De Belegeringen van Maastricht in 1407 en 1408De Luikse volkspartij was in opstand gekomen tegen haar heer Jan van Beieren (1390-1417) de prins-bisschop-elect van Luik en nadat deze partij de steun gekregen had van de hertog van Orléans konden de opstandelingen de prins-bisschop-elect uit de stad verjagen. Deze zocht hierop zijn toevlucht in Maastricht, dat daarna in de wintermaanden van 1407/1408 door Luikse en Loonse troepen belegerd werd. De Maastrichtenaren sloegen de aanvallen af en in januari 1408 trokken de Luikse troepen zich terug, waarbij zij door de Maastrichtenaren werden achtervolgd. De elect die daarbij nog hulp kreeg van de hertog van Bourgondië, de stad Namen en van zijn nicht Jacoba van Beieren, gravin van Holland, kon toen in de loop van 1408 de opstandige Luikenaren definitief verslaan bij Othé aan de Jeker. De Maastrichtenaren konden daarna als overwinnaars een vergoeding eisen voor de schade die zij in deze oorlog hadden opgelopen. Hieronder volgt het document met de namen van de Maastrichtse burgers die hun schade hebben getaxeerd. Dit is het oudste document waarin een lid van het geslacht Marres vermeld wordt. Het betreft hier stamvader Johan Marres. (1) De aanhef van de Schadelijst.
TranscriptieDit sijn die guede ende burgeren van Tricht die honnen scaede hebbe getaxiert den sij gehat ende leden hebben omme des cryechs wille des sich aengenommen hadden dat lant van Ludic ende van Loen tiegen honne gerechten gerechten here den Hoegeboerenen Prince Heren Jehan van Bayeren den sij verdreve ende in sijne stat noeme heren Dyrick van Perwys ende ouch 't capittel van Ludic ende andere priesteren, prelaeten ruteren ende knechten verdreven en andere in honne beneficien ende gueden sacken etc. Dat omme die guede stat van Tricht nyet gelijden en conde des groete onrechtz ende honnen genedegen lieven heren vorscreven te hulpen stoenden. Alsoe dat die lande van Ludic ende van Loen die gued stat van Tricht bevielen ende amloegen te twee tyden te weten Int jaer ons here dusent vyerhondert ende seven op Sente Kathryne Avond durende sesse weken lanck ende darnae int jaer ons heren M CCCC ende acht des guedensdaeghs nae Sente Orbanus dach duren xvi weken lanck ende ii dage ende de te ludic trachten dae sij niet meer dan eynen nacht en waren ende weder ute trachten tot bij Tongren toe dae sij vonden mijns genedigen heren vorsscreven vrinde ende den hertoge van Hollant sijnen brueder der hertogh van Borgonien sijnen swaeger den greve van Naemen ende ander voelle mechtegen heren, ruteren vende knechten dae sij streden te laucvelt ende dat heer Dyrich van Perwys vorsscreven heer Henrich sijn vaeder ende die van ludic ende van Huy ende andere alle tsamen doet bleven etc. Lud datum. Tecke cecidit Leodium. De TaxatiesNa de inleiding volgen de taxaties van de burgers, U ziet hier het fragment waarop de claim staat van Johan Marres, hier gespeld als Johan Moreez, als middelste van drie opeenvolgende claims.
TranscriptieJohan Moreez III mudden VIII (vaten) rogge facit I boddereger. (2) |
|
|
|