STEENFABRIEK BELVEDERE
|
De Stoomsteenfabriek Belvédère in aanbouw in 1908
|
|
Negen Limburgse industriëlen brengen in 1908 het startkapitaal bijeen voor een nieuw te bouwen fabriek van de Belvédère Stoomsteenfabrieken en kiezelexploitatie N.V. op het Bosscherveld te Maastricht. Deze fabriek is een voortzetting en uitbreiding van de bestaande Stoomsteenfabriek Belvédère van Baeten, Lalieu & Co. Deze fabriek ligt even buiten Maastricht in het Bosscherveld tussen de Caberg en de Silleberg in een gebied waar al 5000 jaar geleden de Bandceramiekers klei wonnen voor het maken van hun aardewerk en sinds de middeleeuwen baksteenovens staan voor de huizenbouw van Maastricht. In het begin van de 20e eeuw waren daar meerdere kleine steenbakkerijen. Het benodigde kapitaal wordt verdeeld in negentien aandelen waarvan Jos. Lalieu en H. Baeten, die beiden directeur zijn van de bestaande Stoomsteenfabriek, ieder drie nemen, Jos en Paul Marres, beiden directeur van de zoutziederij Jos Marres, nemen er samen vijf, hun neef Joseph Corten neemt één aandeel en enkele steenfabrikanten uit Roermond, Blerick en Venlo zijn samen goed voor de overige 7 aandelen. (1) Jos Lalieu wordt weer directeur en Paul Marres, die ingenieur is, wordt president commissaris. Samen bouwen zij een groot, nieuw fabrieksgebouw dat de naam Belvédère blijft dragen, de naam van het historische huis waarin Jos Lalieu woont. De nieuwe Belvédère wordt groots opgezet en gaat zijn Belvédère stenen leveren aan het hele land, vooral aan Noord-Nederland en België. (2) Lalieu stopt in 1920 en dan vraagt Paul Marres aan zijn zwager Ernst Duijnstee, die in Hongarije werkzaam is in het bankwezen om directeur te worden. Duynstee wordt commercieel directeur en hij zal tot zijn zeventigste jaar als directeur aan de fabriek verbonden blijven, daarna is hij nog twee jaar commissaris. (3) In 1927 zien we Paul Marres éénmaal vermeld als directeur. Hij neemt deze functie duidelijk tijdelijk waar want kort daarop en vóór 1929 is C.J. van Schaardenburg technisch directeur naast commercieel directeur Ernst Duynstee. Paul Marres is weer president commissaris tot aan zijn overlijden in 1942. Van Schaardenburg gaat op huis Belvédère wonen en blijft directeur tot 1958. (1) De fabriek fabriceert bakstenen, straatstenen, aanvankelijk ook straatklinkers, metselstenen en gevelstenen. Van de laatste soort heeft Belvédère zelfs een monopolistische positie, die een gevolg is van het feit dat men op de terreinen beschikt over een zuiver geelbakkende grondstof. Er hoeft dus geen bijmenging plaats te vinden. Dit laatste kan soms verkleuring na verloop van tijd mogelijk maken. Voorts beschikt men over een mooi paars-rode grondstof, hetgeen zijn oorzaak vindt in de gunstige ligging tussen alluviale en diluviale kleisoorten. In 1969 fuseert de N.V. Belvédère met de Koninklijke Steenfabrieken Van Lookeren Campagne N.V. te Zaltbommel en ze gaan voort onder de naam Delta Baksteen Unie. Beiden blijven wel "vrije" fabrieken, hetgeen wil zeggen dat men de eigen verkoop verzorgt. (4) In 1982 is de fabriek opgehouden zelfstandig te bestaan en de schoorsteen, volgens ingewijden toen de hoogste van Maastricht gaat tegen de vlakte, maar de grote hal van die steenfabriek staat er nog altijd. (5) N.B.: De zand en grintlagen ten zuiden van de fabriek zijn Pleistocene afzettingen van de Maas uit een geologisch tijdperk dat nu internationaal bekend staat als het Belvédère Interglaciaal. Hier zijn fossielen van mammoeten en de wolharige neushoorns gevonden. Ook de oudste sporen van menselijke activiteit in Nederland zijn hier gevonden uit een periode die nu 250.000 jaren achter ons ligt. Oudere verwijzingen naar menselijke activiteiten kent Nederland niet. Ook zijn er veel vondsten van jongere datum, zoals een permanente nederzetting van de bandkeramiekers van vijf duizend jaar geleden. (6) |
|
|
|