UBC logo

MARRES - MARES

WAT IS GENETICA
UBC logo

Wat is

Een kwartierstaat

Een genealogie

Genetica

DNA

Genetische genealogie

Archeogenetica

Waar te testen

Wat is een kwartierstaat

Een kwartierstaat is een tabel met alle voorouders. Hij gaat uit van één persoon, dan de twee ouders, vervolgens de vier grootouders. De vier grootouders werden vroegers iemands vier kwartieren genoemd.

Wilde je vroeger in de ridderschap van een provincie benoemd worden dan moesten je vier grootouders allen van adel zijn. Dat was je kwartierstaat.

Plaats je alle verdere voorouders ook in de tabel dan blijven we deze tabel een kwartierstaat noemen. Alle afzonderlijke personen daarin noemen we dan kwartieren.

Ieder kwartier krijgt een getal. Nummer 1 is de persoon waarbij je begint, meestal jezelf. Zijn vader is 2, moeder 3, grootvader van vaderszijde 4, grootmoeder van vaderszijde 5, grootvader van moederszijde 6, enzovoorts.

Als je een tijd met zo'n staat werkt zie je hoe makkelijk de nummering is. Het nummer van een vader is steeds het dubbele van die van het kind, de moeder is het dubbele plus 1.

Mannen hebben altijd een even getal, vrouwen een oneven. De kind-ouder relatie is makkelijk te vinden. Nr. 20 is een zoon van 40. De moeder van 20 is 41.

De volgorde van kind, ouders, grootouders, overgrootouders enzovoorts noemen we generaties. Ze worden met Romeinse cijfers genummerd.

*

Wat is een genealogie.

Een genealogie is een tabel met alle leden van een familie. Met familie bedoelen we hier niet een huisgezin, maar alle personen die in mannelijke lijn, van vader op zoon, afstammen van eenzelfde verre voorvader. Deze oudst bekende man noemen we de stamvader. Omdat familienamen van vader op zoon overerven hebben zij allen dezelfde achternaam.

Soms zie dat er takken zijn met een andere achternaam. Dit kan komen omdat de genealogie terug gaat tot een tijd waarin er nog geen achternamen waren. Twee broers kunnen dan ieder een andere naam als achternaam gekozen hebben. Soms zie dat kinderen de achternaam van hun moeder overnemen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Een daarvan is dat een kind wil voorkomen dat haar naam uitsterft omdat er geen mannelijke dragers meer van zijn.

In een genealogie krijgen alle personen een eigen nummer. Dit nummer begint met een romeins cijfer waarachter een letter volgt.

Het Romeinse cijfer geeft de generatie aan. Een generatie is een trap in de voortplantingsreeks. De stamvader heeft I. Zijn kinderen allen II, de kleinkinderen allen III, enzovoorts.

In een huisgezin krijgt het oudste kind hieraan de letter a toegevoegd, het tweede b, enz.

Als een zoon trouwt en kinderen verwekt, krijgt hij een tweede eigen plaats. De eerste plaats is als kind in het huisgezin van zijn vader. Hier wordt dan bij zijn naam verwezen naar de tweede plaats waar hij als zelfstandig gezinshoofd beschreven staat met vrouw en kinderen.

In deze volgende generatie is zijn Romeins getal dan één hoger dan zijn vader. De huisgezinnen van zijn broers krijgen allen hetzelfde getal. De oudste van de broers krijgt de toevoeging "a", dat wordt dus: "IIa", bij de volgende "IIb", enz. Alle neven en achterneven van eenzelfde generatie hebben daarom het zelfde Romeinse cijfer met ieder een andere letter.

Er zijn soms genealogen die bij het opstellen van hun genealogie zelf een originele nieuwe nummering bedenken, dat wordt dan pluiswerk.

*

Wat is Genetica

Genetica is de wetenschap die de erfelijkheid van levende wezens onderzoekt. De erfelijke eigen­schappen liggen in de kern van elke lichaamscel in het DNA. Dat ligt zowel op chromosomen als op mitochondriën. De erfelijke eigenschappen zijn altijd dubbel aangelegd. Bij de voortplanting worden bij de man zaadcellen en bij de vrouw eicellen gemaakt. Deze cellen krijgen steeds de helft van het aanwezige DNA. Omdat dit dubbel aanwezig was krijgen ze toch alles, maar in enkelvoud. Na de paring smelten eicel en zaadcel samen en ontstaat een embryo dat de helft van zijn erfelijke eigenschappen van zijn vader en de andere helft van zijn moeder gekregen heeft en daardoor alles weer dubbel heeft.

Van alle 23 chromosomen voldoen er 22 aan hetgeen in de vorige alinea staat. Er is één chromosoom dat anders is. Het XY chromosoom. Het heeft een X-deel en een Y-deel. Mannen hebben zowel het X als het Y-chromosoom, zijn dus XY, vrouwen hebben dubbel X zijn dus XX. De spermacel van de vader kan dus of het X of het Y-chromosoom bevatten. De spermacel bepaalt of er een zoon of een dochter geboren gaat worden.

Gen

Een gen is een eenheid van erfelijk materiaal, waarmee organismen erfelijke eigenschappen doorgeven aan hun nageslacht. Het bestaat uit DNA en bevindt zich op een chromosoom of in het mitochondrium.

*

Wat is DNA

DNA is een afkorting van het Engelse woord Desoxyribo Nucleic Acid. Het is de code voor de vier nucleïnezuren, adenine (A), thymine (T), guanine (G) en cytosine (C), die in steeds wisselende combinaties in het gen optreden. We noemen dat nucleotiden. Ze liggen altijd in paren A met T en G met C. Dit worden basenparen genoemd. Ze bevinden zich op de chromosomen en op het mitochondrium

Chromosomen

Chromosomen zitten in de lichaamscellen. De mens heeft 23 chromosomen die dubbel zijn aangelegd, dus 46 chromosomen. Daarvan zijn 22 paar aan elkaar gelijk, het 23e paar bestaat uit twee verschillende delen, het X-chromosoom en het Y-chromosoom. De vrouw heeft altijd twee X-chromosomen. De man heeft zowel een X- als een Y-chromosoom. De chromosomen hebben bij elkaar 3 milliard basenparen. Het X-chromosoom heeft daarvan 153.000, het Y-chromosoom 60.000.

Autosomen

Zo worden alle chromosomen tezamen genoemd.

Mitochondrium

Dit kleine celonderdeel is de energiecentrale van de cel. Het ligt buiten de chromosomen. Het heeft zijn eigen DNA en telt slechts 16.569 basenparen. Dit is ongeveer een kwart van wat het hele Y-chromosoom heeft. Het is afkomstig van de moeder. Daarom heet het ook maternaal DNA, mtDNA. Haar zonen en dochters erven het in gelijke mate, maar alleen de dochters geven het door.

Mutaties

Wanneer het DNA altijd onveranderd zou worden overgeërfd was het onbruikbaar voor mens en natuur. Er zou dan geen evolutie hebben plaats gevonden. In iedere generatie treedt er in een van de genen wel een verandering op, een mutatie. Er zijn kleine STR mutaties, waarbij twee basenparen zich verdubbelen, en grote SNP mutaties waar nucleotiden van plaats ruilen. Deze verandering wordt daarna van ouder op kind doorgegeven. Hierdoor is de grote verscheidenheid in planten en dieren ontstaan

De kleine STR mutatie

De STR, Short Tandem Repeat, mutatie treedt in iedere generatie bij ongeveer 1 op de tweehonderd markers op. Het zijn mutaties in het aantal herhalingen van een nucleotidepatroon op een bepaalde plaats in het DNA. Die plaats wordt DYS, D(NA-)YS(egment) genoemd. Ze worden bij de genetische genealogie gebruikt om nabije familie­verwantschappen vast te stellen binnen een periode van vijf tot acht eeuwen. Voor langere perioden zijn ze te onnauwkeuig.

Marker

Een DYS-plaats noemen we een marker. Bij een Y-DNA test worden tegenwoordig van 12 tot iets meer dan honderd markers onderzocht. Een marker is een dus een DYS plaats met zijn waarde. DYS 393 = 14 betekent dat het DNA Y segment 393 een waarde 14 heeft.

Haplotype

Een haplotype is de verzameling kenmerkende markerwaarden van het Y chromosoom van een bepaald persoon. Naaste familieleden hebben hetzelfde haplotype, leden van zijtakken hebben afhankelijk van hun verwantschap een of meer verschillen (mutaties). Iedere mutatie leidt tot één genetische afstand. Wanneer we 37 markers laten testen is er gemiddeld één mutatie in elke zes generaties. Dat is wanneer de gemeenschappelijke stamvader zo'n twee eeuwen geleden is geboren.

De grote SNP mutatie

De SNP, Single Nucleide Polymorphisme, is een mutatie in een basenpaar. Deze komt ongeveer eens in de honderd generaties voor. Ze wordt gebruikt om verbanden te vinden die duizenden jaren te boven gaan. Geschiedkundigen, etnologen en anthropologen gebruiken ze. Als zo'n mutatie optreedt kom je in een andere groep terecht. We zeggen dan dat iemand in een andere Haplogroep heeft. Er zijn een kleine duizend van bekend. (1)

Haplogroep

Dit zijn groepen mensen met een dezelfde SNP-mutatie. Iedere haplogroep heeft een eigen letter, van A t/m T. Wanneer in zo'n groep weer een mutatie optreedt ontstaat een subgroep. Aan de letter wordt dan een cijfer toegevoegd, bij een volgende mutatie weer een letter enz. In het Y-chromosoom zijn 21 haplogroepen bekend. Hierin zijn weer veel subgroepen ontstaan. Iedere mutatie lijdt hier tot een nieuwe subgroep. Dit gebeurt eens in de paar duizend jaar (2)

Verdeling van de Y-DNA haplogroepen in Nederland en België

De eerste cirkelgrafiek toont de tien grootste Y-DNA haplo­groepen die in Nederland bij 410 mannen in 2008 zijn gevonden. (3) De tweede geeft de percentages in het Oud­hertogdom Brabant Project bij 1057 man in 2013. (3a) Het grootste verschil is de Scandinavische haplogroep I die in Nederland 66% groter is en de E die kleiner is.

ZvA Haplogroepen percentages

Haplogroepverdeling in Nederland

Hertogdom Brabant Haplogroepen percentages

Haplogroepverdeling in België

Genoom

Het genoom is de volledige erfelijke informatie die in elke cel van een levend organisme aanwezig is. Bij de mens is dat het DNA van de chromosomen, mitochondriën en autosomen. Het bevat coderende en niet coderende genen.

Exoom

Het exoom is het deel van het genoom dat de exonen bevat, de voor genetische eigenschappen coderende delen van de genen. Er zijn ongeveer 180.000 exonen, 1 % van het genoom.

*

Wat is Genetische Genealogie

Genetische genealogie is genealogie met behulp van DNA-onderzoek. Genetische genealogie wordt gedaan in die gevallen waar gewoon genealogisch onderzoek met gebruik van de Burgerlijke stand, kerkelijke registers, notariële archieven en archieven van schepenbanken, niet (meer) mogelijk is.

Wanneer is DNA onderzoek nuttig

Het meest wordt het gebruikt om vast te stellen of twee families met eenzelfde achternaam familie van elkaar zijn. Zijn er grote verschillen in het DNA dan is het uitgesloten. Zijn er kleine verschillen dan kan de tijd waarin de eerste gemeenschappelijke stamvader leefde vastgesteld worden.

Deze test wordt ook veel gedaan door Amerikanen die naar Europese familieleden op zoek zijn. Wanneer Europeanen zich hebben laten testen en de de eerste gemeenschappelijke voorvader leefde niet meer dan 600 jaar geleden kan dit succesvol zijn.

Wat te testen

Wat je laat testen en bij wie is afhankelijk van wat je zoekt. Het vaakst wordt Y-DNA onderzoek gedaan bij het samenstellen van genealogieën. Je vraagt dan een Y-DNA test aan, de eenvoudigste test met 37 markers. De uitslag meldt dan of verwantschap binnen de laatste 500 tot 700 jaar waarschijnlijk is of niet. Uitgebreidere testen met meer markers bepalen het tijdstip nauwkeuriger. met mtDNA zijn verwantschappen volgens de moederlijke lijn vast te stellen.

Autosomaal onderzoek

Dit betreft het onderzoek van het DNA van alle chromosomen. Artsen gebruiken het om erfelijke ziekten te onderzoeken, landbouwkundigen om de opbrengst van dieren en planten te verbeteren, genografen voor de verwantschappen tussen families en volkeren te onderzoeken. Justitie en politie gebruiken het voor de opsporing van misdadigers.

De firma 23andMe stelt iedereen zijn in de gelegenheid zijn DNA bij haar te laten testen voor het opsporen van familiaire erfelijke eigenschappen en ziekten, maar ook voor zijn etnische achtergrond te laten bepalen.

*

Archeogenetica

Archeogenetica of Evolutionaire anthropologie is een tak van wetenschap die de geschiedenis van volkeren bestudeert aan de hand van hun genetische samenstelling. Archeogenetici werken hiervoor samen met archeologen. Hun onderzoek toonde aan dat de mens meer dan een miljoen jaren geleden in Afrika is ontstaan. De man waarvan alle mensen afstammen leefde daar ongeveer 150.000 jaar geleden. (4).

Bijna alle huidige niet Afrikanen stammen uit een man die behoorde bij een kleine groep, vermoedelijk zestig mensen, die ongeveer 100.000 jaar geleden Afrika verlieten en zich in Voor-Azië vestigden. De bevolkingsgroei ging zeer geleidelijk. Het zal tientallen millennia geduurd hebben voordat groepen verder trokken. Uit deze pioniers zijn de verschillende Europese en Aziatische volkeren ontstaan.

Ruw geschat zo'n 40.000 jaar geleden ontstond waarschijnlijk in Klein Azië of Noord-India bij één man een mutatie (M89) die hem plaatste in wat we nu haplogroep F noemen. Er zullen in die tijd enige duizenden mensen in de wereld hebben geleefd. Uit hun sproten alle in Europa, Azië, Amerika en Australië bestaande haplogroepen. Van de Europese bevolking behoort twee derde tot haplogroep R en 20% tot Haplogroep I. Daarna volgt in grootte haplogroep J bij 6% dan E en G. Alle andere haplogroepen zijn tezamen met minder dan 1% onder de Europese bevolking vertegenwoordigd. (5)

Voor de leden van haplogroep G is er een stukje over De Archeogenetica van haplogroep G

*

Wat is Waar te Testen

In Nederland wordt dit onderzoek niet meer gedaan, maar wel in België bij de Vlaamse Vereniging van Familiekunde. Deze hebben een Benelux Project.

FamilyTreeDNA kortweg FTDNA is de enige firma die zich exclusief toelegt op genetische genealogie en anthropologie. Het is de grootse firma in de wereld.

Ik gebruik FTDNA het liefst omdat ze het grootste gegevensbestand (database) hebben. Je eigen gegevens kun je hier met anderen vergelijken. Je hoeft je gegevens niet openbaar te maken wanneer je die liever geheim houd. Je kunt ook een schuilnaam gebruiken wanneer je dat liever doet. Nabije en verre verwanten vindt je zo snel.

In het gegevensbestand van de Vlaamse Familievereniging is het niet mogelijk te zoeken. Ze publiceren wel anonieme gegevens waardoor je ziet dat er leden zijn die aan je verwant zijn. Die moet je dan via een interne post zien te bereiken en hopen dat ze zich bekend maken.


HOME