Gildepenning van de Maastrichtse brouwers

MARRES
BROUWERIJEN

Gildepenning van Servatius Marres, 1771

KIES ANDERE BROUWERIJ



Brouwerij De Blauwe Hond

Achter het Vleeshuis
te Maastricht

Brouwers:

Aegidius Marres (1715-1762)

brouwer van 1750 tot 1762

Maria Christina Marres-Nijst (1714-1778)

brouwer van 1762 tot 1778

Bartholomeus Servaes Marres (1752-1814)

brouwer van 1778 tot in of na 1796.

Gevelsteen De Blauwe Hond

Gevelsteen De Blauwe Hond

Aegidius heeft een groot probleem gehad om als meester brouwer in het gilde, of zoals dat in Maastricht heette het ambacht, aanvaard te worden. Hij zou geen geboren Maastrichtenaar en dus geen burger van Maastricht zijn. Het kost hem nogal wat moeite om aan te tonen dat hij weliswaar op de Bisschopscommel is geboren, dus buiten de stadsmuren, maar dat hij in de stad is gedoopt en wel in 1715 in de St. Jacobs­kerk, en nu inwoner en burger is van Maastricht, en dat zijn vader Servaes Marres weliswaar buiten de stad brouwde maar burger was van Maastricht.

Wat was het geval. Aegidius was in 1750 met Maria Christina Nijst gehuwd, de weduwe van de brouwer Petrus Dominicus Maquo, en zij bracht bij het huwelijk de brouwerij De Blauwe Hond in, die zij van haar eerste man had geërfd en Aegidius wilde deze voortzetten, maar het ambachtsbestuur weigert hem het lidmaatschap. Ook na herhaald verzoek blijven de zittende meesters en ouderlingen zich verzetten.

Aegidius wendt zich dan tot de Raad van Maastricht om hulp, en zijn geschil met het ambacht wordt dan in drie opeenvolgende raadsvergaderingen, die van 3, 17 en 31 augustus 1750 besproken.
De raad besluit het ambacht te manen Aegidius in alle rechten als lid en meester te accepteren. Na de eerste vergadering wordt het ambacht vermaand, na de tweede wordt een verzoek tot sustensie van het ambacht besproken en tenslotte wordt besloten een laatste aanmaning naar het ambacht te sturen en met sancties te dreigen. Dit heeft uiteindelijk succes en eerst dan wordt hij als lid en meester brouwer geaccepteerd. (35)

Gedurende 28 jaar zal Aegidius als brouwer werkzaam zijn. Hij sterft in 1778. Hun zoon Bartholomeus Servatius zet de brouwerij voort. Hij is vanaf 1782 molenmeester van de brouwers voor Luikse zijde waarbij hij de taak heeft de accijns bij de bakkers te innen en vanaf 1792 tot de opheffing van de gilden in 1796 is hij ook markmeester van het ambacht. (36)

In 1796, Maastricht is nu een Franse stad, wordt hij directeur van de Genie. In 1801 wordt hij vermeld als handelaar in gedistilleerd. Kort daarvoor is hij dus met brouwen gestopt.

De Gevelsteen

De gevelsteen van de Blauwe Hond werd later geplaatst in de gevel van Ridderstraat 1-3 en bevindt zich thans boven de ingang van het wooncomplex 'Hondertmarck' op het Onze Lieve Vrouweplein 18. Hoe hij daar terecht kwam is mij niet bekend. (37)