WAPENS
MARRES  /  MARES

Wapen Marres getekend door Boed Marres naar een tekening van C.Böhm

MARRES

Wapen: Een gouden schild beladen met drie groene meerbladeren.
Helmteken: een klimmend hert van natuurlijke kleur.
Dekkleden: groen, gevoerd van goud
.

Recente litterature

Nederlands 'Wapenboek, 's-Gravenhage, 1998. hierin is ook een uitgebreide herkomstbeschrijving opgenomen.

Nederlands Patriciaat, 1961, 47 ann.; 1992, 76 ann.

Limburgse Families en hun wapens, F. Goole en P. Severijns, Hasselt-Tongeren 1973. In beide zonder vermelding van dekkleden en helmteken.

Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in de kerken der provincie Limburg en Belgische en Duitse grensgebieden, Dr. J. Belonje, Maastricht 1961.

Wapen Marres, Belgische tak

Grafsteen van Louis Marres 1922-1979
van de Belgische tak te Maastricht

Oude Wapenboeken

Dictionnaire des figures héraldiques, Th. de Renesse, seven parts, Brussels 1894-1903, het wapen wordt hier beschreven onder de naam de Marets.

Armorial Général, J.B. Rietstap, Gouda, 1887.

Collection des Tombes et Epithaphes dans le Pays de Hesbaye, L. de Herckenrode, Gand, 1845.

Recueil Héraldique des Bourguemestres de Liège, , J.P. Gramme, Liège, 1720

Le Miroir des Nobles de Hasbaye, Jacques de Hemricourt, manuscript 1398. Er wordt hier geen wapenbeschrijving gegeven.

*

Zegels

Van de tak Marres zijn vier oude zegels bekend met een wapenfiguur. Iedere zegel heeft een andere afbeelding. Ze zijn afkomstig van drie verschillende personen, één man die twee verschillende zegels gebruikte en twee vrouwen, die het zegel van hun echtgenoot gebruikten.

De zegels en het wapenschild van Pau (de) Marres

Het oudste zegel is van 1669 en is gebruikt door Pau de Marres, 1629-1707, notaris en procureur te Maastricht, zoon van Paulus Matthias Marres en Maayken Smeets. Hij is de broer van Servaes Marres, brouwer in de brouwerij De Wildeman op de Brusselsestraat te Maastricht, stamvader van de Nederlandse en Belgische geslachten Marres.

Wapen: Gedeeld: rechts een boom, links een draak met opgeven vleugels. Helmteken: een uitkomende draak.
Naast de helm staan beiderzijds zijn initialen P en M. (51)

In dit zegel duidt de boom in de rechter helft waarschijnlijk op zijn toenmalige echtgenote Margaretha Booms. De draak van de linker helft kennen we ook als het wapenteken van Sarmaten.
Het vroegmiddeleeuwse Kamerrijkse geslacht de Mares had als schildhouder een griffioen evenals het Noord-Nederlandse geslacht Marees.
Vreemd is de rechtse plaatsing van de wapenfiguur van zijn echtgenote en de linkse plaatsing van de zijne, een vergissing ?

Zegel Pau Marres, 1669

Zegel Pau de Marres
1669

Het jongere zegel dateert van 1701 en bevindt zich op een brief eveneens van Pau de Marres in zijn functie van procureur gericht aan de schepenbank van Geleen en wordt bewaard in dat archief.

Wapen: Drie samengevlochten geledigde meerbladeren. Helmteken: door beschadiging niet te herkennen. (52)

In dit zegel zien wij voor de eerste maal de meer- of moerasbladeren, hier dan wel samengevlochten en geledigd.

In het wapen op zijn grafsteen zijn de moerasbladeren driepasgewijs aanliggend geplaatst met de punten naar binnen gericht.

Zegel Pau Marres, 1701

Zegel Pau de Marres
1701

De zegels van twee Elisabeth's (de) Marres

Elisabeth van Leeuwen - Marres, 1672 - 1710, dochter van Pau de Marres en Maria Gehlen, was gehuwd met de Venlose burgemeesterszoon Johannes Franciscus baron van Leeuwen, generaal in het Oostenrijkse leger, commandant van het veldleger in Italië en ten slotte vestingcommandant van Mantova (Mantua). Zij gebruikte steeds het zegel van haar man. Waar en wanneer zij overleed is onopgehelderd. Op 8 jan 1710 kreeg zij in Ingolstadt (Beieren) haar laatste kind. Deze zoon, Engelhard August baron von Leeuwen zal later evenals zijn vader generaal-majoor worden en in 1766 lid van de generale staf van Oostenrijk, Elisabeth is waarschijnlijk in het kraambed of kort daarop gestorven want het eerste kind van de tweede vrouw van Frans van Leeuwen, Francesca Sidonia trad omstreeks 1730 in het klooster Carmellini te Mantova en zal toen wel achttien jaar geweest zijn. (53)

Wapen van Leeuwen: in zilver een rode keper beladen met drie gouden Sint Jacobsschelpen. Dekkleden: rood gevoerd van zilver. Helmteken: een uitkomende naar rechts gewende zwarte leeuw, rood getongd en geklauwd tussen twee rode tulpen.

zegel van Elisabeth Marres echtgenote van Johannes Franciscus baron van Leeuwen, 1701 Foto: Harry Paping, Maastricht.

Zegel van Elisabeth
van Leeuwen-Marres
1709

Elisabeth a Busco - Marres, 1696 - 1765, is een dochter van Matthijs Marres en Margaritha Lenarts en een kleindochter van Pau de Marres. Zij zegelt ook met het zegel van haar man. In 1724 huwde zij Rogier a Busco. Hij is officier in Staatse dienst in het regiment van generaal Idsinga en sterft jong als vaandrig omstreeks 1733. Zij woonden toen te 's-Hertogenbosch.

Rogier a Busco behoorde tot het oude adellijke Loonse geslacht van den Bosch en was een telg van de tak van den Bosch van Mopertingen, waarvan de leden zich a Busco noemden. Hij is te Tongeren (België) geboren op 27 september 1702 als zoon van Arnold a Busco en Beatrix Matthijssens. Het zegel van Elisabet(h) (a) Busco-Marres is gehecht op haar testament van 1760. (54)

Wapen van den Bosch van Mopertingen: vair en op de tweede rij een gouden dwarsbalk beladen met drie zwarte lelies. Helmteken een lelie.
Zie hier voor de genealogie van den Bosch

zegel Elisabeth a Busco-Marres, 1760
Foto: RHCL te Maastricht, fotografische dienst.

Zegel van Elisabeth
a Busco-Marres
1760

In de Heraldische databank van het Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage wordt het wapen in dit zegel abusievelijk als een wapen Marres geduid, maar het is een wapen van het geslacht van den Bosch alias a Busco van de tak Mopertingen. (55)

Handtekening en zegel van Elisabet a Busco-Marres, 1760
Foto: RHCL te Maastricht, fotografische dienst.

Zegel en handtekening van Elisabeth a Busco-Marres, 1760

*

De Oude grafsteen Marres

Het interieur van de Sint Janskerk te Maastricht met de grafzerk van Pau de Marres liggend voor de preekstoel.
De grafzerk van Pau de Marres in de St Janskerk te Maastricht.

Interieur St Janskerk.

Grafzerk Pau de Marres

In de Sint Janskerk van Maastricht ligt voor de preekstoel de prachtige bewerkte en goed bewaarde grafsteen van de hierboven al genoemde Pau de Marres. De fraai bewerkte zerk is in de loop der jaren maar weinig afgesleten. Pau is geboren als 'Palmachius', maar hij verkort zijn voornaam tot 'Pau' en plaatst het voorzetsel 'de' voor zijn achternaam. Hij is notaris en procureur te Maastricht en wordt in de Franse tijd (1672-1678) schepen van Valkenburg. Hij is ook schepen van Tweebergen en meijer van de Laathof Sint Pieter te Montenaken, In 1707 is hij overleden en hij wordt begraven in de kerk van het klooster van de Kruisheren te Maastricht waar zijn zoon Willem Marres ingetreden is als pater. Deze zoon wordt in 1711 procurator en in 1721 prior van dit klooster.

De grafsteen heeft tot de Franse tijd in de kloosterkerk van de Predikheren gelegen. Toen onteigenden en ontmantelden de Fransen de kloosters van Maastricht en verkochten de gebouwen. De grafsteen werd gered door hem over te plaatsen naar de Sint Janskerk, waar hij nog steeds aan de voet van de preekstoel te bewonderen is. De Sint Janskerk kwam in protestantse handen toen Maastricht in 1815 bij Nederland werd gevoegd, gelukkig bleef de zerk gespaard.

Op de steen staat in een cartouche zijn alliantiewapen gebeiteld. Het schild is doorsneden en rechts gedeeld. In het eerste kwartier staan drie aanliggende meerbladeren, driepasgewijs geplaatst met de punten naar binnen gericht. In het tweede kwartier staat het wapen van zijn eerste echtgenote Margaretha Booms en in de linkerhelft van het wapen het huismerk van zijn tweede echtgenote Maria Gehlen. Het helmteken is een klimmend hert. Daaronder zien we een leeuw en in zijn geopende bek de tekst: Hier ligt begraven Pau de Marres starf den . Het ontbreken van de verdere tekst is duidelijk niet het gevolg van slijtage maar is na de begrafenis niet aangevuld. Er kan slechts gegist worden naar de reden hiervan, al zijn er vermoedens.

Pau voerde in zijn schild drie meerbladeren, maar experimenteerde met de plaatsing. Hier zijn ze driepasvormig geplaatst met de punten naar binnen gericht. In zijn zegel van 1701 is het drietal samengevlochten en geledigd.

Matthijs Marres, de zoon van Pau de Marres, was schout van de heerlijkheden Genk en Zutendael, en diens zoon Jan Marres was dat eveneens. Jan Marres is tevens in de periode 1746 en 1747 gekozen tot burgemeester van Tongeren. Hij huwde de weduwe van de stamvader van het Nederlandse en Belgische Adellijke geslacht de Bellefroid, maar zijn huwelijk bleef kinderloos. Vreemd dat van hem geen zegel gevonden is.

In deze zelfde kerk staat tegen de noordwand ook de gedenksteen van Margarita Elisabet Cabeliau-de Grijse, Het is een groot fraai bewerkt grafmonument met leeuwen en een liggend skelet. Hierop staan haar zestien kwartierwapens gebeiteld waaronder een wapen gelijk aan het onze en waaronder de naam Marre gebeiteld is. Het is echter, anders dan de naam doet vermoeden, het wapen van de Deftse familie van der Meer. De meerbladen zijn hier afgebeeld met steeltjes.

Wapen Marre

Maastrichtse wapens

Oude Maastrichtse families die niet tot het regentenpatriciaat behoorden, zoals het hier beschreven geslacht Marres, voerden zelden een wapen. De hier beschreven zegels zijn van de enige tak Marres, die daar wel toe behoorde, maar waarvan de leden desondanks op èèn persoon na geen wapen voerden. De dochters uit deze tak voerden het wapen van hun echtgenoot.

Dit is dus nogal afwijkend van wat men in de Noordelijke Nederlanden ziet waar niet alleen alle leden van de regentenfamilies wapens voerden, maar waar dat evenzeer werd gedaan door veel ambachtslieden. In sommigen ambachten of gilden was het voeren van een wapen zelfs vereist. Zie hiervoor de wapens van de Amsterdamse chirurgijns aan het plafond geschilderd van hun vergaderkamer in de Waag in Amsterdam. En bijvoorbeeld ook de wapenborden van de gildeleden in het Makelaarscomptoir op de Nieuwezijds Voorburgwal.

Een fraai voorbeeld van de Maastrichtse desinteresse levert de onhandigheid waarmee de Maastrichtse advocaat en wethouder G.D.L. Franquinet een wapen van een willekeurige naamgenoot usurpeerde toen hij ruim een eeuw geleden zijn wapen moest laten brandschilderen in een raam van het Maastrichtse stadhuis en de plaatselijke parochiekerk. Terwijl hij als stads- en provinciaal archivaris en nota bene als genealogisch publicist beter had kunnen en moeten weten. Hij was van het bestaan van zijn oude familiewapen totaal niet op de hoogte. Zie hiervoor de pagina Franquinet.

In de Prinsenkamer van Maastricht zijn slechts twee ramen zonder wapen. De ramen dragen alleen de namen van de betreffende wethouders en hun data. Dit zijn de ramen van de twee wethouders Marres. Zij waren zich kennelijk van geen vroeger wapen bewust en wensten er voor deze gelegenheid ook geen aan te schaffen. Zij voerden hierop het logo van hun fabriek. Een halve eeuw later heeft men het wapen van Pau Marres als familiewapen aangenomen, temeer omdat een oud wapenboek uit 1835 dit wapen als een Luiks Marres wapen vermeldde.

Maastrichtse families hebben in de negentiende eeuw toen contacten met het Noorden toenamen of toen hun genealogie in het Nederlandsch Patriciaat werd gepubliceerd nogal eens wapens van niet verwante naamgenoten geüsurpeerd. Hier horen zeer bekende Maastrichtse namen onder.

Oude Wapenboeken

In de wapenboeken van Herckenrode, 1845 (56), Rietstap, 1887 (57) en Renesse, 1894 (58) wordt het wapen met de drie meerbladeren, zonder vermelding van een helmteken, toegeschreven aan het Luikse geslacht Marres - hier geschreven als 'de Marets' - dat vermeld wordt in het middeleeuwse manuscript van Jacques de Hemricourt Le Miroir des Nobles uit 1398 (59).

In dit manuscript dat overvloeit van de wapenbeschrijvingen wordt echter géén wapenbeschrijving van het Luikse geslacht Marres aangetroffen ondanks de vele allianties die worden besproken onder andere die van Agnès Marres, dochter Johan Marres, met Goffin de Hemricourt, stadssecretaris van Luik in 1335 en 1338, een oom van de auteur. Dit kan alleen betekenen dat dit geslacht geen wapen voerde. Agnès was dan ook van burgerlijke afkomst al wordt zij dan wel weer une fille de bonne nation genoemd.

Herckenrode beschrijft als eerste het hierboven genoemde wapen. Gramme beschrijft in de 'Recueil Héraldique des Bourguemestres de Liège', Luik 1720, echter een totaal ander wapen: Goud bezaaid met rode lelies beladen met een blauwe barensteel. Al deze auteurs geven geen bronnen.

*

Wapens Marès In Frankrijk

Marès

(Frankrijk - Nîmes)

Marès

(Frankrijk - Cissac-Medoc)
Armoiries Mares à Manduel
Armoiries Mares à Manduel
Deze worden beschreven op de pagina: d'armes Mares françaises

*

Een Vaandel van de Tartaren en een Alaans Juweel

Wolga, Zuid Rusland   -   Tillya-tepe, Pakistan
`

Pau de Marres, 1629 - 1707, een broer van onze voorvader Servatius Marres, brouwer in De Wildeman. In zijn tweede zegel uit 1701 is zijn wapenfiguur drie samengevlochten geledigde meerbladen.

Een figuur die sterke gelijkenis vertoont met de figuur in zijn zegel zien we in het vaandel van een strijdersgroep van Wolga Tartaren.

Rechts ziet U het vaandel van de Tartaren en hieronder een afbeelding van een zegel van Pau de Marres.

vaandel Kazan Tartaren aan de Don
Zegel Pau Marres, 1701

Zegel Pau

*

Zerk_Pau_eerste kwartier

Detail Zerk Pau

*

Nordeck zu Rabenau

Schild Nordeck

De driepasgewijze plaatsing, aanliggend geplaatst met de punten naar binnen gericht vinden wij op zijn grafsteen.

In Duitsland wordt deze figuur vaker gevonden. Heraldisch: Dreipaßförmig mit den Spitzen zusammengestellten, rund ausgeschlagenen schwarzen Seeblättern in silbernem Feld.

Bij de geslachten von Cleen, von Derbach en het Pfatz-Hessische oudadellijke geslacht Nordeck zu Rabenau. Van de laatste is een afbeelding uit de dertiende eeuw bekend. Later ontwikkelde dit zich naar een klaverblad.

Ingeram_Codex_273_kleen waffen Nordeck zu Rabenau

In een juweel dat is gevonden in Pakistan in het graf van een nomadische prins en zijn vijf vrouwen uit de eerste eeuw van onze jaartelling vinden we juwelen van Sarmato-Alaanse herkomst, waaronder het hier afgebeelde dat zich nu in het Brits Museum in Londen bevindt.

Juwelen met een hartmotief worden in veel graven van nomadische Scythische krijgsheren uit die tijd aangetroffen. Zij zijn altijd turkoois. Het is betreft hier geen harten maar een bladeren, Vaak zitten er stelen aan wat de aard duidelijk maakt.

There is a pattern that is common in the graves of Tillya Tepe that is the heart motif that was found in each grave. It is always turquoise. This motif is very rare in antiquity.It is probably not a heart but a leaf, an ivy leaf. On the handle of a richly decorated knife the leafs had stalks.

Alaans Juweel

*

WAPEN MARES

wapen Mares

Wapen:  In zilver een zwarte kam vergezeld van drie groene klaverbladeren.
Helmteken: een klaverblad van het schild.
Dekkleden: groen, gevoerd van zilver.

Dit wapen staat op het lakzegel van een brief van Michael Mares, 1727-1818, zoon van Pieter Mares, brouwer te Wolder, en Helena Jorissen. De brief is gericht aan de Staten Generaal te 's-Gravenhage en gedateerd op 5 februari 1762. Hierin doet hij het verzoek begunstigd te worden met de prebende van het kathedrale kapittel van St. Servaas te Maastricht die door het overlijden van E.D. baron de Mean is vrijgekomen. (60)

De kam in het schild kan duiden op het gilde, ambacht genaamd in Maastricht, van de lakenscheerders waar leden van dit geslacht in de Middeleeuwen actief in waren.

Michael Mares, die priester is in de Vroenhof van Maastricht, verkrijgt de functie niet omdat zijn bod wordt overboden door P.L.J. van der Vrecken. Later wordt hij vicaris van de adellijke Stiften Vylig en Dietkirchen te Bonn (Dld.) Aan de kerk van Wolder schonk hij een zilveren kelk. (61)

zegel van Michael Mares, 1762.
Nationaal Archief te 's-Gravenhage, Archief Staten Generaal, Missieven uit Maastricht 1761-1764, inv. nr. 5864, gezegelde brief van Michael Mares, 5 februari 1762; foto: Reproductie afdeling Nationaal Archief

Zegel van Michaël Mares
5 feb. 1762

De stempel waarmee de brief is gezegeld is gevonden bij een opgraving in Belgisch Lanaken in 2016.

Beschijving: Materiaal: koper?; afmeting: ongeveer 30mm hoogte (handvat), de eigenlijke stempel is 20 mm x 18 mm, Massa (gewicht): 7,99 gr. (62)

Zegelstempel van Michael Marres steel Zegelstempel van Michael Marres stempel

Home
Heraldiek
Contact