Wapen Marres |
WAPENS
|
Wapen Mares |
MARRES
Wapen: Een gouden schild beladen met drie groene meerbladeren.
|
LiteratuurIn de recente literatuur is het wapen beschreven in Nederlands Patriciaat, 47 jg. 1961 en 76 jg. 1992. F. Goole en P. Severijns, Limburgse Families en hun wapens, Hasselt-Tongeren 1973. In beide zonder vermelding van dekkleden en helmteken. In het Nederlands Patriciaat, 76 jg. 1992 en het Nederland's Wapenboek, uitgave KNGGW 1998, worden als helmteken voor de Nederlandse tak een hert en voor de oude Belgische tak een brakskop (hondekop) vermeld. In het Nederlands 'Wapenboek is tevens een uitgebreide herkomstbeschrijving opgenomen. |
Grafsteen van Louis Marres 1922-1979 |
Zegels MarresVan de tak Marres zijn vier oude zegels bekend met een wapenfiguur. Iedere zegel heeft een andere afbeelding. Ze zijn afkomstig van drie verschillende personen, één man die twee verschillende zegels gebruikte en twee vrouwen, die het zegel van hun echtgenoot gebruikten. |
De zegels en het wapenschild van Pau (de) Marres Het oudste zegel is van 1669 en is gebruikt door Pau de Marres, 1629-1707, notaris en procureur te Maastricht, zoon van Paulus Matthias Marres en Maayken Smeets. Hij is de broer van Servaes Marres, brouwer in de brouwerij De Wildeman op de Brusselsestraat te Maastricht, stamvader van de Nederlandse en Belgische geslachten Marres. Wapen: Gedeeld: rechts een boom, links een draak met opgeven vleugels. Helmteken: een uitkomende draak.
In dit zegel duidt de boom in de rechter helft waarschijnlijk op zijn toenmalige echtgenote Margaretha Booms. De draak van de linker helft kennen we ook als het wapenteken van Sarmaten.
Het jongere zegel dateert van 1701 en bevindt zich op een brief eveneens van Pau de Marres in zijn functie van procureur gericht aan de schepenbank van Geleen en wordt bewaard in dat archief. Wapen: Drie samengevlochten geledigde meerbladeren. Helmteken: door beschadiging niet te herkennen. (52) In dit zegel zien wij voor de eerste maal de meer- of moerasbladeren, hier dan wel samengevlochten en geledigd. In het wapen op zijn grafsteen zijn de moerasbladeren gaffelsgewijs aanliggend geplaatst. De zegels van twee Elisabeth's (de) Marres Elisabeth van Leeuwen - de Marres, 1672 - 1710, dochter van Pau de Marres en Maria Gehlen, was gehuwd met de Venlose burgemeesterszoon Johannes Franciscus baron van Leeuwen, generaal in het Oostenrijkse leger, commandant van het veldleger in Italië en ten slotte vestingcommandant van Mantova (Mantua). Zij gebruikte steeds het zegel van haar man. Waar en wanneer zij overleed is onopgehelderd. Op 8 jan 1710 kreeg zij in Ingolstadt (Beieren) haar laatste kind. Deze zoon, Engelhard August baron von Leeuwen zal later evenals zijn vader generaal-majoor worden en in 1766 lid van de generale staf van Oostenrijk, Elisabeth is waarschijnlijk in het kraambed of kort daarop gestorven want het eerste kind van de tweede vrouw van Frans van Leeuwen, Francesca Sidonia trad omstreeks 1730 in het klooster Carmellini te Mantova en zal toen wel achttien jaar geweest zijn. (53) Wapen van Leeuwen: in zilver een rode keper beladen met drie gouden Sint Jacobsschelpen. Dekkleden: rood gevoerd van zilver. Helmteken: een uitkomende naar rechts gewende zwarte leeuw, rood getongd en geklauwd tussen twee rode tulpen. Elisabeth a Busco - Marres, 1696 - 1765, is een dochter van Matthijs Marres en Margaritha Lenarts en een kleindochter van Pau de Marres. Zij zegelt ook met het zegel van haar man. In 1724 huwde zij Rogier a Busco. Hij is officier in Staatse dienst in het regiment van generaal Idsinga en sterft jong als vaandrig omstreeks 1733. Zij woonden toen te 's-Hertogenbosch. Rogier a Busco behoorde tot het oude adellijke Loonse geslacht van den Bosch en was een telg van de tak van den Bosch van Mopertingen, waarvan de leden zich a Busco noemden. Hij is te Tongeren (België) geboren op 27 september 1702 als zoon van Arnold a Busco en Beatrix Matthijssens. Het zegel van Elisabet(h) (a) Busco-Marres is gehecht op haar testament van 1760. (54) Wapen van den Bosch van Mopertingen: vair en op de tweede rij een gouden dwarsbalk beladen met drie zwarte lelies. Helmteken een lelie. |
Zegel Pau de Marres
Zegel Pau de Marres
Zegel van Elisabeth
Zegel van Elisabeth |
|
In de Heraldische databank van het Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage wordt het wapen in dit zegel abusievelijk als een wapen Marres geduid, maar het is een wapen van het geslacht van den Bosch alias a Busco van de tak Mopertingen. (55)
Zegel en handtekening van Elisabeth a Busco-Marres, 1760 * |
De Oude grafsteen Marres |
|
|
|
|
Interieur St Janskerk. |
Grafzerk Pau de Marres |
|
In de Sint Janskerk van Maastricht ligt voor de preekstoel de prachtige bewerkte en goed bewaarde grafsteen van de hierboven al genoemde Pau de Marres. De fraai bewerkte zerk is in de loop der jaren maar weinig afgesleten. Pau is geboren als 'Palmachius', maar hij verkort zijn voornaam tot 'Pau' en plaatst het voorzetsel 'de' voor zijn achternaam. Hij is notaris en procureur te Maastricht en wordt in de Franse tijd (1672-1678) schepen van Valkenburg. Hij is ook schepen van Tweebergen en meijer van de Laathof Sint Pieter te Montenaken, In 1707 is hij overleden en hij wordt begraven in de kerk van het klooster van de Kruisheren te Maastricht waar zijn zoon Willem Marres ingetreden is als pater. Deze zoon wordt in 1711 procurator en in 1721 prior van dit klooster. De grafsteen heeft tot de Franse tijd in de kloosterkerk van de Predikheren gelegen. Toen onteigenden en ontmantelden de Fransen de kloosters van Maastricht en verkochten de gebouwen. De grafsteen werd gered door hem over te plaatsen naar de Sint Janskerk, waar hij nog steeds aan de voet van de preekstoel te bewonderen is. De Sint Janskerk kwam in protestantse handen toen Maastricht in 1815 bij Nederland werd gevoegd, gelukkig bleef de zerk gespaard. Op de steen staat in een cartouche zijn alliantiewapen gebeiteld. Het schild is doorsneden en rechts gedeeld. In het eerste kwartier staan drie gaffelsgewijs geplaatste aanliggende meerbladeren, in het tweede kwartier staat het wapen van zijn eerste echtgenote Margaretha Booms en in de linkerhelft van het wapen het huismerk van zijn tweede echtgenote Maria Gehlen. Het helmteken is een klimmend hert. Daaronder zien we een leeuw en in zijn geopende bek de tekst: Hier ligt begraven Pau de Marres starf den . Het ontbreken van de verdere tekst is duidelijk niet het gevolg van slijtage maar is na de begrafenis niet aangevuld. Er kan slechts gegist worden naar de reden hiervan, al zijn er vermoedens. Pau voerde in zijn schild drie meerbladeren, maar experimenteerde met de plaatsing. In zijn zegel van 1701 is het drietal geledigd en samengevlochten, hier zijn zij gaffelvormig aanliggend geplaatst. Matthijs Marres, de zoon van Pau de Marres, was schout van de heerlijkheden Genk en Zutendael, en diens zoon Jan Marres was dat eveneens. Jan Marres is tevens in de periode 1746 en 1747 gekozen tot burgemeester van Tongeren. Hij huwde de weduwe van de stamvader van het Nederlandse en Belgische Adellijke geslacht de Bellefroid, maar zijn huwelijk bleef kinderloos. Vreemd dat van hem geen zegel gevonden is. Maastrichtse wapensOude Maastrichtse families die niet tot het regentenpatriciaat behoorden, zoals het hier beschreven geslacht Marres, voerden zelden een wapen. De hier beschreven zegels zijn van de enige tak Marres, die daar wel toe behoorde, maar waarvan de leden desondanks op èèn persoon na geen wapen voerden. De dochters uit deze tak voerden het wapen van hun echtgenoot. Dit is dus nogal afwijkend van wat men in de Noordelijke Nederlanden ziet waar niet alleen alle leden van de regentenfamilies wapens voerden, maar waar dat evenzeer werd gedaan door veel ambachtslieden. In sommigen ambachten of gilden was het voeren van een wapen zelfs vereist. Zie hiervoor de wapens van de Amsterdamse chirurgijns aan het plafond geschilderd van hun vergaderkamer in de Waag in Amsterdam. En bijvoorbeeld ook de wapenborden van de gildeleden in het Makelaarscomptoir op de Nieuwezijds Voorburgwal. Een fraai voorbeeld van de Maastrichtse desinteresse levert de onhandigheid waarmee de Maastrichtse advocaat en wethouder G.D.L. Franquinet een wapen van een willekeurige naamgenoot usurpeerde toen hij ruim een eeuw geleden zijn wapen moest laten brandschilderen in een raam van het Maastrichtse stadhuis en de plaatselijke parochiekerk. Terwijl hij als stads- en provinciaal archivaris en nota bene als genealogisch publicist beter had kunnen en moeten weten. Hij was van het bestaan van zijn oude familiewapen totaal niet op de hoogte. Zie hiervoor de pagina Franquinet. In de burgemeesterskamer van Maastricht zijn slechts twee ramen zonder wapen. De ramen dragen alleen de namen van de betreffende wethouders en hun data. Dit zijn de ramen van de twee wethouders Marres. Zij waren zich kennelijk van geen vroeger wapen bewust en wensten er voor deze gelegenheid ook geen aan te schaffen. Zij voerden hierop het logo van hun fabriek. Een halve eeuw later heeft men het wapen van Pau Marres als familiewapen aangenomen, temeer omdat een oud wapenboek uit 1835 dit wapen als een Luiks Marres wapen vermeldde. Maastrichtse families hebben in de negentiende eeuw toen contacten met het Noorden toenamen of toen hun genealogie in het Nederlandsch Patriciaat werd gepubliceerd nogal eens wapens van niet verwante naamgenoten geüsurpeerd. Hier horen zeer bekende Maastrichtse namen onder. |
Oude Wapenboeken |
|
|
In de wapenboeken van Herckenrode, 1845, (56), Rietstap, 1887, (57) en Renesse, 1894, (58) wordt het wapen met de drie meerbladeren, zonder vermelding van een helmteken, toegeschreven aan het Luikse geslacht Marres - hier geschreven als 'de Marets' - dat vermeld wordt in het middeleeuwse manuscript van Jacques de Hemricourt Le Miroir des Nobles uit 1398. (59). In dit manuscript dat overvloeit van de wapenbeschrijvingen wordt echter géén wapenbeschrijving van het Luikse geslacht Marres aangetroffen ondanks de vele allianties die worden besproken onder andere die van Agnès Marres, dochter Johan Marres, met Goffin de Hemricourt, stadssecretaris van Luik in 1335 en 1338, een oom van de auteur. Dit kan alleen betekenen dat dit geslacht geen wapen voerde. Agnès was dan ook van burgerlijke afkomst al wordt zij dan wel weer 'une fille de bonne nation' genoemd. Herckenrode beschrijft als eerste het hierboven genoemde wapen. Gramme beschrijft in de 'Recueil Héraldique des Bourguemestres de Liège', Luik 1720, echter een totaal ander wapen: 'Goud bezaaid met rode lelies beladen met een blauwe barensteel'. Al deze auteurs geven geen bronnen. |
|
|
* |
|
MARES
Wapen. In zilver een zwarte kam vergezeld van drie groene klaverbladeren. Helmteken: een klaverblad van het schild. Dekkleden: groen, gevoerd van zilver. |
|
Dit wapen staat op het lakzegel van een brief van Michael Mares, 1727-1818, zoon van Pieter Mares, brouwer te Wolder, en Helena Jorissen. De brief is gericht aan de Staten Generaal te 's-Gravenhage en gedateerd op 5 februari 1762. Hierin doet hij het verzoek begunstigd te worden met de prebende van het kathedrale kapittel van St. Servaas te Maastricht die door het overlijden van E.D. baron de Mean is vrijgekomen. (60) De kam in het schild kan duiden op het gilde, ambacht genaamd in Maastricht, van de lakenscheerders waar leden van dit geslacht in de Middeleeuwen actief in waren. Michael Mares, die priester is in de Vroenhof van Maastricht, verkrijgt de functie niet omdat zijn bod wordt overboden door P.L.J. van der Vrecken. Later wordt hij vicaris van de adellijke Stiften Vylig en Dietkirchen te Bonn (Dld.) Aan de kerk van Wolder schonk hij een zilveren kelk. (61) |
Zegel van Michaël Mares |
Naamgenoten |
|
De naam Marres is een universele Europese naam die op veel plaatsen in dit werelddeel in de middeleeuwen is ontstaan en de naam is geworden van veel geslachten, die ieder dan ook hun eigen oorsprong en schrijfwijze hebben. In het artikel over de Naam Marres wordt dit nader besproken. Het valt ook te verwachten dat er veel wapens zijn van personen met deze naam. Beschreven is het wapen van de zijtak van dit geslacht, die vroeger als een niet verwante familie werd gezien. Het vermoedelijke wapen van het middeleeuwse Luikse geslacht Marres. En verder die van een aantal naamgenoten in Europa. |
|
|
||