UBC logo
UBC logo

MARRES - MARES

Genetisch Genealogisch
Familieonderzoek

Logo University of Arizona

Arizona Research Laboratories

Logo 23andme

Haplogroep G2A2*

Inleidende opmerking: De genetische terminologie wordt behandeld op de pagina Genetica. Daar staat ook het verhaal over de Y-DNA haplogroep G, zijn oorsprong en verspreiding.

Een viertal mannelijke leden van de families Marres en Mares deden mee aan het Project Genetische Genealogie dat in 2007 van start was gegaan ter gelegenheid van het 125 jarig bestaan van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (KNGGW).

Van de familie Marres deden dit P.J.Th. (Pieter) Marres en E.C.W.L. (Boed) Marres. Van de familie Mares A.M.H.M. (André) Mares en wijlen G.K.J. (Guus) Mares. Zij deden dit om de veronderstelde familierelatie aan te tonen. Om nadere redenen bleek deelname wetenschappelijk van belang doordat de twee familieleden Mares een voorouder deelden die lang geleden geboren is, tien generaties terug in 1615, waardoor interessante mutaties verwacht konden worden. De achterneven Marres delen een stamvader die in 1797 geboren is, slechts vier generaties terug.

Gedurende de loop van het onderzoek doemde uit de historische nevel onze etnische oorsprong op. Dit boeide ons zodanig dat we bij herhaling besloten onze onderzoeken in andere onderzoeksinstituten voort te zetten. (1)

Op basis van 24 SNP's is in onze families de Y-DNA Haplogroep G2a2 vastgesteld. Bij afwezigheid van verdere mutaties is dit dan: G2a2*. (2)

Tot de gehele subgroep G2a2 behoren nu zo'n 50 man, waarvan de helft weer in subgroepen geplaatst is. Deze gehele groep is 1,5 % van alle G mannen, die weer 3 % zijn van alle mannen. We behoren hierdoor tot een klein zeer oud groepje, nog geen half promille van alle mensen.

Bij drie families in de wereld, bij ons, bij de Griek Maranas (G2a2b) en bij een zekere Davy (G2a) zijn de SNP's L224 en L225 gevonden. Zie: Haplogroup G Project New SNP's. Family Tree DNA verklaarde dat there are technical problems making this region unsuitable for reliable SNP testing. Dit werd eerst ook van L223 beweerd. Toen deze SNP later wel routinematig getest kon worden leidde dit tot een hergroepering in het classificatiesysteem van de G2a subgroepen. We wachten dus af.

FTDNA heeft een pagina waarop alle leden van haplogroep G staan. Dit zijn de ruim 3.000 man die bij hen positief voor haplogroep G en zijn subgroepen getest zijn. Bij G2a2 staan ongeveer 50 man, waarvan een aantal nog bewezen moet worden. Via persoonlijke contacten kennen we in onze landstreken nog een aantal waarschijnlijk positieven. (3).

Genealogische vraagstelling

We gingen op zoek naar bewijs voor de veronderstelling die geuit wordt in het artikel Marres in de Nederlandsche Leeuw van 1990 (4), waar als zeer waarschijnlijke gemeenschappelijke voorvader van de twee families een Reyner Marees aangewezen wordt, internationaal koopman te Maastricht, geboren rond 1490 en overleden kort vòòr 1552. Hij was woonachtig te Heukelom in het onder Maastricht ressorterende graafschap de Vroenhof. Hij is een van de voorvaders in de familie Marres. Wij probeerden aan te tonen dat hij, wat in de gebruikelijke Engelstalige literatuur genoemd wordt, de MRCA, Most Recent Common Ancestor, is van de beide families.

De MRCA van de twee leden in de familie Marres is Michaël Marres, bierbrouwer en distillateur te Maastricht, die leefde van 1797 tot 1865. Dit is voor beiden vier generaties terug.

De MRCA van de twee leden van de familie Mares is Peter Mares, brouwer te Sichen (nu België), die leefde van 1615 tot 1686. Voor beiden tien generaties terug.

De aan te tonen MRCA van de twee families Reyner Marees, 1490 - 1551, leefde voor hun allen veertien generaties geleden.

De oudste gemeenschappelijke voorvader van beide families is dan de stamvader van het geslacht Marres de Maastrichtse burger Johan Moreez, geboren omstreeks 1370, gestorven vòòr 1428, een landeigenaar in het graafschap van den Vroenhof van Maastricht en in het land van Luik te Sichen.
Voor hun allen achttien generaties terug.

Genetisch onderzoek

Met genetisch onderzoek probeerden wij deze genealogische veronderstelling aannemelijk te maken en liefst te bewijzen. Hiervoor gebruikten wij de overeenkomsten en verschillen in de haplotypen, de verzameling markerwaarden van het Y chromosoom van de drie familieleden die minstens 38 markers lieten testen. We laten de gevonden waarden hier volgen.

Uit het aantal verschillen bepaalt men de Genetische Afstand en aan de hand van de bekende mutatiesnelheid van de verschillende markers kan dan de tijd berekend worden tot de eerste gemeenschappelijke voorvader, de TMRCA (Time to the Most Recent Common Ancestor).

Dysplaatsen in blauw   -   dyswaarden in geel   -   één eenheid verschil in lichtbruin   -   twee eenheden verschil in kastanjebruin.

  NAAM    Haplogr.  393 390 19 391 385
a
385
b
426 388 439 389
i
392 389
ii
458 459
a
459
b
455 454 447 437 448 449 464
a
464
b
464
c
464
d
460 GATA
  H4  
YCA
  IIa  
YCA
  IIb  
456 607 576 570 CDY
  a  
CDY
  b  
442 438 635 505
  B. Marres   G2a2 14 22 15 10 13 14 11 12 11 12 11 28 16 9 9 11 11 23 16 22 29 12 13 14 14 11 11 20 20 15 14 17 18 33 40 11 10 21 12
A. Mares ,, 14 23 15 10 13 14 11 12 11 12 11 28 16 9 9 11 11 23 16 22 29 12 13 14 14 11 10 20 20 15 14 17 18 33 38 11 12 21
G. Mares ,, 14 22 15 10 13 14 11 12 11 12 11 28 16 9 9 11 11 23 16 22 29 12 13 14 14 11 10 20 20 15 14 17 18 32 38 11 11 21 12
Genetische Afstand

Genetische afstand kan verschillende begrippen dekken. FTDNA gebruikt als definitie:
Genetic Distance is the number of differences, or mutations, between two sets of results. A genetic distance of zero means there are no differences in the results being compared against one another, i.e., an exact match.
This is the meaning when comparing Y-chromosome DNA or mitochondrial DNA
.

TMRCA

De tijd tot de meest recente gemeenschappelijke voorvader, in het Engels: time to most recent Common Ancestor (TMRCA), wordt berekend aan de hand van de genetische afstand. Iedere marker heeft een eigen mutatiesnelheid maar voor het gemak wordt uitgegaan van een gemiddelde mutatietijd. Dit geeft geen grote vertekening.
Men kan dit uitdrukken in generaties of jaren. Hier is de tabel voor generaties gebruikt.

Genetische afstand Marres Mares

Genetische Afstanden.
Berekend met Dean Macgee's Y-DNA
Comparison Utility van het ISoGG.

Tijd tot de meest recente voorvaders van de takken Marres en Mares

Tijd tot de meest recente voorvaders.
Berekend met Dean Macgee's Y-DNA
Comparison Utility van het ISoGG.

Bespreking familierelatie

Met de uitslagen van 37 markers is met behulp van Y-DNA Comparision Utility van Dean McGee de familierelatie zeer exact bepaald. (5).

De genealogisch vastgestelde afstand tussen de twee achterneven in de familie Mares is tien generaties. De genetische test geeft exact dezelfde uitkomst. Deze goede overeenkomst sterkt ons in de wetenschap hiervoor de juiste test gevonden te hebben.

De genealogisch verwachtte afstand tussen de families Marres en Mares is veertien generaties. De genetische test toont tussen de families een afstand van tien respectievelijk dertien generaties aan. Beide uitslagen binnen de verwachtte tijdsduur.

Omdat bij allen de tijdsduur korter is dan verwacht en omdat genealogisch zeker is dat de splitsing van de families zich niet in later tijd bij een recentere generatie heeft voorgedaan luidt de conclusie dat overtuigend is vastgesteld dat de vier genetisch geteste personen: twee leden met de naam Marres en twee met de naam Mares inderdaad de gemeenschappelijke voorvader hebben die in de literatuur is verondersteld en dat de families Marres en Mares beide een tak zijn van dezelfde familie.

Hier volgen alle markers die in beide familietakken zijn getest

Dysplaatsen in blauw   -   dyswaarden in geel   -   één eenheid verschil in lichtbruin   -   twee eenheden verschil in kastanjebruin.

  NAAM   393 390 19
(394)
391 385
a
385
b
426 388 439 389
i
392 389
ii
458 459
a
459
b
455 454 447 437 448 449 464
a
464
b
464
c
464
d
460 GATA
H4
YCA
IIa
YCA
IIb
456 607 576 570 CDY
a
CDY
b
442 438 531 578 590 537 641 472 511 413
a
413
b
557 436 534 450 444 481 520 446 617 568 487 572 640 492 565 505 635
  B. Marres   14 22 15 10 13 14 11 12 11 12 11 28 16 9 9 11 11 23 16 22 29 12 13 14 14 11 11 20 20 15 14 17 18 33 40 11 10 11 8 8 11 10 8 10 21 22 15 12 16 9 12 24 21 15 15 11 13 8 11 11 11 11 21
  G. Mares   14 22 15 10 13 14 11 12 11 12 11 28 16 9 9 11 11 23 16 22 29 12 13 14 14 11 10 20 20 15 14 17 18 32 38 11 11 11 8 8 11 10 8 10 21 22 15 12 16 8 12 24 20 15 13 11 13 10 11 11 12 10 21

*

Etnische achtergrond

De leden van de familie Marres / Mares behoren zoals hierboven beschreven staat tot haplogroep G2a2 en daarin tot de ongemuteerde stamgroep de subgroep G2a2*. Deze gehele haplogroep groep telde in februari 2012 ongeveer 80 man, waarvan de helft in een verdere subgroep kan worden ondergebracht. Via persoonlijke contacten kennen we in onze landstreken nog een aantal waarschijnlijke medeleden voor onze subgroep, zoals Slootaekers, Claessen.

De belangrijkste bron voor onze etnische afkomst zijn nu de herkomstgebieden van de voorouders van de G2a2 leden. De ledenlijst staat op de haplogroep G pagina van FTDNA.

Voor zover tot op heden bekend komen zij uit de volgende landen en landstreken: Nederland en België rond Maastricht, Duitsland, Lotharingen, Groot Brittannië, de Balkan, Griekenland, Turkije, Italië met name Sardinië en Tunesië. We dienen te beseffen dat het voorgeslacht van velen in de loop van hun voorgeschiedenis zich in een ander land dan op de geboortegronden heeft gevestigd. Grondige kennis van de geschiedenis van Europa is hier een van de vele vereisten. Ook de kennis van de plaats in de bevolking die tot herleidbare verplaatsingen leidde is nodig.

Aan de hand van de verspreiding over de wereld van de leden, tezamen met kennis van het DNA van archeologische gevonden menselijke resten, krijgt men een steeds duidelijke inzicht. Duidelijk omschreven volkeren als Joden zijn hierbij in het voordeel wegens hun lange geschiedenis waarin zij steeds hun cultuur behouden hebben. Zij zijn ook meer dan gemiddeld wetenschappelijke actief op alle terreinen van de wetenschap, ook op die van de genetica, dat helpt.

Waar voor het bepalen van de genealogische verwantschap kunnen nu weer de Haplotypen worden gebruikt. Hieronder volgen de haplotypen van de leden uit onze groep. Hiermee kunnen we naar genealogische verwanten zoeken. De getallen achter de familienaam geven, berekend aan de hand van de gevonden mutaties, het aantal jaren aan tot de vermoedelijke geboortedatum van de eerste gezamenlijke voorvader in het Engels time to most recent common ancestor TMRCA.

TMRCA van de bewezen G2a2* leden uit de FtDNA verzameling.

Twee verwachtte leden zijn door mij bijgevoegd.
Waar er een reeks is van broers en naaste neven is hiervan maar een persoon opgenomen.
Enige verwachtte leden waarvan slechts een gering aantal markers getest is zijn weggelaten.

TMRCA - G2A2

Een mooi genealogisch resultaat van dit genetische onderzoek is de aantoonbare nabije verwantschap tussen onze Maastrichtse familie en de Belgisch Limburgse familie Slootmaekers. In de tweede helft van de middeleeuwen wordt onze gemeenschappelijke stamvader verwacht. Dit is ongeveer honderd jaar voordat onze familienaam voor het eerst genoemd wordt. De twee families hadden toen ook het zelfde ambt van gouverneur (deken) van een gilde. Onze familie telde toen gouverneurs van de lakenwevers en lakenververs, lakenproducenten. Zij waren gouverneur van de smeden.

Met de Belgisch Limburgse familie Claesen delen we de eerste stamvader in de tijd van Karel de Grote, rond 800. Met de Franse familie Paucet is dat in de Merovingische tijd.

Met Spaanse en Engelse families is dat in de bloeitijd van het Romeinse Rijk.

Omdat in de arme landen vaak geen haplogroep of alleen de stamcode bepaald wordt gebruikten we ons haplotype om in de database van FTDNA naar verwanten te zoeken. Hier hebben de rijke Europeanen en Noord-Amerkanen niet langer de dominante positie. Ons haplotype bevindt zich dan het dichtst bij de Hongaarse, maar ook bij de Kaukasische haplotypen, met name die van de Karbadiniers en van mannen uit Noord-Ossetië-Alanië. Uit recent onderzoek bleek dat 16 van de 28 stalen uit Ardon in Noord-Ossetië-Alanië voorspeld G2a2 zijn. (6)

Opmerkelijk is onze overeenkomst met twee mannen van de Kalash uit de Pakistaanse hooglanden. (7).

  NAAM    Haplogr.  393 390 19 391 426 388 439 389 I 392 389 II
  B. Marres   G2a2 14 22 15 10 11 12 11 12 11 28
G. Mares ,, 14 22 15 10 11 12 11 12 11 28
A. Mares ,, 14 23 15 10 11 12 11 12 11 28
Kalash 1 G2a 14 23 16 10 11 12 11 12 11 28
Kalash 2 G2a 14 23 17 10 11 12 11 12 11 28

RECENT ANCESTRAL ORIGINS van FTDNA gebruikt hun zeer groot gegevensbestand, nu 81.580 individuen, voor het tonen van het land van herkomst van de stamvader van personen met hetzelfde of een licht afwijkend haplotype.

Ook hier doet zich weer het zeer ernstige probleem voor van de zeer eenzijdige selectie van de deelnemers. Uit grote arme landen zijn weinigen getest, de meesten zijn Engelsen en Amerkanen. Bijna 2/3 van het totaal 50.242 personen zijn van Britse origine (Engeland, Ierland, Wales, United Kingdom). Van Duitse herkomst zijn er bijvoorbeeld minder dan van Ierse herkomst! Hieruit blijkt dat deze test alleen als een vage aanduiding bruikbaar is. Met het grootste voorbehoud geven we daarom hier de resultaten.

In de volledig congruente test bevinden zich een Egyptenaar een Irakees een Turk en een Italiaan.

In de groep met één mutatie zijn dat 17 Britten 10 Duitsers, 9 Italianen, 4 Hongaren en 4 Portugezen en uit het land Oezbekistan dat mee doet met 170 personen is er 1 gelijke uitslag en daardoor haalt dit land het hoogste percentage van alle landen en wel 0,7%. Sri Lanka komt met 1 persoon van de 157 op de tweede plaats met 0,6%.

De Canadese databank GENEBASE bevat een grote hoeveelheid, meest wetenschappelijk dus niet commercieel verkregen, materiaal afkomstig van openbare antropologische publicaties. De verwantschaps­score wordt uitgedrukt in de relatieve match index (RMI). Hoe hoger het getal des hoger de gelijkenis. We brachten hier ons haplotype in en we vonden het volgende:

1. Tirol (Oostenrijk)
2. Novgorodskaja (Noordwest Rusland)
3. Vologodskaja (Noord-Rusland)
4. Vojvodina (Servië, vroeger Sarmatië)
5. Alle andere landen

 
 
 
 
<

84
60
29
28
10

De database van Sörenson Molecular Genealogy Foundation toont de grootste overeenkomst, 25/35, is er met drie personen, een Sloveen, een Pakistaan en een Amerikaan wiens familie oorspronkelijk afkomstig is van Zweden.

Bespreking etnische achtergrond

Van alle gevonden uitslagen lijken ons de gegevens van GENEBASE de meest bruikbare omdat zij wetenschappelijk, niet commercieel zijn verkregen en dus geen verkleuring geven als gevolg van te eenzijdige selectie.

De overeenkomst van het familiale haplotype met Noord-Russen, Noord-Kaukasiers en mensen uit het Oostelijk Alpengebied is opmerkelijk, men verwacht verwantschap met West-Europanen. De archeogenetica zal hier een antwoord op geven. Het G2a2b van de mummie Ötzi uit Tirol is zo'n vondst. We wachten op bekendmaking van zijn markerwaarden. (8).

Het idee rijst dat we af kunnen stammen van Sarmaten of Alanen, die na hun dienstijd als beroepssoldaten in de Romeinse legioenen grondbezit aan de landsgrenzen kregen. Ons haplotype komt het meest overeen met dat uit landen waar dit het geval was. en ook met landen waar deze volkeren zich vestigden. (9). Hun geschiedenis en onze mogelijke afstamming daarvan wordt uitvoerig beschreven op de pagina Sarmaten.

*

Maternale Haplogroep I1a1

De maternale haplogroep wordt bepaald uit het mitochondriale DNA, MtDNA. Celmitochondrieën bevatten DNA dat hoofdzakelijk afkomstig van de moederlijke eicel. De mannelijke zaadcel levert nauwelijks of geen materiaal.

Bij één lid van de familie Marres is dit mitochondriale DNA onderzocht. Dit is dus alleen te vinden bij zijn zuster en hun voormoeders van moederszijde en bij de afstammelingen via de vrouwelijke lijn van hun voormoeders,
De opgaande lijn gaat via de volgende families: Franquinet, Tielens, Corten, Becker, Geurts, Meyers en als oudste maternale voormoeder Maria Catharina Peussens, geb. omstreeks 1730 waarschijnlijk te Maastricht.

Deze Haplogroep heeft zijn grootste concentratie in Midden-Noorwegen. Het maximum ligt daar in de provincies Buskerud, Hordaland, Fuordane en Opland. Het daalt richting Noord- en Zuid-Noorwegen en in Zweden.
Een tweede concentratie ligt in Zuid-Finland met lichte concentraties daaromheen zoals in de regio Sint Petersburg. Dieper Rusland in verdwijnt het. Het is afwezig in Zuid-Rusland.
Hogere concentraties zijn er weer in de Oekraïne, de Kaukasus, Kazachstan en Turkmenistan tot in Oost-Iran. Verder rond de Westkant van de Zwarte zee vooral rond de Bosporus in Europees- en Noordwest Turkije, in Albanië en de hiel van Italië.
Een lichte algemene concentratie is er over geheel Engeland, Nederland, Duitsland en geïsoleerd in de kop van Noordwest Spanje.
In Azië is er een hotspot in Pakistan, in de Indusvallei en in de Punjab.
In Afrika heeft Egypte een hoge concentratie bij het Zuidelijke (sic!) Nijl, uitdovend over de verdere Nijldelta en naar het Westen. Voorts is er in Tunesië een aanwezigheid.
Waarschijnlijk is zij een afstammeling van de Vikingen.

*

Voorouder-analyse

Dodecad project

In dit project werden de 166.462 geteste markers van het genoom van B. Marres etnisch geanalyseerd. Genealogisch is vastgesteld dat zijn voorouders uit zijn kwartieren tot in de achtste generatie allen uit Maastricht en omstreken komen, met een straal rondom deze stad van 50 km. Eerst in de negende generatie is een voorvader afkomstig uit Lignières (Neuchâtel, Zwitserland) en een voormoeder uit Béziers (Languedoc-Roussillon, Frankrijk).

Zijn voorgeslacht uit al zijn kwartieren blijkt de volgende herkomst te hebben: (10).

West Europees 48.71%
Mediterraan 26.27%
Oost Europees 10.15%
West Aziatisch 11.73%
Zuid Aziatisch 02.25%
Noordwest Afrikaans 00.89%
23andMe

Dit Amerikaanse bedrijf geeft verschillende mogelijkheden de voorouders te onderzoeken. De meest eenvoudige daarvan is Ancestry Painting. Als referentiekader gebruiken ze hier de genotypen van 210 Amerikanen, 60 van West-Europese, 60 van Afrikaanse en 90 van Aziatische herkomst. Dit is een screeningstest die nog in ontwikkeling is en vooralsnog enkel voor Amerikaanse immigranten met een eenvoudige herkomstvraag interessant is, minder voor de autochtone Amerikaanse bevolking en overige wereldbewoners. Ons testte hij 100% Europees.

Later is 0,8 % van het genoom gebruikt voor nadere typering. Dit is dus een weer een tussenstadium.
Resultaat: Duits was 0,4 %, Nederlands 0,3 % en Belgisch 0,1 %.

Voor hun tweede test Global similarity geldt hetzelfde, maar bij doorklikken op Advanced Vieuw ontstaat de zeer interessante mogelijkheid het eigen genoom te vergelijken met degenen met wie hij afgesproken heeft aan profil sharing te doen wegens de aangetoonde naaste genetische verwantschap. Dit heet Genome-Wide Comparison. Interessant zijn de kleine verschillen met land- of streekgenoten, soms verwanten. Extra interessant is het wanneer van beiden een kwartierstaat bekend is. Verschillen in haplogroep zijn hier bijna verdwenen.

Zijn voorgeslacht toont, hoewel anders berekend en vormgegeven, een vergelijkbaar etnisch profiel.

*

Grote verwachtingen

In het jaar 2012 wordt een doorbraak verwacht in het onderzoek van het menselijk genoom. Hierdoor zal zowel het genetisch genealogisch als het archeogenetisch onderzoek veel nauwkeuriger en ook nog veel goedkoper worden dan tot nu toe het geval is. Deze spectaculaire verbetering betreft de SNP-testen.

De Laboratoria werken aan nieuwe testen die een complete scan van het Y-chromosoom zullen maken of tenminste van de meest bruikbare gebieden daarin. Men denkt dat in elke generatie ten minste één SNP ontstaat op een van de millioenen plaatsen op de duizenden genen van het Y-chromosoom. Zo zal het in theorie mogelijk worden de precieze aftakkingen aan te tonen van iedere generatie. Dit niet alleen ten faveure van de genealoog maar ook van de historicus.

Ook als een complete scan nog niet mogelijk wordt, of te duur blijft wat hetzelfde is, zal voortaan toch een veel groter deel van het Y-chromosoom getest worden waardoor de kennis van genetische verbanden sterk zal vergroten. Nu kennen we nog slechts 31 SNP-bepaalde G takken. Maar de aanstaande nieuwe technologie belooft de vertakkingen uit te breiden tot duizenden.

Een tipje van de sluier is opgetild door haplogroep G coördinator Ray Banks toen hij afgelopen zomer mocht kijken in de schatkist van de haplogroep G SNP's. Hij verzamelde uit data van zes verschillende G mannen die deelnamen aan het 1000 Genomes Project in enkele dagen tijd 240 SNPs waarvan tot dan toe niet bekend was dat zij die met elkaar deelden. Hieruit ontstonden honderden nieuwe vertakkingen.

Het komende Annual Report zal opwindend zijn. Iedere nieuwe tak die we delen met anderen zal een helderder beeld geven van de dwaaltocht van onze verre voorouders en van hun naaste en verre familieleden tot op de dag van heden toe.

Hoe veel de volledige genoomtest zal kosten is nog niet bekend. Het zal in ieder geval duurder zijn dan de huidige uitgebreide standaardtesten. Deze zullen dus wel in gebruik blijven, ook al omdat ze dan afgeprijsd zullen worden. (11)


Sarmaten

HOME

Genetica