Logo Full Genomes Corporation

ONZE

VERRE VOOROUDERS

÷tzi
Paleolithicum of Oude Steentijd
Homo Heidelbergensis

Mensachtigen ontwikkelden zich uit hun prehumane voorouders in Afrika vanaf ongeveer 2 millioen jaar geleden.

In Europa verschenen ze anderhalf millioen jaar geleden. Hun Werktuigresten zijn verspreid over Europa en AziŽ gevonden waaronder in Pirro in Zuid ItaliŽ, in de Kaukasus en in Zuid China. Menselijke resten vinden we in Afrika. (1)

Naar hun eerste vindplaats worden zij de Homo Heidelbergenses genoemd. Zij leefden in Afrika, Europa en West-AziŽ tot 200,000-250,000 jaar terug. Zij zijn waarschijnlijk de directe voorouders van de Neanderthalers in Europa en van de Denisovans in AziŽ.

Afrika

Homo heidelbergensis met werktuigen (vuistbijlen) (2)

Neanderthalers en Denosivans

Deze eerste hominiden werden opgevolgd meer geŽvolueerde Neanderthalers en Denosivans. Tussen 500,00 - 400.000 jaar geleden heeft de splitsing tussen de Homo Sapiens en Neanderthalers in Afrika plaatsgevonden. Dit is bepaald op basis van het aantal mitochondriale mutaties in de opeenvolgende archeologische mitochondriale DNA bepalingen.

Zij verschijnen tussen 400.000 en 300.000 jaar geleden in AziŽ en Europa. (3)

Reconstructions of Neanderthals are seen at a museum in Mettmann, Germany

Reconstructie van Neanderthalers, Museum in Mettmann, Duitsland.

.

Neanderthalers zijn genoemd naar het Neanderthal het dal van de rivier de Neander, de streek in Duitsland waar hun eerste archeologische skeletresten zijn ontdekt.

Denosivans zijn gevonden in SiberiŽ in het Altaigebergte. Zij zijn genoemd naar de vindplaats de Denosivan grot. Het zijn slechts wat vinger- en teenresten en tanden. De leeftijd daarvan wordt geschat op ongeveer 40.000 jaar. Hun botten waren ongeveer dubbel zo zwaar als die van de huidige mens. Het mitochondriale genoom kon goed worden bepaald. Zij zijn een zustergroep van de Neanderthalers. Driekwart milioen jaar geleden gingen zij uit elkaar. Denosivans hebben ook nogal wat genen van een nog oudere onbekende mensachtige.

Al deze mensachtigen zijn evenals wij afkomstig uit Afrika. Na onze komst in EuraziŽ leefden wij gedurende enige duizenden jaren met hen samen samen, van omstreeks 40.000 tot rond 37.000 jaar geleden. Zij hebben in betrekkelijk korte tijd tegen ons het onderspit gedolven. Blijkens onze genen zijn er vruchtbare onderlinge paringen geweest. We erfden van hun enkele genen voor een blanke huid.

schedels noderne mens en Neanderthaler

Schedel van een moderne mens en van een Neanderthaler, Museum of Natural History in Cleveland. (4)

Archeologische resten van Neanderthalers betreffen botten en stenen werktuigen. Ze zijn verspreid over Europa en AziŽ tot in China, en ook in IsraŽl zijn zij gevonden. Zij dateren van 120.000 tot 150.000 jaar terug, in het zuiden van China zijn ze ongeveer 130.000 jaar oud, zoals ook de vermoedelijke halsketting van arendklauwen die toebehoorde aan een Neanderthaler van 130,000 jaargeleden in het huidige CroatiŽ leefde. In de Denisovan grot in het Altai gebergte van Zuid SiberiŽ is een vingerbotje aangetroffen waarvan de leeftijd tussen de 30.000 en 48.000 jaar geschat wordt. Het mtDNA hiervan houdt het midden tussen dat van een Neanderthaler en een Denosivan.

Homo arch

Vindplaatsen van menselijke resten waarvan het genoom kon worden bepaald.

De mtDNA sequenties van de Neanderthalers vallen volledig buiten de hedendaagse menselijke variaties. Het zelfde geldt voor het Y-DNA waarvan de ouderdom van de eerste gemeenschappelijke voorvader overigens jonger lijkt als gevolg van de afgenomen diversiteit die ontstaat door de regelmatig optredende wisseling van de bevolkingsgrootte. Bij krimp verdwijnen zijlinies; bij groei wordt de bevolking aangevuld door bestaande lijnen.

Neanderthalers hadden maar 4 copieŽn van het α-amylase-gen AMY1 in hun speeksel, terwijl de moderne mens daar gemiddeld 15 van heeft. Dat wisselt overigens per bevolkingsgroep, de Laplanders hebben er nog steeds 4, maar in landbouwgebieden tot 18. Neanderthalers verteerden daarom wortels en knollen slecht, ze kregen er buikkrampen van en diarree. Hun voedsel bestond hoofdzakelijk uit vlees van grote dieren, vissen en fruit. Zij waren niet vaardig genoeg om kleine snelle dieren te vangen.

Gehoorbeentje van een jong Neanderthaler meisje

Een goed geconserveerd schedelbot, het slaapbeen (os temporale) met gehoorbeenketen en zelfs een complete stijgbeugel (stapes). Met een virtuele 3D reconstructietechniek werd dit gehoorbeentje als het ware geŽxtraheerd uit het skelet van een tweejarig Neanderthaler kind, waarvan het skelet omstreeks 1972 gevonden is en La Ferrassie 8 is genoemd.

temporal bone and an auditory ossicle

Collection du Musťum National d'Histoire Naturelle ŗ Paris.

Wanneer de Neanderthalers uitgestorven zijn is niet geheel duidelijk. Spanje is waarschijnlijk een van de laatste toevluchtsoorden geweest. De laatste vondsten daar dateren van rond 42.000 jaar geleden. Er was toen een zeer droge periode die geologisch aangeduid wordt als de Heinrich 5 event. In de toen ontstane survival of the fittest handhaafden wij ons ten koste van hen. (5).

Genen uitwisseling

De splitsing tussen de moderne mens Homo Sapiens en de Neanderthaler vond, gebaseerd op de mt-DNA verschillen, 400.000 jaar geleden plaats. Dit was nog in Afrika. Desalniettemin waren er in Europa nog lang daarna, tussen 50,000 - 60,000 jaar geleden, vruchtbare onderlinge sexuele contacten. Deze genenuitwisseling droeg tot 2% bij aan het genetisch materiaal van de Europese mens. (6)

Er was ook een genenstroom van Denisovans naar de voorouders van de hedendaagse autochtone bevolking New Guinea, AustraliŽ, en de Philippijnen. De hoogste concentraties van Denosivan genen worden aangetroffen bij de bewoners van de eilanden in de Grote Oceaan. (7)

*

Homo Sapiens

Verspreiding over Europa en AziŽ

De tijd tot de eerste gemeenschappelijke stamvader van alle moderne mensen wordt geschat op 250.000 jaar. Een aantal verliet Afrika tussen 90.000 en 120.000 jaar geleden en ging naar het Arabische schiereiland. Vandaar ging een deel weer verder naar Iran, India, Oost AziŽ en China. In de recent uitgegraven Fuyan grot in Zuid China zijn tientallen tanden van de moderne mens gevonden die door de omgevende aardlagen gedateerd konden worden tussen de 80.000 en 120.000 jaar geleden. Een deel bereikte later IndonesiŽ en ging verder naar AustraliŽ. Velen behielden grotendeels hun zwarte huid. (8)

In een relatief aangename periode gedurende de IJstijden, een interglaciaal, gingen later groepen vanuit het Arabisch schiereiland naar Europa.

The expansion of modern humans - Jean Manco

Schets van de bevolkingsroutes in de Wereld.   (KYA = 1000 jaar) (9)

*

De bevolkings-geschiedenis van Europa

Europa is bevolkt via twee hoofdroutes

De eerste weg ging door Turkije over de Bosporus, die toen smal en ondiep was, naar de Donauvallei en van daar naar Centraal en Noord Europa. De oudste resten in Europa zijn gevonden in RoemeniŽ en TsjechiŽ. De radiocarbon datering van deze skeletten ligt tussen de 40.000 en 32.000 jaar.

Een tweede weg liep vanaf Iran Noordwaarts naar Kazachstan en SiberiŽ en vandaar weer westwaarts naar Europa en oostwaarts naar Oost AziŽ.

Vanuit de Steppen van AziŽ zijn later weer groepen weer naar het westen getrokken.

Verspr mens Eurazie

*

De Mal'ta jongen behoorde tot een oude populatie verspreid over AziŽ 24.000 jaar geleden. Dez kwam op een bepaald moment in contact met een Oost-Aziatische bevolking waarmme zij zich vermengden. Indianen zijn de afstammelingen van die kinderen.

De oorsprong van de hedendaagse Europeanen

De kennis over de herkomst van de huidige bewoners van Europa en de geschiedenis van hun voorgangers wordt door de vele nieuwe DNA onderzoeks­technieken voortdurend vergroot. Een van de oudste fossielen van de anatomisch moderne mens van Europa is Kostenki 14, gevonden aan de Midden-Don in Rusland. Dit skelet dateert van 37.000 jaar geleden. Zijn genoom deelt een nauwe afkomst met de 24.000-jarige Mal'ta jongen uit SiberiŽ en met veel hedendaagse Europeanen en oorspronkelijke Amerikanen, maar daarentegen niet met de huidige Oost Aziaten.

Het Kostenki 14 genoom toont een sterke aanwijzing van een gemeenschappelijke oerbevolking waaruit zowel Europeanen als Noord-Aziaten stammen, de derde weg dus, maar is ook verwant aan de latere Europese Neolithische boeren. Het bevat verder meer Neanderthaler-DNA, en dit ook in langere stukken, dan de huidige Europeanen hebben. Dit past bij de kortere tijdsduur tot de laatste onderlinge paringen.

Zijn genoom toont aan dat het tijdstip van de splitsing van de westerse Euraziaten en de Oost Aziaten meer dan 36.200 jaar geleden moet hebben plaats gevonden; en het laat zien dat de huidige Europese genomische structuur dateert uit het paleolithicum en stamt uit een metapopulatie die zich uitstrekte van Europa tot in Centraal-AziŽ. (11)

De donkere huidskleur is veranderd in een lichtere door de genen afkomstig van van de Neanderthalers en ook door verdere natuurlijke selectie omdat pigmentatie de aanmaak van vitamine D in het donkere Noorden verhindert. Dit was in het voordeel van de mensen met het minste pigment. (12)

De Mal'ta jongen behoorde tot een oude populatie verspreid over AziŽ 24.000 jaar geleden. Dez kwam op een bepaald moment in contact met een Oost-Aziatische bevolking waarmee zij zich vermengden. De Amerikaanse Indianen stammen van hen af.

Deze populatie is niet verwant aan de Aziaten, die tegenwoordig in deze regio wonen. Maar hun DNA kwam eerst veel naar de Europa, in de Bronstijd met bevolking van de Yamnaya cultuur, die 5.500 tot 4.300 jaar geleden leefde in wat nu het zuidwesten van Rusland is. (13)

De Aurignacien cultuur

De eerste nederzettingen in Europa van de moderne mens worden verondersteld tussen 50.000 en 40.000 jaar geleden geweest te zijn. De vindplaats Willendorf II in Oostenrijk is tot nu toe de oudste. Hier bevinden zich de eerste resten van steenbewerking door de mens en begint dus de steentijd. Hij wordt gedateerd op 43.500 geleden. Het klimaat was in die tijd matig koud en het landschap steppeachtig. Deze tijd overlapt die van met radioactieve koolstof gedateerde Neanderthaler verblijfplaatsen en suggereert dat de Neanderthalers en de moderne mens Europa een aantal millennia samen hebben bevolkt. (14)

De oudste menselijke cultuuruitingen wordt het Aurignacien genoemd. De naam is afgeleid van de franse gemeente Aurignac in het departement Haute-Garonne, de vindplaats van een archeologische cultuur uit het laat-paleolithicum. De Aurignacien eindigde tussen 28.000 en 26.000 jaar geleden. Deze cultuur wordt geassocieerd met de eerste aanwezigheid van de Cro-Magnon mensen, de eerste moderne mensen in Europa. Goed gedateerde vondsten zijn vijf individuen uit de Mladec grot in TsjechiŽ die ongeveer 32.000 jaar oud zijn en drie anatomische moderne mensen van de Pesteracu Oase grot in RoemeniŽ, van 35.000 jaar geleden.

Het volk met deze cultuur verwerkte bot en hertshoorn. Hun produkten behoren tot de oudste Europese grotkunst. In de grotten van AldŤne en Chauvet vinden we veel tekeningen van dieren.

Aurignacian culture map, picture from Wikipedia

Afbeeldingen van Wikipedia

Venus-of-Schelklingen oder Hohle Fels, picture from Wikipedia

De Venus van Hohlefels (ook Venus von Schelklingen), gehouwen uit ivoor van een mammoetslagtand, gevonden in 2008 in de buurt van Schelklingen, Baden-WŁrttemberg, Duitsland. Het is gedateerd tussen 35.000 en 40.000 jaar geleden.

In de Zwabische Alpen zijn in een aantal grotten veel door mensen bewerkte mammoet­slagtanden gevonden. Deze dateren uit de late steentijd, Hieronder de man met het leeuwenhoofd van Hohlenstein-Stadel, gedateerd op 40.000 jaar oud, en een ivoren fluit, gevonden te GeiŖenklŲsterle, die ongeveer 42.000 jaar oud is.

De "Leeuw Man", die gevonden is in de Hohlenstein-Stadel grot in de Zwabische Alpen, wordt gedateerd op 40.000 jaar en is het oudst bekende door mensen gemaakte dierenbeeldje in de wereld.

Lion_man_photo-Aurignacien, picture from Wikipedia
Het laatste Glaciale Maximum

De Neanderthalers waren uitgestorven tijdens de late ijstijd, 25 tot 19.500 jaar geleden, De jager-verzamelaars vonden toen refugia in Zuid-Europa. Na deze periode bevolkten zij het continent opnieuw.

De Lascaux cultuur

De grotten van Lascaux in Frankrijk tonen de eerste artistieke uitingen van de Homo sapiens, onze menselijke soort. Ze dateren van 20,000 tot 12,000 jaar geleden.

Lascaux-leeuwen en Bison

Rotstekening van een Cro-Magnon in de Grotten van Lascaux, Frankrijk circa 15.000 jaar geleden

*

Een nieuwe bevolking

Deze barre tijd veroorzaakte in Europa een genetische flessehals. Deze periode werd gevolgd door een periode van klimaat instabiliteit en eindigde in warmere BÝlling-AllerÝd interstadiale periode, van circa 14.700 tot 12.700 jaar voor heden. Het was ongeveer vijfhonderd jaar voor het begin van de BÝlling periode, 15,5 &lťniens, jager-verzamelaars uit Klein AziŽ die 30 millennia eerder zijn eigen weg was gegaan. De residents jagers trekken noordwaarts en volgenn de rendieren. (15)

De overgrote meerderheid van de Europeanen van het late Pleistoceen en het vroege Holoceen hadden tot 15,500 jaar geleden mtDNA haplogroep M. Dit bleek daarna vervangen te zijn door haplogroep U. M is nu vooral aanwezig in AziŽ, AustraliŽ en Amerika, maar vrijwel afwezig in populaties met Europees voorgeslacht. (15a)

Mesolithicum  of  Midden Steentijd

Nogal abrupt veranderde het landschap en daarin de mens na afloop van de laatste koudepiek van de ijstijd. Dertienduizend jaar geleden begon de opwarming van de aarde en behoorlijk snel trok het poolijs zich naar het Noorden terug en smolten de ijskappen van de hooggebergten. De toendra met zijn rendieren en groot wild werd van het zuiden uit bijna geheel vervangen door loofbossen, die twee duizend jaar later geheel Europa bedekken. Omstreeks 10.000 jaar geleden was het hier zelfs wat warmer dan nu.

De laatste koudepiek en de snel daarop volgende opwarming van de aarde had grote invloed op de bevolkingssamenstelling van Europa. Nog voor het Neolithicum begon treedt er een verandering op in de menselijke schedelbouw. Er is duidelijk een nieuwe bevolking gekomen. (16)

Het lijkt vreemd en het gaat tegen het gevoel in, maar de biomassa aan zoogdieren is in bossen nog geen derde van de hoeveelheid op de open toendra en de steppe. Het wild in de bossen is kleiner en moeilijk te bejagen, de dieren kunnen zich goed schuil houden en zijn snel. Voor de jacht zijn andere tactieken en samenwerkingsvormen nodig. De verandering ging te snel voor de toenmalige bewoners, die door het laatste zeer koude glaciaal toch al fors in aantal zullen zijn gedaald. Een verdere dramatische bevolkingskrimp volgt. Het aantal vestigingsplaatsen vermindert en daarin ook het aantal bewoners. De cultuur van de Cro-Magnons versimpelt om dan te verdwijnen.

De oude steentijd, het Paleolithicum, is met een zeer gekrompen en sober levende bevolking naar de middensteentijd, het Mesolithicum overgegaan.

De mensen leefden, zoals ze dat altijd gedaan hadden, in kleine familiegroepjes die gedurende grote delen van het jaar in grotere groepen van twintig tot honderd individuen samenkwamen. Zij volgden de rondtrekkende kudden vee en kenden de plaatsen waar in de verschillende seizoenen geschikt voedsel was. In grotere groepen zullen zij regelmatig samengekomen zijn voor uitwisseling van producten, het leggen van huwelijkscontacten en het plegen van rituele vieringen.

Het was een egalitaire samenleving waarin eerst later blijkens de grotere verschillen in grafbijgiften en rijke grafgiften bij sommige kinderen, verschillende sociale lagen ontstonden. Dit was zeker het geval waar de rijkere graven apart lagen. Vaak ook liggen verschillende groepen graven met ieder hun gelijksoortige bijgiften apart in ťťn grafveld bijeen. Dit kan duiden op verschillende sociale lagen of etnische groepen.

Opvallend is de hoge positie van honden die vaak meebegraven werden. Sommigen honden kregen eigen graven met rijke grafgiften.

Deze hond die begraven werd in de Alblasserwaard kreeg echter niets mee, althans niets wat de tijd heeft doorstaan. (17)

Museum De Koperen Knop Hardinxveld-Giessendam.

Hondengraf-mesolithicum-Alblasserwaard

*

In een landstreek van het Midden Oosten die wij nu de Vruchtbare Have Maan noemen leefden in het Mesolithicum Jager-Verzamelaars. Zij zwierven door dit gebied dat rijk was aan vruchten en wild. Er is nog geen spoor van permanente vestigingen. De twee meest bekende groepen zijn de Baradostian, van 34.000 – 20,000 voor heden die in het Zagros gebergte leefden in het westen van Iran en de Levanto-Aurignaciens die leefden van 27.000 tot 20.000 jaar geleden in de Levant leefden.

Hier leefden mensen met de Y-DNA haplogroep G. Die was toen al in de eerste subgroepen was gesplitst, G1 vooral in het oostelijke gedeelte G2 in het centrale en westelijke deel.

*

In de Vruchtbare Halvemaan evolueerden deze groepen geleidelijk naar een proto-agrarische semi-sedentaire samenleving. In het warme en vochtige BÝlling-AllerÝd interstadium, 14,700 tot 12,700 voor heden vond er een snelle bevolkingsgroei plaats in hun beginnende Neolithische Cultuur die aanvankelijk nog geen aardewerk kende.

In het zuidelijk deel van de Levant krijgt een bijzondere samenleving gestalte, de Natufiers (14.000-11.500 BP). Hun cultuur wortelde in het voorafgaande Kebaran. Zij hadden een nogal donkere huid. Ze hadden Y-DNA haplogroep E.

Zij leefden in de tijd dat de Magdalťniens in Europa leefden en de Hamburg-jagers noordwaards hadden verdreven tot aan de ijsrand. De Natufiers breiden zich zuidwaarts uit tot in de Negevwoestijn en noordwaarts tot aan de noordelijke poot van de vruchtbare Halvemaan. Het waren jagers en nomaden maar hadden ook al in woonplaatsen met vaste hutten waarin soms 100 kg zware maalstenen, vijzels en stampers van basalt waarin zij de wilde granen tot meel verwerkten. In de graven zien wij gebruiksvoorwerpen en sieraden zoals mediterrane schelpjes en doorboorde tanden en steentjes, en een enkele maal een hondenskelet.

Het koude droge jonge Dryas intermezzo (12,500 tot 11.500 BP) beŽindigde de vroege fase van de Natufiers. Het systeem van grote woonplaatsen valt uit elkaar en ze schakelden weer over op een mobiele en verspreidde leefwijze in kleine eenheden.

*

Neolithicum of Nieuwe Steentijd
The Origins of Farming in South-West Asia - db_GobekliTepe_Urfa-Region

De bakermat van de landbouw in de wereld. (18)

Pre Pottery Neolitic (11.700-8,800)

Na afloop van het 1000 jaar lange koude jonge Dryas, omstreeks 11.700 BP, blijkt dat de oude kennis bewaard gebleven is en ook doorgegeven. De graanvelden worden door de NatufiŽrs weer geŽxploiteerd zoals bij Jericho en Abu Hureyra. De bevolkingsconcentraties worden nu groter dan ooit met tot 500 bewoners. Ook elders in de vruchtbare Halvemaan ontstaat spoedig een opmerkelijke hoeveelheid aan culturele verscheidenheid. Er worden graan silo's gebouwd en rond het Jericho van die tijd wordt een muur gebouwd. Jericho zou dan de oudste stad ter wereld zijn.

Omstreeks 12.000-11.000 jaar geleden begon hier ook de pottenbakkerij. De eerste stedelijke samenleving was in GŲbekli Tepe rond 11.550 jaar terug (9500 VC). Waarschijnlijk was dit een heilige plaats waar zij hun eerste heiligdommen en huizen stonden.

Omstreeks 9.800 geleden verschijnt het eerste gekweekte emmergraan. De archaeologisch-botanische resten van Boncuklu HŲyŁk in west AnatoliŽ van Çatal HŲyŁk in het zuiden van AnatoliŽ in Turkije en van Chogha Golan in het Zagros gebergte van West Iran zijn de oudste voorbeelden van landbouwcultures bedoeld voor een langere termijn.

In het noorden van de Vruchtbare Halvemaan begon tussen 10.500 en 9.500 BP de domesticatie van de vier latere lanbouwhuisdieren, schaap, geit varken en rund.

*

Pottery Neolitic (8,800 BP)
Halaf, Tepecik Ciftlik and «atal hŲyŁk figurines

"Vruchtbare vrouwenfiguren" van de Halaf Cultuur c. 7.500 BP, Tepecik-Ciftlik 8.500 BP en van «atalhŲyŁk c. 9.000 BP.

Het eerste aardewerk wordt aangetroffen in AnatoliŽ bij «atal HŲyŁk en wordt gedateerd op 9000 BP en in Saby Abyad aan de Eufraat in 8800 BP. In de loop van de volgende eeuwen zien we het overal in de regio verschijnen. Het gaat om aardewerk kommem van goede kwaliteit, beschilderd met eenvoudige paralelle lijnen in rood en zwart, maar ook eenvoudige, vrij grof gemaakte, rood gebakken potten voor algemeen gebruik.

«atal HŲyŁk geeft een gedetailleerd beeld van de veranderingen die in de loop der tijd optreden. Vůůr 8500 BP is er een aaneengesloten bebouwing, die gezien wordt als grote mate van cohesie, maar daarna valt de bebouwing uiteen in een groot aantal kleinere eenheden, gescheiden door open ruimtes, wat wijst op een verschuiving van collectiviteit naar individuele huishouding. In dezelfde tijd neemt het aantal bewoners in de oude nederzetting af maar worden er in de vlakte nieuwe nederzettingen gesticht.

In de Levant gebeurde hetzelfde al enige eeuwen eerder. Daar wordt deze verandering gerelateerd aan het ontstaan van een intensief gemengd boerenbedrijf, dat ontstond door het combineren van akkerbouw en veeteelt. Hierdoor stegen de opbrengsten en groeide de bevolking, daarbij werd per huishouden meer ruimte in beslag genomen. Ondernemende kinderen betrokken nieuwe vestigingen

Vertrek uit de Regio

De bevolking trok weg in alle richtingen. De in AnatoliŽ wonende westelijke groepen gingen naar Europa, de bewoners in de Zagros gingen oostwaarts naar centraal en zuid AziŽ en noordwaarts naar de Kaukasus en de Russische steppen. Ook ging men zuidwaarts het Arabische schiereiland in, er gingen zelfs groepen terug naar Afrika, naar Egypte en LibiŽ en mogelijk toen al naar Marokko. Ze namen zaaigoed en hun vee mee.

Het begin van de expansie naar Europa ging al vůůr 8500 BP naar drie streken: het merengebied in het zuiden van Antalya, de EgeÔsche kust aan beide zijden van de EgeÔsche zee, en in het Noordwesten rond de Zee van Marmara bij Barcin.

Er is gesuggereerd dat het verlaten van de oude grote nederzettingen in AnatoliŽ het gevolg zou zijn van het 8200 event, de Misox oscillatie. Gedurende drie eeuwen werd het warmer en droger. Ook zou toen door de stijging van de zeespiegel de doorbraak van de Bosporus een plotselinge stijging van het niveau van de Zwarte Zee hebben gegeven met enige tientallen meters. Deze zeestijging wordt zelfs in verband gebracht met de mythologische verhalen in deze streken zoals in het Gilgamesh epos en de Zondvloed in de Joodse bijbel. Maar al eeuwen voor dit verschijnsel was de trek naar elders al begonnen.

G2a2_migrations
DNA

Een jager-verzamelaar van 7,000 jaar geleden in Noord Spanje had een donkere huid, maar een vroege Neolithische boer in Duitsland had dezelfde allelen voor een witte huidskleur als de huidige Europeanen. (21)

De eerste Europese boeren zijn genetisch aantoonbaar nakomelingen of naaste verwanten van de Vroege Aegeische Boeren die 8,500-8,000 geleden leefden. Zij hebben de Y-DNA haplogroep G2a. Zij zijn genetisch wat verschillend van vroegere bewoners van het oostelijk deel van de Vruchtbare Halve Maan. Die hebben anders G claden. Waar het oorspronkelijke stamland lag is nog niet geheel duidelijk. (19)

Ze hebben allen gemeen dat ongeveer de helft van hun voorgeslacht afkomstig is uit een andere "Basale Euraziatische" lijn met geen of weinig Neanderthaler vermenging. Deze twee lijnen waren meer dan 50.000-60.000 eerder uit elkaar gegaan nog in, of vlak na, hun komst uit Afrika. (20)

Rond 6,000 tot 5,000 VH, hadden de boeren in Europa in een tijdsbestek van een tot twee millennia, veel genen van jager-verzamelaars gekregen, veel meer dan hun voorouders in Anatolia hadden. Hiermee hangt mogelijk samen dat er sprake is van kennisoverdacht van de residente bevolking naar de nieuwe boeren bevolking, zoals gebruik van plaatselijke steensoorten, obsidiaan uit de Zemplnibergen bij Tokaj en radioliet, een soort vuursteen, uit de Bakonyheuvels bij het Balaotonmeer. Ook is een aantoonbaar deel van hun voedsel afkomstig van de jacht.

Y-DNA G2a was aanwezig in de meerderheid van de Y lijnen van deze bevolking, tezamen met MtDNA K1a12a en X2. Dit genetische beeld blijft in hoofdlijnen bestaan tot de Bronstijd.

*

The verbreiding van de Neolithische bevolking over Europa ging over twee verschillende wegen.

De maritieme groep

Zij gaan vanuit de Aegeische zeeregio langs de kusten van AnatoliŽ en de Levant naar Cyprus en Kreta. Hun aardewerk is met indrukken van diverse spatels in eenvoudige geometrische motieven versierd. Het wordt in de EgeÔsche regio en in de Levant Impresso genoemd. Op Corfu ontstaat in hun aardewerk een variant.die Impressa heet. Deze behouden ze.

Vanaf de westkust van de Balkan steken zij in 8.200 BP over naar ItaliŽ. In deze fase wordt hun aardewerk diverser en versierd met complexere motieven exclusief aangebracht met de kokkelschelp, cardium edule dit noemen we de Cardium cultuur. De expansie zet zich onverminderd voort en zo wordt via de Spaanse kusten omstreeks 7.500 BP Portugal bereikt.

De verspreiding ging sprongsgewijze met de bouw van clusters van woonplaatsen in de mediterrane kustvlaktes. Tussen 7.500 en 7.200 BP leefden boeren en jagers daar naast elkaar. De boeren in de vlakten, de jagers daaromheen in de heuvels. Het voedsel van de jagers en vissers komt voor de helft uit de zee, dat van de boeren is geheel van het bebouwde land.

Vanaf Corfu is dan in zo'n zeven eeuwen, gemeten langs de kusten, ca 4000 km overbrugd, gemiddeld 5 km per jaar of 150 km per generatie. Niet alleen de kusten van het land werden gekoloniseerd maar ook de eilanden, zoals Corsica en SardiniŽ, en het binnenland tot aan de Italiaanse Alpen.

Een groep ging in Frankrijk noordwaarts langs de RhŰne en loire naar de Franse Atlantische kust. In‑NormandiŽ ligt hun bekendste centrum La Hoguette. Via de Elsas steken de Hoguettiens de Rijn naar Stuttgart over en ontmoeten daar bij Worms de continentale LBK tak. Dit zien we ook in Zuid Limburg. Ze kwamen daar mogelijk tegelijkertijd aan.

Het zeer aannemelijk dat vele van hieruit de oversteek naar Engeland en Ierland hebben genomen. Dit zal wel op de smalste plaats geweeest zijn bij Calais. (21c)

De Continentale groep

De Continentale groep gaat via MacedoniŽ naar ServiŽ en door het dal van de Morava stroomaf­waarts naar de Donau en vandaar door het Donaudal naar Hongarije. Op de Hongaarse laagvlakte komt deze cultuur 8000 jaar geleden aan. Ze gaan verder door het Rijndal naar de LŲssgronden van Westfalen en de Zuidelijke Nederlanden, langs Maas en Jeker. In Zuid Limburg, de Hesbaye en Condroz bloeit zij vanaf 7.300 jaar geleden. Ze ontmoeten hier de Hoguettiens. Door Lotharingen ging een tak via het bekken van Parijs tot aan het Kanaal en Henegouwen. (21a).

Hun cultuur kenmerkt zich door de teelt van tarwe en gerst en de bijzondere vorm van pottenbakkerij met de kenmerkende versieringen, die de Lineaire Bandkeramiek cultuur, LBK wordt genoemd. Deze agrariŽrs hebben hun runderen, schapen en geiten vanuit AnatoliŽ met zich mee gebracht. De analyse van de kleding van de Alpense IJsmummi ÷tzi toont dit fraai aan. (21b)

De Britse Neolithische boeren waren genetisch vergelijkbaar met hedendaagse bevolkingen in continentaal Europa en met name aan de neolithische IberiŽrs, bewoners van de oostkust van Spanle, wat suggereert dat een deel van de boerenfamilies in Groot-BrittanniŽ via de Middellandse Zee route kwam, en niet via de continentale route langs de Donau. (21d)

*

LBK

Met stenen beitels, bijlen met een horizontaal blad, kapten de LBK-boeren delen van het oerbos en legden daar hun akkers aan. Daar werden de eerste tarwesoorten als emmertarwe en eenkoorn verbouwd, naaste gerst en peulvruchten en oliehoudende gewassen als lijnzaad en maanzaad.

Via uitwisseling binnen een wijdvertakt netwerk wisten boeren grondstoffen uit verre regio's te verkrijgen, zoals hematiet, een ijzeroxide met conserverende werking bijvoorbeeld voor huiden, en harde. zwarte amfiboliet voor dissels.

Cannerberg-LBKdorp

Reconstructie van een LBK dorp op de Cannerberg bij Maastricht

In korte tijd is de samenleving geheel veranderd. Er ontstaan nederzettingen in de vorm van meerdere buurtschappen van drie tot vijf huizen. Deze huizen hebben een houtskelet met vlechtwerk wanden die met lŲss zijn bekleed, zoals te Caberg bij Maastricht. De doden zijn begraven in gezamenlijke begraafplaatsen, deels verbrand deels onverbrand, dicht bij elkaar, en krijgen voorwerpen mee in het graf.

Het aardewerk kent vanaf 7.000 jaar voor heden twee vormen. Het bekende LBK aardewerk is nogal zacht en heeft open schalen met de kenmerkende zigzag banden. Het La Hoguette aardewerk, genoemd naar de eerste vindplaats in NormandiŽ, wordt gevonden toto over de Rijn en ook in ons land bij Kessel en Sweikhuizen; het is harder en eivormig en heeft een spitse bodem. Tot het einde bloeien deze twee culturen vreedzaam naast elkaar.

Lineaire_Bandkeramiek_aardewerk_uit Limburg,_Rijksmuseum_van Oudheden,_Leiden

Lineaire Bandkeramiek aardewerk uit Limburg, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Er is een snelle bevolkingsgroei bij de landbouwers, maar bij de Jager-verzamelaars wordt die niet waargenomen.

Voor geheel duitsland is een groei berekend van 8000 mensen in het begin tot 250.000 aan het einde van de LBK, een groei van 25% per generatie. In Zuid Limburg groeide de bevolking naar 2000 mensen. Dit is even veel als de mesolitische bevolking van heel Nederland.

De laatse fasen van de Bandkeramiek worden met name in het westen gekenmerkt door een toenemend intern geweld, meest waarschijnlijk tussen verwante groepen. Het lijkt dat de overvallen zich tot een ware plaag hebben ontwikkeld en uiteindelijk hebben geleid tot een ontwrichting van de samenleving door vrouwenroof, verlies aan levens, verstoring van de oogsten of verlies van vee.

In de Haspengouw en Zuid Limburg worden de nederzettingen aan het einde steeds kleiner en breken vervolgens kort na 7.000 BP geheel af. Dan volgt een kort hiaat waarbij de oude ontginningen worden overwoekerd. Het is onduidelijk waar de mensen toen zijn gebleven.

Over de oorzaken heeft men nog geen idee. De samenleving valt uiteen in een aantal gescheiden cultuurgebieden met ieder hun eigen aardewerkstijl maar ook eigen vernieuwingen, zoals in de vorm van de bijlen en huizenconstruccties.

Uitgaande van de snelle en abrupte veranderingen wordt gedacht aan een crisis door interne oorzaken zoals bodemuitputting bij te snelle bevolkingsgroei. Hier pleit tegen dat de LŲssgronden zeer vruchtbaar zijn. Door de bevolkingsgroei kunnen territoriale conflicten een oorzaak zijn geweest. Mogelijk waren er externe oorzaken, door bijvoorbeeld een ernstige grootschalige epidemie. Of een combinatie van deze.

De agrarische traditie en het brede uitwisselingsnetwerk voor specifieke grondstoffen werden niet lang na de teloorgang van de LBK hersteld door de boeren van de RŲssencultuur, 6.500 tot 6.000 vh zoals onder meer bij Maastricht te Randwijk. Het aardewerk is karakteristiek versiert met dubbele incisies "ganzevoet incisie".

Zij zijn vooral bekend door hun Breitkeile, massieve disselbijlen van natuursteen, die kennelijk een gewild export artikel vormden. Ze worden tot ver buiten Limburg tot in Zuid Duitsland teruggevonden.

Hierop volgde de Trechterbeker cultuur, 6.400 tot 5.500.Het is een verzamelnaam van een groot aantal met elkaar verwante gemeenschappen.

Kugelbecher der RŲssener Kultur aus HŁde, Niedersachsen

Kugelbecher der RŲssener Kultur (22a)

Tulpenbecher, Michelsberger Kultur

Zij leefden in het gebied vanaf zuidelijk ScandinaviŽ in het noorden, Nederland in het westen, de Donau in het zuiden. In het zuidoosten was er deels een overlapping met de Lengyelcultuur. Het zijn de Hunebedbouwers van Drenthe. In Duitsland spreekt men ook van Michelsberg cultuur.

Hun woonplaatsen liggen in de regel op heuveltoppen en wekken de indruk versterkte nederzettingen te zijn geweest, wat duidt op onrustige tijden.

Langs de Maas zijn honderden vindplaatsen van hun aardewerk en van vuursteenresten gevonden. Hun woonplaatsen zijn eenvoudig geweest want we vinden nauwelijks resten, wel lieten zij de eerste nog steeds zichtbare sporen in het Limburgse landschap na in de vorm van vuursteenmijnen, zoals te Rijckholt-Sint Geertruid en Valkenburg.

De grijze vuursteenblokken zijn tot een diepte van 12 meter uit de kalk gewonnen. Met hertshoornen en vuurstenen hakken kapten de exploitanten een uitgebreid stelsel van diepe mijnschachten -gangen.

Opvallend is dat hun nederzettingen een toename vertoonden van defensieve maatregelen. In de eindtijd van het vroege neolithicum liggen velen in ongeordende graven en velen blijken een gewelddadige dood te zijn gestorven. Dit duidt op een onrustig einde van dit tijdperk. (22)

*

Kopertijd

De Karpaten, in de Noordelijke Balkan zijn rijk aan koper. In huidig ServiŽ en Hongarije is van 7.400 tot 5.800 v.h. het eerste kopererts gedolven en zijn de eerste koperen wapens, werktuigen en sieraden gemaakt.

Een kleine eeuw later werd in huidig Bulgarije voor het eerst goud, gesmolten en bewerkt en over grote afstanden verhandeld. Men vindt het bij de toenmalige veetelers op de Zuid-Russische steppe en het cultureel opbloeiende Klein AziŽ. Hier ontstond een bloeiende samenleving, die tamelijk abrupt eindigde in een tumultueuse periode.

*

Bronstijd

Een nieuwe bevolking in Europa

De steppen van Zuid Rusland werden bewoond door een bevolking van jager-verzamelaars met een duidelijke genetische verwantschap aan een 24.000-jarige Siberische man. Maar de steppe herders van die tijd stamden niet alleen uit de voorafgaande Oost-Europese jager-verzamelaars, maar ook uit een populatie uit het Nabije Oosten, die evenwel van andere oorsprong was als die in het Westen.

Op de Zuid-Russische steppe floreerde tussen 5600 en 4300 jaar geleden de Yamnaya cultuur. Zij worden voor de proto Indo-Europeanen gehouden. Het zijn veehoudende nomaden die zeer mobiel zijn door het gebruik van paarden en door deze getrokken voertuigen. Ze begraven hun doden in graven kuilen soms bedekt met grafheuvels waaruit hun sociale gelaagdheid blijkt. Hun koper harden zij tot brons.

Vanuit hun streken komt rond 4800 voor heden een nieuwe bevolking West Europa binnen. Zij worden ook wel het Strijdhamervolk genoemd en veroveren in korte tijd geheel Europa. Kenmerkend is hun aardewerk, de touwbekercultuur of corded ware genoemd.

In dezelfde tijd verschijnt de Klokbeker cultuur (D: Glockenbecher-Kultur) die in Europa en Engeland bloeinde tussen 4850 en 4140 geleden. In het grafritueel kwam er een einde aan het bijzetten van overledenen in een gemeenschappelijke grafkamer. Men ging over op een nieuwe manier van begraven, waarbij de dode een individueel graf kreeg, bedekt door een heuvel van gras- of heideplaggen. In Zuid Limburg begon dit 4.900 jaar geleden en ging het door tot kort voor de Romeinse tijd, er zijn duizende grafheuvels gevonden bestaande uit stenen en LŲss. Aanzienlijken lagen onverbrand in hurkhoudeing met grafgiften als bekers en werktuigen.

North_Eurasian_hunter

Noord Eurazatische Jager

Er volgt een drastische vervanging van de Europese bevolking en gezien de archeologische vondsten gebeurde dit met fors geweld. De dominante mannelijke Y-DNA haplogroep G2a wordt in zeer korte tijd verdrongen door haplogroep R1a.

De oude bevolking handhaaft zich vooral in gebergten, de Alpen, en op eilanden, SardiniŽ. De oude oorspronkelijke Europese bevolking van jager-verzamelaars met haplogroep I daalt niet duidelijk in aantal. In het vrouwelijke mt-DNA worden geen drastische dalingen gezien.

West_Eurasian_farmer

West Euraziatische boer 23)

Sinds het laat-neolithicum, 4.500 jaar geleden stamt 75% van de bevolking in West-Europa af van de Yamnaya. Dit heeft betrekking op het mannelijke Y-DNA, waarin we ook het opmerkelijke feit zien dat meer dan de helft van de huidige Europese bevolking uit afstammelingen bestaat van ťťn enkele man. Het heeft er alles van weg dat een koninklijke familie voor hun zonen alle vrouwen opeiste en dat alle andere mannen, ook uit die hun eigen bevolking niet aan voortplanting toekwamen. (24)

Deze resultaten bieden ook ondersteuning voor een steppe oorsprong van ten minste een aantal Indo-Europese talen in Europa. (25, 26, 26a)

*

De Oorsprong van de Nederlanders

De eerste beschrijving van de volkeren in onze streken is van Gaius Julius Caesar (100 - 42 v.c.) in zijn boek Commentarii De Bello Gallico, Gedenkschriften van de Gallische Oorlog, Rome 51 v.c. Hij begint zijn boek met te stellen dat GalliŽ verdeeld is in drie delen, een bewoond door Belgen, een door AquitaniŽrs en een door Kelten die door ons Galliers worden genoemd en van dezen zijn de Belgen de dappersten.

De Belgen wonen noordelijk van de Seine en de Marne tot aan de Rijn. Deze vertellen hem dat de meesten van hen afstammen van Overrijnse Germanen, die de oor­spronkelijke bewoners de GalliŽrs, Kelten, verdreven hebben waarbij sommige nieuwkomers de naam van de oude Keltische bevolking overnamen. De Atuatukers stamden volgens hunzelf af van de Cimbren en de Teutonen, de Bataven van de Chatten.

De Maas neemt een arm van den Rijn op, die Vaculus (Waal) heet, vormt daarmee het eiland van de Bataven en stroomt dan in de Rijn. De Rijn splitst zich voor hij den Oceaan is genaderd in verscheiden armen en vormt daar veel grote eilanden, die door wilde, barbaarse volken worden bewoond, waarvan er enigen slechts van vissen en vogeleieren leven.

Arnoldus Buchelius - Northern Netherlands in Roman times - Belgae

De Belgen aan het begin van onze jaartelling.
Als de muis over kaart gaat is er alleen het land boven de Maas te zien.

Demografische veranderingen voor de Romeinse tijd

Althans zo wordt dit verhaald door Caesar, die ter vergroting van zijn heldendaden en ter verdoezeling van de genocides veel feiten weglaat en andere overdrijft of verzint om deze volkeren veel primitiever voor te stellen dan later bleek dat ze waren.

Keltische munt gevonden bij Amby

Gouden stater van de NerviŽrs

Zo vermeldt hij niets over hun geavanceerde jachtwapens, zoals hun boemerangs, terwijl ze toch zeer veel wapencontact en handel hebben gehad. Dat de verschillende Belgische stammen hun eigen munten sloegen vermeldt Caesar duidelijk opzettelijk niet, noch hoe rijk hun tempels waren

De goudprijs daalde in het Rijk toen Caesar de vele gouden voorwerpen die hij geplunderd had uit de Keltische tempels omsmolt en als baar goud verkocht. (27).

Keltische munt gevonden bij Amby

Gouden munt uit Amby
Eburonen (?)

Het staat vast dat de volkeren tussen de Somme en de Weser, de latere Nederlanden, een eigen taalgroep hadden, die anders en waarschijnlijk ouder was dan de Keltische en de Germaanse taalgroepen.

de verschillende woongebieden wisselden nogal vaak. Zo staken de Usipeten en de Tencteri in het jaar 55 VC de Rijn over, verdreven door de Sueben, en vestigden zich rond de aan hun verwante stam van de Sugambri, nu ten oosten van Roermond aan de Roer.

Er bestonden in de tijd van Caesar in deze streken gťťn duidelijke grenzen. De Rijn, is door Caesar als grens genoemd tussen Galliers (Kelten) en Germanen. Maar de Keltische La TŤne cultuur spreidde zich uit over Midden Frankrijk, Zuid-Duitsland en hij ging tot aan TsjechiŽ. En in Zuid Duitsland woonden Kelten, geen Germanen.

Het is Keizer Claudius, 41 - 54, die na veel vergeefse pogingen om Overrijns GermaniŽ te veroveren de Rijn ten slotte als rijksgrens aanneemt.

*

Aduatuci en Eburonen

Deze stammen verbleven tussen De Schelde en de Rijn. De Aduatuci waarschijnlijk meer aan de zuidzijde bij de Somme. Deze stam wordt door Caesar overwonnen na een laatste veldslag bij hun vesting bij het huidige Thuin. Caesar beweert de stam volledig te hebben uitgemoord en hun vrouwen en kinderen als slaaf verkocht te hebben.

De Eburonen zijn de grootste stam. Hun hoofdstad is Atuatuca, waarschijnlijk had deze geen vaste locatie. Het laatst ligt hij waar nu de stad Tongeren ligt. Men kan zich overigens afvragen of het hier wel twee verschillende volkeren betreft.

In 52 vormen de Eburoonse koningen Ambiorix, en de al oude Catuvolcus, tezamen met een aantal naburige volkeren een confederatie tegen de Romeinen. De Treveri, Nervii, Aduatuci, Menapii en ook een aantal Germanen die aan deze zijde van de Rijn verblijven voegen zich bij hen. Caesar verzamelt dan vier legioenen en trekt het land van de NerviŽrs binnen. Hij dwingt hun tot overgave en neemt velen met hun vee gevangen, verwoest hun land en rooft het leeg.

Hierop verzamelt Caesar een groot aantal hulptroepen en trekt naar het land van de Eburonen. Aanvankelijk winnen de Eburonen veel veldslagen. Maar gelijdelijk verandert de stijd in een querrilla met wisselende infiltraties. Hierop keren de kansen en Ambiorix moet aanzien dat zijn land wordt verwoest. De oude Catuvolcus die de zware stijd niet meer kan leiden. doodt zich zelf, zoals gebruikelijk met een gifdrank. (28)

Keltische munt gevonden bij Amby

Ambiorix wordt op een nacht verraderlijk in zijn slaap overvallen. Hij weet met enige getrouwen te ontkomen en zend later boodschappen uit over het gehele land dat iedereen hij zich gewonnen moet geven of een goed heenkomen moet zoeken.

Caesar beroemt zich erop ook hun hun land, zoals hij dat ook bij de Nerviers gedaan heeft, volledig te hebben verwoest (vastatis). Als zelfstandig volk zijn de Eburonen dan verdwenen. Pollen-tellingen in Gulik, het meest oostelijk gebied van de Eburonen laten overgroei van landbouwgrond door bossen zien.

Goudvondsten in Heers bij Tongeren en Amby bij Maastricht zijn bezittingen die door hun eigenaars niet zijn opgehaald. (29).

Muntvondst te Heers bij Tongeren (31)

Na het boek van Caesar zijn er geen geschreven bronnen meer over deze streken. De belangstelling richt zich weer op de interne problemen in Rome zoals de strijd om het keizerschap. Een indicatie over hoe het de bevolking in ons verre gewest verging kunnen de pollentellingen in Gulik geven. Deze tonen een vervanging van landbouwgrond naar bossen. Maar dat is toch verderop in huidig Duitsland.

Ook wanneer slechts een kwart van de bevolking rond Maastricht en Tongeren de ramp van 50 vc. overleefde zal de bevolking weer snel opgebloeid zijn. Er zijn echter geen geschiedschrijvers uit die tijd die nog over de bevolking van zo'n ver land hebben geschreven. We hebben ook geen namen meer.

Er zijn van 43 tot 23 vC wel steeds aanduidingen van kleine opstanden verspreid over GalliŽ, zonder vermelding van naam of plaats. De hoogteversterking van Caestert aan de rand van de St Pietersberg bij Canne ten zuiden van Maastricht en blijkens dendrologisch onderzoek gebouwd in 31 vChr. duidt op zo'n strijd.

We mogen er vanuit gaan dat de bevolking gewoon doorleefde. De Romeinse schrijver Varro citeert een bezoeker van de Lage Landen die zag dat boeren hun land met mergel bemesten om de zuurgraad te verlagen. Dit mergel wordt gewonnen in Zuid-Limburg rond Maastricht.

In de jaren kort voor het begin van onze jaartelling groeit aan de oevers van Maas en Schelde een aardewerk industrie op van rode en zwarte schotels en bekers. geproduceerd met de draaischijf, hier niet eerder vertoond. Op de vruchtbare LŲssgronden bloeit de graanproductie. Met behulp van Duitse slavenarbeid is er en grote voor de export bedoelde productie van zout, ijzer, vee en Ardenner ham.

De grote weg van Keulen over de vruchtbare LŲssgronden via Tongeren naar Boulogne sur Mer en verder naar Engeland is een handelsroute over een van de meest voorspoedige landstreken van GalliŽ.

*

Demografische veranderingen in de Romeinse tijd

Ter vedediging van de Noordgrenzen worden verdragen gesloten met Germaanse stammen die het Rijk binnen worden gelaten en vestigingsplaatsen krijgen aan de rand van het Rijk met de opdracht andere belangstellenden buiten te houden en voedselleverancier te worden en recruten te leveren voor de legioenen. In onze streken zijn dat de Batavi en de Tungri,

Batavi

In onze streken zijn dat de Batavi, een groep uit Hessen verdreven Chatten, Zij krijgen het eiland tussen Maas en Waal, de huidige Betuwe en treffen daar de Cananefaten, die volgens de Romeinen in gedrag en uiterlijk op hun lijken. Ze spreken eenzelfde taal en woonden daar al langer. De Bataven komen in een nogal leeg land. Er wonen hier minder dan honderdduizend mensen. Na hun binnenkomst wordt dat ongeveer 120.000.

De nieuwe volkeren komen onder toezicht van een administratief centrum. Voor de Bataven komt in het begin van de eerste eeuw zo'n centrum rond de huidige Valkhof in Nijmegen op de plaats waar enige jaren voor het begin van de jaartelling al een kleine nederzetting bestond.

Batav- Iniores - Magister peditum I

Zowel Tungri als Bataven leveren cohorten voor de Romeinse Legioenen, de Bataven alleen infanterie, de Tungri zowel infanterie als cavalerie. In veel veel landstreken zullen zij onder eigen leides met hun eigen vaandel zullen vechten. Hier links staat het vaandelembleem van de Batavi en rechts dat van de Tungri. .

Insignis Tungri

De Batavi werden naar veel verschillende plaatsen gezonden. In het jaar 360 nog naar Engelend. Daarna keerden ze terug, onbekend is wanneer. Van de Tungi zijn een viertal cohorten bekend,zij zijn die naar alle delen van het Rijk, met name ook naar MauretaniŽ uitgezonden

Van de Bataven wordt later niets meer vernomen. Mogelijk vestigden zij zich in gebieden waar zij als hulptroepen in de Romeinse legioenen geplaatst waren, zoals in Hongarije en in Engeland, mogelijk ook in ItaliŽ of aan de oostgrens bij PerziŽ.

Tungri

Zij worden voor de eerste maal door Plinius vermeld naar aanleiding van de reorganisatie van keizer Augustus die rond 20 v.Chr doorgevoerd werd en de Civitas Tungrorum werd geformeerd. Het is niet duidelijk waaruit deze waren samengesteld maar velen denken dat onder deze naam de oude bewoners van de Sambre en Maasvallei, de Haspengouw, Condroz en Ardennen werden gevat die de slachtingen van Caesar hadden overleefd tezamen met een groep Germani Cisrhenani uit de streek van Gulik.

Voor de Tungri wordt hun administratieve centrum gebouwd op de plaats van het huidige Tongeren. Ook dit is een versterkte en ommuurde vesting met stenen huizen voor soldaten en veteranen.

Hierin vestigen zich handelaars en komen markten. Locale heren bouwen er een stenen woning in de nabijheid van het bestuur en krijgen magistraatsfuncties. Er komen scholen en er verrijzen tempels. Het lijkt erop dat de oude vesting van de Eburonen aan de rand van de St Pietersberg te Caestert toen verlaten is.

De vruchtbare LŲssstrook in Germania Belgica is altijd een van de rijkste gebieden van GalliŽ geweest. Hij levert graan, vee en ruiters, maar ook infanteristen voor de Romeinse legioenen.

In de vierde eeuw is Maastricht een belangrijke handelsstad geworden, rijker en machtiger dan Tongeren. Het ligt op een kruispunt van twee handelsroutes. Van Noord naar Zuid is er de rivierhandel over de Maas en van Oost naar West de handelsroute van Keulen via Aken, Maastricht, Tongeren en Boulogne Sur Mer naar Engeland. Met de handel en de ambachten heeft het bestuur zich naar deze stad verplaatst en bisschop Servatius volgt.

Er zijn nog steeds Romeinse garnizoenen omdat de Noordgrens van het Rijk naar het zuiden is verlegt en nu langs de handelsweg van Keulen naar Engeland ligt. Veteranen krijgen hier land. Onder hen kunnen zich Romeinen bevonden hebben of veteranen van vreemde herkomst, die geen vaderland meer hadden of van nomadische origine waren.

Franken

Overrijnse Germanen die leefden vanaf Keulen tot aan de Saksen aan de Noordzee, werden Franken genoemd. In de tweede helft van de derde eeuw leven zij rond Xanten, waar de bewoners eerder Sugambri werden genoemd. Er zijn veel verwoestende invallen van Germanen (Franken) in Noord GalliŽ. Tongeren wordt verwoest en verbrand rond 270. Villa's op Zuid-Nederlands en Belgisch gebied worden verlaten. De streek ontvolkt.

Rond 350, zijn Salische Franken in Toxandria en in Keulen regeert een Frankisch koning. Keizer Julianus neemt hun in 358 als bondgenoten op in het Rijk. Ze leveren hulptroepen onder hun leiders Bauto en Arbogast die hoge Romeinse rangen krijgen. Inmiddels doen Franken invallen in de Middenmaas regio en veroveren tijdelijk twee castelli bij Maastricht.

Na de dood van de Grote Romeinse veldheer Aetius in 454 ebt de keizerlijke macht weg. Lokale heren vullen het vacuum in. Het Rijnland en de streek van de vroegere Tungri, van de Rijn bij Keulen tot Kamerrijk (Cambray) en Doornik (Tournay) komt onder locale Frankische heersers.

Merovingen
Frankish_Empire_481_to_814

Merovingische Rijk in 481 in donkergroen. (32)

De sterkste onder de Frankische krijgsheren is Childerik koning in Doornik, en Romeins Dux, locaal legeraanvoerder. Zijn zoon Clodovech, 481-511 ook Clovis genoemd, breidt zijn rijk over een groot deel van Noord en midden GalliŽ uit. Hij wordt Romeinse Consul. Hij verenigt locale heersers met name de katholieke bisschoppen tot wier geloof hij zich bekeert. Bij zijn doop wordt zijn afkomst als Sugamber genoemd. De Sugambri leefden eeuwen eerder tussen Maas en Rijn ter hoogte van Venlo.

De mogelijk mythische stamvader van het koningsgeslacht is Merovech. Zij worden Merovingers genoemd. Hun familiale stamlanden liggen in het vroegere gebied van de eerdere Eburones, later Tungri genoemd beiderzijds, maar hoofdzakelijk aan de westzijde van de Maas.

Maastrichtse munt circa AD 600

Gouden Maastrichtse munt AD 600 (33)

Een grafveld in het dorp Borgharen bij Maastricht dateert uit zevende eeuw gezien de munt meegegeven als Charonspenning. Zij waren van een gegoede familie. De man had een zwaard en een schild, pijl en boog en bij hem lagen onder meer stijgbeugels en voedselpotten.

Zijn mannelijke Y-DNA haplogroep is J2(a1b). Alle mitochondriale DNA wordt later bekendgemaakt.

De vrouw droeg oorbellen, een kralenrijke halsketting met barnstenen kralen. Zij had onder meer kam van hertshoorn, een amulet met berentanden, een ivoren ring en een kaurischelp afkomstig uit de Rode Zee. Bij hun lagen twee jonge paarden. Verder waren er aardwerk voedselpotten en koperen, tinnen en bronzen serviesgoed afkomstig van Britse eilanden, Duitsland en Frankrijk

Twee jonge kinderen zijn bij de vrouw geplaatst en zijn duidelijk eerder gestorven herbegraven kinderen

Opmerkelijk is dat alle individuen uit de opgraving op basis van het strontiumisotopenonderzoek niet-lokaal van komaf blijken te zijn. Naast het feit dat het veelal immigranten lijken te zijn, is ook de geologische herkomst van deze individuen zeer divers, de vrouwen komen wel meest uit deze streken, de mannen meer uit de buurt van de Eiffel. (34)

Nu deze man, met het rijkste graf en de enige waarvan zijn Y-DNA bekend is, waar kwam zijn voorgeslacht vandaan. Dat komt van ver. J2(a1b), is hier te lande zeer zeldzaam. Hij was een aanzienlijk cavalarist, ridder, Het lijkt mij best mogelijk dat hij stamt van een Romeins veteraan van de auxilia, de hulptroepen voor de grensverdediging. De laatste noordgrens van het Romeinse rijk lag in de vijfde eeuw waar nu in belgiŽ de taalgrens ligt.

Veteranen die niet terugkeerden naar hun geboortegrond kregen vaak land waar ze het laatst hadden gediend. Hij kan uit ItaliŽ afkomstig zijn maar niet uitgesloten is ook de Kaukasus, want hier zijn landstreken waar meer dan de helft van de bevolking deze haplogroep heeft. En als U een naam wilt lezen. Mogelijk was hij een Sarmaat.

The civitas Tungrorum werd in de Middeleeuwen de pagus Hasbania, in de tijd van de Karolingen werd dit de Haspengouw. Nu heet dit gebied la Hesbaye in het Frans of het Hespenland in het Nederlands. Rond AD 600 leefde hier de stamvader van haplogroep G-Y15220. This group is even rarer and also of obscure origin.

De Middeleeuwen
Frisia en Holland

Boven de rivieren wonen de Friezen. In de loop van de eeuwen vertrekken velen hen tezamen met Angelen en Saksen naar Engeland. Hun land wordt vervolgens overgenomen door de naburige Angelen, Saksen en Juten die gezamenlijk de naam Friezen overnemen. Het gebied ten noorden van de Rijn wordt dan Friesland genoemd. In het Oosten van ons land trekken Saksen binnen.

In de elfde eeuw ontstaat het begrip Holland, Houtland. Landbouw, veeteelt en handel zorgen voor welvaart en groei, zodanig dat rond 1500 er in Nederland weer bijna een millioen mensen leeft en in 1650 bijna 2 millioen. Deze aanwas is enerzijds spontaan anderzijds door binnenkomst van vreemdelingen uit BelgiŽ, Frankrijk ( Hugenoten), Duitsland, Spanje en Portugal (Sefarden).

De Nieuwe Tijd

Grote groei en toestroom ontstaat in de Gouden eeuw uit alle delen van Europa. Velen komen uit Duitsland, zoals Joost van den Vondel en een aantal, nu Hollandse, handelsfamilies. Uit BelgiŽ vluchten veel protestanten na de val van Antwerpen in 1585. Veel Joden komen uit Spanje en Portugal als de pogroms hun daar te gortig worden. Later komen ook Zwitsers.

In de loop van de vorige eeuw kwamen veel Surinamers en Antillianen, die een verblijf in het moederland verkozen boven hun onafhankelijk geworden kolonie. De Nederlandse industrie haalde in een periode van snelle groei ontbrekende arbeidskrachten uit AziŽ en Afrika. En zoals altijd staat ons land open voor vluchtelingen. Vanuit demografisch oogpunt gezien is deze recente toestroom wel gunstig omdat onze geboortecijfers ver achterblijven bij de sterftecijfers, en we dus onder de vervangingswaarde zitten.

*


Litteratuur:
- Nature Communication, A substantial prehistoric European ancestry amongst Ashkenazi maternal lineages, Marta D.
  Costa e.a., Published 8 October 2013.
- Guido Brandt e.a., The genetic make-up of the Linear Pottery culture, lecture Annual Meeting European Association of
  Achaeologists, session: The bioarchaeology of the neolithic Carpathian Basin, Pilzen Czechia, 6 september 2013.
- Malyarchuk, B. e.a.(2010), Phylogeography of the Y-chromosome haplof C in northern Eurasia. Annals of Human
- Chang, Hua'an, The Eastward Migration of Sauromatians, Taipei China 2011, revised edition in preparation.
  Genetics, 74: 539-546. doi: 10.1111/j.1469-1809.2010.
- Gaius Julius Caesar, Commentarii the Bello Gallico, Rome 51 vc.
- Cambridge DNA services - Discover your genetic heritage - mtDNA.
- Ian Haynes, Blood of the Provinces, The Roman Auxilia and the Making of Provincial Society from Augustus to the
  Severans
, 1014.
- Jared Diamond, Guns, Germs en steel, The Fate of Human Societies, NewYork/London, 2000.
- Edith Ennen, Walter Janssen, Die Grundlagen der Mitteleuropšicn Landwirtschaft im Neothikum in Deutsche
  Agrargeschichte, Vom Neolithikum bis zur Schwelle des Industriezeitalters
, 1979.
- Qiaomei Fu, Revised timescale of human mtDNA evolution, Current Biology, 21 March 2013. Zie also: Dienekes Weblog
  23 maart 2013.
- Jens LŁning, Anfšnge und frŁhe Entwicklung der Landwirtschaft im Neolithikum (5500-22-v.Chr.) in LŁning
   / JockenhhŲve / Bender / Capelle, Deutc Agrargeschichte, Vor- und FrŁhgeschichte, 1996.
- Jean Manco, Ancestral Journeys - The peopling of Europe from the first venturers to the Vikings, London 2013.
- Paul Mellars, The Upper Palaeolithic Revolution - Steven J. Mithen, The Mesolithic Age - Alasdair Whittle, The first
  Farmers
in Barry Cunlife The Oxford Illustrated History of Prehistoric Europe.
- Fernando L. Mťndez et al., An African American Paternal Lineage Adds an Extremely Ancient Root to the Human
  Y Chromosome Phylogenetic Tree
. The American Journal of Human Genetics, Vol.92, Iss. 3, 454-459, 28 February 2013.
- The Encyclopedia of Global Human Migration, Immanuel Ness, 2013.
- Plos Genetics. Meerdere artikelen, hier niet expliciet vermeld.
- J.C. Schalekamp, Bataven en Buitenlanders - 20 eeuwen immigratie in Nederland, 2009.
- Alois Seidle, Deutc Agrageschichte, Frankfurt am Main, 2006.
- ISOGG, Y-DNA Haplogroup Tree 2013.
- Wikipedia en Eupedia voor litteratuurverwijzingen en afbeeldingen.

*

Auteur: Boed Marres

Laatste bewerking:


HOME

GENETICA

CONTACT