig brood als metafoor van God, was de dag dat een kind volwaardig lid werd van de kerk. Het gebeurde in de katholieke kerkgemeenschap in de negentiende eeuw op twaalfjarige leeftijd, in de volgende eeuw daalde deze leeftijd naar het zesde jaar. Het was een grote feestdag waarbij veel cadeaus gegeven werden, bijvoorbeeld de eerste fiets. Een feestelijk diner waarbij grootouders, ooms en tantes uitgenodigd waren hoorde er ook bij.

Hier volgt de menukaart van het communiediner van de elfjarige Fernand Marres in 1902, waarvan het exemplaar bestemd voor tante Hyacinthe de Beaumont bewaard is gebleven. (6)

klik voor vergroting
klik voor vergroting

Klik op de afbeeldingen voor het krijgen van een leesbare vergroting

Hieronder de herinneringskaartjes voor de eerste communie van Ingeborg en Boed Marres en in het midden het eenvoudige menukaartje van Ingeborg Marres, want het was in de tweede wereldoorlog. (7)

Communieprentje Menu communiediner Communieprentje

loop over de afbeeldingen voor het bekijken van de achterzijde

Wegens de oorlog kon Oom Willy, die toen met tante Mücke in Aken woonde, niet bij het feest aanwezig zijn en hij stuurde daarom deze door hem zelf getekende kaart.

Felicitatie vanuit Aken van oom Willy, tante Mücke en Rolf(je) bij de eerte communie van Ingeborg

loop over de afbeelding voor het bekijken van de achterzijde


De Naamdag

Vroeger werd niet de verjaardag maar de naamdag gevierd. Alle R.K. kinderen hadden een voornaam die ontleend was aan een katholieke heilige. Alle heiligen hadden een jaarlijkse feestdag en die dag werd gevierd door hun naamdragers.

Hieronder is de felicitatiekaart uit 1900 van de negenjarige Fernand Marres gestuurd naar zijn 12 jarige broer Michel, die toen op een kostschool zat. Uitzonderlijk is dat hij op het Canisius College te Nijmegen zat, en niet op het gymnasium in Rolduc waar de meeste zonen Marres naar toe gingen. (8)

felicitatiekaart uit 1900 van de negenjarige Fernand gestuurd naar zijn 12 jarige broer Michel ter gelegenheid van zijn naamdag.
Kaart in bezit van de heer W.F.T. Lem te Maastricht

loop over de afbeelding voor het bekijken van de achterzijde


Kerstmis

Kerstmis is voor christenen de belangrijkste feestdag. Het is de dag waarop geboorte van Jesus Christus wordt herdacht. Jesus was een joodse profeet die later door zijn volgelingen tot god is verklaard en op basis van wiens filosophieën de Christelijke kerk is gesticht. Met zijn geboorte begint de huidige jaartelling. Op deze feestdag verstuurde men wenskaarten. De hieronder getoonde kaart is weliswaar afkomstig van God, maar in dit geval is het de naam van een caféhouder, die de familie van zijn patroon met de komst van het nieuwe jaar gelukwenste.

Kerstkaart van God, Prentbriefkaart in bezit van het familiearchief te Amsterdam

Overlijden

Bij het overlijden werd in de parochiekerk de begrafenismis gehouden een plechtigheid waarbij de overledene door de pastoor werd herdacht. Door familie en bekenden werden toespraken bij het graf gehouden, al werd dit tegen het einde van de 20e eeuw ook in de kerk gedaan.
Na afloop kreeg iedere aanwezige een gedenkeniskaartje een zogenaamd bidprentje met de gegevens van de overledene en met religieuze teksten en afbeeldingen, in later tijd werd het religieuze plaatje vaak vervangen door een foto van de overledene.

Hier volgen enige bidprentjes uit de verzameling die later wellicht eens in zijn geheel gepubliceerd wordt.

Bidprentjes

Het oudste bidprentje van een familielid

Willem Willems is te Sint Pieter geboren op 17 april 1757 en stierf te Maastricht op 15 mei 1832. Hij was gehuwd met Maria Marres, geboren op 12 sept. 1765 in Het Pannenhuis te Biesland en gestorven te Maastricht op 13 oktober 1840.

Er zijn wat opmerkelijke zaken rond dit prentje. Vermeld is dat Willem stierf op tachtigjarige leeftijd maar hij was bij overlijden vijf en zeventig jaar oud.

Dit verschijnsel is iets wat genealogen niet onbekend voorkomt. In vroeger tijd gebruikten de mensen geen identiteitspapieren. Men wist slechts bij benadering hoe oud men was. Men vierde ook geen verjaardagen, maar de feestdag van de heilige naar wie men vernoemd was.

Bejaarden, en dat was iedereen boven de vijftig, werden bijna altijd ouder geschat dan ze waren, hoe ouder des te groter het verschil. Vooral eerbiedwaardige mensen kregen leeftijden toegedicht die mythologische vormen aannamen. Zie de leeftijden van de aartsvaders in de bijbel.

Opmerkelijk is ook de datum in potloodschrift. Die klopt ook niet. Duidelijk van een familielid met belangstelling voor genealogie uit een tijdperk waar exactheid nog niet de hoogste norm was.

Bidprentje van het echtpaar Willems-Marres

Plaats cursor op het plaatje voor de keerzijde

De bidprentjes van het echtpaar Michaël Marres en Anna Maria Bemelmans
De stamouders van de Nederlandse tak van de familie Marres.

Kerstkaart van God, Prentbriefkaart in bezit van het familiearchief te Amsterdam

Anna Maria Bemelmans 1803 - 1881

Bidprentje Michaël Marres

Michael Marres 1797 - 1865


Broederschappen

De actiefste kerkleden verenigden zich in broederschappen. Zij hadden een taak bij het organiseren van kerkelijke feesten binnen en buiten het kerkgebouw. Binnen het gebouw met godsdienstoefeningen en daarbuiten met het houden van feestelijke periodieke openbare rondgangen door de parochiewijk, processies genaamd. Deze verenigingen hebben in Maastricht een lange geschiedenis en dateren veelal uit de middeleeuwen. Zij recruteerden hun leden meestal uit personen van eenzelfde maatschappelijke stand. Men was lid voor het leven, al traden nogal eens wat leden voortijdig uit. In de regel werd men opgevolgd door een familielid van een volgende generatie. Iedere broederschap vereerde een eigen heilige. Langer dan een eeuw is er steeds één lid van de familie Marres confrater geweest van de Broederschap van de Maagd en Martelares Sinte Barbara. Thans is dit het laatste in Maastricht geboren en daar ook gebleven familielid Maarten Marres.

Broederschap Sinte Barbara

De Broederschap van Sinte Barbara, ook wel Sinte Berb genoemd, is zo oud dat de datum van haar oprichting in de nevelen van de historie verborgen is. De oudste vermelding is een citaat uit een boekje van de Franciscaner pater Henricus Sedelius uit 1609, waarin hij schrijft dat hij een gezegeld charter anno 1470 heeft gezien, dat vermeldt dat de broederschap haar regelmatige bijeenkomsten toen in hun kerk had, de Minderbroederskerk. Deze kerk is thans de leeszaal van het Historisch Centrum Limburg.
Er is een ledenlijst bewaard gebleven vanaf 1740. Mogelijk is dit dan gebeurd bij de viering van het mogelijk toenmalige driehonderdjarige bestaan. Alle oude Maastrichtse namen passeren hier de revue.

Tezamen met alle andere religieuse verenigingen is deze broederschap opgeheven toen Maastricht in 1795 bij Frankrijk werd gevoegd. Na de Napoleontische tijd, die in 1813 eindigde, kwam Maastricht bij Nederland en werden de kerkelijke instellingen heropgericht. Bij deze broederschap gebeurde dit eerst in 1837.

In 1987 is feestelijk herdacht dat de heroprichting van de broederschap honderdvijftig jaar daarvoor plaats vond en ter gelegenheid daarvan zag een boekwerkje het licht waarin de broederschappelijke ritus, de statuten en het reglement werden beschreven. Hierin is ook een uitgebreid geschiedkundig overzicht, waarvan ik hier slechts één feit noem en wel dat de 18 confraters in 1792, door de Franse emigranten uit hun gebruikelijke eethuis verdreven, ten huize van één hunner bij hun plechtige avondmaal 1000 oesters consumeerden. Voorts is er een gedicht geschreven in 1763 ter gelegenheid van de overgang van de broederschap van de parochiale kerk Sint Baptist naar die van Sint Jacob binnen Maastricht, en beide kerken bestaan niet meer.

Buiten het gedicht uit 1763 dat in de Nederlandse taal geschreven is vinden we een tafelrede in dichtvorm van Confrater Edmond Jaspar uit 1916 geschreven en gesproken in de Maastrichtse taal. En eveneens een tafelrede in het Maastrichts ook in dichtvorm die Confrater Eugène Marres uitsprak in 1963 ter gelegenheid van zijn 25 jarig lidmaatschap. Deze laatste rede laat ik hieronder volgen, tezamen met enige foto's van het festijn. Ze komen uit het hierboven genoemde boekwerkje. (9)

Uit het Herdenkingsboekje

Ga met cursor over de plaatjes links om de vergrootte tekst rechts te lezen

De Confraters

De Broederschap Sinte Berb te Maastricht

Tafelrede Eugène Marres 1963

Naamlijst broederschap 1740


HOME