Wat is een kwartierstaat
Een kwartierstaat is een tabel met alle voorouders.
Hij gaat uit van één persoon en diens broers en zusters en beschrijft de vier grootouders. Dit worden de vier kwartieren genoemd. Wanneer men alle voorouders in een tabel plaatst noemt men toch elke voorouder een kwartier.
Ieder kwartier krijgt een getal. Nummer 1 is de persoon waarvan de voorouders beschreven worden. Diens vader is 2, moeder 3, grootvader van vaderszijde 4, grootmoeder van vaderszijde 5, grootvader van moederszijde 7 enzovoorts.
Het nummer van de vader is steeds het dubbele van die van het kind, de moeder is het dubbele plus 1. Vaders hebben dus een even getal, moeders een oneven getal.
De kind-ouder relatie is makkelijk te vinden. Nr. 20 is een zoon van 40. De moeder van 20 is 41.
De volgorde van kind, ouders, enzovoorts noemen we generaties en zijn met Romeinse cijfers aangeduid.
Wat is een genealogie.
Een genealogie is een tabel met alle leden van een geslacht. Onder een geslacht verstaan we alle personen die in mannelijke lijn, dus van vader op zoon - soms minder correct rechtstreeks genoemd - afstammen van de oudst bekende man, de stamvader. Het maakt niet uit of de familie in het verleden een andere had en een nieuwe naam is gaan voeren, omdat b.v. de naam van de moeder is aangenomen of de naam van een bezitting.
Nakomelingen die moeders naam aannemen blijven bij het oude geslacht horen en horen dus niet tot het geslacht van de moeder waarvan ze de naam dragen. Vroeger, met name in de middeleeuwen, kwam dat nogal eens voor, en ook in de moderne tijd ziet men dit verschijnsel weer terugkeren.
Wanneer er geen wettige vader is beginnen kinderen een nieuw geslacht.
De nummering bij een genealogie is anders dan bij een kwartierstaat. Een genealogie begint met de oudst bekende mannelijke voorvader van vaderskant, de stamvader.
Generaties worden hier, evenals dit het geval is bij een kwartierstaat, met een Romeins cijfer aangeduid, en de stamvader is hier generatie I. Diens zonen hebben het cijfer II, de kleinzonen III, enz.
In een huisgezin tellen we de kinderen volgens leeftijd: dus in het gezin van de stamvader is dit: I 1 , I 2 enz.
Als zoons trouwen en kinderen krijgen, hebben ze dus een Romeins nummer dat één hoger is dan de vader. Bij meer zoons met kinderen krijgt de oudste de toevoeging "a", dat wordt dus: "IIa" en bij de volgende zoon "IIb", enz.
Alle neven hebben dus het zelfde Romeinse cijfer met ieder een andere letter.
|