OUDSTE ZIJTAK |
|
Een naast familielid van JohanI Marres, waarschijnlijk zijn broer, is Lambert Marres. Hij wordt in 1419 aangesteld als gouverneur van de ooftmengers en hoveniers. Na zijn overlijden wordt hij in 1429 genoemd als vader van Hennen Marres wanneer die borg staat voor, duidelijk zijn broer, Nuelen Marres. Bij Nuelen dreigde beslag gelegd te worden op zijn korenvoorraad afkomstig van zijn land dat blijkens een acte uit 1430 gelegen was bij het pad tussen Zussen en Eijmael Meer dan 20 jaar later in 1453 wordt een Noelman Morees vermeld als bezitter van een huis met hof te Zussen aan de straat van Zussen naar Tricht aan de zijde naar Heukelom. (8) Paul Marres wordt in de jaren 1416, 1421 en 1423 benoemd tot gouverneur van de lakenscheerders van Maastricht. De leden van dit gilde worden ook wel droogscheerders genoemd. Zij verwerkten schapenwol tot het fijne Maastrichtse laken. |
Jan Luijken, de Droogscheerder |
|
In 1416 is Paul ook gouverneur van de lakenververs. (9) Hij woonde in de Guylkemanstraat. Ook Paul is waarschijnlijk een broer van Johan. Latere familieleden zijn ook werkzaam als producent en bestuurder in dit gilde. In Heukelom bezit de familie twee hofsteden die tegenover elkaar aan de Cromsteeg liggen. De grootste ligt tegenover de hof van de heren van Heukelom, de heren van Eynatten (10). De tweede hof is kleiner en ligt naast de hof van Eynatten. De leden van de familie Marres worden in de 15e en 16e eeuw in de regel als Marees van Heukelom aangeduid, naar hun woonplaats dus, hun werkzaamheden lagen in de stad. *
|