Gevelsteen 1791 |
Vestiging te Val-Meer
|
Zegel 1762 |
Reyner Mares van FallReyner Mares van Fall, zoon van Reyner Marees van Heukelom, wordt de eerste maal te Fall vermeld wanneer hij als 'Reyner Marees de Alden' in 1572 namens zijn zoon 'Reijner Marees der Jonge' land koopt in het gerechtsgebied van Millen. (1) Het oude dorp Fall maakt nu deel uit van het dorp Val-Meer, een deelgemeente van de Belgische gemeente Riemst. Het ligt enige kilometers ten westen van Heukelom waar de tak Marres nog een halve eeuw gevestigd blijft. Millen ligt nog iets verder naar het westen. De gerechtsgebieden van Millen en Fall grenzen aan elkaar. De naam van Reyner wordt in andere documenten geschreven als 'Morrees' en 'Merres' en in 1630, vijftig jaar na zijn overlijden, is Reyner tijdens een rechtszitting van de schepenbank van Fall tijdens de verdeling van de nalatenschap van een van zijn dochters, door zijn kleinzoon Reyner vermeld als "alde Reyner Marres van Fall oft Hoekelom". Deze kleinzoon was 'Reyner Marres van Fall', hij woonde daar. Uit de naamgeving die hij als oudste kleinzoon en stamhouder aan zijn grootvader gaf blijkt dat diens woonplaats niet kon duiden. Grootvader was eens van Heukelom naar Fall gekomen, was hij dan van Fall of van Heukelom ? (2) In het archief van de schepenbank van Millen dat berust in het Rijksarchief van Hasselt, zijn de gichtregisters vanaf het jaar 1511 bewaard gebleven. Hier kunnen de bezittingen van de familie aldaar worden getraceerd, maar het oudste register bevond zich bij ons onderzoek in 1990 in zeer slechte staat. Het was door vocht en muizen aangetast, bijna tot stof vervallen en nauwelijks meer te lezen. Van een grondig onderzoek is toen afgezien. Dat 'Reyner Marees van Fall' de zoon is van 'Reyner Marees van Heukelom' werd in het artikel Marres in De Nederlandsche Leeuw van 1990 reeds als waarschijnlijk aangegeven en is nu met genetisch onderzoek afdoende bewezen. Reyner is de stamvader van de tak, waarvan de nakomelingen gedurende de komende eeuwen in de landelijke streken ten zuidwesten van Maastricht gevestigd blijven. Hun namen worden in dezelfde varianten geschreven als die van de stedelijke tak. Bij de invoering van de Burgerlijke Stand twee eeuwen geleden worden familienamen definitief vastgelegd. Bij de leden van de landelijke tak wordt dit Mares, bij de stedelijke tak Marres. Overigens zullen nog gedurende een eeuw, zelfs in officiële stukken, verwisselingen plaats vinden. Om onduidelijkheden te voorkomen – van eenzelfde persoon wordt in de loop van zijn leven de naam op verschillende wijze geschreven – laten we in ons verhaal alle varianten weg en schrijven we de naam zoals die voor de betreffende tak later geworden is. Waar de aangetroffen schrijfwijze wel gebruikt wordt staat deze tussen aanhalingstekens. Vóór de scheiding, medio 16e eeuw, is de schrijfwijze meestal Marees en is daarom standaard gebruikt. Een verzameling genoteerde naamsvarianten is, ingedeeld per eeuw, te vinden op de familienaam. Reyner Mares is gegoed te Millen en Fall en woont in het dorp Fall op een hoeve aan de Gemeijnstraat. Hij sterft kort voor 27 april 1580. (3). Hij heeft acht kinderen, vier zonen en vier dochters. De oudste zoon Matthijs Mares vertrekt in 1586 naar "andere landen", kort voor 21 januari 1587 is hij kinderloos overleden. De tweede zoon Nicolaas Mares blijft ook vrijgezel en overlijdt kort voor 12 juli 1584. De derde zoon Reyner Mares sterft ook jong, ongeveer een jaar na zijn vader, enige tijd voor 12 december 1581, want dan hertrouwt zijn weduwe Marie met Hendrick Omalia alias Custers van Sichen. (4) Maria Omalia vertrekt met de kinderen uit haar eerste huwelijk naar de woonplaats van haar tweede man. De kinderen van Reyner Mares en Marie Omalia alias Custers vormen de tak Mares te Sichen. Hun nakomelingen houden zich bezig met woningbouw en worden enige malen vermeld als burgemeester van Sichen, Reyner Mares van Sichen is burgemeester in 1697, een andere Reyner Mares wordt in 1754 en 1759 vermeld als schepen van Sichen en Sussen. Tegen het einde van de 18e eeuw is deze tak uitgestorven. De vierde zoon Jan Mares zet de stam Mares in Fall voort. Uit hem ontstaat de Nederlandse familie Mares. Jan Mares
Overdracht op 29 oktober 1611 van de hypotheek op het huis van Jan Mares "Jean Mar(esse)" aangegaan op 30 december 1585, bij de verdeling van zijn nalatenschap waarbij het huis naar zijn zoon Reyner Mares "Rener Maresse" is gegaan. (5) Jan Mares, van Fall, zoon van de oude Reyner, is omstreeks 1550 geboren en is gegoed te Fall, Sichen en Riemst. Hij huwt Helwich alias Heylief. Van zijn vader erft hij de hoeve aldaar aan de Gemeijnstraat met de halve bunder land die daarachter ligt. Hij verpacht een hof boven Fall. Hij sterft voor 29 oktober 1611. Over zijn nalatenschap wordt door zijn nakomelingen tot 55 jaar na zijn overlijden geprocedeerd. Reyner MaresReijner Mares, zijn enige zoon is gegoed te Fall, Sichen en Wong. Van zijn vader erft hij de hof aan de linde, aan de Gemeijnstraat te Fall. Hierin bevindt zich o.a. een solpetersketel met cuijpen tot een getouw. Wat hiermee geproduceerd wordt is niet zeker. Zeer waarschijnlijk is dit buskruitfabricage met kalksalpeter. Reyner sterft in 1642 en was gehuwd met Oda van Couwenberg die hem 13 jaar overleeft. Drie zoons zetten de familie voort. Jan Mares. 1605-1679, en Rener Mares. 1626-1677, doen dit te Fall, maar met hun zoons sterft de tak in dit dorp uit. Peter Mares zet hem, met een groot nageslacht, voort te Sichen. Peter Mares van SichenPeter Mares, 1615-1686, de derde zoon van Reyner Mares, vestigt zich bij zijn huwelijk in 1637 met Elisabeth (Lycke) van Hees te Sichen in de Gemeynestraat. Lycke is weduwe van Wyrick Wyricks die schout was van Sichen. Lycke overlijdt al in 1640 en Peter huwt voor de tweede maal vòòr 1 juni 1644 met Maria Smeets, een dochter van de Sichense brouwer Jan Smeets. Hij is een broer van Maaycke Smeets, de echtgenote van Paulus Matthias Marres, stamouders van de 'stadstak', en een achterneef van Peter Mares, (zie Ned. Patriciaat 1961 en 1992). Dit huwelijk duurt ongeveer tien jaar want op 12 februari 1656 sluit hij bij een Maastrichtse notaris het huwelijkscontract met zijn derde bruid Helena Meyers uit Wolder, dochter van de brouwer Jan Meyers. Hij blijft te Sichen wonen. In 1669 overlijdt zijn schoonvader en erven Helena en Peter landerijen en de brouwerij tegenover de Sint Marcuskerk te Wolder. Deze wordt daarna overgedragen aan hun zoon Jan Mares. Peter en Helena blijven in Sichen wonen tot het overlijden van Helena in 1682 en daarna brengt Peter zijn laatste jaren door in Wolder, verzorgd door zijn kinderen. Peter heeft uit zijn twee laatste huwelijken tien kinderen die de volwassen leeftijd bereiken, zes dochters en vier zonen. De oudste zoon Jan wordt nogal verrassend Jan de jonge genoemd, dat is echter om hem te onderscheiden van zijn grootvader en oom die ook Jan heten. De tweede zoon heet Peter, de derde Jan de Jongste en de vierde en jongste zoon heet Michiel. Er zijn dus twee Jannen in dit gezin. Dit is toe te schrijven aan de strenge naamgevingsregels van die tijd. Jan de jongste was de oudste zoon uit zijn derde huwelijk met Helena Meyers en moest vernoemd worden naar zijn grootvader van moederszijde Jan Meyers. Van Sichen naar WolderDrie zoons stichten ieder een nu nog bloeiende tak, en alle drie niet langer in Fall maar in het dichter bij Maastricht gelegen Wolder, toen nog Wilre geheten. De oudste tak is van Jan de jonge, de middelste tak is van Jan de jongste en de jongste tak is van Michiel Mares. |
De oudste takJan (Joes) Mares is de eerste Mares die in Wolder woont en wel aan de Daalstraat die later herdoopt zal worden tot Pletzersstraat. In 1670 huwt hij daar Agatha Schepers dochter van Reynier Schepers, de dorpmeester (oftewel burgemeester) van Montenaken een dorp bij Wolder. Agatha sterft al in 1678 en een jaar later trouwt Jan met Gertrudis Alofs uit Wolder. Hun nazaten zullen tot 1939 de boerderij op de Pletzersstraat bewonen. Dit is nu een Rijksmonument. Een van hen, Mathijs Mares, is van 1839 tot 1855 de eerste burgemeester van Oud-Vroenhoven, de Nederlandse helft van de eerdere gemeente Vroenhoven die in 1839 door de afscheiding van België in tweeën werd gesplitst, een Belgische gemeente Vroenhoven en een Nederlandse gemeente Oud-Vroenhoven. Een andere nazaat van Jan en Gertrudis is Willem Mares, huisarts te Maastricht 1896-1947. Hij was samen met de kinderarts dr. Koenen als consultatiearts verbonden aan de Stichting Pro Infantibus en de Crèche Juliana, opvang voor ongehuwde moeders en hun kinderen te Maastricht, waar zijn schoonvader dr. L.H.J.E. Cordewener en menig lid van de stadstak Marres bestuursleden van waren. |
Gevelsteen hoeve Pletzersstraat 10
|
De middelste takJan Mares (de jongste) is brouwer en landbouwer te Montenaken bij Wolder. Hij heeft twee zonen Pieter en Jan Mares. Jan Marres is landmeter en wordt in 1735 vermeld als burgemeester van Wilre (thans Wolder) (6). Een van de zonen van Pieter Mares is de R.K. geestelijke Michaël Mares 1727-1818, die aan de Staten-Generaal te 's-Gravenhage in 1762 een schrijven zond met het verzoek begunstigd te worden met de prebende van het kapittel van St. Servaas te Maastricht die door het overlijden van E.D. baron de Mean vrij was gekomen. Hij verkrijgt deze functie niet omdat zijn bod van 12.000 gulden wordt overboden. Hij wordt later vicaris van de adellijke Stiften Vylig en Dietkirchen te Bonn (Dld.)
(7)
Een andere nakomeling van Pieter is de profvoetballer Nico Mares. Hij speelde in de jaren zestig van de vorige eeuw bij MVV, Sittardia en PSV. Een aantal leden van deze tak werkten in verschillende functies in de brouwerijen Marres te Maastricht. |
Zegel op de brief
|
De grafsteen van het echtpaar Everaerts-Mares Een zijkant van de steen is in 1954 voor een deel weggegekapt bij de plaatsing tegen een doopvont. Foto en tekst afkomstig van Breur Henket (10) |
De jongste takMichiel Mares 1666-1747, de jongste zoon van Peter Mares, vestigt zich in het begin van de 18e eeuw in Biesland, halverwege Wolder en Maastricht aan de weg naar Canne. Hij huwt Catharina Lenaerts uit Sichen en bouwt vlak bij de Sint Servatiusbron een huis met brouwerij en distilleerderij dat hij De Fonteyne noemt. Hun oudste zoon wordt pater in het Prediherenklooster te Maastricht, waar ook een aantal leden van de tak Marres pater waren. De oudste dochter Catharina huwt Matthijs Everaerts, landbouwer te Sint Pieter. Van dit dorp zal Matthijs ook burgemeester worden. Zij werden in de kerk begraven. De grafsteen van de familie ligt nu in de doopkapel. De tekst van de grafsteen luidde: D.O.M. / Hier - Ligt - Begraven - Den / Eersamen - Everard [E]ver[ae]r[ts] / Gestorven - Den - 1 - April 1761 / Als - oock - Den - Eersaemen - Matthevs / Everaerts - Sijnen - Soone - Gestorven / Den - J6 April 1750 - Met - Sijn - Hvysvrov / De Eersaeme - Catharina - Marres / Gestorven - Den - J4 December - J759 / B.G.V.D.S. |
|
Zijn naar hem vernoemde zoon, Michiel Mares jr. 1709-1793, zet de Fonteyne voort. Uit diens huwelijk met Maria Boelen uit Mal bij Sluizen worden een tiental kinderen geboren. Een van diens zonen, Michael Mares 1745-1828, de derde achtereenvolgende Michael, zet de brouwerij en distilleerderij voort en wordt na de komst van de Fransen de eerste burgemeester van de Franse gemeente Vroenhoven, waarvan Wolder één van de onderhorige dorpen was. Als in 1813 de Nederlanders de Fransen opvolgen blijft hij tot zijn overlijden als burgemeester aan het hoofd van deze gemeente staan. De oudste dochter Catherina Mares huwt in 1754 Jan Willem Marres, van de stadstak, eigenaar van de brouwerij en distilleerderij 'Het Pannenhuis' in Biesland. Zij worden de stamouders van het Nederlandse en Belgische geslacht Marres. Een korte familiegeschiedenis met een schets van de drie familietakken van dit geslacht gedurende hun eerste eeuwen in dit dorp en van de huizen die zij daar bewoonden is recent gepubliceerd in het heemkundige tijdschrift Wolderse Mo(nu)menten. (11) |
|
|
* Hieronder ziet u een foto van het landschap Biesland zoals dat zeer nauwkeurig is afgebeeld door de Franse genieofficier Lacher d'Aubancourt op de Maquette van Maastricht die hij in 1750 maakte in opdracht van Franse Koning Lodewijk XIV.
De Fonteyne is zo goed als zeker het huis aan de weg met de kleine tuin.
|
|
|
||