Wapen Mares

  Wapen Mares

STAM MARES

VAN DE FAMILIE

MARRES

zegel MichaŽl Mares, 1762

Zegel Mares

Reyner Mares van Fall

De stamvader van de tak Mares wordt voor de eerste maal vermeld in 1572 wanneer hij als Reijner Marees der Alden voor zijn zoon Reyner Marees de jonge land koopt bij het naburige dorp Millen. (2) Hij bezit daar land evenals in het dorp Fall. Reyner woonde in Fall op een hoeve aan de Gemeijnstraat. Zowel hij als zijn zoon worden Marres van Fall genoemd.

Wie de vader is van stamvader Reyner is nooit duidelijk vastgesteld. Vijftig jaar na zijn dood wordt hij alden Reyner Marres van Fall of Heukelom genoemd. Dus toen wisten ze het al niet meer precies. (1)

Reyner is de stamvader van de landelijke tak van de familie Marres. Zij schreven hun naam meestal met ťťn 'r'. Zij woonden eeuwenlang in de dorpen ten westen van Maastricht.

De Marres tak woonde toen afwisselend in Maastricht en Heukelom en werden Marres van Heukelom genoemd. In de genealogie Marres is Reyner van Fall niet in te passen. Er leven in die tijd zelfs twee Reyners Marres maar die komen aantoonbaar niet in aanmerking. De naam Reyner komt in die tijd overigens in ieder gezin Marres voor.

In een Marres gezin van die tijd ontbreekt echter een Reyner. Dat is in het gezin van Reyner Marees van Heukelom, generatie Va. De nalatenschap wordt in zessen verdeeld, maar van slechts vijf kinderen is de naam bekend, er is geen Reyner bij. Wat de leeftijd betreft klopt het prima en we nemen aan dat het ontbrekende kind zeer wel de betreffende Reyner geweest kan zijn. Dit is dan wel een bewijs uit het ongerijmde.

Hierboven schreef ik dat Reyner de stamvader is van een tak van de familie Marres, alsof dat vaststaat. Mijn vader die als eerste van de familie de stamboom opstelde was hiervan overtuigd hoewel zij niet tot onze sociale groep behoorden, het waren landbouwers of werkten in onze fabrieken.

Guus Mares die zeer in de geschiedenis van de stad en zijn familie geÔnteresseerd was nam contact met me op, en we waren het snel eens. We gaan het aantonen. We besloten tot iets dat toen net mogelijk geworden was, we deden een Y-DNA onderzoek. Hij zocht nog een tweede kandidaat in zijn tak, een verre achterneef Andrť Mares, en zo deed ik en vond ook een verre achterneef in BelgiŽ, Gilbert Marres. Vier familieleden, twee uit de familie Marres en twee uit de familie Mares.

Doordat er veertien generaties zitten tussen ons en de bewuste gemeenschappelijk stamvader moeten er in alle betreffende 56 huisgezinnen geen buitenhuwelijkse activiteiten hebben plaatsgevonden. De uitslag is dan ook met spanning afgewacht. Hij toonde aan wat wij hoopten, dat we nauw verwant zijn, en dat de tijd van aansluiting klopt. De bijzonderheden daarover staan te lezen op Familie DNA.

Van de tak Mares bestaat ook een volledige genealogie.

Dat Alde Reyner Marees van Fall de zoon is van Reyner Marees van Heukelom is in het artikel Marres in De Nederlandsche Leeuw van 1990 als waarschijnlijk aangetoond en is nu met genetisch onderzoek aangetoond.

Het oude dorp Fall maakt nu deel uit van het dorp Val-Meer, een deelgemeente van de Belgische gemeente Riemst. Het ligt enige kilometers ten westen van Heukelom waar de familie al bijna een eeuw gevestigd was. De tak Marres blijft daar nog een halve eeuw aanwezig. De gerechtsgebieden van Millen en Fall grenzen aan elkaar. Millen ligt nog iets verder naar het westen.

In het archief van de schepenbank van Millen dat berust in het Rijksarchief van Hasselt, zijn de gicht­registers vanaf het jaar 1511 bewaard gebleven. Hier kunnen de bezittingen van de familie aldaar worden getraceerd, maar het oudste register bevond zich bij ons onderzoek in 1990 in zeer slechte staat. Het was door vocht en muizen aangetast, bijna tot stof vervallen en nauwelijks meer te lezen. Van een grondig onderzoek is toen afgezien. Mogelijk is hierin nog heel wat over onze familie te vinden .

Het gezin van de stamvader

Reyner Mares is gegoed te Millen en Fall en woont in het dorp Fall op een hoeve aan de Gemeijnstraat. Hij sterft kort voor 27 april 1580. (3). Hij heeft acht kinderen, vier zonen en vier dochters.

De oudste zoon Matthijs Mares vertrekt in 1586 naar "andere landen", kort voor 21 januari 1587 is hij kinderloos overleden. De tweede zoon Nicolaas Mares blijft ook vrijgezel en overlijdt kort voor 12 juli 1584.

Tak Sichen

De derde zoon Reyner Mares (gen. VII), woont te Fall en sterft jong, ongeveer een jaar na zijn vader. Zijn weduwe Marie, haar achternaam is onbekend, hertrouwt op 12 december 1581 Hendrick Omalia alias Custers van Sichen en gaat daar wonen. (4)

De nakomelingen van Reyner en Maria vormen de tak Mares te Sichen. De leden hiervan houden zich bezig met woningbouw. De grondstoffen halen zij hiervoor uit een mergelgroeve in de Sichernberg, de Marresberg genaamd. Waar die exact lag is niet duidelijk. Wel is bekend dat de gebroeders Joris, Reijner en Gerard Mares in 1694 een aandeel kopen in de mergelgroeve de Raespurch. (4a)

De Rotsburcht te Zichen-Sussen-Bolre

De Rotsburcht, ook Roosburg, Raespurgh, te Zichen-Sussen-Bolre op een ansichtkaart uit 1907 (4b).

Een nakomeling, Reyner Mares (gen. X) wordt in 1679 burgemeester van Sichen. Diens kleinzoon ook. Een Reyner Mares wordt in 1754 en 1759 vermeld als schepen van Sichen en Sussen. Tegen het einde van de 18e eeuw is deze tak uitgestorven.

Reyner Marees - bergh met grous

In 1740 wordt de Winhof van Reyner opgemeten. Er is dan sprake van eenen bergh met grous. (4c)

Tak Fall (Val-Meer) en Sichen
Jan Mares

De vierde zoon Jan Mares (gen. VII) zet de stam Mares in Fall voort. Uit hem ontstaat de Nederlandse familie Mares. Jan Mares, van Fall, zoon van de oude Reyner, is omstreeks 1550 geboren en is gegoed te Fall, Sichen en Riemst. Hij huwt Helwich alias Heylief. Van zijn vader erft hij de hoeve aldaar aan de Gemeijnstraat met de halve bunder land die daarachter ligt. Hij verpacht een hof boven Fall. Hij sterft voor 29 oktober 1611. Over zijn nalatenschap wordt door zijn nakomelingen tot 55 jaar na zijn overlijden geprocedeerd.

Kwitantie van rentebetaling in 1611 door Reyner Mares

Overdracht op 29 oktober 1611 van de hypotheek op het huis van Jean Mar(esse) aangegaan op 30 december 1585, bij de verdeling van zijn nalatenschap waarbij het huis naar zijn zoon Rener Maresse is gegaan. (5)

Reyner Mares

Reijner Mares (gen. VIII) zijn enige zoon is gegoed te Fall, Sichen en Wong. Van zijn vader erft hij de hof aan de linde, aan de Gemeijnstraat te Fall. Hierin bevindt zich o.a. een solpetersketel met cuijpen tot een getouw. Wat hiermee geproduceerd wordt is niet zeker. Zeer waarschijnlijk is dit buskruitfabricage met kalksalpeter. Reyner huwt Oda van Couwenberg en sterft in 1642. Oda overleeft Reijner 13 jaar.

Het echtpaar krijgt drie zoons. De oudste is Jan Mares. 1605-1679. Deze kreeg bij zijn huwelijk met Catharina Grouwels het oude familiehuis met de hof waar zijn ouders dan nog in wonen toegezegd, tevens de winhof en het getouw bestaande uit Solpetersketel met kuipen. De vroegere huwelijksgetuigen Jan Tans. een zoon van Gillis Tans van Meer en Claes Thijssen verklaren dat nog eens in 1631 in aanwezigheid van Jan Marres van Meer, een verre achterneef van de stadstak die in 1628 schepen van Meer was geworden en dat tot zijn overlijden in 1667 zal blijven. Het echtpaar Marres-Grouwels krijgt 12 kinderen, maar geen van hun zoons keeg voor zover bekend mannelijke nakomelingen.

De tweede zoon is Reyner Mares, 1626-1677. Hij huwt Catharina Schols. Hij is landeigenaar te Fall, Meer en Sichen. Hij woont aanvankelijk te Fall later te Meer. Van hem zijn vijf kinderen bekend maar ook bij hem krijgen de zoons geen mannelijke nakomelingen. De derde zoon is Peter Mares die te Sichen woont en met een groot nageslacht de tak Mares vestigt.

Peter Mares van Sichen

Peter Mares (gen. IX), 1615-1686, de derde zoon van Reyner Mares, vestigt zich bij zijn huwelijk in 1637 met Elisabeth (Lycke) van Hees te Sichen in de Gemeynestraat. Lycke is weduwe van Wyrick Wyricks die schout was van Sichen. Lycke overlijdt al in 1640 en Peter huwt voor de tweede maal vÚÚr 1 juni 1644 met Maria Smeets, een dochter van de Sichense brouwer Jan Smeets. Hij is een broer van Maaycke Smeets, de echtgenote van Paulus Matthias Marres, stamouders van de 'stadstak', en een achterneef van Peter Mares, (zie Ned. Patriciaat 1961 en 1992). Dit huwelijk duurt ongeveer tien jaar want op 12 februari 1656 sluit hij bij een Maastrichtse notaris het huwelijkscontract met zijn derde bruid Helena Meyers uit Wolder, dochter van de brouwer Jan Meyers. Hij blijft te Sichen wonen. In 1669 overlijdt zijn schoonvader en erven Helena en Peter landerijen en de brouwerij tegenover de Sint Marcuskerk te Wolder. Deze wordt daarna overgedragen aan hun zoon Jan Mares. Peter en Helena blijven in Sichen wonen tot het overlijden van Helena in 1682 en daarna brengt Peter zijn laatste jaren door in Wolder, verzorgd door zijn kinderen.

Peter heeft uit zijn twee laatste huwelijken tien kinderen die de volwassen leeftijd bereiken, zes dochters en vier zonen. De oudste zoon Jan wordt nogal verrassend Jan de jonge genoemd, dat is echter om hem te onderscheiden van zijn grootvader en oom die ook Jan heten. De tweede zoon heet Peter, de derde Jan de Jongste en de vierde en jongste zoon heet Michiel. Er zijn dus twee Jannen in dit gezin. Dit is toe te schrijven aan de strenge naamgevingsregels van die tijd. Jan de jongste was de oudste zoon uit zijn derde huwelijk met Helena Meyers en moest vernoemd worden naar zijn grootvader van moederszijde Jan Meyers.

Van Sichen naar Wolder

Drie zoons stichten ieder een nu nog bloeiende tak, en alle drie niet langer in Fall maar in het dichter bij Maastricht gelegen Wolder, toen nog Wilre geheten. De oudste tak is van Jan de jonge, de middelste tak is van Jan de jongste en de jongste tak is van Michiel Mares.

De oudste tak te Wolder

Jan (Joes) Mares (gen. X) is de eerste Mares die in Wolder woont en wel aan de Daalstraat die later herdoopt zal worden tot Pletzersstraat. In 1670 huwt hij daar Agatha Schepers dochter van Reynier Schepers, de dorpmeester (oftewel burgemeester) van Montenaken een dorp bij Wolder. Agatha sterft al in 1678 en een jaar later trouwt Jan met Gertrudis Alofs uit Wolder. Hun nazaten zullen tot 1939 de boerderij op de Pletzersstraat bewonen. Dit is nu een Rijksmonument.

Een van hen, Mathijs Mares, is van 1839 tot 1855 de eerste burgemeester van Oud-Vroenhoven, de Nederlandse helft van de eerdere gemeente Vroenhoven die in 1839 door de afscheiding van BelgiŽ in tweeŽn werd gesplitst, een Belgische gemeente Vroenhoven en een Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven.

Steen met inscriptie MM en jaartal 1791

Gevelsteen hoeve Pletzersstraat 10

Een andere nazaat van Jan en Gertrudis is Willem Mares, huisarts te Maastricht 1896-1947. Hij was samen met de kinderarts dr. Koenen als consultatiearts verbonden aan de Stichting Pro Infantibus en de CrŤche Juliana, opvang voor ongehuwde moeders en hun kinderen te Maastricht, waar zijn schoonvader dr. L.H.J.E. Cordewener en menig lid van de stadstak Marres bestuursleden van waren.

De middelste tak te Wolder

Jan Mares (de jongste) (gen. X), is brouwer en landbouwer te Montenaken bij Wolder. Hij heeft twee zonen Pieter en Jan Mares. Jan Marres is landmeter en wordt in 1735 vermeld als burgemeester van Wilre (thans Wolder) (6).

Pieter Mares, 1685-1752, is landbouwer en brouwer en woont in het dorp Wolder tegenover de kerk. Hij huwt in 1713 met Helena Jorissen, Het is een zeer religieus gezin. Vijf van hun zeven kinderen gaan, zoals dat heette, in de geestelijke stand.

De oudste zoon Johannes Mares, 1712- na 1748, wordt pater in het klooster van de Franciscanen (Minderbroeders). In het klooster te Reckem is hij in 1748 vicaris.

Maria Elisabeth Mares, 1718-1796 wordt zuster in het klooster "De Nieuwenhof" te Maastricht. Zij sterft daar op 78 jarige leeftijd in 1796.

Helena Mares,1720-1808, wordt zuster in het St. Servaes Gast­huis te Maastricht. Zij is hier moeder-overste (1780). Zij overlijdt op 87 jarige leeftijd in 1808.

Petrus Mares, 1727- ?, wordt frater in het klooster van de Cellebroeders in Maastricht. In 1765 wordt nog als zodanig vermeld.

MichaŽl Mares 1727-1818, priester in de Vroenhof van Maastricht. Hij zend in 1762 aan de Staten-Generaal te 's-Gravenhage een schrijven met het verzoek begunstigd te worden met de prebende van het kapittel van St. Servaas te Maastricht die door het overlijden van E.D. baron de Mean vrij is gekomen. Hij verkrijgt deze functie niet omdat zijn bod van 12.000 gulden wordt overboden. Hij wordt later vicaris van de adellijke Stiften Vylig en Dietkirchen te Bonn (Duitsland). (7)
Aan de kerk van Wolder schenkt hij later een zilveren kelk. (8)

zegel van Michael Mares, 1762

Zegel op de brief
van MichaŽl Mares
gericht aan de Staten‑Generaal te Den Haag, 5 febr. 1762 (9)

De stempel waarmee de brief is gezegeld is gevonden bij een opgraving in Lanaken in 2016. (9a)

Zegelstempel van Michael Marres steel Zegelstempel van Michael Marres stempel

Alleen hun zoon Georgius Mares 1716-1790, zet deze tak voort. Hij is in Wolder landbouwer, brouwer en herbergier.

Een aantal leden van deze tak werkten later in verschillende functies in de brouwerijen Marres te Maastricht.
Een bekend lid van deze tak is de beroepsvoetballer Nico Mares.

- Grafsteen van Matthijs van het echtpaar Matthijs en Catharina Mares

  De grafsteen van het echtpaar Everaerts-Mares

Een zijkant van de steen is in 1954 voor een deel weggegekapt bij de plaatsing tegen een doopvont.

Foto en tekst afkomstig van Breur Henket (10)

-
De jongste tak te Wolder

Michiel Mares (gen. X) 1666-1747, de jongste zoon van Peter Mares, vestigt zich in het begin van de 18e eeuw in Biesland, halverwege Wolder en Maastricht aan de weg naar Canne. Hij huwt Catharina Lenaerts uit Sichen en bouwt vlak bij de Sint Servatiusbron een huis met brouwerij en distilleerderij dat hij De Fonteyne noemt.

Hun oudste zoon Peter Mares, 1706-1740, wordt pater in het Predikherenklooster te Maastricht, waar ook een aantal leden van de tak Marres pater waren.

De oudste dochter Catharina huwt Matthijs Everaerts, landbouwer te Sint Pieter. Van dit dorp zal Matthijs ook burgemeester worden. Zij werden in de kerk begraven. De grafsteen van de familie ligt nu in de doopkapel.

De tekst van de grafsteen luidde: D.O.M. / Hier - Ligt - Begraven - Den / Eersamen - Everard [E]ver[ae]r[ts] / Gestorven - Den - 1 - April 1761 / Als - oock - Den - Eersaemen - Matthevs / Everaerts - Sijnen - Soone - Gestorven / Den - J6 April 1750 - Met - Sijn - Hvysvrov / De Eersaeme - Catharina - Marres / Gestorven - Den - J4 December - J759 / B.G.V.D.S.

Zijn naar hem vernoemde zoon, Michiel Mares jr. 1709-1793, zet de Fonteyne voort. Uit diens huwelijk met Maria Boelen uit Mal bij Sluizen worden een tiental kinderen geboren.

Een van diens zonen, Michael Mares 1745-1828, de derde achtereenvolgende Michael, zet de brouwerij en distilleerderij voort en wordt na de komst van de Fransen de eerste burgemeester van de Franse gemeente Vroenhoven, waarvan Wolder ťťn van de onderhorige dorpen was. Als in 1813 de Nederlanders de Fransen opvolgen blijft hij tot zijn overlijden als burgemeester aan het hoofd van deze gemeente staan.

De oudste dochter Catherina Mares huwt in 1754 Jan Willem Marres, van de stadstak, eigenaar van de brouwerij en distilleerderij 'Het Pannenhuis' in Biesland. Zij worden de stamouders van het Nederlandse en Belgische geslacht Marres.

De tweede zoon van Michael Marres en Catharina Lenaerts was Everardus Mar(r)es 1716-1790, gehuwd met Maria Margaretha Vrints (Frens). Zij woonden eveneens in De Fonteyne maar hielden zich hoofdzakelijk met de landbouw bezig. Hun oudste zoon Michiel Marres 1748-1814, werd pater in het klooster van de Franciscanen, ook wel Minderbroeders genoemd te Maastricht. Bij de inval van de Fransen 1n 1796 werden alle kloosters in Maastricht opgeheven en moest hij als overste (gardiaan) van het klooster dit tezamen met 32 paters en 8 broeders verlaten. (11)

Het is zeer waarschijnlijk zijn broer Everardus Mar(r)es 1755 - ?, geweest die als pater Augustijn in 1778 aan het Seminarie te Roermond zijn theses verdedigde: Theses scripturisticae in libros Moysis, quas cum insertis et adjectis, en in 1779 Thesis in S. Scripturam prolegomenae, et de religione. Het is niet bekend in welk klooster hij daarna is opgenomen en wanneer hij overleed. (12)

Hun broers Georgius Mares 1755-1817, gehuwd met Maria Thijsen, en Peter Mares, 1769-?, gehuwd met Catharina Tans, zetten deze tak voort. De eerste in Vroenhoven, de laatste in Veltweselt te BelgiŽ.

*

Een korte familiegeschiedenis met een schets van de drie familietakken van dit geslacht gedurende hun eerste eeuwen in dit dorp en van de huizen die zij daar bewoonden is recent gepubliceerd in het heem­kundige tijdschrift Wolderse Mo(nu)menten. (13)

Hieronder ziet u een foto van het landschap Biesland zoals dat zeer nauwkeurig is afgebeeld door de Franse genieofficier Lacher d'Aubancourt op de Maquette van Maastricht die hij in 1750 maakte in opdracht van Franse Koning Lodewijk XIV.

Het Pannenhuis en de Fonteyne op de maquette van Maastricht,
Eigen foto.

De Fonteyne is zo goed als zeker het huis aan de weg met de kleine tuin.
Het Pannenhuis staat op de voorgrond.
Daarachter een kleiner huis met boomgaard.
Geheel rechts liggen de watermolens aan de Jeker.


Home
Genealogie
Geschiedenis
Contact