Marres |
DE NAAM
|
Mares |
De KlankWhat's in a name ? that which we call a rose, by any other name would smell as sweet Giulietta Capuleti in Romeo and Juliet van William Shakespeare. De klank mag uitheems lijken, hij is dat niet. Het betreft een universele Europese naam die op veel plaatsen in dit werelddeel in de middeleeuwen is ontstaan en de naam is geworden van veel geslachten, die ieder hun eigen oorsprong hebben. In onze streken wordt hij de eerste maal aangetroffen in de Haspense Edelenspiegel 'Miroir des Nobles de Hasbaye', een manuscript van de hand van Jacques de Hemricourt, waarin hij de genealogieën behandeld van de oude adel van Luik en omstreken vanaf het jaar 1102 tot het jaar 1398. (1) In dit manuscript wordt de Luikse burger Iohan des Mares - in hertalingen werd dat Jean des Marez en Jean des Marets - meerdere malen vermeld, wegens zijn adellijke alliantie en die van een viertal van zijn vrouwelijke nakomelingen. In 1249 wordt een Johan des Mares vermeld als wijnbouwer. Gramme vermeldt een Johan des Mares in de Receuil Héraldique des bourguemestres de Liège als burgemeester in 1269. (2) Gezien de oudste schrijfwijzen zal de eerste lettergreep aanvankelijk vaak klankloos geweest zijn. Dit kan verklaren waarom hij aanvankelijk vaak geschreven werdd met een 'e', later met een 'o' en tenslotte een 'a', maar dit kan ook dialectische oorzaken hebben. (3) Bij bestudering van de vele schrijfwijzen is de klank in de loop van de tijd niet wezenlijk veranderd. Omdat de klemtoon vanaf de begintijd steeds op de laatse lettergreep heeft gelegen zal de naam ontstaan zijn in het Romaanse spraakgebied, dus onder de Romaans-Germaanse taalgrens die vlak onder Maastricht en door de Haspengouw loopt. SchrijfwijzenIn Maastricht, de bakermat van het hier besproken geslacht, is in de 15e eeuw de schrijfwijze meestal Morees of Moerees. Tegen het einde van die eeuw verschijnt Marees en Maerees en dit blijft in de 16e eeuw de meest gebruikelijke vorm. Vanaf halververwege de 15e eeuw is de eerste lettergreep duidelijk toonloos gezien de schrijfwijze Merees afgewisseld door Meres en Mereijs. Dit zien we tot in het midden van de 17e eeuw. Kenners horen hierin het zangerige Maastrichtse dialect. In het begin van de 17de eeuw en wel in het jaar 1614 op een belastingaanslag komend van Brussel zien we voor de eerste maal de naam als Marres bij een lid van de stadstak.
(4) Deze schrijfwijze wordt afgewisseld met Mares. Daarna wordt het steeds vaker Marres, vooral in de officiële stukken. In de kerkelijke registers blijven oude vormen echter nog lang bestaan. Ook bij de landdelijke tak zien we vaak een verdubbeling van de 'rr'.
In de stadstak is gedurende drie generaties in de zeventiende en achttiende eeuw de schrijfwijze de Marres gebruikelijk. In de landelijke tak vinden we onder meer de schrijfwijze Marrez, Marez en Maresse. (5) Met de invoering van de burgelijke stand in Maastricht in 1795 zijn de namen onveranderlijk vastgelegd (6). Het plaatsen van een accent op de laatste lettergreep is vroeger zelden gedaan doordat de familie in de negentiende eeuw grotendeels in en rond Maastricht gevestigd was waar iedereen de uitspraak kende. Zelfs toen in de vorige eeuw de leden over Nederland en België uitstroomden bleek de omgeving de klank meestal snel op te pakken. Een enkel onzeker familielid heeft toch een accent op de letter 'e' geplaatst, waardoor het Marrès wordt. Dit gebeurde meerdere malen in de overheidsadministratie van Sichen (België) in het midden van de 19e eeuw en ook in de vorige eeuw en nog wel in een periodiek van de Nederlandse overheid. (6a) In het dorp Fall, dat thans in de Belgische gemeente Vall-Meer ligt, op een afstand van drie kilometer van het dorp Heukelom waar in die tijd het geslacht Marres gevestigd was, vestigt zich in de 16e eeuw Reyner Marees ook geschreven Morrees en Maresse. Hij is de stamvader van de tak Mares die zich op het einde van de 17e eeuw vestigde in de Vroenhof te Wolder en zich daarna uitbreidde naar Maastricht. NaamsvariantenHier volgen ruim dertig naamsvarianten verdeeld over de opeenvolgende eeuwen. (7) 15de eeuw
16de eeuw
17e eeuw
18e eeuw
19e eeuw
20e eeuw
Tenslotte
N.B.: Niet eenmaal is bij een familielid de schijfwijze Maris of Marris gezien. De oorsprongTaalkundig vindt de naam zeer waarschijnlijk zijn oorsprong in een Indoeuropees woord dat zich in de Westgermaanse talen ontwikkelde tot meer of mere en in het Latijn tot mare, wat grote wateroppervlakte betekent. In het Germaans ontstonden hieruit de woorden moor en moer voor drassige veengrond. In de Frankische tijd werd dit mariska, waaruit in Frankrijk de vormen marais, marasc en mares onstonden, dit eveneens in de betekenis van drassig veengebied. (8) De maker van het wapen Marres ging uit van deze verklaring. Een tweede mogelijkheid is die van een patronymicum. Bijvoorbeeld van een voornaam als Maret, Moreel, Mauritius, frans Maurice. (9) Geografisch kan de naam duiden op een plaats van die naam in de omgeving van Maastricht in het Luikerland of het Hespenland. Hier komen twee plaatsen in aanmerking. Ten oosten van Luik ligt het dorp Marets behorend tot het kerkdorp Soumagne bij Charneux in de buurt van Herve. Ten westen van Luik ligt halverwege deze stad en Brussel het dorp Maret bij Orp in het kanton Jodoigne. Aan de eerste plaats ontleent het geslacht de Maret dit de Charneux zijn naam. Dit geslacht stamt uit een geslacht Piron, afkomstig van Charneux. Een lid daarvan vestigde zich bij zijn huwelijk te Maret en werd bekend onder de naam de Maret. Zijn nakomelingen noemden zich afwisselend de Charneux en de Maret, en pretendeerden te stammen uit de het oude geslacht de Charneux en gingen dat wapen voeren. (10) Uit de tweede plaats Marets stamt het hierboven al genoemde geslacht Marres dat door Jacques de Hemricourt vermeld wordt in zijn kroniek de Miroir des Nobles de la Pays de Hasbaye. Dit geslacht is bij het beëindigen van zijn kroniek, dus op het einde van de veertiende eeuw volgens hem nog gevestigd in het land van Luik, maar door gebrek aan vermeldingen in de documenten zijn de individuele leden dan niet meer te vervolgen. Voor alle volledigheid dient hier het hardnekkige verhaal van een spaanse afkomst vermeld te worden. Vroeger een bron voor liederen op familiefeesten en bruiloften "Voor de export van zijn bier, voer hij af de Guadalquivir". Behalve hetgeen hierover geschreven is bij brouwerij het Panhuis leeft deze sage kennelijk bij meer families met een naam die gelijkt op de onze. In sommige families Moorrees, de Moreau en Moers figureren morenkoppen in het schild; en deze zaten ten slotte tot in de 15e eeuw in Spanje. In MaastrichtIn Maastricht vinden we in de Middeleeuwen al enige naamsvarianten, al zijn die nogal afwijkend en hebben weliicht toch een andere oorsprong. Zo bloeit er in de 13e en 14e eeuw in Maastricht een geslacht de Mauro. Gerardus de Mauro wordt in 1296 vermeld als schepen van Maastricht, een Nicolaas de Mauro in 1365; in dat jaar is hij ook schepen van de hof van Lenkulen. (11) Het geslacht Moers is vanaf de 14e eeuw bekend in Veltweselt. Hun hof is een leen van het huis Dieteren en ze zijn aan dit geslacht verwant. (12) Verwantschap met het geslacht Moers lijkt in eerste instantie onwaarschijnlijk maar is toch niet uitgesloten. Hiervoor bestaan de volgende aanwijzingen. Tenzij hier sprake is van persoonsverwisseling worden worden twee leden van het geslacht Marres / Mares ieder eenmaal aangeduid als Moers. Voorts bezit Reijner Marees van Heukelom in 1505 land dat grenst aan dat van de weduwe van Caris Moers, wier naam vaak als Moerees geschreven wordt. Bij de oude tak Moers van Montenaken vindt men evenals bij het hier beschreven geslacht, per generatie de opvolging van de voornamen Jan en Reijner. Ook het geslacht Marres / Mares is vanaf de middeleeuwen in de stad Maastricht en omgeving bekend en wordt daar sinds 1408 vermeld. Het wordt op deze webstek uitvoerig behandeld. In de 15e eeuw schreven de leden hun naam als Morees, in de 16e eeuw als Marees. Na Reyner Marees, generatie V, geboren omstreeks 1490 splitst dit geslacht zich in twee takken. De tak waarvan de nakomelingen zich te Maastricht vestigen gingen geleidelijk hun naam als Marres schrijven, de leden van de tweede tak blijven gedurende eeuwen in de dorpen ten westen van Maastricht gevestigd en schrijven thans allen hun naam als Mares. (13) Er is een tweede geslacht Mares in Maastricht, bekend sinds de tweede helft van de achttiende eeuw. Dit is zeer waarschijnlijk een uit een illegitieme relatie gesproten zijtak van een lid van het geslacht Marres. Het Nederlandse geslacht Moorrees, waarvan enige takken hun naam als Marees schrijven stamt uit het Limburgse Eijsden en wordt daar sinds 1454 vermeld. Ze bezaten in die tijd ook land op de westelijke Maasoever, niet ver van grondbezit van het hier besproken geslacht, verwandschap is mogelijk. (14) De Hollandse geslachten de Marez Oyens en de Marees van Swinderen stammen via een vrouwelijke lijn uit het Antwerpse geslacht de Marres. Dit pretendeerde te stammen uit het adellijke middeleeuwse Kamerijkse geslacht van die naam en na hun komst in de zeventiende eeuw in Holland werd door hun het wapen van het Kamerrijkse geslacht aangenomen. (15) AliasNicolaas Marres, die zich met zijn broer Reyner omstreeks 1590 weer in Maastricht vestigde nadat de familie gedurende een eeuw in de Vroenhof te Heukelom had gewoond, droeg de aliasnaam Vulgraeff. (16) N.B.: Interessant is ook hetgeen het Meertens Instituut op zijn website vermeld. |